Rijgen    Kettelen   Wire - wire   Punniken   Leerveter   Jasseron   Draadwerk   Strass


Rijgen

Draad.jpg (106704 bytes)

Verschillende soorten draad

Als je wilt gaan rijgen heb je rijgdraad nodig. Ik werk zelf het liefst met ijzerdraad met een nyloncoating. Dit draad is erg stevig en rijgt daardoor dus makkelijk. Daarnaast is het verkrijgbaar in verschillende kleuren (o.a. zilverkleurig, goudkleurig, zwart, blauw, paars en roze),  zodat je het ook als sierdraad kunt gebruiken als je niet de hele draad vol rijgt met kralen. Het nadeel van ijzerdraad is dat het knikt (zeker de goedkopere soorten). De vouw kun je voorzichtig terug buigen met een platbektang, maar vaak blijf je de knik in je sieraad zien. 

Platte knoop.jpg (45494 bytes)
Platte knoop

In plaats van ijzerdraad kun je ook kralenrijgsnoer of visdraad gebruiken. Deze draden zijn gemaakt van nylon en zijn soepeler dan ijzerdraad. Het nadeel van dit soort draad is dat het minder stevig is en het in je huid zou kunnen snijden. 
Elastisch nylondraad is daarentegen rekbaar en dus handig als je  armbanden zonder sluiting wilt maken. Dit draad kun je gewoon afknippen met een schaar (altijd schuin afknippen!) en vastknopen. Het meest stevige is een platte knoop (links over rechts, rechts over links), eventueel kun je er nog blanke nagellak of een druppeltje hobbylijm op smeren dan zit het helemaal goed vast. Ook kun je de knoop een fractie van een seconde in het vlammetje van een lucifer houden. Hierdoor smelt de knoop vast. De kans is alleen groot dat je de knoop te lang in de vlam houdt waardoor de nylondraad knapt als je eraan trekt.

Daarnaast kun je ook katoenen rijgdraden kopen in verschillende soorten en dikten, bijvoorbeeld Saba, Aalon, DMC 80, zijdegaren (vooral geschikt voor parels) of knoopsgatengaren. Deze draden rijg je met een speciale rijgnaald of een big-eye needle. De big-eye needle is een naald met over de gehele lengte een oog, zodat je draad tussen de naalddelen vast blijft zitten. Je kunt ook een gewone naainaald gebruiken. Let alleen op dat deze niet te dik is, zodat hij wel door de kralen past. Een katoenen draad is makkelijk te knopen, maar de kans is dat hij slijt en breekt. Parels worden vaak op een katoenen draad geregen met daar tussen steeds een knoopje. Dit voorkomt dat als de draad breekt je al je kralen kwijt bent. Er zijn verschillende voordelen en nadelen van de verschillende soorten draad te noemen. Aan jou dus de keus.

Knijpkraal.jpg (6775 bytes)

Knijpkralen

Als je gaat werken met ijzerdraad dan heb je knijpkralen nodig om de sluiting vast te maken. Knijpkralen zijn kraaltjes met een relatief grote opening die je met een tangetje (puntbektang = tang met een platte bek) plat knijpt op een draad. Deze kralen zorgen ervoor dat de draad niet wegschiet en je ketting in tact blijft. Je rijgt de draad eerst door de knijpkraal en vervolgens door het oogje van de sluiting. Daarna rijg je de draad weer door de knijpkraal en knijpt de kraal plat. Zorg er altijd voor dat je de knijpkraal recht plat knijpt. Als je de knijpkraal scheef knijpt, kan het gebeuren dat hij scherp wordt. Als je werkt met nylondraad kan het schuren ervoor zorgen dat je draad breekt. Knijpkralen zijn verkrijgbaar in de kleuren zilver, goud en koper. 

Tangetjes.jpg (58433 bytes)

Tangetjes 

Naast een puntbektang heb je ook een kniptang nodig om de draad af te kunnen knippen. Het is handig als je de draad niet al te kort afknipt en hem terugsteekt in de kralen. Dit voorkomt dat het afgeknipte stukje draad gaat prikken in je huid. Als je dit niet handig vindt of als je werkt met ijzerdraad als sierdraad, dan kun je om dit te voorkomen de draad met blanke nagellak insmeren. 

Kalotjes.jpg (7739 bytes)

Een kalotje als draaduiteinde

Tevens zijn er kalotjes in de handel. Kalotjes zijn een soort kralen bestaande uit twee halfronde delen waarvan één met een oogje of haakje, die je kunt gebruiken om het uiteinde van je draad af te werken. Eerst rijg je je draad door het kalotje, vervolgens knijp je een knijpkraal op de draad dicht, dan sluit je het kalotje en is het uiteinde van je draad niet meer te zien. Het verschil tussen kalotjes met een oogje of een haakje zit hem in het feit dat je bij kalotjes met een oogje nog een ringetje nodig hebt om je sluiting aan het kalotje te bevestigen. Deze zogenaamde kippenringetjes zijn ringetjes met een dubbele winding. Deze winding zorgt ervoor dat het ringetje niet open kan schieten. Bij de kalotjes met een haakje kun je je sluiting aan het haakje hangen en het haakje dan vervolgens dicht knijpen. 

Leerklemmen.jpg (16090 bytes)
Leerklemmen

Daarnaast zijn er ook oogjes te koop met daaraan een stukje metaal, dat je om je draad heen kunt klemmen. Deze leerklemmen worden veel gebruikt bij leren veters, maar zijn ook goed te gebruiken als je met meer dan één draad werkt. De metalen uiteinden aan het oogje knijp je dan om de draden heen dicht met de puntbektang.

  Sluitingen.jpg (35325 bytes)

Verschillende sluitingen

Sluitingen zijn er in allerlei soorten en maten, bijvoorbeeld de gewone ronde, ovalen (karabijnsluiting), schroefsluitingen of siersluitingen (die aan de voorkant worden gedragen) als de t -sluiting (ook kapittelsluiting genoemd). Sluitingen zijn te koop in verschillende kleuren (zilver-, goud- en koperkleurig) en gemaakt van verschillende materialen. Voor mensen met een contactallergie zijn er in de kralenspeciaalzaken echte zilveren sluitingen te koop. Welke sluiting past, hangt af van de ketting die je gaat maken en natuurlijk van wat je mooi vindt.

Ketting in wording.jpg (504522 bytes)

Rijgen

Er zijn verschillende manieren om te rijgen. Het makkelijkste is om een heel snoer vol te rijgen. Dat kan natuurlijk willekeurig of in een patroon. Wanneer je voor een patroon kiest, zijn er drie manieren. Als eerste kun je een patroon gewoon doorrijgen in het rond, zodat de ketting als hij dicht is doorloopt. Daarnaast kun je ook een patroon vanuit het midden naar de sluiting toe rijgen. Als je dit doet zijn de linker- en rechterkant van je ketting gelijk. Ook kun je ervoor kiezen om een bepaald patroon in de ketting steeds te herhalen. Zo ontstaan er in de ketting stukjes die steeds gelijk zijn.

 

Jolanda_vierkantpaars.jpg (66531 bytes)

Rijgen met sierdraad

Je hoeft een draad natuurlijk niet altijd helemaal vol te rijgen. Je kunt ook een deel benutten en de draad als sierdraad gebruiken. Dit kan door bijvoorbeeld alleen in het midden kralen te rijgen en de zijkanten van de ketting leeg te laten, zodat je het draad ziet. Ook kun je steeds een patroontje van kralen maken (of gewoon een losse kraal) en deze op een plek in de ketting vastzetten, door aan weerszijden knijpkralen te gebruiken, met daartussen stukjes leeg draad. Vind je knijpkralen in dit ontwerp niet zo mooi, dan kun je de kralen ook voorzichtig op de draad vast lijmen met behulp van een tandenstoker en hobbylijm of speciale sieradenlijm. Deze lijm is wel wat duurder, maar het tast je kralen niet aan.

Jolanda_dubbelzwartwit.jpg (76051 bytes)

Dubbeldraad

Het is ook mogelijk om met twee of zelfs meerdere draden te rijgen. Je rijgt de kralen dan steeds om en om op een draad. Je kunt de kralen vastzetten door tussen de kralen de beide draden door een knijpkraal te rijgen en deze dicht te knijpen.  De knijpkraal kun je ook vervangen door een kraal met een nauwe opening. En natuurlijk kun je ook hier de kralen op de draad lijmen.

VOORBEELDVLECHT.jpg (84083 bytes)

Vlechten

Een nieuwe techniek is het vlechten. Net zoals je je haar vlecht kun je ook strengen met kralen vlechten. Voor het vlechten van kralen is het het handigst als je eerst draden knipt, die anderhalf keer de lengte hebben dan je normaal voor het sieraad zou gebruiken. Maak de drie strengen vast met een kalotje. Rijg dan de strengen vol met de kralen die je erop wilt hebben. Maak een knikje onderaan elk draad, zodat straks bij het rijgen de kralen niet van de draad vallen. Een stukje plakband of een knijpkraal die je er later weer afknijpt zijn ook mogelijk. Vlecht eerst een stukje streng zonder kralen en vlecht vervolgens steeds één of meerdere kralen mee. Als je genoeg lengte hebt gemaakt, vlecht je nog even een stukje draad zonder kralen en hecht je af met een kalotje. Om makkelijk te kunnen vlechten kun je aan het kalotje een veiligheidsspeld vastmaken, die je aan bijvoorbeeld je broek of op en kussen speldt. Dit zorgt ervoor dat je sieraad tijdens het vlechten niet wegglijdt.

Voor voorbeelden van sieraden met de verschillende rijgtechnieken verwijs ik je naar de voorbeeldenpagina.

Terug naar het begin van de pagina