Huizen onder hoogspanning
Artsen en onderzoekers buigen zich over een nieuw probleem: bedreigt elektriciteit onze gezondheid? De aandacht gaat voornamelijk uit naar hoogspanningsleidingen, maar sommige mensen zien in elke draad en ieder stopcontact al een gevaar.
Hoogspanningskabels transporteren enorme hoeveelheden energie.
En ze zijn bepaald niet lekvrij; wie er 's nachts onder gaat staan
met een losse TL-buis in de hand heeft soms voldoende licht om
de krant bij te lezen. Ook de elektrische installatie van een
woonhuis produceert elektromagnetische velden. In mijn werkkamer
staat een "oscilloscoop", een meetinstrument dat de
vorm van een elektronisch signaal op een klein beeldscherm laat
zien. Een kort stukje draad aan de ingang is voldoende om een
beeld te krijgen van de elektromagnetische velden in huis. Er
is heel wat te zien. Ten eerste natuurlijk de rafelige sinus van
het lichtnet zelf. Verder de dimmers in de woonkamer; goed herkenbare
pieken op de sinus geven aan hoe fel het licht brandt, en als
ze heen en weer schuiven weet ik dat iemand bezig is de lichtsterkte
bij te regelen. En als ik de ingang van de oscilloscoop aanraak
komt er nog meer in beeld, want ik ben een veel betere antenne
dan het stukje draad. De elektromagnetische velden die de moderne
techniek zo kwistig verspreidt gaan overal doorheen. Ook door
ons lichaam. Is dat gevaarlijk? Sommigen denken van wel. Interessant
is een reeks processen die zijn gevoerd tegen de Houston Lighting
& Power Company in de Amerikaanse staat Texas. De moeilijkheden
begonnen met de aanleg van een nieuw hoogspanningsnet. Toevallig
kwamen de kabels vlakbij een groep schoolgebouwen te hangen. Kortste
afstand: 40 meter. De Klein Independent School was daar niet gelukkig
mee, en kreeg gelijk. Na een lang en bitter gevecht in de rechtszaal
vond de jury onder andere dat het elektriciteitsbedrijf bij wijze
van boete over de brug moest komen met 25 miljoen dollar. In 1987
maakt het hof van beroep de uitspraak ongedaan, omdat bij de aanleg
van de hoogspanningskabels geen bestaande wet was overtreden.
Maar ook deze instantie meende dat de elektromagnetische velden
veroorzaakt door de kabels "potentieel gevaarlijk waren voor
de gezondheid". Zoveel was "duidelijk en overtuigend
bewezen." Het elektriciteitsbedrijf had inderdaad, zo concludeerde
het hof, misbruik gemaakt van zijn macht door het traject van
de hoogspanningslijn zo dicht bij de school te kiezen. Intussen
had Houston Lighting & Power de lijn al verlegd. Een operatie
van 8,5 miljoen dollar.
Potentieel gevaarlijk voor de gezondheid. Duidelijk en overtuigend
bewezen." Het lijkt wat zwaar uitgedrukt. Tenslotte is elektriciteit
als energiebron een dikke eeuw oud. En tot voor kort schenen mens
en dier er weinig last van te hebben. Weliswaar schreven enkele
Russische onderzoekers in de jaren zestig en zeventig iets over
een mogelijk verband met vage klachten vermoeidheid, hoofdpijn
en dergelijke waar het perconeel in centrales meer last
van zou hebben dan de rest van de bevolking, maar zowel de aard
van de klachten als de hardheid van de cijfers gaven nauwelijks
aanleiding tot ongerustheid. In 1979 veranderde de situatie dramatisch.
Elektromagnetische velden, afkomstig van het lichtnet, werden
voor het eerst in verband gebracht met kanker. Vooral bij kinderen
is de oorzaak van kanker vaak totaal onbekend. In de hoop iets
nieuws te ontdekken, bezocht Nancy Wertheimer, een epidemiologe
verbonden aan de universiteit van Colorado de woning van kankerslachtoffertjes
in de omgeving van Denver. "Toen ik eraan begon dacht ik
niet aan elektriciteitsleidingen, " vertelt ze. "Ik
zocht het meer in chemische vervuiling, zoals formaldehyde uit
isolatiematerialen." Pas na tientallen huisbezoeken viel
op dat veel van de huizen in de buurt van grote transformatoren
stonden (waarin de hogere spanning die men gebruikt voor economisch
energietransport over langere afstanden wordt omgezet in een lagere
spanning voor veilig huishoudelijk gebruik.) In samenwerking met
de natuurkundige Ed Leeper koos Wertheimer 963 woningen uit voor
nadere studie. Ze werden verdeeld in twee groepen: hoge stroomsterkte
en lage stroomsterkte. Een huis viel in de eerste groep als er
binnen 40 meter een hoogspanningskabel liep, of als er twee of
minder palen stonden tussen het huis en een transformator (het
ging om bovengrondse leidingen, opgehangen aan palen.) De rest
van de huizen vormde de tweede groep. Een telling van de ziektegevallen
bevestigde haar vermoeden. De kans op kanker was in de eerste
groep ongeveer tweemaal zo groot als in de tweede.
Natuurlijk betekent zo'n statistische relatie op zichzelf helemaal
niets. Wertheimer was met nadruk op zoek naar enig verband tussen
kanker en woonomgeving, het gaf niet welk verband. Met dat uitgangspunt
zouden we verbaasd moeten zijn als ze niets had gevonden. Vooral
omdat er in een groep van nog geen 1000 woningen normaal gesproken
maar heel weinig jonge kankerpatiënten zijn. (In Nederland
sterven jaarlijks ongeveer honderd kinderen onder de vijftien
aan kanker.) Toegepast op kleine aantallen kun je met statistiek
de raarste dingen "bewijzen."
Maar het stemt tot nadenken dat Wertheimers resultaten worden
bevestigd door andere onderzoekers. In 1980 rapporteerde Tomenius
(Zweden) een verdubbeling van het aantal kankergevallen bij kinderen
in huizen binnnen 150 meter van zichtbare hoogspanningslijnen
(200 kilovolt). In cijfers: op adressen waar de magnetische veldsterkte
groter was dan 300 nanotesla steeg de kans op kanker ten opzichte
van de controlegroep met een factor tussen 1,2 en 5,9. Werd de
onderzochte groep beperkt tot degenen die sinds hun geboorte op
hetzelfde adres woonden, dan steeg de risicofactor tot een waarde
tussen 1,8 en 17,9. In beide gevallen wordt gerekend met een waarschijnlijkheid
van 95 procent. Er is dus een kans van slechts 1 op 20 dat de
werkelijke factor buiten de grenzen valt, mits de bestudeerde
groepen niet door andere, onbekend gebleven oorzaken al een verhoogde
kans op kanker hadden.
Ook David Savitz, die een tweede onderzoek deed in de omgeving
van Denver, kwam in 1986 met een verontrustend rapport. Zijn resultaten
wijzen op een toename van de kans op kanker met 0,2 tot 1 procent
per nanotesla. Voor de meeste woonhuizen betekent dat een verhoogd
risico. Savitz' opdrachtgever (het New York State Power Line Project,
op last van de overheid gefinancierd door enkele electriciteitsbedrijven)
rekende voor dat 10 à 15 procent van alle kanker bij kinderen
in de VS veroorzaakt wordt door elektromagnetische velden afkomstig
van het lichtnet als de genoemde cijfers juist zijn. Intussen
worden meer ziekteverschijnselen in verband gebracht met elektromagnetische
velden. Een ervan is depressiviteit, in 1988 gesignaleerd door
de Engelse huisarts Stephen Perry. Metingen werden onder andere
gedaan in flatgebouwen met elektrische verwarming te Wolverhampton
(Engeland). 82 procent van de bewoners die wegens depressiviteit
werden opgenomen in een ziekenhuis hadden een appartement naast
de hoofdkabel. De magnetische veldsterkte in die flats was gemiddeld
315 nanotesla (vergeleken met 161 nanotesla in de andere flats).
Perry's collega David Dowson meldde een soortgelijk resultaat.
Hij stuurde vragenlijsten naar patiënten die in de buurt
wonen van hoogspanningskabels (132 kilovolt) bij Southampton en
naar een even grote controlegroep vijf kilometer verderop. Negen
personen in de omgeving van de kabels leden aan depressiviteit;
zeven daarvan woonden binnen 40 meter van de kabels. Slechts één
persoon in de controlegroep was depressief. Bovendien rapporteerden
vijftien personen in de studiegroep (en één in de
controlegroep) chronische hoofdpijn. De meesten van ons wonen
niet in de buurt van hoogspanningskabels en hebben ook geen elektrisch
verwarmde huizen. Toch kan de magnetische veldsterkte ook in onze
omgeving aardig oplopen. Voor de hand liggende bronnen zijn waterbedden
en elektrische dekens. Wie daarop of onder slaapt heeft 's nachts
te maken met 300 tot 1500 nanotesla. Wertheimer en Leeper rapporteerden
in 1984 een groter aantal miskramen onder gebruiksters van elektrisch
slaapcomfort.
Kanker, depressiviteit, hoofdpijn, miskramen het spectrum
van symptomen lijkt wat aan de brede kant. Alsof de onderzoekers
begonnen met een verhoogde veldsterkte en tussen de ziektebeelden
hebben gezocht naar een bijpassende statistische piek. Is het
verband tussen oorzaak en gevolg ook biologisch aantoonbaar? Ja
en nee. Een aardig voorbeeld is het werk van Jerry Phillips (universiteit
van Texas). Phillips stelde diverse soorten menselijke kankercellen
24 uur lang bloot aan elektrische, magnetische en elektromagnetische
velden. De resultaten, zo vertelt hij, waren verbijsterend. De
kankercellen vermenigvuldigden zich tussen 2 en 24 keer zo snel
als bij de niet-bestraalde cellen in de controlegroep. Verder
bleek het tempo af te hangen van zowel het type veld als het soort
kankercel. Een bepaalde darmkankersoort reageerde vooral op de
magnetische veldcomponent, terwijl andere cellen een compleet
elektromagnetisch veld nodig hadden. De elektrische veldcomponent
op zichzelf deed weinig. Phillips zette de schaaltjes met cellen
enkele maanden apart om te zien of er vertraagde effecten waren.
Hij zegt: "De nakomelingen van de bestraalde cellen
na zes of acht maanden, honderd generaties later bleven
zich in hetzelfde tempo vermenigvuldigen. Het lijkt een onomkeerbaar
genetisch effect. De cellen geven het door aan de volgende generaties."
Maar de situatie in een kweekschaal op de laboratoriumtafel heeft
vaak weinig te maken met wat er gebeurt in het menselijk lichaam.
Het immuunsysteem ontbreekt en de voedingsstoffen, enzymen en
hormonen zijn allemaal anders. Bovendien proberen de onderzoekers
de korte duur van hun experimenten te compenseren met veel hogere
veldsterktes. "We gebruikten sterkere velden," zegt
Phillips, "omdat we de proef nu eenmaal geen vijf jaar lang
konden volhouden." Het is dus niet zo vreemd dat onderzoekers
zoals Jerry Phillips door de gevestigde wetenschap met argwaan
worden bekeken. De fysiologe Eleanor Adair: "Ik heb nog geen
enkel wetenschappelijk bewijs gezien en ik leg de nadruk
op wetenschappelijk dat elektromagnetische velden invloed
hebben op levende wezens, afgezien van het thermische effect.
We hebben hier te maken met hersenschimmen."
Met "thermisch effect" bedoelt Adair dat een heel sterk
veld organisch materiaal kan verwarmen, zoals dat gebeurt in een
magnetron. Om aan te geven wat ze met "hersenschimmen"
bedoelde, koos ze overigens een wat ongelukkig voorbeeld: een
studie gedaan door de firma Batelle, waarin werd aangetoond dat
varkens in een elektromagnetisch veld onvolgroeide nakomelingen
ter wereld brachten. "Het bleek," zegt Adair, "dat
die varkens besmet waren met een virus dat zulke groeiproblemen
kan veroorzaken. Het ligt in de aard van dit soort onderzoek dat
de omstandigheden altijd roet in het eten gooien."
Maar Richard Phillips, die het Batelle onderzoek leidde, vertelt
een ander verhaal. "Het was geen virus. Het was een gewone,
vaak voorkomende darmbacterie, die nog nooit in verband is gebracht
met geboortedefecten. De infectie deed zich voor anderhalf jaar
voordat we de groeiproblemen zagen. Bovendien was ook de controlegroep
besmet. Waarom kregen dan alleen de bestraalde dieren onvolgroeide
jongen?"
Evengoed is er alle reden voor een sceptische houding, want voorlopig
ontbreekt het mechanisme; het is onduidelijk hoe zwakke elektromagnetische
velden een levend wezen kunnen beïnvloeden (Zie het artikel
over magnetrons: Het is BIJVOORBEELD in staat om eiwitstructuren
te veranderen misschien tot prionen?) We praten over honderden
nanotesla's Het aardmagnetische veld is ruwweg honderdmaal sterker.
Maar er schemeren lichtpuntjes aan de horizon. Bijvoorbeeld de
"ion-cyclotron-resonantietheorie" van natuurkundige
Abe Liboff.
Al in 1975 ontdekte de fysioloog Ross Adey dat de cellen in kippehersens
calciumionen verloren als ze aan elektromagnetische velden werden
blootgesteld. Het intrigeerde Liboff dat de frequentie van de
vleden heel belangrijk was. Tussen 6 en 20 Hertz was het verlies
maximaal. Liboff wist dat de ionen op weg naar buiten kanalen
in de celwand moeten passeren. Daarbij trilt een ion met een freuqneite
die wordt bepaald door de elektrische lading van het kanaal, en
ook door de massa en de lading van het ion zelf. Liboff vroeg
zich af of een elektromagnetisch veld met dezelfde frequentie
de trilling van de ionen zou aanwakkeren, waardoor ze misschien
een duwtje in de rug kregen. Berekeningen wezen uit dat de freuqneite
van de ontsnappende calciumionen inderdaad rond de 16 hertz lag.
Om te zien of hetzelfde verhaal op zou gaan voor ander ionen bedacht
Liboff samen met de psycholoog John Thomas een experiment met
levende ratten. Vijf ratten werd geleerd hun eten te verdienen
door op een schakelaar te drukken, binnen 16 tot 24 seconden na
een lichtflits en een hoorbare toon. Vervolgens werden ze blootgesteld
aan twee magnetische velden. Een ervan was constant en half zo
sterk als het aardmagnetische veld, het andere wisselde met een
bepaalde frequentie, net als de velden geproduceerd door leidingen
van het lichtnet. De combinatie was zorgvuldig uitgekiend voor
maximaal effect op de lithium-ionen in de hersens
van de proefdieren. Dertig minuten nadat de velden waren ingeschakeld,
"werden de ratten gek," zegt Liboff. Ze verloren alle
besef van tijd en drukten willekeurig op de schakelaar. Lithiumverlies
was de meest aannemelijke oorzaak. Iets dergelijks gebeurt in
de hersens van manisch-depressieve mensen, al hoeven elektromagnetische
velden daar zeker niet (altijd) de oorzaak van te zijn.
De ratten waren een dag later weer terug in hun normale doen.
Ze bleken niet te reageren als slechts een van de velden werd
ingeschakeld. Alleen de op lithiumionen afgestemde combinatie
had effect.
Moeten we ons nu serieus druk gaan maken over de veldsterkte in
huis? Zelfs de meest sceptische deskundigen zijn het erover eens
dat het beter is om sterke elektromagnetische velden zoveel mogelijk
te mijden. Ook de noodzaak van serieus onderzoek wordt sinds kort
algemeen ingeizen. Maar we moeten oppassen voor overdreven reacties.
In de afgelopen vijftig jaar is ons gebruik van elektrische energie
twintigmaal grote geworden. Toch komt kanker bij kinderen niet
vaker voor dan vroeger. Op z'n ergst bedreigen de elektromagnetische
velden van het lichtnet héél soms onze gezondheid.
Ander dingen in het leven het verkeer, roken, van de trap
vallen zijn veel gevaarlijker.
Naschrift T.D. Holtjer: Het verhaal over verlichte wezens kan wel eens een heel ander licht werpen op de relatie van levende wezens tot elektromagnetische velden. Wat bekend is, is dat elektromagnetische velden in de vorm van licht de communicatielijnen vormen binnen ons lichaam. Dit communicatieproces kan in mijn ogen wel degelijk verstoord worden door elektronen die ons lichaam ongevraagd binnen dringen. Onderzoek lijkt mij hier op zijn plaats. Verder moeten we ons de vraag stellen of lithium-gebruik en elektromagnetische velden elkaar niet bijten in het dagelijks leven.
In dit stuk wordt gerefereerd naar: