|
|





































 |
DRAMA IN PERU
Donderdag 16
augustus is een aardbeving met een kracht van 7.9 op de
schaal van Richter de oorzaak geweest van een enorm drama in
Peru.
Omdat onze oudste zoon Ralph, samen met zijn Peruaanse vrouw
en haar dochtertje in Lima wonen, voelen wij ons enorm
betrokken bij de Peruaanse bevolking.
Ik heb deze webpagina dan ook
gemaakt om meer publiciteit te geven aan deze ramp in Peru.
Hieronder een aantal
artikelen/linken van Ralph, die het allemaal van heel
dichtbij meemaakt(e). |
 |
|
| |
|
|
|
|
|
|
|
Peruaanse brieven
Iedere maand stuurt Raphael Hoetmer een
brief uit Peru. Rapha woont in Lima, waar
hij werkt bij het
Programa de Estudios sobre Democracia y
Transformación Global aan de
San Marcos, Latijns-Amerika´s oudste
universiteit. Voor Noticias schrijft hij een
maandelijkse column, over de moeilijkheden
en ongelijkheden in de Peruaanse
maatschappij. En over de hoop, energie en
inspiratie, die hem steeds weer treffen in
zijn ontmoetingen met verschillende
Peruanen.
|
Langs de kant van de weg
houden groepen mensen kartonnen borden in de lucht.
Vooral kinderen en vrouwen proberen ons te stoppen.
Ik lees: ‘Bij ons is nog geen hulp gekomen!’, ‘We
hebben honger, kou en dorst’, of gewoon: ‘Help!!!’
Wij rijden door. Bestemming Ica. Één van de
getroffen gebieden in de aardbeving van vorige week.
Ik reis met vrouwenorganisaties uit Lima. Zij hebben
hulpgoederen ingezameld voor hun hermanas del sur
(zusters uit het zuiden), zoals ze in de Peruaanse
pers worden genoemd. Water, veel water. Bonen,
erwten, rijst, pasta, tonijn en nog meer water. We
zijn op weg naar de vrouwenfederatie in de grootste
stad uit het rampgebied.
We hebben geluk. Na bijna een week is de weg voor
het eerst rustig. Langs de gehele route staan
politieagenten om de orde te handhaven. In de
voorgaande dagen werden de hulptransporten staande
gehouden en beroofd. Soms door georganiseerde
bendes, soms door wanhopige mensen. Uit de
passerende auto’s en bussen wordt zo af en toe een
fles water gegooid, of een tas met etenswaren en
kleren.
Het valt ons op dat alle solide gebouwen overeind
staan. In San Clemente is de kerk van de mormonen
ongeschonden. Evenals het politiebureau. Maar het
overgrote deel van de Peruaanse steden is alles
behalve goed geconstrueerd. De rest van San Clemente
is dan ook in puin veranderd. Families kamperen voor
de resten van hun huizen. In zelfgemaakte hutjes,
van karton, rieten matten en plastic. De meest
gelukkigen in tenten. Overgebleven muren worden met
grote houten palen ondersteund.
Ook Pisco is bijna volledig verwoest. In Chincha en
Ica is het anders. Daar zijn de middenklassenwijken
ogenschijnlijk ongeschonden uit de strijd gekomen,
maar de arme buitenwijken als kaartenhuizen
ineengestort. Evenals de gevangenis in Chincha en
verschillende ziekenhuizen. De constructies van de
overheid zijn dus even onbetrouwbaar als de lemen
huisjes van de onderklassen. De sociale tweedeling
uit het land is pijnlijk zichtbaar.
Onderweg ontmoeten we duidelijke tekenen van de
getraumatiseerde toestand waarin mensen zich
bevinden. Twee keer zien we vechtende mensen op
straat. Zonder duidelijke reden. De stress en angst
is voelbaar, en zichtbaar in de lichaamshouding en
ogen van de mensen. Een sterke naschok in de middag,
maakt duidelijk waarom. Niemand voelt zich veilig.
En de toekomst is onzekerder dan ooit.
***
Zonder twijfel wordt de ware staat van een land
duidelijk in tijden van onheil. Hoewel de
sociaal-economische statistieken bijvoorbeeld al
lange tijd aanduidden dat je beter arm kunt zijn in
Cuba dan in de Verenigde Staten, was Katrina nodig
om de dramatische sociale uitsluiting, ongelijkheid
en racisme voor onze Amerikaanse vrienden zichtbaar
te maken.
De Peruaanse aardbeving is niet anders. De locatie
van het rampgebied is nog een geluk bij een ongeluk.
De getroffen steden liggen dicht bij Lima en kenden
de afgelopen jaren een spectaculaire economische
groei. In elk ander deel van het land zou de hulp
nog langzamer en chaotischer zijn geweest.
De welvaart van Ica en Pisco is echter zeer
relatief. Het Peruaanse hypercentralisme maakt dat
buiten Lima (en misschien Arequipa en Trujillo)
ziekenhuizen onderbemand, oud en afgedankt zijn.
Buiten enkele wijken om, zijn de steden arm en
verpauperd, en de vervoersmiddelen laten veel te
wensen over. De overgrote meerderheid van de huisjes
is van klei, en veel meer dan de helft van de mensen
is officieel arm.
Dezelfde centralistische logica maakt dat de hulp
als laatste komt bij diegenen die de grootste nood
hebben. Ver bij de stedelijke centra vandaan.
Sloppenwijken of bezette stukjes land met kleine
hutjes. Daar waar mensen al bijna niets hadden, maar
nu alles hebben verloren. Ons kleine transportje is
na een week pas de eerste hulp die aankomt in de
arme buitenwijken van Ica, waar de lokale
vrouwenfederatie werkt.
Ondertussen ontkent de regering de wanorde en
inefficiëntie. Volgens Alan Garcia vinden er geen
plunderingen plaats en komt de hulp op alle plekken
aan. Steeds meer mensen uit de getroffen gebieden
bellen boos naar verschillende radiostations, om te
vertellen dat de werkelijkheid anders is. Een lokale
zender die oproept tot protest wordt door de
regering gesloten. Omdat de vergunning zou zijn
verlopen.
In Lima duiken al snel de eerste verhalen over
corruptie op. Enkele vertegenwoordigers van de
Civiele Verdediging (de militaire organisatie die
belast is met rampenbestrijding) blijken het nodig
te vinden hulpgoederen mee naar huis te nemen. Eén
van de bedrijven die de levensmiddelen regelt voor
het rampgebied, heeft deze ver boven de normale
prijzen verkocht.
***
In Ica treffen we de leiders van de vrouwenfederatie
in het centrum van de stad. Sommigen hebben zelf hun
huis verloren. In de wijken waar zij werken, zijn de
getroffen families al geregistreerd. Er zijn
ollas comunes (volkskeukens) georganiseerd, waar
hele wijken kunnen eten. Eerst de kinderen en de
ouderen, dan de volwassen vrouwen en mannen.
Onze goederen worden snel verdeeld tussen de
verschillende delen van de stad. Daar wachten
vertegenwoordigers die toezien, op de verdeling en
het koken. Twaalf jonge militairen begeleiden het
transport. Om beroving te voorkomen. De vrouwen
vertellen, dat er nu vooral behoefte is aan plastic,
omdat de rieten matten die tot muren en daken
dienen, niet beschermen tegen vocht en koude. De
orde, snelheid en bevlogenheid waarmee de vrouwen de
hulp organiseren maken grote indruk. Ze hebben
nauwelijks tijd voor een afscheid. En terecht. Snel
naar de wijken!
De weigering van de regering met sociale
organisaties als de vrouwenfederatie te werken, is
schokkender dan de inefficiëntie, arrogantie en de
corruptie in de organisatie van de overheidshulp.
Want natuurlijk zijn de vrouwen uit Ica vele malen
efficiënter, dan de Civiele Verdediging. Zij
organiseren namelijk dagelijks de strijd om te
overleven in heel Peru, in de volkskeukens en de
huishoudens in het land.
Garcia´s keuze is echter overduidelijk politiek.
Liever dan sociale organisatie en democratisering
heeft hij cliëntèle en individualisme. De hulp van
de staat wordt daarom naar centrale plekken
gebracht. Hier geen volkskeukens of registratie,
maar de strijd van allen tegen allen om goederen te
bemachtigen. Voor de vrachtwagens ontstaan
vechtpartijen, wordt getrokken en geduwd om maar
iets van vadertje staat te kunnen ontvangen.
Sommigen zijn daar heel handig in. Anderen gaan met
bijna lege handen naar huis.
En daarmee staat de aardbeving symbool voor het
neoliberale beleid van de laatste twee decennia in
Peru, dat bestaat uit sociale tweedeling, de
ontmanteling van sociale organisaties, centralisme,
cliëntelisme, mercantilisering en individualisering.
Daar verandert de aardbeving niets aan. Integendeel.
Oproep
Ik dank allen die een bijdrage hebben gedaan
aan de wederopbouw van het getroffen gebied.
Tegelijkertijd roep ik nogmaals op tot
nieuwe bijdrages. In het oerwoud van
organisaties en bankrekeningen die zich ten
doel hebben gesteld de getroffenen te
ondersteunen, is het noodzakelijk goed te
overwegen welke organisaties te steunen. Een
mogelijkheid is de religieuze
non-gouvernementele organisatie Caritas, die
één van de grootste hulporganisaties in het
proces is. Ikzelf steun Lundu, een
organisatie die in Chincha met de
gemarginaliseerde Afro-Peruaanse bevolking
werkt, en de Vrouwenfederatie uit Ica. Dit
soort organisaties hebben als voordeel dat
zij voortkomen uit de plaatselijke bevolking
zelf, en dus een direct contact met de
getroffenen uit de armste delen van de
steden hebben. Tenslotte ben ik ook van
harte bereid vragen te beantwoorden of geld
door te sluizen, als dat meer vertrouwen
inspireert (mail naar: raphael@ojala.nl).
Caritas del Peru
Banco de Credito del Perú
Adres:
Calles Centenario 156
La Molina
Lima, Perú
Rekening: 193-1586951-1-16 (Dollars)
SWIFT: BCPLPEPL
Caritas del Peru
LUNDU
Scotiabank
Adres:
Agencia San Felipe
Rekening: 2082548(Dollars)
SWIFT: BSUDPEPL
Vrouwenfederatie Ica (FEPROMU)
Rekeninghouders:
Marina Mendoza Espinoza
Santa Champi Ochante
Cristina Cordova Aquije
Scotiabank
Adres:
Calle Bolivar 160
Ica, Perú
Rekening: 01-300106-0203-95 (Dollars)
SWIFT: BSUDPEPL |
|
|
Update 04-10-07
Vrijdagavond 14 september werd
in de Kleine Zaal van het Concertgebouw in Amsterdam
een
benefietavond gehouden waarvan de opbrengst
volledig naar de slachtoffers van de aardbeving in
Peru is gegaan.
Het was een gezellige avond met
een gevarieerd aanbod van artiesten, die allemaal
belangeloos optraden. Judith Bos presenteerde deze
avond.
Het bestuur van de Vereniging Peru - Nederland
heeft een aantal mensen bedankt voor hun inzet. Ook
Jenny en ik werden
bedankt, maar het was voor ons
alleen maar mogelijk door alle goederen die wij van
jullie hebben gekregen. Ik wil hierbij dan ook iedereen die kleding, dekens, schoeisel etc.
gedoneerd heeft heel erg bedanken.
Wij hebben ruim 200
zakken kleding, schoeisel, dekens, slaapzakken, en
knuffeldieren ingezameld.
Op onderstaande links
kunt u meer foto's bekijken van de inzameling:
http://s190.photobucket.com/albums/z84/alfuentesh/Donaciones/
Inmiddels heb ik van de
voorzitter van de Vereniging Peru - Nederland de
bevestiging gekregen dat de eerste zending in Peru
is aangekomen en gedistribueerd zal worden door de.
Er zullen t.z.t. foto's gestuurd worden van deze
distributie en die zal ik op deze pagina plaatsen.
|
|
Update
van Ralph 25-08-07
Ralph en Mar zijn donderdag
24-08-07 naar de rampgebieden geweest:
"Ik ben met een aantal
vrouwenorganisaties onder leiding van DEMUS naar
Ica en Cañete gegaan, waar we goederen hebben
afgeleverd aan de vrouwenfederatie van Ica.
Dat is de beste manier van hulpverlenen,
aangezien zij een direct contact hebben met de
bevolking, en bijdragen aan de organisatie van
gemeenschappelijke keukens, etc.
We hebben vooral heel veel water en eten meegenomen
(pasta, rijst, tonijn, bonen, etc.) We zijn in
een volle bus gegaan, en de weg was erg
treurig. Overal om hulp vragende mensen langs de
weg. Vooral kinderen of moeders met kinderen."
Op mijn vraag naar zijn reactie op wat hij te zien
kreeg in het rampgebied:
"Verschrikkelijk natuurlijk. De om hulp vragende
mensen langs de weg is dramatisch. Daarnaast zagen
we op verschillende momenten vechtende mensen,
wat heel goed laat zien hoe gespannen en
getraumatiseerd de mensen zijn. Tegelijkertijd
ook boos, omdat de hulp van de staat slecht
georganiseerd is. De overheid wil niet met
lokale organisaties werken, waardoor de hulp
niet komt bij de mensen die het het hardst nodig
hebben. Ook boos omdat goed gebouwde gebouwen
nog gewoon overeind staan. Maar helaas is de
meerderheid van gebouwen slecht gebouwd (waaronder
ingestorte publieke ziekenhuizen, etc.) Daarnaast
ook angstig, aangezien de toekomst voor al deze
mensen heel erg onzeker is.
|
|
Column Ralph: De aardbeving 1 |
|
|
Peruaanse
brieven
Iedere maand stuurt Raphael Hoetmer
een brief uit Peru. Rapha woont in
Lima, waar hij werkt bij het
Programa de Estudios sobre
Democracia y Transformación Global
aan de
San Marcos, Latijns-Amerika´s
oudste universiteit. Voor Noticias
schrijft hij een maandelijkse
column, over de moeilijkheden en
ongelijkheden in de Peruaanse
maatschappij. En over de hoop,
energie en inspiratie, die hem
steeds weer treffen in zijn
ontmoetingen met verschillende
Peruanen.
|
De aardbeving I
door Raphael Hoetmer
Woensdagavond, iets voor zevenen.
Net thuis van het werk. Even rustig tennis
kijken, om daarna mails te beantwoorden. Ik
moet ook nog steeds de column voor
Noticias schrijven. Moeilijk. Te veel
ideeën, te weinig rust in mijn hoofd. Dan
begint de grond te trillen. Dat gebeurt in
Lima wel vaker. Ik ben niet gelijk
verontrust. Dat verandert als mijn muren
bewegen. Ik sta op en voel een duizeling.
Besluiteloosheid. Mijn buren snellen naar
buiten, en ik besluit hen op mijn sokken te
volgen.
De grond blijft golven. De lantaarnpalen
wuiven door de lucht. Ik zie een licht als
een bliksemflits, maar hoor geen donder. De
trillingen doen me bijna mijn evenwicht
verliezen. Twee en een halve minuut is heel
lang. Tijd genoeg om na te denken, over wat
er allemaal zou kunnen gebeuren. Toch voel
ik geen angst, omdat ik niet goed begrijp
wat er gebeurt. Geen aardbevingscultuur,
zoals een vriendin later zou zeggen.
Pas later op de avond dringt het tot me
door, dat het epicentrum elders in het land
zal zijn geweest. En dat de gevolgen daar
wel eens niet te overzien zouden kunnen
zijn. We pakken de telefoon, maar er is geen
verbinding. We zoeken op Internet. Ironisch
genoeg heeft teletekst het nieuws eerder dan
Peruaanse websites. De ramp heeft vooral
Chincha en Pisco getroffen, maar ook Cañete
en Ica. Steden ten zuiden van Lima. De
verwoesting is enorm, zijn de eerste
berichten.
Om een uur of tien verschijnt president Alan
Garcia op televisie. Gedreven door zijn
karakteristieke drang de vader des
vaderlands te zijn. De touwtjes in handen te
hebben. Garcia wil de mensen gerust stellen.
De schade zou meevallen. ‘Slechts’ zeventien
doden. De Peruanen moesten God danken, want
het had veel erger kunnen zijn. De volgende
ochtend werd duidelijk dat het ‘waanzinnige
paard’, zoals García wel wordt genoemd, te
vroeg had gesproken. Het was erger. Heel
veel erger.
***
Na enkele dagen begint de omvang van de ramp
duidelijk te worden. Meer dan vijfhonderd
doden en vijftienhonderd gewonden. Pisco is
voor tachtig procent verwoest. Zestigduizend
huizen zijn onbewoonbaar geworden.
Tweehonderd vijftig duizend zijn de
getroffenen. In Chincha zijn de ziekenhuizen
en de gevangenis ingestort. De naschokken
zijn voortdurend, en doen bezwijken wat nog
overeind stond. Na drie dagen is er nog
steeds geen elektriciteit in de getroffen
steden. Mensen slapen op straat. Een tekort
aan water, eten, medicijnen en tenten.
Gevaar van epidemieën.
In Lima komt de hulp donderdag al op gang.
Water, dekens, kleren, tenten en eten worden
op verschillende plekken in de stad
ingezameld. Anderen brengen broodjes en
warme koffie naar familieleden van
slachtoffers, die in de wachtkamers van de
verschrikkelijke nationale ziekenhuizen
slapen. Via de radio proberen wanhopige
mensen contact te krijgen met hun
familieleden. De stad is anders dan normaal.
Rustig en ingetogen. Bedroeft, en misschien
wel verenigd. Iedereen heeft het maar over
één ding. En iedereen lijkt te willen
helpen.
Maar dat is niet het hele verhaal. De
busmaatschappij Soyuz verdubbelt
bijvoorbeeld de prijzen voor haar service
naar het zuiden. Taxichauffeurs in Lima,
vragen in de chaos na de beving
woekerprijzen voor vervoer. En in Pisco en
Ica stijgen de prijzen voor levensmiddelen
enorm. Ook nu heersen de wetten van de
markt. Je hoeft natuurlijk geen socialist te
zijn, om deze praktijken af te wijzen, maar
toch hebben ook deze attitudes hun redenen.
Een taxichauffeur legt mij twee dagen later
uit: ‘Ondanks de hoge benzineprijzen kunnen
wij nooit onze prijzen verhogen, want
niemand accepteert dat. Van hier naar daar
is en blijft altijd 75 cent. Maar ik neem
steeds minder geld mee naar huis. Sommige
ritjes kosten me meer dan ze me opleveren,
en de staat en mijn passagiers kan dat niets
schelen. Dus als ik eindelijk een keer de
kans heb om een beetje meer mee naar huis te
nemen, dan laat ik dat ook niet na.’
Iedereen tegen iedereen. Het
woekerkapitalisme. Ook nu.
De hulpcampagnes in Lima lijken intussen in
een doodsstrijd verwikkeld, om uit te maken
wie het ‘allergoedst’ is. Op de radio hoor
ik een presentator zeggen, dat mensen hun
bijdragen enkel aan de actie van de radio
(samen met een grote religieuze NGO en
enkele bedrijven) zouden moeten doen, omdat
alle andere campagnes weleens onbetrouwbaar
zouden kunnen zijn. Oud-president Toledo
stelt ondertussen het Peruaanse volk gerust.
Hij zal in de VS met de president van de
Wereldbank en de Amerikaanse regering gaan
praten. Dus alles komt toch goed.
In het zuiden is van alle hulp echter nog
weinig te merken. De sfeer is grimmig.
Hulpgoederen worden in het centrum van de
steden verdeeld. Ver bij de arme
buitenwijken vandaan. Dorpjes en valleien
blijven helemaal links liggen. Op de
nationale radiostations is de ene na de
andere noodkreet te horen van mensen uit de
getroffen steden: ‘De hulp komt niet aan. Er
is geen water, en alles is verwoest.’
Al snel beginnen de plunderingen. Soms
georganiseerd door bestaande bendes. Die
overvallen winkels en huizen, en nemen alles
mee wat ze te pakken kunnen krijgen. Maar in
andere gevallen zijn het de mensen uit de
armste wijken. Die door de centralistische
logica van de hulpverlening, aan hun lot
worden overgelaten. Verschillende
transporten worden overvallen, op plekken
waar de weg in stukken is gescheurd. Om toch
water te kunnen bemachtigen, of eten voor de
kinderen.
De nacht brengt kou, donkerte en angst.
Angst voor beroving, voor naschokken, voor
de toekomst.
***
Zonder twijfel wordt de ware staat van een
land duidelijk in tijden van onheil. Hoewel
de sociaal-economische statistieken
bijvoorbeeld al lange tijd aanduidden dat je
beter arm kunt zijn in Cuba dan in de
Verenigde Staten, was Katrina nodig om de
dramatische sociale uitsluiting,
ongelijkheid en racisme voor onze
Amerikaanse vrienden zichtbaar te maken. De
late en volstrekt inadequate reactie van de
Amerikaanse overheid maakten vervolgens eens
te meer duidelijk, dat mensen uit Manhattan
voor de regering meer waard zijn dan arme
negers uit het zuiden.
De Peruaanse aardbeving is niet anders. Het
is een geluk bij een ongeluk, dat de
catastrofe zich afspeelt in de nabijheid van
Lima. In andere delen van het land zou de
hulp nog ongecoördineerder en langzamer zijn
geweest. Het Peruaanse hypercentralisme
maakt dat buiten Lima (en misschien Arequipa
en Trujillo) ziekenhuizen onderbemand, oud
en afgedankt zijn. De steden zijn arm en
verpauperd, en de vervoersmiddelen laten
veel te wensen over. De overgrote
meerderheid van de huisjes is van klei, en
veel meer dan de helft van de mensen is
officieel arm. En dan is het rampgebied nog
één van de relatief welvarendere delen van
het land.
De zelfde centralistische logica maakt dat
de hulp, als laatste komt bij diegenen die
de grootste nood hebben. Ver bij de
stedelijke centra vandaan. Sloppenwijken of
bezette stukjes land met kleine hutjes. Daar
waar mensen al bijna niets hadden, maar nu
alles hebben verloren De foto’s uit de
kranten brengen een stormvloed aan vragen op
gang: ‘En nu? Wat komt er na de eerste
hulpfase? Waar gaan al die mensen van leven?
Hoe lang hebben ze nodig om hun leven
minimaal op orde te krijgen? Kan dat
eigenlijk wel?’
De overgrote meerderheid van de mensen zal
voor hun voortbestaan afhankelijk zijn van
de overheid. Wat dat betreft is het optreden
van Alan Garcia weinig hoopgevend. Op TV zag
ik hem in een totaal vernield huis. Een oud
vrouwtje vraagt hem om hulp. Met een
volstrekt misplaatst lachje zegt de
president, dat ze geduld moet hebben. Tot in
deze omstandigheden weet de blaaskaak zijn
arrogantie te behouden. |
|
|
Oproep van Ralph
Ik roep iedereen die mijn column leest op, bij te
dragen aan de wederopbouw van het getroffen gebied.
In het oerwoud van organisaties en bankrekeningen
die zich ten doel hebben gesteld de getroffenen te
ondersteunen, is het noodzakelijk goed te overwegen
welke organisaties te steunen. Een mogelijkheid is
de religieuze non-gouvernementele organisatie
Caritas, die één van de grootste hulporganisaties in
het proces is. Ikzelf heb geld overgemaakt aan Lundu,
een organisatie die in Chincha met de
gemarginaliseerde Afro-Peruaanse bevolking werkt, en
morgen breng ik goederen naar de Vrouwenfederatie
uit Ica. Dit soort organisaties hebben als voordeel
dat zij voortkomen uit de plaatselijke bevolking
zelf, en dus een direct contact met de getroffenen
uit de armste delen van de steden hebben. Tenslotte
ben ik ook van harte bereid vragen te beantwoorden
of geld door te sluizen, als dat meer vertrouwen
inspireert (mail naar:
raphael@ojala.nl).
Caritas del Peru
Banco de Credito del Perú
Adres:
Calles Centenario 156
La Molina
Lima, Perú
Rekening: 193-1586951-1-16 (Dollars)
SWIFT: BCPLPEPL
Caritas del Peru
LUNDU
Scotiabank
Adres:
Agencia San Felipe
Rekening: 2082548(Dollars)
SWIFT: BSUDPEPL
website (Spaanstalig):
http://lunduafroperu.pe.tripod.com/
Vrouwenfederatie Ica (FEPROMU)
Rekeninghouders:
Marina Mendoza Espinoza
Santa Champi Ochante
Cristina Cordova Aquije
Scotiabank
Adres:
Calle Bolivar 160
Ica, Perú
Rekening: 01-300106-0203-95 (Dollars)
SWIFT: BSUDPEPL
Ook wordt er op 25 augustus een benefiet-bijeenkomst
gehouden voor de slachtoffers van Inca-Peru in Gran
Cafe Swing Inn, Amsterdam. Zie voor meer informatie
Agenda Noticias.
U kunt helpen via de bankrekening van de Consulaat
van Peru in Amsterdam No 529350505 ABN-AMRO onder
vermelding van slachtoffers Ica-Peru.
|
| |
|
|
Email 17-08-07 |
Lieve mensen
Dank voor de bezorgde mails. Met ons alles goed. het was
zonder twijfel eng (en een surrealistisch gedoe), maar
afgezien van de schrik niets aan de hand, en ik ken volgens
mij ook niemand, die slachtoffer is geworden. Desalniettemin
is het een enorm tragische situatie. Honderden doden (zonder
twijfel zal het dodental oplopen), en de getroffen zone zit
zonder water, electricteit en telefoonverbindingen. De hulp
komt ook erg langzaam op gang, en zoals altijd als
allerlaatste in de armste (maar tegelijkertijd meest
getroffen gebieden).
Het is gek om relatief dichtbij te zijn, en toch weinig te
kunnen doen. Morgen ga ik denk ik bloed geven, en ik blijf
attent op eventuele vrijwilligersbrigades om puin te ruimen.
Tot op heden daar nog niets van gehoord (mijn indruk is dan
ook vooral, dat bijna alles nog georganiseerd moet worden).
Wat natuurlijk nodig is zijn hulpgoederen en geld. Hier zijn
een aantal rekeningen geopend. Hoewel ik natuurlijk meen dat
de Peruaanse staat zijn verantwoordelijkheid moet nemen en
de economische groei van de afgelopen jaren onder andere
moet aanwenden voor de wederopbouw, is private hulp altijd
welkom.
Daarom: voor diegenen die dat willen: als jullie geld
overmaken op mijn rekening (en me vertellen of laten zien
hoeveel), dan zoek ik uit welke organisatie of fonds het
effectiefst lijkt te werken, en stort ik het geld op die
rekening.
Mijn rekeningnr: R.W. Hoetmer 33 69 63 211 te Breukelen.
Alvast bedankt!!!
Een grote omhelzing
R
|
|
De
Vereniging Peru -
Nederland biedt ook hulp aan de slachtofers van de
aardbeving.
Alles is na te lezen op hun site:
http://www.peru-holanda.org/nl/index.php
Op dit moment zamelt de
vereniging goederen: kleding, schoenen en dekens in.
Uiteraard is geld ook van harte welkom.
Klik
hier voor meer
informatie en adressen waar de goederen afgeleverd
kunnen worden.
|
|
Het
Peruaanse consulaat in
Amsterdam heeft ook een rekening geopend voor de
slachtoffers:
ABN AMRO 529350505
|
|
|