Tractus iliotibialis frictiesyndroom

Pijn in en rond de knie bij lange afstandslopers wordt vaak 'runners knee' of lopersknie genoemd. De tractus iliotibialis is nog steeds voor velen een onbekende oorzaak van klachten aan de buitenzijde van de knie. Zowel bij flexie als bij extensie schiet de tractus strak gespannen over de laterale femurcondyl. Dit kan een tendinopathie, bursitis en/of periostitis veroorzaken. Klachten treden frequent op in het winterseizoen tengevolge van de koude zelf of door de harde en gladde ondergrond.


wat zegt de patiënt?
De pijn ontstaat vrijwel altijd alleen tijdens hardlopen (na een aantal kilometers), maar kan ook bij wielrenners voorkomen en is progressief van karakter. Dan is doorlopen niet mogelijk en kunnen er ook klachten bij gewoon lopen en met name trap af lopen aanwezig zijn. Ook nachtelijke pijn komt voor.

wat denkt de dokter?
Er ontstaat pijn gelokaliseerd ter hoogte van de laterale femurcondyl, zeurend of stekend van karakter, soms uitstralend naar de voorzijde van de knie, de knieholte en/of de zijkant van het onderbeen. Bij balletdansers komt de klacht voor door relatieve bewegingsbeperking in de heup of zwakte van de exorotatoren van de heup.
De pijnklachten kunnen zich ook rond de heupknop (trochanter maior) presenteren.

vragen
Meestal is de training (plotseling) in omvang toegenomen, van bosgrond naar harde ondergrond verplaatst, of van vlak naar heuvelachtig terrein.
Let op lopen aan aflopende bermzijde (bolle weg), zwakke demping van de schoenzolen of wijziging van schoentype. Bij wielrenners op materiaalfouten aan toeclip, schoenplaatje, pedaal of zadel.

differentiële diagnose
- Bursitis tussen tractus en laterale femurcondyl, periostitis van de laterale femurcondyl, exostose van de laterale femurcondyl.
- Insertietendinopathie (tenosynovitis) van de m. popliteus.
- Tendinopathie van de m. biceps femoris.
- Letsel van laterale band of laterale meniscus.
- Surmenage of distorsie van de laterale meniscotibiale ligamenten.
- Artrose.
- Entrapment neuropathie van de n. femoralis lateralis cutaneus (t.h.v. spina iliaca anterior superior).

ONDERZOEK
Oriënterend onderzoek van functie en stabiliteit levert geen afwijkingen op.
Er is drukpijn ter hoogte van de laterale femurcondyl, met name bij flexie/extensie beweging op ongeveer 30 graden flexie. Test dit staand of liggend onder compressie.
De tractus kan drukpijnlijk en gezwollen zijn. Soms zijn er crepitaties. De tractus is vaak strak gespannen.
Let verder op asymmetrische afwijkingen in de statiek, zoals overmatige supinatie bij een stugge holle voet, genua vara (eventueel asymmetrisch), bekkenscheefstand (beenlengteverschil), beperkte adductie en endorotatie van de heup, verschil in beweeglijkheid van sacroiliacale gewrichten, links-rechts verschillen in spierlengtes (m. piriformis, psoas, adductoren, rectus femoris, hamstrings of de tractus zelf).

diagnose
Bij deze entiteit vaart men op anamnese en lichamelijk onderzoek. Röntgenonderzoek is alleen zinvol bij verdenking op een exostose.

BEHANDELING
Voor zover nodig zal men kiezen voor gedoseerde rust.

Fysiotherapie
Er moet mobilisatie van beperkte gewrichten plaatsvinden onder andere van het proximale tibio-fibulaire gewricht.
* Schrijf alleen indien nodig ijsmassage voor, ook 3-5 maal daags thuis gedurende 20 minuten.
* Bij hardnekkige klachten en stijfheid kan frictionerende massage worden toegepast en opgebouwd tot diepe dwarse fricties.

Oefentherapie
Belangrijk zijn rekoefeningen. Hierbij is goede instructie en controle nodig, omdat rekken van de tractus vaak moeilijk uitvoerbaar blijkt te zijn.
Rekoefeningen betreffen de tractus iliotibialis (uitvoering icm de hamstrings) en de bilspieren (inclusief m. piriformis, zie >>).

Schoenadvies
Men moet de schoenen controleren op beperking van de normale pronatie ofwel supinatie. Laat in de schoen eventueel tijdelijk onder de inlegzool een laterale wig aanbrengen, bijvoorbeeld met een plak zelfplakkend vilt tot halverwege de voet.

TRAININGSADVIES
Aanvankelijk is sterke reductie van de loop- of fietstraining nodig. Alternatieven zijn: met lopen letten op wisselen van wegkant, zwemmen (geen schoolslag) en fietsen met licht verzet.
Geef advies over geleidelijke hervatting van de training, met aandacht voor techniek, omgeving, ondergrond en correctie van eventuele materiaalfouten.
Denk daarbij nogmaals aan adequate rekoefeningen, vooral in de warming-up en de cooling-down.

prognose
Met name in geval van een bursitis komt infiltratie van een anaestheticum, eventueel met corticosteroid in aanmerking.
Verder is nog chirurgisch klieven mogelijk van de achterste 2 cm ter hoogte van de laterale femurcondyl of excisie van een driehoekig stuk, dat bij 60 graden flexie de femurcondyl bedekt.

Literatuur
Cluett J, Iliotibial band syndrome, About orthopedics october 2006
Wikipedia encyclopedia, Iliotibial band syndrome, october 2006