Patellofemoraal syndroom


Het patellofemoraal pijnsyndroom (PFPS) is een syndroom dat wordt toegeschreven aan het disfunctioneren van het patellofemorale gewricht. In de literatuur zijn er meerdere synoniemen te vinden voor PFPS, zoals anterieure kniepijn of chondromalacie van de patella.
De diagnose PFPS wordt gesteld door het excluderen van andere oorzaken van pijn aan de voorzijde van de knie.
De klachten worden niet zelden een chronisch probleem dat de sporter beperkt bij het uitoefenen van zijn sport. Het kan ook in het dagelijks leven leiden tot beperkingen.
Redenen van chronische kniepijn bij hardlopers (de lopersknie) en springers (de springersknie) worden separaat beschreven en vergen toegesneden therapie.

wat zegt de patiënt?


Ik heb herhaald pijn in mijn knie. Dat is stekende pijn, stijfheid bij opstaan, pijn bij traplopen. Ik kan niet langdurig met gebogen knie zitten. De knieën kraken soms pijnlijk. Ik ben onzeker bij staan en lopen en beperkt in sport.

wat denkt de dokter?


Knieklachten kunnen berusten op aanleg (hypermobiliteit), overbelasting of beide kunnen een rol spelen. Overbelasting kan ook na artroscopie, operatie of immobilisatie optreden. Vaak ontstaan klachten ten gevolge van disbalans van de spieren rondom het bekken.

vragen


Heeft de patiënt de knie gestoten, of is er sprake van (relatieve) druk- of overbelasting (fietsen met zwaar verzet) of explosieve contracties (hurksprong, afsprong). Vraag naar zwelling (hydrops) in rust of recidiverend na belasting. Soms zijn er ook (pseudo)slotverschijnselen. Vraag vooral ook naar pijnklachten en activiteiten, die pijn uitlokken.

differentiële diagnose


Laterale klachten: Irritatie van de tractus iliotibialis (lopersknie).
Anterieure klachten: insertie-tendinopathie (springersknie)
Denk ook aan het mogelijk bestaan van intra-articulaire afwijkingen.

onderzoek


Inspecteer de (spier)functie bij staan, lopen (antalgische gang), traplopen, opstaan uit een stoel en hurken.
Let op de ontwikkeling van de m. quadriceps, en de lengte van de m. rectus femoris.
Beoordeel de spierfunctie met een one leg squat en bridging op een been. Let op pijnvermijding bij lopen en een diepe kniebuiging.

diagnose


In de meeste gevallen berusten de klachten op anatomische en functionele afwijkingen gerelateerd aan spierdisbalans.
Bij hardnekkige klachten en traumatische etiologie is kan er een indicatie bestaan voor standaardopnames van de knie.
osteocchondrosis

Ter uitsluiting van een osteochondrosis dissecans komt een poortopname in aanmerking.

beleid


Gericht op vermindering van de synoviale prikkeling en verbetering van de musculaire disbalans is er plaats voor gedoseerde rust, cyclisch oefenen en relatief korte oefensessies gericht op kracht en coördinatie.
Naast oefening van de bovenbeenspieren zal gewerkt moeten worden aan de balans van bekken/bil- en rompspieren (core stability).
Ter ondersteuning van de oefentherapie kan een tape rondom de knie worden aangebracht, of je kan bij belasting een patellapeesbandje laten gebruiken, dat mits effectief binnen 1 week dan langer bruikbaar is). Volgens McConnell kan een correctietape in mediale richting, rotatierichting en/of in het sagittale vlak in combinatie met oefentherapie worden toegepast.
Belangrijk zijn knie-sparende adviezen, zoals het vermijden van diepe kniebuigingen in sport (squatten, klimmen, springen) en ADL (traplopen), schoolslagzwemmen en fietsen met zwaar verzet. Laat eventueel ook aan gewichtsreductie werken.

prognose


Alleen indien malalignement gepaard gaat met aantoonbare chondromalacie en conservatieve therapie faalt, komt operatieve behandeling in aanmerking, zoals klieven van het laterale retinaculum, medialisatie of ventralisatie van de patellapeesinsertie, of subchondrale fourage.

literatuur


Servi JT, Patellofemoral joint syndromes, Emedicine december 2005
O'Connor FG, Mulvaney SW, Patellofemoral pain syndrome, UpToDate 2013
Berkel S van, Richtlijn patellofemoraal pijnsyndroom, VSG 2010