Depressie: vanuit het donker naar het licht
(Medisch Dossier - Wat Artsen je niet vertellen - nr. 4 1999)

Depressie is een van de minst begrepenen door anderen getolereerde emotionele condities. Terwijl veel depressieve mensen zelf het gevoel hebben dat zij falen, of door anderen worden beschouwd als een hypochonder, blijft het positieve effect dat van medicatie wordt verwacht vaak uit. Depressie hoeft echter geen levenslang probleem te zijn; er bestaan vele alternatieve methoden die perioden van neerslachtigheid draaglijk maken. Er zijn twee vormen van depressie: de ene wordt gekenmerkt door louter neerslachtigheid; de andere door afwisselend extatische en neerslachtige buien, ook wel manische depressiviteit genoemd. Elk van deze vormen kent verschillende niveaus van ernst en regelmaat. Zo zijn sommige mensen alleen in de wintermaanden depressief, zoals in het geval van seasonal affective disorder (SAD), en lijden anderen aan matige depressie, die geen verband lijkt te houden met de tijd van het jaar en chronisch van aard kan zijn. Deze milde vorm, die dysthymie wordt genoemd, is vaak moeilijk te onderscheiden van een karaktertiek. En is verraderlijk. omdat bijna een kwart van de mensen die op een bepaald moment in hun leven een zware depressie krijgen, al aan een mildere vorm van neerslachtigheid lijdt. De medicatie die veel artsen voorschrijven, is hoewel die wel als zodanig wordt gepresenteerd niet wetenschappelijk verantwoord. Wij hebben onvoldoende inzicht in het functioneren van de hersenen om de effecten van een medicijnbehandeling als wetenschappelijk bewezen te achten, in het bijzonder als het gaat om de veel voorkomende milde vormen van depressie. Dit geldt echter ook voor de vele alternatieve behandelingen; depressie is een emotionele gesteldheid waar patienten vaak, afgaande op hun gevoel, op eigen kracht uit moeten komen. Het goede nieuws is dat depressie geen levenslang probleem hoeft te zijn; er bestaan effectieve alternatieve methoden om met een depressie te leren omgaan. Hoewel een terugval niet altijd onvermijdelijk is [1] is het beter om wel dan geen actie te ondernemen. Dit blijkt uit het feit dat de helft van de patienten positief reageert op een placebo. Heeft deze actie de vorm van zelfhulp, dan is dat des te beter, omdat depressieve mensen vaak het gevoel hebben dat zij zelf niets aan hun situatie kunnen veranderen en onterecht denken dat zij falen.

Kruiden

Een kruidenpreparaat dat veel publiciteit heeft gekregen is sint- janskruid (Hypericum perforatum). Een analyse van 23 studies naar het effect van dit preparaat in het Brilish Medical Journal, Iaat zien dat Sint-Janskruid net zo effectief is als de meeste antidepressiva, maar veel minder bijwerkingen heeft.[2] Uit een van deze studies blijkt dat Hypericum op 66,6 procent van een groep depressieve patienten een positieve uitwerking had. in vergelijking tot 26,7 procent van de controlegroep die een placebo innam.[3] Vergeleken met maprotiline, ook bekend onder de merknaam Ludiomils[4], een conventioneel medicijn, blijkt Hypericum zelfs beter te werken. Hoewel bij de patiënten die maprotiline gebruikten eerder verbetering optrad dan bij de gebruikers van Hypericum, traden er op lange termijn bijwerkingen op, zoals vermoeidheid, een droge mond en hartklachten, hetgeen niet voor het kruidenpreparaat gold. Ook een dubbelblind onderzoek naar het verschil tussen Hypericum en imipramine, ook bekend onder de merknaam Tofranil, waarvoor de deelnemers willekeurig werden gekozen leidde tot de conclusie dat Hypericum minstens even effectief is als conventionele medicijnen.[5] Driemaal daags een dosis van 300 milligram Hypericum, zo blijkt uit een placebo gecontroleerde studie, kan patiënten, binnen vier weken van symptomen van depressiviteit afhelpen. Dit is de ervaring van zeventig procent van de behandelde groep.[6] Ook voor mensen die aan seasonal affective disorder lijden, heeft Hypericum een bewezen voordeel.[7] Uit de in het British Medical Journal gepubliceerde analyse blijkt, dat minder dan een vijfde van de patienten bijwerkingen van Hypericum ondervindt, in vergelijking tot meer dan de helft van de patienten die conventionele medicatie gebruikten. Volgens professor Walter Mueller van de universiteit van Frankfurt die biochemische modellen heeft gebruikt om de werkzaamheid van Hypericum te onderzoeken, verhoogt het kruidenpreparaat in grote mate de niveaus van drie neurotransmitters: noradrenaline, serotonine en dopamine. Het is bekend dat mensen met een depressie lage niveaus van deze stoffen in hun bloed hebben. Geen enkel ander antidepressivum dat hij heeft bestudeerd, zo stelt professor Mueller, heeft een vergelijkbaar effect; in het meest gunstige geval verhogen de nieuwste antidepressiva, zoals mirtazapine (Remeron), het serotonine- en noradrenaline-gehalte, terwijl een medicijn aIs Prozac alleen voor verhoging van het serotonineniveau zorgt. Reageerde de psychiatrische gemeenschap aanvankelijk sceptisch, na publicatie van de vele positieve onderzoeksresultaten is zij overstag gegaan, en roemt Hypericum nu als een wondermiddel tegen depressie. Op het tiende International Congress on Neuropharmapsychology hebben de aanwezige psychiaters ervoor gepleit dat gestandaardiseerde Hypericum-extacten in aanmerking komen voor een eerstelijnsbehandeling van depressie. En dat is opzienbarend, want nooit eerder heeft een kruidenpreparaat erkenning geoogst tijdens zo'n prestigieus evenement. Befaamde psychiaters als dr. Norman Rosenthal, van het Amerikaanse National Institute of Mental Health, professor Siegfried Kasper van het Department of General Psychiatry van de universiteit van Wenen en dr. Yves Lecrubier van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) waren het er unaniem over eens dat Hypericum een veilig en effectief alternatief is voor antidepressiva. In Duitsland is Hypericum zelfs het meest voorgeschreven middel tegen depressie, zo blijkt uit cijfers van Hypericum Information Centre. Nu de psychiatrie haar zegen heeft uitgesproken, is het te verwachten dat farmaceutische bedrijven, die de actieve inhoudstoffen van Hypericum hebben geïsoleerd voor een synthetische versie van het natuurproduct, de handen ineen zullen slaan in een poging de synthetische versie op de markt te brengen. Niettemn is het overduidelijk dat Hypencum in natuurlijke vorm het meest effectief is.[8] Ook andere kruiden hebben zich als effectief bewezen voor het verlichten van een depressie. Zo leidde intraveneuze toediening van Forskolin (een middel dat gemaakt is van de wortels van de Coleus forskohili en dat onder andere ook in de ayurvedische geneeskunde wordt gebruikt) aan depressieve en schizofrene patiënten tot een betere gemoedsgesteldheid van alle vier aan het onderzoek participerende depressieve patienten en twee van de vijf schizofrenen[9]. Ten slotte hebben experimenten met Siberische ginseng uitgewezen dat ook dit middel, met name door verhoging van het monoaminegehalte in de hersenen, het gevoel van welzijn kan verbeteren bij mensen met een verscheidenheid aan psychische stoornissen, inclusief depressie en slapeloosheid.[10] Echter, ook al hebben deze kruidenpreparaten een bewezen positieve uitwerking, toch is het voor mensen die aan een depressie lijden niet verstandig om voor genezing uitsluitend op medicijnen te vertrouwen in plaats van na te gaan welke crises in hun leven deze depressie teweeg hebben gebracht. Psychotherapie Gesprekstherapie, in welke vorm dan ook, hoort volgens de gevestigde psychiatrie, die uitsluitend in medicatie en shocktherapie gelooft, thuis in het alternatieve kamp. 'Genezen door te praten', is volgens vele psychiaters een fabeltje, ook is het effect van deze therapieën, in vergelijking tot medicatie, aangetoond. De meeste aandacht van onderzoekers is tot nu toe uitgegaan naar twee gelijkwaardige therapeutische benaderingen: cognitieve therapie en gedragstherapie. Volgens de cognitieve theorie komt depressie grotendeels voort uit een verkeerde manier van denken oftewel pessimisme, dat leidt tot verlies van hoop en eigenwaarde. De bijbehorende therapie is erop gericht depressie te verlichten door verandering van de manier waarop iemand naar zichzelf kijkt en de wereld om zich heen ervaart. Gedragstherapie, daarentegen, negeert stemmingen en gevoelskwesties om zich uitsluitend te concentreren op het waarderen en versterken van de positieve aspecten van iemands leven. Zo erkennen gedragstherapeuten niet dat hun patiënten hulpeloos en passief zijn, maar uiten zij juist waardering over het feit dat zij op zichzelf vertouwen, hetgeen als positief wordt aangemerkt. Voor een vergelijkend onderzoek naar medicatie en gesprekstherapie werden patiënten aangewezen voor een van vijf behandelingen: toediening van diazepam (Valium), dosulepine (Prothiaden), een placebo, cognitieve gedragstherapie of zelfhulp. De resultaten van dit onderzoek wijzen uit dat zelfhulp en cognitieve en gedragstherapie minstens even effectief zijn als de medicatie.[11] Sterker nog, de patienten die therapie kregen, namen gedurende de onderzoeksperiode minder medicijnen in dan voordien. Cognitieve gedragtherapie is met name van nut voor mensen die niet ernstig depressief zijn[12], hoewel het bij psychologische interventie relatief lang duurt voordat resultaten merkbaar worden [13]. Een algemeen overzicht van resultaten die met behulp van deze therapie zijn behaald, laat zien dat ongeveer 82 procent van de patiënten positieve ervaringen heeft met deze behandeling, in vergelijk met slechts 29 procent van de mensen die conventionele medicatie, in de vorm van tricyclische antidepressiva, kregen - ongeacht de verwachtingen die de patiënten aanvankelijk van de behandeling hadden [14]. Andere studies bevestigen de effectiviteit van cognitieve gedragstherapie bij het verlichten van depressie, hopeloosheid en angst, evenals verbetering van het gevoel van eigenwaarde.[15] Deze positieve effecten bleven ongewijzigd gedurende een langere periode. Een follow-up na ruim twee jaar heeft uitgewezen, dat de productiviteit en sociale activiteit van deze patiënten nog steeds aanzienlijk beter waren dan in de periode voordat zij in therapie gingen.[16] Toen oudere patiënten, bij wie de diagnose van ernstige depressieve stoornissen was gesteld, willekeurig werden aangemerkt voor twaalf weken probleemoplossende therapie (PST), reminiscence ofwel herinneringstherapie (RT) of een wachtlijst (de controlegroep), vertoonden alle patiënten die therapie hadden gevolgd duidelijk minder symptomen van depressiviteit. Met PST werden evenwel betere resultaten bereikt dan met RT.[17] Psychotherapie lijkt over het algemeen het beste te werken voor patiënten die geen persoonlijkheidsstoornissen hebben.[18] Wanneer zij ervoor kiezen om - naast medicatie - therapie te volgen, zullen velen ven hen ervaren dat meerdere symptomen van depressiviteit verminderen en hun kans op genezing op lange termijn verbetert.[19] Mensen van wie de problemen voortkomen uit interpersoonlijke relaties, hebben over het algemeen minder baat bij cognitieve gedragstherapie. Toen 120 werknemers met ernstige depressieve stoornissen voor een onderzoek naar het effect van stress worden aangemerkt voor ofwel cognitieve gedragstherapie of psychoanalyse, bleek dat beide therapieën in substantiële klinische verbeteringen resulteerden, maar dat interpersoonlijke relaties op het werk - de belangrijkste oorzaak van hun depressie - alleen verbeterden met behulp van psychoanalyse.[20] Volgens ander studies is het doorgaans niet de therapie, maar de persoonlijkheid van de patiënt die de uitkomst beïnvloedt. Zo heeft een vergelijkende studie van cognitieve gedragstherapie, interpersoonlijke therapie en toediening van imipramine, onder andere bekend als Profanil of een placebo, uitgewezen dat de proefpersonen die buitengewoon kritisch tegenover zichzelf stonden en perfectionistisch waren het consistent slechter deden dan degenen die dat niet waren.[21] Hypnotherapie Hypnotherapie kan een toegevoegde waarde hebben, als aanvulling op andere behandelingen van depressie.[22] Omdat hypnose tot diepe ontspanning van lichaam en geest leidt, kan deze therapie een positieve uitwerking hebben op tal van psychische stoornissen, zoals depressie, angst en stress.[23] Homepathie Homepathie en psychoanalyse hebben veel gemeen, in die zin dat beide disciplines een grote waarde hechten aan de persoonlijkheid en het temprament van de patiënten. Ook gaan zij ervan uit dat symptomen van depressiviteit op een zelf genezende reactie kunnen wijzen. Specifieke homepatische remedies hebben een lange geschiedenis bij de behandeling van depressie[24]. Onderzoek bij twaalf volwassenen met een zware depressie, sociale fobie en paniekstoornissen, die slecht reageerden op conventionele medicatie, heeft uitgewezen dat een behandeling met individueel geselecteerde homeopatische remedies, gedurende zeven tot tachtig weken, op meer dan de helft van deze patiënten een positieve uitwerking had.[25] Depressie gaat vaak gepaard met angst, en een onder andere in Engeland verkrijgbare homeopatische remedie genaamd Anti-anxiety is effectief gebleken in een dubbelblind, placebo-gecontroleerd onderzoek bij mensen met een angstfobie. Zij hadden minder last van paniekaanvallen en slapeloosheid, in vergelijking met een controlegroep die een placebo kreeg.[26] Homeopatie is ook een veilige en effectieve manier gebleken ter bestrijding van angst in bepaalde fasen in het leven, zoals gedurende de zwangerschap en de overgang.[27] Een uitgebreid overzicht in het British Homepatic Journal [28] schetst de belangrijkste remedies tegen symptomen van depressie, maar beargumenteert ook dat depressie reactief kan zijn. Behandeling van de voornaamste categorieën van emotionele stoornissen - onder meer angst, spijt, jaloezie, huilbuien en onverschilligheid - waarvan depressie een symptoom kan zijn, kan ook uitstekende resultaten opleveren. Aromatherapiemassage Het meeste onderzoek naar de effectiviteit van massage is gedaan bij oudere patiënten in psychiatrische instellingen en bij ernstig zieke mensen. Dit heeft in veel gevallen tot opzienbarende resultaten geleid. Zo luidt de eindconclusie van een studie bij oudere patiënten dat massage effectiever is dan uitsluitend gesprekstherapie.[29] Het succes van massagetherapie wordt voor een groot deel bepaald door het gebruik van specifieke essentiële oliën. Wordt bijvoorbeeld citrusolie gebruikt, dan is waarschijnlijk dat zowel de stemming als de functie van het immuunsysteem van de patiënt verbetert. Volgens een studie is massage met deze olie zelfs effectiever dan antidepressiva.[30] Van lavendel is bekend, dat het een rustgevend effect heeft.[31] In een vergelijkend onderzoek naar twee verschillende soorten lavendel, produceerde de een echter aanzienlijk betere resultaten dan de ander.[32] Aromatherapie heeft zich eveneens als effectief bewezen in een onderzoek bij kankerpatiënten. Massage met essentiële oliën leidde tot vermindering van angst.[33] Dit resultaat is ook voortgekomen uit een studie naar voetmassage; een behandeling van twintig minuten met neroli-olie leidde tot vermindering van angst en tot meer gemoedsrust bij hartpatiënten die een operatie hadden ondergaan. Voetmassage met eenvoudige plantaardige oliën had daarentegen een minder positief resultaat tot gevolg.[34] Een wekelijkse massage met roomse kamilleolie kan bij oudere mensen wel tot vermindering van zowel angst als depressie leiden, zo blijkt uit een andere studie.[35] Massage brengt een gevoel van verbondenheid met anderen met zich mee, hetgeen vaak ontbreekt in het leven van mensen met depressie. Toen gehospaliseerde depressieve kinderen een eenvoudige rugmassage van een half uur kregen, konden zij 's nachts beter slapen en waren zij minder angstig en depressief, in vergelijking tot een controlegroep die ter ontspanning naar video's had gekeken.[36] Full spectrum-licht Sommige vormen van depressie zijn seizoensgebonden, zo is inmiddels bekend.[37] In de wintermaanden, wanneer het al vroeg donker is, komt meer depressie voor dan in de rest van het jaar. Lichttherapie kan bij mensen met seasonal affective disorder (SAD) de aanmaak van serotonine door de hersenen stimuleren en zo de depressie verlichten.[38] Mensen met SAD zijn vaak snel geïrriteerd, vermoeid en neerslachtig, en hebben in veel gevallen slaapstoornissen. Een preventieve behandeling met full spectrum licht kan veel van deze problemen helpen voorkomen waardoor deze stoornis zich niet in zware depressie kan ontwikkelen.[39] De meeste studies naar de effecten van deze lichttherapie zijn kleinschalig, maar de resultaten zijn desalniettemin opvallend positief.[40] Acupunctuur Met behulp van acupunctuur kan de activiteit van de hersenen worden gestimuleerd - vermindering van deltagolven en toename van de alfagolven [41], waardoor patiënten minder angst ervaren en beter slaappatronen ontstaan. Houdt depressie verband met pijn, zoals aangezichtspijn, dan kan elektroacupunctuur zowel tot vermindering van de pijn als van een depressie leiden.[42] Experimenten in laboratoria duiden erop dat acupunctuur de synthese en invloed van serotonine en noradrenaline in het centrale zenuwstelsel versnelt en daardoor een even effectief middel ter bestrijding van chronische depressie is als tricyclische geneesmiddelen.[43] Ontspanningstechnieken Voor het verlichten van mildere vormen van depressie kan zelfs een korte ontspanningsoefening, gedurende vijftien minuten per dag, effectief zijn.[44] Een uitgebreider progressief relaxatieprogramma heeft significante verbeteringen van de gemoedsstemmingen van psychiatrische patiënten in ziekenhuizen bewerkstelligd.[45] Ook muziek kan een therapeutisch effect hebben, zo blijkt uit onderzoek bij dertig willekeurige ouderen die gedurende acht weken een van de drie programma's volgden. De eerste groep leerde stress te verminderen door naar muziek te luisteren, onder begeleiding van een muziektherapeut die hen wekelijks thuis bezocht. De tweede groep volgde op eigen initiatief hetzelfde programma, met een wekelijks telefoongesprek voor extra steun, terwijl de overige proefpersonen op een wachtlijst werden geplaatst. Degenen die naar muziek hadden geluisterd behaalden in vergelijking tot de controlegroep aanzienlijk betere resultaten toen zij volgens gestandaardiseerde methoden op depressie, gevoel van eigenwaarde en gemoedsgesteldheid werden getest. Een herhaling van dit onderzoek, negen maanden later, leverde ongewijzigde gegevens op.[46] In een ander onderzoek werden 36 vrijwilligers met symptomen van angst, nervositeit, vermoeidheid, slapeloosheid en slaapstoornissen, willekeurig aangemerkt voor een van drie programma's: ontspanning en meditatie, gelijkwaardige oefeningen met meditatietapes en een follow-up na tien weken, of een gefingeerd ontspanningsprogramma. De eerste twee groepen bereikten aanzienlijk betere resultaten, die gedurende de follow-up periode ongewijzigd bleven.[47] Lichaamsbeweging en yogaoefeningen kunnen ook rustgevend zijn en een positief effect hebben op gemoedsstemmingen en slaappatronen. Een kleine studie naar het effect van bewegingstherapie heeft uitgewezen dat een eenvoudige wandeling volgens vele maatstaven een ontspannende uitwerking op het lichaam heeft en de gemoederen kalmeert. Recreatie en sport is dus niet alleen prettig, maar ook therapeutisch tijdverdrijf.[48] De rol van de schildklier Depressiviteit kan verband houden met het functioneren van de schildklier: 25 tot 75 procent van de mensen die aan een depressie lijden, heeft een te traag werkende schildklier. Deze klier aan de voorzijde van het strottenhoofd beïnvloedt de groei van het lichaam en de seksuele ontwikkeling. Tevens controleert de schildklier de basale stofwisseling, dat wil zeggen de mate waarin het lichaam energie gebruikt wanneer het in rusttoestand verkeert. De activiteit van de schildklier wordt gereguleerd door de hypothalamus - een deel van de tussenhersenen - en een slijmafscheidende klier. Het thyrotropoin releasing hormoon E (TRH) dat door de hypothalamus wordt geproduceerd, zorgt ervoor dat de slijmklier het hormoon thyrotropine (TSH) uitscheidt dat de schildklier stimuleert. Bij depressieve mensen gebeurt dit in aanzienlijk mindere mate. Deze afwijking wordt wel de ziekte van Hashjimoto genoemd, naar de Japanse geneesheer die dit verband in 1912 voor het eerst heeft ontdekt. Aangenomen wordt dat twintig procent van de gevallen van chronische depressiviteit mogelijk verband houdty met een lage productie van schildklierhormonen. Een studie van de University of North Caroline heeft uitgewezen dat dat vrouwen met een relatief traag werkende schildklier een drie keer grotere kans hebben om op een bepaald moment van hun leven een depressie te krijgen, dan vrouwen met een normaal functionerende schildklier - 56 % tegenover 20% - [49] Een te langzaam werkende schildklier kan gevolg zijn van omgevingsfactoren. Zo wordt in veel landen jodium aan zout toegevoegd, ongeacht of de grond in dat gebeid rijk is aan jodium. Als je te veel jodium binnenkrijgt, kan dat zowel tot een overactieve als tot een te traag werkende schildklier leiden, met alle daarbij behorende symptomen.[50]. Ook roken kan de werking van de schildklier aantasten [51] en wordt in verband gebracht met een verdubbeling van het risico van een depressie.[52] Slechte voeding kan ook van invloed zijn op het functioneren van de schildklier en een depressie bewerkstelligen. Een aantal van de maatregelen die wij zelf nemen om depressie en angst tegen te gaan, zoals het eten van een grote hoeveelheid chocolade, blijukt in werkelijkheid bij te dragen tot verergering van het probleem. Tenslotte spelen emoties ook een belangrijke rol, aangezien de schildklier bijzonder ontvankelijk is voor emotionele reacties, zoals op een overlijden of een scheiding.[53] Een hormoonbehandeling is een agressieve remedie en in veel gevallen, met name bij mildere vormen van een schildklieraandoening, onnodig. Een veilig alternatief is het eten van voedsel dat rijk is aan jodium, zoals zeewier en kelp. Het homeopatisch middel lodum provers kan eveneens voor vermeerdering van schildklierhormonen zorgen [54], terwijl het kruid lithospermum officinale de functie van de schildklier kan verbeteren.[55] Andere goede oplossingen voor schildklierproblemen zijn onder meer osteopathie en aerobic-oefeningen.[56]

Depressie: behandeling met medicijnen

Teveel histamine Volgens het institute of optimum nutrition heeft de meerderheid van de mensen die aan een depressie lijden hoge niveaus histamine in hun bloed - een stof die bij een allergische reactie door cellen wordt uitgescheiden. Enkele aanwijzingen voor een teveel aan histamine zijn niezen terwijl de zon volop schijnt, kloppende geluiden in je hoofd, telkens terugkerende rugpijn, maagpijn, hoofdpijn, spierkrampen, seizoensgebonden allergieën, abnormale angsten en dwangmatige rituelen, zelfmoordgedachten en het niet kunnen verdragen van alcohol en andere downers. Extra vitamine C en B3 - vaak onderdeel van een antidepressie- dieet - heeft weinig tot geen effect bij het terugdringen van het histaminegehalte. Verlichting treedt wel op bij een dieet dat weinig proteïne bevat en een complex van koolhydraten. Neem ook supplemeneten van calcium, twee keer per dag 500 milligram, en het aminozuur methionine, twee keer per dag 500 milligram. Vermijd foliumzuur, omdat dit verhoging van histamineniveaus bewerkstelligt. Zelfs voor ernstig depressieve patiënten kan de prognose goed zijn, maar uitsluitend wanneer zij dit regime nauwkeurig volgen. Zodra van het programma wordt afgeweken, ontstaat het risico van een nieuwe, ongemeen zware depressie. Supplementen Als een teveel aan histamine is uitgesloten, is bestrijding van de depressie met een algemeen programma van voedingssupplementen het overwegen waard. Veel depressieve mensen hebben te weinig vitamine B, maar een tekort aan foliumzuur komt nog vaker voor.[57] Wat betreft de vitamine B-groep zijn het met name tekorten van vitamine B6, B1 (thiamine), B2 (riboflavine) en B12 die kunnen bijdragen tot een depressie.[58] Het innemen van supplementen kan in een aanzienlijke verbetering resulteren.[59] Dit geldt ook voor vitamine C60, magnesium en kalium, waarvan de niveaus bij een depressie doorgaans eveneens laag zijn. Aanpassing van de voeding Het volgen van diëten die weinig vet bevatten, is een moderne trend die mogelijk meer kwaad dan goed doet voor mensen die ontvankelijk zijn voor een depressie. Voeding die weinig cholesterol bevat, kan namelijk tot depressie en zelfs tot zelfmoord leiden.[61] Neerslachtigheid kan ook ontstaan door veel koffie (cafeïne) te drinken en door overmatig suiker te gebruiken. Aminozuren Neurotransmitters zijn chemische stoffen die fungern als boodschappers tussen de hersenen en de zenuwen. De neurotransmitters serotonine en noradrenaline helpen onze stemming reguleren. Grijp daarom bij neerslachtigheid niet direct naar medicijnen, maar geef je lichaam eerst de kans om zijn eigen medicatie aan te maken. Studies wijzen uit dat depressieve mensen in veel gevallen een tekort hebben aan het aminozuur tryptofaan, dat essentieel is om serotonine ervan af wordt geleid.[62] Supplementen van tryptofaan blijken even effectief te zijn voor het verlichten van depressie als antidepressiva [63], zij het dat het niet als zodanig verkrijgbaar is. Eet je echter voedsel dat veel aminozuren bevat, dan krijg je ook voldoende tryptofaan binnen. Een andere neurotransmitter is norepinefrine, dat wordt gewonnen uit fenylalanine, eveneens een aminozuur. Deze laatste wordt bij een tekort aan vitamine B6 ook omgezet in fenylethylamine, en dat is dezelfde stimulerende stof die in chocolade zit. Onderzoek bij een groep mensen met een zware depressie heeft uitgewezen dat zij alle een tekort aan fenylethylamine hadden. Toen zijn extra fenylalanine en vitamine B6 innamen, werd hun stemming beter. [64]

_______________________________
1 Behav Res Ther. 1993; 31:325-30
2 BMJ, 1996; 313: 253-8 / Fortsch Med, 1995; 1113: 404-8 /
Therapiewoche, 1995; 45: 106, 108, 110, 112 / Je ger Psych neurol,
1994; 71: 6-8 en 9-11 en 15-18/Lakartidningen, 1997; 94:2365-7
3 Fortsch Med, 1993;111:339-42
4 J. Ger Psych Neurol, 1994; 71:24-8 en 44-6
5 J. Ger Psych Neurol, 1994; 71:19-23
6 J. Ger Psych Neurol, 1994; 71:12-14
7 J. Ger Psych Neurol, 1994; 71:29-33
8 J. Ger Psych Neurol, 1994; 71:47-53
9 J Neural Trans, 1996; 103:1463-7
10 Econ Med Plant Res, 1985: 1:156-215
11 The Lancet, 1988: 2:235-40
12 J Consult Clin Psychol, 1995; 63:997-1004
13 Arch Gen Psychi, 1996; 53:913-9
14 Psychol Reports, 1995; 77:403-20
15 Arch Psych Nursing, 1993; 7:277-83
16 J Consult Clin Psychol, 1990: 58: 482-8
17 J Consult Clin Psychol, 1993: 61: 1003-10
18 Br J Psychi, 1993: 162:219-26
19 Br J Psychi, 1990: 156:73-8
20 Br J Med Psychol, 1990; 63: 97-108
21 J Con Clin Psychol, 1995; 1:125-32
22 Psychol Reports, 1986; 58:923-9
23 Am J Clin Hypn, 1989; 32:110-7
24 Br Hom J, 1978: 67: 239-47
25 Alt Ther Health Med, 1997: 3:46-9
26 J Appl Nutr, 1996; 48: 2-6
27 Prof Car Mother Child, 1994; 38: 185-7
28 British Homepatic Journal, 1990; 79: 39-44
29 J Adv Nur, 1993; 8: 238-45
30 Neuroimmunomodulation, 1995; 2: 174-80
31 Comp Ther Med, 1996; 4: 52-7
32 Nursing Times, 1993; 89: 32-5
33 Int J Pall Nurs, 1995; 1: 67-73
34 Comp Ther Med, 1994; 2:27-35
35 Int J Pall Nurs, 1995; 1:21-30
36 Am Acad Child Adol Psych, 1992; 31: 125-31
37 Psych Ann, 1987; 17:664-9
38 Nature, 1997; 385:123
39 J Affect Disorders, 1991; 23: 75-9
40 Am J Psych, 1986; 143: 356-8 / Aus N Zeal J Psych, 1989; 60:508-
10 / Univ Lond Inst Psychi Psychol Med, 1989; 19: 585-90
41 J Trad Chin Med, 1994; 14:14-18
42 Med Hypoth, 1986; 19:397-402
43 Int J Neurosci, 1986; 29: 79-92 / J tradChin Med, 1985; 5: 3-8
44 J Occ Med, 1993;35: 1123-30
45 Psych Reports, 1993; 72: 1267-74
46 J Gerontol, 1994: 49; 265-9
47 Psychother, Theory Res Pract 1982; 19: 512-21
48 Arch Psych Nurs, 1994; 8: 22-9
49 Anu Rev Med. 1995; 30:37-46
50 The Lancet, 1996; 335:99-107
51 N Eng J Med, 1995; 33:964-9
52 JAMA, 1990;264:1564-9
53 Acta Endocronologica, 1993; 128:293-6
54 Hom J, 1988; 77: 152-60
55 Endocrinology, 1984; 115:527-34
56 In J Biometerology, 1994; 38:44-7
57 BMJ. 1980; 281:1036-42/ Biol Psych, 1989; 25:867-72
58 Nutri Rep Int, 1983; 27:867-73 / Br J Psych, 1979; 135:249-54
59 The Lancet, 1990; 336:392-5
60 J Orthomol Med, 1987; 2: 217-8 / Br J Psych, 1963; 109:294-9 /
Br J Psych. 1984; 145:477
61 BMJ, 1996; 313:649-63 en 644 / J Orthomol Med, 1990: 5:20-1
62 Psycho Med, 1978; 8:49-58/Arch Gen Psych, 190:47:411-8
63 Neuropsych, 1988; 20:28-35; Wurtman & Wurtman, Nutrition and the
Brain Vol 7, NY: Raven Press, 1986
64 J Clin Psych, 1986; 47: 66-70