Eigen commentaar:
Onderstaand artikel lezende lijkt het nog steeds onduidelijk
hoe wij in staat zijn prionen te maken. Is het electromagnetische
straling, kosmische straling, toevallige omstelling, recyclen
van dierlijk materiaal? Deze laatste lijkt een heel belangrijke
kandidaat. Hiermee is niet verklaard waarom Engeland zoveel meer
BSE-gevallen kent dan de andere landen die ook met het veevoer
hebben zitten rommelen. Ging het veevoer door magnetrons of werd
het conventioneel verwarmd om het tot hapklare brokken te laten
samensmelten? Hoe kan het eigenlijk dat BSE zich door het eten
van Prionen kan verspreiden? Ons spijsverteringssysteem is erop
gericht om eiwitten af te breken tot aminozuren en uit die aminozuren
lichaamseigen eiwitten te produceren. Is zo'n prion in het spijsverteringskanaal
soms niet af te breken? Hij bestaat volgens onderstaand verhaal
uit dezelfde aminozuren dan "gezond" eiwit. Volgens
zeggen vermeerderen de prionen zich in de darmwand en dringen
ze door in lymfevaten en zenuwen. Uit het feit dat het lichaam
antistoffen produceert tegen de Prionen volgt dat er een manier
moet zijn om ze weer gezond te maken
T.D. Holtjer
BSE- Dossier Vijftien jaar deed Europa alsof er niks
aan de hand was. Nu betalen we de prijs. Ons vlees is verziekt.
DOOR WIM MEIJ (AD Magazine 30 maart 2001)
"MINISTER BRINKH0RST DOET ZIJN UITERSTE BEST niet al te
vertwijfeld te kijken. Ik neem daar kennis van", zegt hij,
schijnbaar onbewogen. Het is 9 november 2000. Tijdens een pittig
debat heeft SP-kamerlid Remi Poppe de minister gevraagd of bloed
van slachtvee ook niet tot risicomateriaal van BSE (Boviene Spongiforme
Encefixlopathie) zou moeten worden gerekend. Poppe beroept zich
op een twee maanden daarvoor verschenen Brits onderzoek waarbij
een schaap met BSE was besmet door middel van een bloedtransfusie.
GroenLinks-collega Marijke Vos vindt dat de minister wel erg laconiek
reageert. En dan komt de aap uit de mouw. De bewindsman blijkt
niet op de hoogte te zijn van dit onderzoek. lk heb geen nadere
gegevens en wil graag weten wat de literatuur daarover zegt."
Sindsdien heeft Brinkhorst niets meer van zich laten horen. Ook
de Tweede-Kamerleden hebben het er bij laten zitten. Geen vragen
meer over de mogelijke gevaren die zijn verbonden aan bloed en
bloedproducten - en geen antwoorden. Het debat, en wat daarop
volgde, is exemplarisch voor de wijze waarop de Nederlandse overheid
BSE bestrijdt. De minister bluft zich door interviews en kamerdebatten
heen, en daarbij wordt hem geen strobreed in de weg gelegd.
"Borstklopperij" oordeelde de Alternatieve Konsumentenbond
cynisch. Maar niet alIeen Brinkhorst álle Europese Iandbouwministers
hebben vijftien jaar Iang vooral gepraat om maar zo weinig mogelijk
te hoeven doen. Een hecht Europees kartel van zwijgen heeft het
BSE-probleem jarenlang miskent, uit angst de belangen van de machtige
vleessector te schaden. In de tijd dat het besmettingsgevaar het
grootst was - van het moment dat de eerste gekke koe ontdekt werd
in 1985 tot de afkondiging van strenge exportregels halverwege
de jaren negentig hielden de Europese ministers zich angstig
op de vlakte. Nu betalen zij, en straks wellicht de Europese consument,
een angstwekkend hoge prijs. Volgens Europas hoogste baas Romano
Prodi heeft Europa het BSE-probleem onder controle. Dat is meer
propaganda dan realiteit. We weten niet wat BSE en de humane variant
van de Creutzveldt-Jacob Disease (VCJD) zullen aanrichten. Onderzoek
naar deze ziekten staat nog in de kinderschoenen. Niemand weet
of er ooit medicijnen zullen komen. Volgens John Collinge van
het St. Mary"s Hospital in Londen, een van de grote BSE-vorsers
en adviseur van de Britse overheid, had de verspreiding van de
ziekte naar het vasteland voorkomen kunnen worden als de wetgeving
daar gelijke tred had gehouden met de Britse. Dan was het nu niet
nodig geweest paniekmaatregelen te nemen, zoals het slachten van
ruim twee miljoen runderen - een slachting die weinig met voedselveiligheid
te maken heeft en des te meer met de kelderende vleesconsumptie.
Bovendien was de Europese schatkist niet zes miljard gulden lichter
geworden, geId dat louter dient om puin te ruimen. De gehele crisis
zal een veelvoud van dat bedrag kosten.
GROTER, SNELLER EN GOEDKOPER, ZO LUIDDE het devies decennialang.
In een dergelijk klimaat werd het onmogelijke denkbaar. Kadavers
bleken een goedkope en rijke grondstof voor veevoer. Dus werden
koeien kannibalen. De Utrechtse neuropatholoog Gerard Jansen kan
zich nu nog opwinden: hoe kon dit in hemelsnaam gebeuren? A1 eeuwenlang
rust er een taboe op kannibalisme, en wel om een doodsimpele reden.
Als je je eigen soort opeet, eet je ook alle ziekteverwekkers
op waar je als soort gevoelig voor bent. We halen het toch ook
niet in ons hoofd de armen en benen van over-leden familieleden
op te eten!? Maar koeien hebben we dode koeien gevoerd - en we
zijn vervolgens die troep gaan opeten!"
Stanley Prusiner, de man die in 1982 de prionen (giftige eiwvitten
die de gekkekoeienziek-te veroorzaken) ontdekte, heeft geen idee
hoe-veel mensen nog ziek zullen worden. John Collinge verwacht
dat het aantal slachtoffers in Groot-Brittannie ergens tussen
de honderd en honderdduizend zal komen te liggen. Volgens de Rotterdamse
viroloog Ab Osterhaus, lid van de Wetenschappelijke Stuurgroep
van de Europese Commissie, zal het aantal VCJD- slachtoffers in
Nederland wel meevallen. We hebben pas twaalf gevallen van BSE
gehad. Uiteraard zal de verplichte BSE-test nog meer gevallen
aan het licht brengen, want wie zoekt die vindt. In ons land zijn
naar schatting honderd besmette runderen niet opgemerkt en opgegeten.
Groot-Brittannie heeft 180.000 besmette runderen gehad. Dan is
toch sprake van een heel andere dimensie.
Een ding moeten we evenwel niet vergeten. Groot-Brittannie is
altijd een belangrijk exporteur van rundvlees geweest en tien
procent ging richting Nederland. Totdat die export werd verboden,
in 1996, hebben we jaarlijks duizenden mogelijk besmette Britse
runderen opgepeuzeld. Gerard Jansen schetst dan ook een veel pessimistischer
scenario. Hij acht het niet uitgesloten dat Nederland omstreeks
2015 te maken krijgt met 3500 tot 15.000 slachtoffers van VC]D.
Hij pleit voor het nu al reserveren van geIden en faciliteiten
voor de verpleging van die patienten. Europese politici hebben
het BSE-probleem niet alleen in eigen land uit de hand laten lopen
ze hebben er ook voor gezorgd dat de gekke-koeienziekte zich over
de wereld kon verspreiden. Diermeel gebrouwen van dode, al dan
niet zieke koeien dat in Europa niet meer mocht worden gebruikt,
werd tot voor kort zonder pardon geexporteerd naar de Derde Wereld.
Dan leverde het tenminste nog wat op. In de jaren tachtig en negentig
exporteerde GrootBrittannie zijn verdachte veevoer naar 69 landen.
Bovendien was er al die jaren ook nog een levendige veehandel
met onder meer de Arabische staten.
De oproep van de wereldvoedselorganisatie FAO afgelopen januari
om BSE-controles wereldw ijd in te voeren komt dan ook veel te
laat. Het kwaad is al geschied. Alle landen die de laatste twintig
jaar Europees diermeel en vee hebben gemporteerd zijn naar alle
waarschijnlijkheid besmet met BSE. Onlangs meldde Zuid-Afrika
zijn eerste slachtoffer van VCJD. De BSE-crisis bewijst dat de
bio-industrie failliet is. Er gaan steeds meer stemmen op om de
hele landbouw grondig op de schop te nemen. Niet alleen in Duitsland,
waar de groene Iandbouwminister Renate Kunast heeft gekozen voor
een biologische aanpak, maar ook in Brussel. EU-landbouwcommissaris
Franz Fischler wiI die initiatieven ondersteunen. In Nederland
ruiken organisaties die zich bezig houden met dierenbescherming
en biologische landbouw hun kans. "Gezond produceren, gezond
voedsel" is het motto van een vijfstappenplan van de Dierenbescherming.
Ook minister Brinkhorst heeft de mond vol van "het belang
van de consument, en de Nederlandse voortrekkersfunctie, rnaar
het blijft bij praten.
Sjaak Swart, universitair docent aan de Rijksuniversiteit van
Groningen, waar hij zich bezighoudt met wetenschap & samenleving,
waarschuwt dat Landbouw voorbijgaat aan de diepere oorzaaken van
de regelmatig optredende crises. De maatregelen richten zich op
controle en correctie, niet op de aanpak van het onder-liggende
mechanisme. Van een duurzame en effectieve aanpak kan alleen sprake
zijn als de vleesproductie anders wordt georganiseerd en overgaat
op meer ecologische vormen van landbouw. Er moet worden gekozen
voor kortere ketens en gebruik worden gemaakt van barrieres die
onder natuurlijke omstandigheden voorkomen. Dat betekent dat veevoer
uit natuurlijke ingredienten moet bestaan, waarbij niet van alles
wordt toegevoegd. Verder zouden dieren kleinschalig gehuisvest
moeten worden en niet zonder goede reden mogen worden versleept.
Het argument tegen deze aanpak van de veehouderij luidt vaak dat
hij economisch niet haalbaar is. Het is de vraag of dat zo is
als je de kosten van de voedselcrises meetelt bij de beoordeling
van ons huidige systeem."
DE BSE-CRISIS WORUT VANUIT DEN HAAG bestreden door middel van
overdrijving. "Als veel onzeker is, kun je ervoor kiezen
niets te doen. De Nederlandse overheid hteft een andere benadering.
Vanuit het voor-zorgsbeginsd doen we liever misschien iets te
veel dan iets te weinig. Waar het gaat om de veiligheid van ons
voedsel, stel ik de consument centraal." Aldus Brinkhorst
onlangs in NRC Handelsblad. Ondertussen constateerde de Rekenkamer
eind vorig jaar dat de overheidsmaatregelen op het terrein van
de voedselveilig-heid ernstig tekortschieten: "Met volledig,
onvoldoende uitvoerbaar en daardoor niet voldoende doeltreffend."
Dat was niet de eerste keer dat Nederland op de haperende controle
werd gewezen. In het najaar van 1999 was er al een oorvijg van
het Voedsel en Veterinair Bureau (WB) van de Europese Commissie.
De inspecteurs. hekelden het gebrek aan toezicht in de slachthuizen.
In hun eindconclusie signaleren ze "dat het risico dat BSE-runderen
in het slachthuis niet worden opgemerkt" groot is. En dat
komt dan vooral door het chronisch gebrek aan keuringsartsen.
Brinkhorst stoorde zich niet aan de waslijst van aanbevelingen
van het WB en moddert voort. Hij hoeft op weg naar huis maar drie
boze kamerleden tegen te komen en hij veran-dert weer van mening.
Een dergelijke wonderlijke bekering deed zich voor na de BSE-explosie
in Frankrijk, eind vorig jaar. Nee, de import van Frans vlees
kon gewoon doorgaan. Met dat vlees was immers niets aan de hand,
aldus de minister. En mocht een gekke koe de grens oversteken,
dan was er toch altijd nog die onvolprezen Nederlandse controle
in de slachterijen, vertelde hij in 2 Vandaag. Een dag (en drie
boze kamerleden) later werden de Franse kadavers toch maar even
apart gehangen. In het belang van het herstel van het consumentenvertrouwen,
heette het toen fijntjes. "Zekerheid voor alles, je kunt
immers nooit weten."
Brinkhorst vindt zijn beleid ongetwijfeld consistent. Hij is hoogstwaarschijnlijk
de enige. Met alleen de deskundigen en de pers, ook de consument
ziet een weifelende minister, en dat is als het om voedselveiligheid
en vertrouwen gaat geen beste beurt.
Vertrouwenwekkend, dat moeten voedselproducenten en de voor voedselveiligheid
verantwoordelijke politici zijn. Over slachtoffers hebben ze het
dus liever niet. Frans van Knapen, hoogleraar veterinaire volksgezondheid
in Utrecht wijst erop dat er jaarlijks in Nederland minimaal zestig
mensen sterven aan salmonella-besmetting en een zeker zo groot
aantal aan besmetting met campylobacter. In de vier jaar sinds
Nederland met BSE werd geconfronteerd, zijn dat een kleine vijfhonderd
dodelijke slachtoffers - vijf rnaal zoveel als het totaal aantal
Europese slachtoffers van de ziekte van Creutzieldt-Jakob. Knapen:
Daarover heerst een groot stilzwijgenl" Niet alleen negatieve
publiciteit moet vermeden worden; ook onderzoek en het nemen van
rnaatregelen zijn gevaarlijk, want die zullen het consumentenvertrouwen
alleen maar ondermijnen.
"DE OVERHEID IS TE GEMAKKELIJK MET DE BSE-PROBLEMATIEK
omgesprongen", oordeelt ook de Wageningse hoogleraar voeding
Frans Kok. "Door die laksheid weten we nu niet waar we aan
toe zijn. We weten niet precies hoe lang de incubatietijd is en
dus ook niet hoe lang het duurt voordat de eerste Nederlandse
slachtoffers worden ontdekt."
En er is nog veel meer waar we nog steeds niets van mogen weten.
De minister rept met geen woord over het falende I&R-systeem,
de "burgerlijke stand" voor koeien, die het mogelijk
moet rnaken eventueel met BSE besmette runderen op te sporen.
Geen woord ook over het mogelijke gevaar van bloed en bloedproducten,
zoals vorig jaar gesignaleerd in The Lancet.
Inmiddels heeft de Gezondheidsraad minister Borst geadviseerd
voortaan geen gebruik meer te maken van donoren die na 1985 een
bloedtransfusie hebben gehad inclusief witte bloedcellen (de mogelijke
overbrengers van prio-nen). Half februari rnaakte de Wetenschappelijke
Stuurgroep van de Europese Commissie bekend dat schapen mogelijk
ook last hebben van BSE (maar dat deze gevallen per abuis voor
Scrapie worden aangezien). Een voor de hand liggende constatering
waaraan jarenlang geen aandacht werd besteed. En dan is er nog
het even reele gevaar van BSE bij varkens (en een zoveelste crisis
in de varkensteelt). Ook deze dieren hebben in het verleden immers
besmet diermeel gegeten. Deskundigen adviseren om de hersenen
en het ruggenmerg van deze dieren ook als BSE-risico-materiaal
te bestempelen en in slachthuizen zorgvuldig te verwijderen.
Gelukkig loopt uw huisdier geen gevaar: producenten van katten-
en hondenvoer hebben het gebruik van al dat soort risicomaterialen
in het voer al zo'n tien jaar geleden verboden. Voor (huis)dieren
gelden blijkbaar andere normen!
Zieke jaren De chronologie van BSE
1865 De chemicus Justus von Liebig raadt het verrijken van
varkensvoer met vleesafval aan.
1900 Toevoegen van vleesafval en vismeel aan veevoer wordt standaard.
1920 De arts Creutzfeldt publiceert het eerste geval van 'de ziekte
van Creutzfeldt'. Een jaar later rapporteert Jakob nog vier gevallen.
De ziekte draagt sindsdien hun beide namen.
Dec 1984 Koe 133 van Britse boer Peter Stent wordt ziek en sterft
spoedig.
Sep 1985 Stent Farm Syndrome heet voortaal officieel Spongiform
Encephalopathy (sponsvormige breinafwijking), een jaar later aangeduid
als Bovine (bij runderen), kortweg BSE.
Okt 1987 Onderzoek toont aan dat BSE wordt veroorzaakt door een
vreemd eiwit in het brein. Het is een 'prionziekte'.
Jun 1988 Brits verbod op het verwerken van met BSE besmette koeien
in veevoer.
Feb 1989 Brits verbod op de consumptie van 'risicomateriaal'.
Mei 1989 Duitsland stopt de invoer van Brits veevoer.
Aug 1989 Frankrijk stopt de invoer van Brits veevoer. Nederland
verbiedt de verwerking van diermeel in veevoeders.
Sep 1990 Nederlands importverbod voor Brits vlees en beendermeel.
Okt 1992 Nederland start het I&R systeem, een soort burgerlijke
stand voor runderen, opgezet om risicodieren op te sporen. Inmiddels
is duidelijk dat het systeem niet deugt.
Jul 1993 Honderdduizendste Britse BSE-geval ontdekt.
Apr 1995 Aanscherping Brits slachtmaatregelen. Zenuw en lymfeweefsel
moet volledig uit de voedselkringloop worden verwijderd.
Mei 1995 Eerste geval van VCJD, de humane variant op BSE. Het
slachtoffer, Stephen Churchill (19), sterft op 21 mei.
Mar 1996 De EU verbiedt de import van Brits rundvlees.
Mar 1997 Anja uit Wilp is de eerste Nederlandse BSE-koe.
Aug 1997 In Nederland worden voortaan bij geslachte runderen,
schapen en geiten 'risico-organen' apart gehouden.
Aug 1999 Import Brits rundvlees weer toegestaan.
Okt 2000 Het apart houden van risicomaterialen wordt door de EU
verplicht gesteld. In Frankrijk breekt BSE-paniek uit na het bericht
dat er 176 BSE-koeien zijn geteld.
Nov 2000 Eerste officiële, niet-geïmporteerde BSE-geval
in Duitsland.
Dec 2000 Nederland verklaart alle darmen van runderen en kalveren
tot risicomateriaal.
Jan 2001 De Europese Commissie besluit dat alle geslachte runderen
ouder dan dertig maanden getest moeten worden op BSE.
De gekke-koe; Van Europese doofpot tot paniek.
In 1985 werd op de boerderij van Peter Stent in het Engelse Sussex bij koe 133 een merkwaardige ziekte ontdekt. Ze leek veel op scrapie, de eeuwenoude hersenziekte bij schapen. Al snel werd het Stent Farm Syndrome genoemd. Kort daana kreeg de nieuwe runderziekte zijn officiële naam: BSE, oftewel gekkekoeienziekte. Scrapie wordt veroorzaakt door prionen, giftige eiwitten. Het dier gaat moeilijk lopen, raakt verward, vermagert en sterft binnen enkele maanden. Schapenprionen konden zich blijkbaar transformeren tot runderprionen. De voor veel ziekteverwekkers onneembare barrière tussen soorten vormde voor prionen geen onoverkomelijke hindernis meer. Dankzij het voortdurend mengen van vleesafval van schaap en rund door het veevoer hadden de prionen de gelegenheid gekregen aan de nieuwe gastheer te wennen. Dat ze ook de fatale stap naar de mens konden maken, bleek ruim tien jaar later toen het eerste slachtoffer ontdekt werd van de nieuwe variant van een zeer zeldzame menselijke prionziekte, die van Creutzfeldt-Jakob. Deze VCJD (met de D van disease) bleek nauw verwant aan BSE. Sindsdien heeft deze ziekte ruimt 80 slachtoffers gemaakt. De bron van de besmetting is hierbij waarschijnlijk de hamburger geweest, fastfood in de meest macabere zin van het woord. Terwijl de Britten koortsachtig zochten naar het verband tussen gekkekoeienziekte en de ziekte van Creutzfeldt-Jakob, leunde de rest van Europa achterover. Wetenschappers en dierenartsen die gekke koeien signaleerden en uit de school klapten werden monddood gemaakt. De Engelse microbioloog Richard Lacey, die in 1986 reeds waarschuwde voor het overspringen van BSE op de mens, werd voor gek verklaard. Zijn leerling Stephen Daeller, die publiceerde over de gevaren van besmet rundvlees, werd op straat gezet. De Duitse dierenarts Margrit Herbst zag in vier jaar tijd vierentwintig verdachte gevallen voorbijkomen in het slachthuis waar ze werkte en rapporteerde in 1994 dat een op de duizend koeien mogelijk met BSE was besmet. Haar rapport werd genegeerd en nadat ze haar conclusie aan de grote klok had gehangen werd ze ontslagen. Pas na 1996, het jaar waarin Groot-Brittanië was overgegaan tot drastische maatregelen, zoals het verbieden van het gebruik van slachtafval voor de productie van veevoer, nam het besmettingsgevaar aanzienlijk af. Maar echt drastische maatregelen werden pas begin dit jaar genomen, nadat eerst in Frankrijk en daarna in Duitsland paniek was uitgebroken.
Lezen & eten De zeven belanrijke vragen rond BSE
Foutje bedankt; Prionen en hun gevolgen
VROEGE BSE-TEST (Natuur & Techniek wetenschapsmagazine)
Bilsont(UK) Schotse wetenschappers vinden een aanknopingspunt
voor de ontwikkeling van een diagnostische test die vroegtijdig
BSE ontdekt. Gedurende de afgelopen vijftien jaar leek boviene
spongiforme encefalopathie (BSE) voornamelijk een Brits probleem.
Een half jaar geleden schrok continentaal Europa echter wakker
en besefte het dat BSE in elk Europees land kan voorkomen. De
Europese commissie nam een reeks draconische maatregelen om korte
metten te maken met BSE. Die maatregelen bevatten echter een zwakke
schakel: het ontbreken van een diagnostische test die BSE en de
menselijke variant ervan, de ziekte van Creutzfeldt-Jakob (CJD),
vroegtijdig opspoort. De reden is ditmaal niet politieke onwil,
maar is technisch van aard. BSE ontstaat door het normale prion-eiwit
(PrPC), dat in gezonde celmembranen zit , omslaat in een andere
conformatie: het ziekmakende PrPSC. De twee eiwitten hebben dezelfde
aminozuursamenstelling, maar een andere driedimensionale structuur.
Het PrPSC dwingt de normale PrPC eiwitten in zijn buurt om ook
de abnormale structuur aan te nemen: een soort domino-effect.
Zo floreren de ziekmakende eiwitten (Zie N&T wetenschapsmagazine,
maart 2001: Gekke koeien en kannibalen). Doordat een prion geen
spatje DNA of RNA bevat, verloopt de ontwikkeling van gevoelige
testen erg traag. Een test op basis van de PCR-reactie, zoals
die voor de meeste virale infecties bestaat, is niet toepasbaar
op BSE en CJD. De testen die wel bestaan zijn immunochemisch:
ze detecteren antilichamen die het lichaam tegen het ziekmakende
eiwit maakt. Deze tesen werken echter in een ver gevorderd stadium
van de ziekte, omdat het hersenweefsel dan pas een meetbare hoeveelheid
antilichamen gevat. Michael Clinton van het Schotse Roslin-Instituut
zocht een alternatieve weg voor een snelle BSE-test. Clinton en
zijn team ontdekten dat het PrPSC in eerste instantie niet terechtkomen
in hersenweefsel, maar in weefsels die verantwoordelijk zijn voor
de aanmaak en rijping van bloedcellen (de milt, amandelen, appendix
en lympfeknopen). Ze zochten in die weefsels naar genen waarvan
het expressiepatroon vanwege de prion-infectie veranderde. In
het tijdschrift Nature Medicine van maart vermelden zijn hoe de
afschrijving van het gen voor de ontwikkeling van rode bloedcellen
(EDRF) sterk afneemt. Deze afname in expressie is wel gemakkelijk
detecteerbaar met een PCR-test. Hoe het infectieuze prion-eiwit
inwerkt op het EDRF-gen, blijft voorlopig nog een raadsel. Dat
lijkt alsnog de achilleshiel van deze test. Het blijft immers
onduidelijk in hoeverre de vermindering van de afschrijving van
EDRF specifiek is voor BSE en CJD. Gezien het belang van het onderwerp,
zowel voor de volksgezondheid als vanuit commercieel standpunt,
zullen we de antwoorden op deze openstaande vragen ongetwijfeld
snel leren.