Intrinsieke schouderklachten


anamnese, onderzoek, therapie en oefeningen

diagnose


1. anamnestisch uitvragen extrinsieke faktoren, traumatische etiologie
2. anamnestisch uitvragen oorzaak, beloop, ernst en actualiteit, invaliditeit
3. onderzoek: inspectie (atrofie), functie (capsulair patroon, painful arc), weerstandstests
• bewegingsbeperking met capsulair patroon: overweeg frozen shoulder
• bewegingsbeperking bij abductie: overweeg acute bursitis
• weinig bewegingsbeperking met painful arc: overweeg chronisch bursitis, tendinopathie
• weerstandstest pijnlijk: overweeg bursitis of tendinopathie
• weerstandstest insufficiënt: overweeg cuff lesie
4. aanvullend onderzoek:
stabiliteit (apprehension, sulcus sign),
AC-gewricht (translatie, eindstanden),
CthO (anteflexie met rotatie T1),
CWK (capsulair patroon, asymmetrie in rotatie/lateroflexie),
TOCS (specifieke provocatietests),
perifeer zenuwletsel (n. thoracicus longus, suprascapularis).

therapie


a. volgens de huisartsenstandaard: 
bewegingsbeperking met capsulair patroon = frozen shoulder = injectie intra-articulair (pijnbestrijding)
bewegingsbeperking bij abductie = acute bursitis = injectie subacromiaal (pijnbestrijding)
weinig bewegingsbeperking met painful arc = chronisch bursitis of tendinopathie
doe weerstandsonderzoek
weerstandstest pijnlijk = bursitis of tendinopathie = eventueel injectie subacromiaal (ontstekingsremming)
weerstandstest insufficiënt = cuff lesie = verwijs naar de orthopedisch chirurg

b. Aanvullingen op de huisartsenstandaard:
apprehension, relocation = instabiliteit = oefentherapie of operatie
abductie en horizontale adductie eindpijnlijk = chronisch AC-gewrichtsprobleem = mobilisatie, injectie of operatie
anteflexie met beperkte rotatie T1 = CthO beperking = mobilisatie
afstaand schouderblad = letsel n. thoracicus longus = oefentherapie
atrofie supra- en infraspinatus = letsel n. suprascapularis = oefentherapie

algemeen schouderoefenprogramma


(1-2 maal per week onder leiding van een fysiotherapeut en dagelijks thuis)
• In eerste instantie worden pijn provocerende bewegingen strikt vermeden. In de 3de week na een trauma worden pijnvrije isometrische (=aanspannen zonder beweging) oefeningen gestart.

Mobiliserende oefeningen in een pijnvrije range:

• pendeloefeningen in voorover gebogen houding; oefeningen m.b.v. een katrol; stokoefeningen met gestrekte armen; met de handen in de nek de ellebogen naar voren en naar achteren draaien; de armen afwisselend gestrekt en gebogen in het horizontale vlak naar achteren bewegen; met de handen op de schouders de ellebogen cirkelbewegingen maken;
• stuiten en gooien met een lichte bal.
• Vervolgens worden rekkingsoefeningen toegevoegd, aanvullend rustige tracties/translaties.

Spierversterkende oefeningen:
• aanvankelijk met de elleboog tegen het lichaam isometrisch (spierkracht)
(fig 1 en 2), eventueel met electrostimulatie;
• vervolgens isotoon (=rustige beweging) met elastiek als weerstand of met handhalters in een pijnvrije range (fig 1 en 2) + (fig 4) + heffen van de arm naar voren (fig 3),
heffen in het scapulaire vlak (=iets zijwaarts en naar voren, zodat het schouderblad gemakkelijk meedraait) met de arm naar binnen gedraaid tot schouderhoogte (fig 5),
heffen van de arm met de arm naar buiten gedraaid (fig 6);
• In de 3de week ook arm-opdrukoefeningen zittend in een stoel met armleuningen (fig 7);
dan PNF voor flexie-abductie-exorotatie (lokaal spiergevoel)
• In de 4e en 5e week uitbreiding van de training in diverse richtingen, met pijnvrije oefening van de schouderbladspieren (fig 8).
Coördinatieoefeningen:
• lichte later zware bal gooien met variabele afstand, oefenen met rubberen band, halteroefeningen.