Al Azm

‘Passagiers van een Arabische luchtvaartmaatschappij worden in het vliegtuig niet begroet door een stewardess of de gezagvoerder, maar door een stem op een bandje die vlak voor vertrek letterlijk zegt: “Geloofd zij God, die ons dit instrument ter beschikking heeft gesteld om…” en dan volgt de plaats van bestemming.’ Met dit voorbeeld illustreert de zeventigjarige Syrische hoogleraar filosofie Sadik Al-Azm hoe anachronistisch Arabieren tegen de moderne werkelijkheid kunnen aankijken. In deze optiek maakt niet de techniek de reis mogelijk, maar God. Niet het menselijk vernuft houdt het vliegtuig in de lucht, maar Gods goedertierenheid. November vorig jaar kreeg Al-Azm tezamen met twee andere islamitische intellectuelen de Erasmusprijs voor zijn ‘onafhankelijke bijdrage aan de meningsvorming over religie en moderniseringsprocessen’ in de islamitische wereld. Stan van Houcke interviewde hem twee jaar geleden in Beiroet en recentelijk in Amsterdam over onder andere Samuel Huntingtons werk ‘Botsende Beschavingen.’

‘Het zwakke punt van Huntingtons theorie is dat hij beschaving reduceert tot cultuur, en cultuur vervolgens reduceert tot religie. En dan reduceert hij religie weer tot een soort archetypische constante die onwrikbaar en onveranderlijk is, met bepaalde kenmerken die nooit veranderen. En die archetypen kunnen vervolgens met elkaar in conflict komen. Lang vóór Huntington met zijn theorie kwam, volgden de islamisten en moslimfundamentalisten dezelfde redeneertrant. Ook zij reduceerden beschaving tot cultuur, cultuur tot religie, en religie tot een archetypische constante. En ook zij beschreven de islam als een gesloten geheel, dat onverenigbaar is met andere systemen, vooral met het westerse denken. Ik beschouw dit alles als een volstrekt a-historische benadering. Sterker nog: een antihistorische benadering. En dat is niet alleen onjuist maar ook gevaarlijk omdat het verschillen op de spits drijft. In werkelijkheid hebben culturen zich altijd aangepast aan andere culturen, hebben dingen van elkaar overgenomen, hebben elkaar beïnvloed. Huntington heeft veel geleerd van de islamitische fundamentalistische denkers. Niet alleen onderschrijft hij hun opvattingen, maar hij verwerkt tevens hun ideeën in zijn beeld van de westerse beschaving. De westerse beschaving in enge zin dan, want de westerse beschaving in ruime zin omvat ook de geschiedenis, de cultuur en de beschaving van het Midden-Oosten. Maar net als de fundamentalisten reduceert ook hij de westerse beschaving in enge zin tot een soort religieuze kern. Huntington heeft geen oog voor geleidelijke ontwikkelingen, voor de invloed die beschavingen op elkaar hebben en voor het feit dat ze soms ook met elkaar verweven raken.

De aantrekkelijkheid van Huntingtons theorie is dat het een simplistische verklaring is voor veel wat er in de wereld om ons heen gebeurt. Ik denk ook dat dit de verklaring is waarom zijn theorie zo goed viel in bepaalde westerse kringen. In onzekere tijden zoekt men een theorie die lekker bekt, het goed doet in de media en tegelijkertijd heel degelijk en aan de buitenkant geloofwaardig overkomt. Huntington geeft een simpele en tegelijk heel handige verklaring voor wat er in de wereld gebeurt. Om zijn theorie geloofwaardig te laten overkomen laat hij bepaalde zaken buiten beschouwing. Zaken als klassentegenstellingen, onenigheid over hulpbronnen, territoriale hegemonie, uitbreiding van macht en territorium, met andere woorden: de klassieke geschillen. Het probleem bij zowel de islamisten als Huntington is dat ze de oorzaken achter een conflict, die in feite vooral materialistisch zijn, sublimeren tot een conflict tussen twee filosofieën, twee manieren om tegen waarden aan te kijken, twee geloofsovertuigingen. Dat maskeert wat de echte en veel diepere oorzaken zijn van expansionisme en gewelddadige conflicten. Daarnaast speelt natuurlijk ook dat elke maatschappij, dus ook de Westerse, altijd een vijand nodig heeft, een tegenstander, een bedreiging van buitenaf, een bepaalde druk. Dankzij die druk van buitenaf ontstaat er een cohesie van binnenuit en kan men zo bepaalde doelen verwezenlijken. En als die druk er niet is, kan men hem verzinnen of overdrijven. Dat is in het Westen tijdens de Koude Oorlog vaak gebeurd, en de mensen die zich eraan schuldig hebben gemaakt, geven dat momenteel ook toe. Hetzelfde proces zagen we weer bij de zogenaamde massavernietigingswapens van Irak. Dat beschavingen soms met elkaar in conflict raken, op economisch gebied of omdat andere belangen botsen, is geen nieuwe gedachte. Het is een axioma in wat voor filosofie dan ook. Maar dat is heel wat anders dan de bijna apocalyptische botsing van Huntington. Dat is een absurde voorstelling van zaken, al was het maar omdat de islam volstrekt niet in staat is om zo’n dramatische botsing met het Westen aan te gaan. Oorlog of de dreiging van oorlog zijn in bepaalde omstandigheden een buitengewoon machtig middel om een bevolking te mobiliseren. Dat blijkt ook uit het Amerikaans buitenlands beleid. De Verenigde Staten is op wat voor manier dan ook altijd wel in oorlog met de een of ander. Zo om de drie jaar. Kijk bijvoorbeeld maar naar de oorlogen in Midden-Amerika. Daar ziet men het patroon. De VS is in feite altijd in oorlog. Hun imperium is op het Amerikaanse continent begonnen en intellectueel onderbouwd met de Monroe-leer en de Manifest Destiny-doctrine. Toen ik de afgelopen jaren aan Amerikaanse universiteiten college gaf, werd mij meermaals verteld: ‘Wij zijn het nieuwe Rome.’ Ook gewone mensen zeggen dat, alsof het een vaststaand feit is, niet als iets dat men moet beargumenteren. Ze zeggen dat zij het nieuwe Rome zijn. En soms is de vergelijking niet eens zo gek. Amerika is een imperium en daar kan de Arabische wereld nauwelijks iets tegen ondernemen. Nu de VS de hegemonie in handen heeft, zien we dat nog maar één ding telt: aan de macht blijven. En dat is het streven van elk rijk geweest. Goed functioneren heeft dan geen prioriteit, behalve als het spoort met de beperkte belangen van het regime.

Het ware probleem van deze regio is de stagnatie in de Arabische wereld. Die is weliswaar historisch verklaarbaar uit de eeuwenlange bezetting en onderdrukking, maar daardoor niet minder reëel en nog steeds onopgelost. Ik heb eens het volgende geschreven: ‘Wij (Arabieren. svh) hebben in ons leven ruimte gemaakt voor de ijskast, het televisietoestel, oliebronnen, gevechtsvliegtuigen, de radar… enzovoorts, maar de mentaliteit dat gebruik maakt van deze geïmporteerde producten blijft dezelfde traditionele mentaliteit die behoort tot de magische agrarische fase die aan de industriële revolutie voorafging.’ Daardoor is de Arabische wereld als verlamd zodra het gaat om zaken als authenticiteit, moderniteit, traditie, het oude en het nieuwe. Zonder ooit overeenstemming te vinden over hoe een dergelijk probleem effectief moet worden aangepakt. Een mentaliteitsverandering zou een stimulans zijn voor het bereiken van bepaalde doelen die de Arabieren zichzelf hebben gesteld. Die doelen zijn alleen te verwezenlijken als men de problemen oplost. Zelfs iets elementairs als het trotseren van de Israëlische expansiedrift, het in toom houden van de Israëlische begeerte naar Arabische hulpbronnen en Arabisch grondgebied, blijft zo onoplosbaar. En als je blijft aarzelen tussen de mogelijkheden, verspil je je energie en kun je niet de moderne basis opbouwen die noodzakelijk is om zelfs ook maar die expansiedrang te beteugelen. De enige plaats waar het negentiende eeuwse kolonialisme nog steeds voortduurt, is hier. In Afrika en op de andere continenten is het voorbij, maar dat negentiende eeuwse blanke kolonialisme duurt in deze regio nog steeds voort. Daardoor is een levensgevaarlijke situatie ontstaan waarbij van alles kan gebeuren. Niet alleen beperkte of grootschalige chaotische uitbarstingen, maar ook zelfdestructieve ontploffingen. Al-Qaida belichaamt deze ontwikkeling, het blind geweld, gepleegd door mensen die handelen vanuit de gedachte: ‘Ik vernietig mezelf en degenen die ik beschouw als mijn vijanden.’ Deze zogeheten Samson-optie behoort tot het wapenarsenaal van de zwakken. Ze kunnen hun toevlucht nemen tot bijvoorbeeld het gebruik van een ‘vuile bom.’ Ze weten wel dat ze niet kunnen winnen, maar ze laten de ander een buitengewoon hoge prijs betalen, zodat diens kracht een schijnkracht wordt en elke westerse overwinning uiteindelijk een Pyrrhus-overwinning zal blijken te zijn.

Het was de Amerikaan Henry Ford die verklaarde: ‘history is bunk, geschiedenis is flauwekul.’ Zoiets zal iemand uit het Midden-Oosten nooit zeggen. Als ik naar Europa ga en daar hoor dat een kasteel wel zeven- of achthonderd jaar oud is, dan denk ik: ‘Het komt dus net kijken.’ Wij meten ouderdom af in millennia, niet in eeuwen. Dat geeft je een heel andere kijk op het heden. De mensen in deze regio hebben een sterk ontwikkeld historisch besef. Soms zitten we zelfs wat te veel met ons hoofd in het verleden, zodanig dat het ons belet om in het heden de juiste beslissingen te nemen voor de toekomst. We kunnen nog genoeg leren van culturen die ervan uitgaan dat je soms het verleden even moet vergeten om actie te kunnen ondernemen in het heden. Daar heeft het Midden Oosten volgens mij behoefte aan. We zijn te veel gefixeerd op de geschiedenis, we zijn een slaaf van het verleden. Ten koste van het heden. Dat historisch besef werkt tevens als ballast. Het besef van traditie en verleden is zo sterk dat we erdoor geblokkeerd raken. Om iets te kunnen bereiken moeten we dat verleden, tijdelijk en bewust, kunnen vergeten. Maar niets wijst erop dat de Arabische wereld zich voorbereidt op of klaarstaat voor een nieuw begin. De Arabieren hebben hun rijkdom gebruikt om dingen op te kopen, met alles erop en eraan, maar dan niet het productieve deel. Ze kochten alleen de sleutel.

Ik zet vraagtekens bij de islam als ideaaltype. Overal waar moslims met elkaar discussiëren, zeggen ze altijd weer: De islam is zus of zo, en ze noemen dan een hele serie prachtige eigenschappen, overtuigingen, waarden en dergelijke. Dat hoor je van een koopman op de markt, dat hoor je van koning Fahd, dat hoor je van koning Abdullah van Jordanië, en zelfs van president Lahoud, die christen is. De islam waar ze het over hebben, lijkt permanent, constant en onveranderlijk te zijn. Een ideaaltype dus, dat aan de wereld wordt gepresenteerd alsof er verder niets anders over de islam te zeggen zou zijn. Ik heb veel meer belangstelling voor de islam als een levend geloof dat wortel heeft geschoten in allerlei culturen, tegen allerlei historische achtergronden, en in hoe mensen hun geloof beleven, er ruzie over maken, ermee worstelen, het aanpassen aan hun eigen situatie. Dat bedoel ik met een levend geloof. Als je naar de islam als levend geloof kijkt, zie je dat dat geloof zich in zijn lange verleden heeft aangepast aan een tribale samenleving, aan republieken, aan koninkrijken, aan een nomadisch bestaan, aan de grote stad. Het is heel flexibel. In de huidige discussies komt dit aspect van de islam doorgaans niet aan bod, en het speelt evenmin een rol bij hoe moslims naar zichzelf kijken. Ik daarentegen zie de islam liever als een religie die voortdurend in ontwikkeling is en verandert. Alleen op die manier kan de stagnatie geestelijk bestreden worden, want als men op die manier kijkt ontdekt men al snel dat de islam een ontwikkeling heeft doorgemaakt. Mensen maken hun eigen islam en omgekeerd maakt de islam ook hen. Het is een dynamisch historisch proces. Het is simplistisch om de islam te zien als een ideaaltype, als een onveranderlijk fenomeen. En aan dat simplisme bezondigen zich zowel de islamisten als de volgelingen van Huntington.

Natuurlijk zijn er verschillen tussen Oost en West. Ik herinner me een interessant hoofdstuk uit ‘De Vorst’ van Macchiavelli. Die werpt de vraag op: waarom is het zo moeilijk om een rijk zoals het Perzische rijk te veroveren, en zo makkelijk om het te besturen als je het eenmaal hebt veroverd? Terwijl het in Europa (ik spreek nu over de Middeleeuwen) juist heel makkelijk was om een land te veroveren, maar het daarna onmogelijk werd om het te besturen. De verklaring van Macchiavelli is eigenlijk heel logisch: Natuurlijk verdedigt een rijk zich. Het heeft een sterk leger. Maar als men dat leger weet te verslaan en daarmee de macht in handen krijgt, gehoorzaamt iedereen onmiddellijk de nieuwe heerser. Dus als men het eerste verzet heeft gebroken, gaat alles verder heel gemakkelijk. Maar in Europa waren er veel feodale edelen, overal. Men loopt zo’n gebied wel makkelijk onder de voet, maar er is geen bestuurlijke infrastructuur die de bezetter kan benutten. Die edelen beginnen dan een middeleeuwse guerrilla, met bondgenootschappen in steeds wisselende samenstelling om de indringer te verdrijven.

Ondanks alle grote verschillen is er toch een historische parallel te trekken tussen de Arabische wereld en het Ottomaanse rijk. Net als wij nu werden de Ottomanen destijds geconfronteerd met een veel sterkere moderne cultuur, die technologische een geweldige voorsprong bezat. De elite in Istanboel besefte dat men moest moderniseren. Maar net als de Sovjetperestrojka kwam de tanzimat, de Ottomaanse vernieuwing, te laat en mislukte dan ook. Weliswaar duurde de doodstrijd van het Ottomaanse rijk veel langer, maar toch ging het na de Eerste Wereldoorlog ten onder. Dat leidde weliswaar niet tot de politieke bevrijding van de Arabieren, maar de ondergang schiep wel een geestelijke vrijheid. Wat we nu ons ‘Arabisch Ontwaken’ noemen, de bewustwording die in het laatste kwart van de negentiende eeuw begon en tot aan de Eerste Wereldoorlog voortduurde, was de belangrijkste poging om de mentaliteit van de mensen hier ingrijpend te veranderen. Maar die Arabische renaissance is altijd bijzonder tweeslachtig geweest. Je kunt niet echt zeggen dat het mislukt is, maar ook niet dat het geslaagd is. In zekere zin zien veel intellectuelen, vooral progressieve, zich als een verlengstuk van die renaissancebeweging, van die Verlichting. Ook ik plaats me in die traditie. Wij zitten op dezelfde lijn als onze Ottomaanse voorgangers: als we niets doen, gaan we eraan. We zijn oprecht ervan overtuigd dat we onze samenleving ingrijpend moeten veranderen. Doen we dat niet dan zullen we daar een extreem hoge prijs voor betalen. Dan worden we gemarginaliseerd, dan worden we een voetnoot in de geschiedenis. Dat besef leeft steeds sterker in de Arabische wereld. We beseffen dat het om ons voortbestaan gaat, om leven of dood.

Onze economieën zijn op olie gebaseerd. Vaak vergelijk ik onze situatie met die van de Spanjaarden die in de Nieuwe Wereld op jacht gingen naar goud. De Spanjaarden verspilden hun rijkdom. Ze bouwden heel veel paleizen, kerken en kathedralen en leidden een luxe leventje. De Engelsen en zeker ook Hollanders die de Spaanse vloten overvielen, hebben die rijkdom benut om een productieve economie op te zetten, een industrie, en later ontstond daaruit de Industriële Revolutie. De Arabieren hebben meer van de Spanjaarden weg. Het oliegeld wordt weggesmeten aan moskeeën. Iedereen wil de grootste ter wereld bouwen. Ze hebben hun kansen vergooid. Dan kun je eindigen zoals Spanje is geëindigd, nadat het daarvoor een Europese grootmacht was geweest. Wij bevinden ons in een vergelijkbare situatie. Ik denk dat Max Weber gelijk had met zijn stelling dat de protestantse ethiek de basis vormde van het moderne kapitalisme. Degenen die de reformatie tot stand hadden gebracht en de protestantse ethiek aanhingen, konden hun rijkdom productief benutten, terwijl de oude katholieke ethiek failliet ging. Spanje maakt pas sinds kort deel uit van de ontwikkelde wereld, het moderne Europa. Ik zou willen dat ook de Arabische wereld aansluiting vond bij dat Europa. Het staat misschien wel op de politieke agenda, maar voorlopig is daar nog geen sprake van. Momenteel speelt de integratie van West- en Oost-Europa; het zal nog wel even duren voordat wij aan de beurt zijn. Turkije wil graag worden behandeld als Griekenland of Spanje, maar ze ondervinden nog veel weerstand. Amerikanen als Rumsfeld noemen het avondland weliswaar ‘het oude Europa,’ maar ik zou het nog niet willen afschrijven. Het lijkt erop dat het in staat is om zichzelf te vernieuwen via de Europese Unie. Aan deze kant van de Middellandse Zee zijn we zeer onder de indruk van de evolutie die in een mensenleven als dat van mij heeft plaatsgevonden. Van de Kolen- en Staal Gemeenschap die na de Tweede Wereldoorlog haar intrede deed tot aan het Europese Parlement en de Europese Unie. Daar zijn we hier heel jaloers op. Je kunt niet zeggen dat Europa zichzelf heeft uitgeput of dat het een marginale rol speelt. Daar ben ik het volstrekt niet mee eens. Voor de Arabische wereld is het Europese model veel aantrekkelijker dan het Amerikaanse.’

De Humanist, februari 2005

terug