Stressfracturen


Stressfracturen treden op in normaal botweefsel van normale mensen, zonder dat er sprake is van abnormale belasting of ongeval, op basis van frequente herhaling van dezelfde beweging. Van alle stressfracturen is bijna 50% in de tibia gelokaliseerd, waarbij 10-20% bilateraal voorkomt, 25% in de fibula. De meest voorkomende plaatsen zijn op de overgang van het proximale en middelste eenderde deel van de tibia, in de fibula ongeveer vier centimeter boven de malleolus lateralis of in het proximale deel onder het fibulakopje, omdat daar cilindrisch bot van vorm verandert.
Een stressfractuur treedt nogal eens op bij mensen die zonder voorbereiding aan zware looptraining beginnen. Vaak is er sprake van versterkte pronatie en extensieve training. Bij balletdansers is de stressfractuur meestal in het middelste 1/3 gedeelte van de tibia gelokaliseerd. Een dergelijke lokalisatie is overigens zeldzaam en neigt tot mal-union.
Bij stressfracturen klaagt de patiënt aanvankelijk over een wat doffe pijn die geleidelijk toeneemt onder belasting. Uiteindelijk kan vanwege de pijn niet meer worden getraind. Er kan lokaal wat zwelling en drukpijn bestaan.

Diagnostiek
Bij stressfracturen kan met toepassing van ultrageluid (opbouwend met 0,5 watt/cm2 per stap) in eerste instantie de diagnose worden gesteld. Ter plaatse zal binnen 10 seconden lokale pijn optreden, terwijl dat aan de gezonde zijde met dezelfde prikkelsterkte niet het geval is. De individueel sterk verschillende pijndrempel maakt de test echter vrij subjectief. De röntgenfoto toont vaak in het acute stadium geen afwijkingen, doch na 2 à 3 weken kan men tekenen van callusvorming zien. Tijdelijk kan er dan ook een fissuur zichtbaar zijn. Zelden treedt er een complete fractuur of dislocatie van de fractuur op. Niet zelden is de stressfractuur al genezen op het moment dat hij wordt ontdekt. Bij twijfel kan een botscan worden gemaakt, welke (vrijwel) altijd positief is in geval van een stressfractuur. Er zijn echter gevallen bekend, waarbij de botscan in eerste instantie negatief was.

Behandeling
In principe is er bij een stressfractuur geen gipsbehandeling nodig, maar men zal kunnen volstaan met elleboogkrukken gedurende de periode dat de patiënt veel pijn heeft. Alleen bij een mid-tibiale localisatie is strikte immobilisatie nodig. Daarna wordt normaal lopen weer toegestaan en alternatieve training in de vorm van fietsen, zwemmen en watertraining (aqua joggen) aanbevolen. In geval van verstrekte pronatie is het aanmeten van passende of licht correctieve inlegzolen aangewezen. Ongeveer 4 tot 6 weken na het stellen van de diagnose kan de dans- of looptraining geleidelijk aan weer worden hervat. Het is van belang de conditie van de onderste ledematen eerst weer op niveau te brengen. Dan kan twee tot drie weken later weer tot volledige sportactiviteiten worden overgegaan.

Gebruik makend van een met lucht gevulde brace (Air-Stirrup leg brace) is het mogelijk gebleken atletes met een stressfractuur van het onderbeen onmiddellijk door te laten trainen en te laten sporten op wedstrijdniveau, waarbij de klachten binnen een maand verdwijnen. De brace moet dan verder het gehele seizoen worden gedragen om recidieven te voorkomen.