Osteochondrosis (dissecans)


De osteochondrosis dissecans (ook wel osteochondritis dissecans of ziekte van König genoemd) vertoont grote overeenkomsten met de osteochondrale fractuur. De onderliggende afwijking van een osteochondrosis is een aseptische necrose van het bot vlak onder het kraakbeen, de oorzaak is multifactorieel bepaald en houdt verband met een gering trauma op een plaats met verminderde weerstand (Greeven & Heere, 1985). De afwijking komt meestal voor aan de binnenzijde van de mediale femurcondyl, maar kan ook in de patella gelokaliseerd zijn (Kurzweil e.a., 1988). Zelden komt een osteochondrosis van de gehele patella voor. Osteochondrosis van de apex patellae is voor het eerst door Sinding-Larsen en Johansson beschreven (Orava e.a., 1982), maar de aandoening op deze plaats is vrijwel zeker geen osteochondrosis maar een apofysitis, vergelijkbaar met de ziekte van Osgood-Schlatter.
De afwijking komt meestal tussen het 10e en 16e levensjaar voor, bij turnen al op jongere leeftijd (Paul, 1986).

Diagnostiek

Er kan sprake zijn van hydrops (vocht in het gewricht), al dan niet met pijnklachten en stijfheid. Soms zijn er slotverschijnselen, soms wordt aangegeven dat er iets in de knie verspringt. De klachten kunnen langdurig alleen bij activiteiten optreden en worden nogal eens geduid als patellofemorale klachten.
In het vroegste stadium zijn er geen duidelijke klachten en ook geen afwijkingen op een röntgenfoto zichtbaar. Later wordt een osteochondrosis dissecans op een gewone röntgenfoto (poortopname) gemakkelijk herkend. Scintigrafie of MRI is zelden nodig om de diagnose te stellen.

Behandeling
Als de klachten beperkt zijn, hoeft niet te worden ingegrepen en kunnen ook lichte sportactiviteiten mogelijk zijn. Soms is het gebruik van een gipskoker gedurende 1-2 maanden nodig. Vooral op jonge leeftijd is terughoudendheid met operatief ingrijpen zinvol. De behandeling kan dan meestal via de artroscoop geschieden en zal, afhankelijk van het stadium, verschillen (Bots, 1985). Het herstel van diepe laesies kan worden bevorderd door in de bodem enkele boorgaten aan de brengen. Losse osteochondrale fragmenten worden gefixeerd met schroefjes of pennetjes in het oorspronkelijke wondbed. Kraakbeenbotlesies genezen het beste door langdurige passieve bewegingen. Het is dan ook om die reden, dat de meeste sporten langere tijd niet mogen worden uitgevoerd. Na drie tot vier maanden kunnen sportactiviteiten weer klachtenvrij mogelijk zijn (Winkel e.a., 1991).