Democratisering van het terrorisme

Wat op het eerste gezicht hooguit een historische voetnoot lijkt, blijkt soms bij nader inzien ineens een gebeurtenis van doorslaggevende betekenis te zijn geweest. Zo'n voetnoot is de Slag bij Omdurman op twee september 1898, waar voor het eerst in de geschiedenis de zogeheten 'Maxim Gun' operationeel werd, het volautomatische -water gekoelde- machinegeweer. En met een verbluffend resultaat. In ongeveer vijf uur tijd had het Britse leger naar schatting 20.000 met zwaarden en speren uitgeruste Soedanezen omgebracht en 22.000 ernstig verwond, een 'onvoorstelbaar percentage slachtoffers van 90 procent!' concludeerde de enthousiaste redacteur van Winston Churchills rapportage over dit bloedbad. Churchills beeldend verslag is te illustrerend om er niet uit te citeren. Zo schrijft hij over 'de zon die op vele duizenden vijandige speerpunten schitterde' en over 'een groot aantal ongelukkige burgers dat werd gedood en verwond,' over 'vele gruwelijke wraakoefeningen' van het Britse leger, deze 'soldaten van wetenschappelijke oorlogsvoering,' over Europese militairen uitgerust met 'de wapens van de beschaving,' die werden ingezet tegen 'deze grote horde meedogenloze wilden' van meer dan 50.000 krijgers, die over een open vlakte naar de Britse linies oprukten. Taferelen die hem aan 'de oude afbeeldingen van de kruisvaarders op het tapijt van Bayeux' deden denken. 'Het was een gruwelijk gezicht, want tot nu toe hadden ze ons nog geen enkel letsel toegebracht, en het leek een onrechtvaardig voordeel om zo wreed toe te slaan terwijl ze daarop geen antwoord konden geven. Niettemin keek ik van nabij vanuit een comfortabele positie uiterst zorgvuldig naar het effect van het vuren… en liet het verdere verloop van de strijd over aan de infanterie en de machinegeweren…De Maxim guns verbruikten al het water in hun cilinders, en verschillende moesten bijgevuld worden uit de waterflessen van de Cameron Hooglanders voordat ze hun dodelijk werk konden voortzetten.' Over de aanvoerder van de Soedanezen schrijft Churchill: 'Het aanvalsplan van de kalief leek complex te zijn geweest en ingenieus. Het was echter gebaseerd op een grote misrekening van de macht van moderne wapens,' het vernuft van 'de sterkere rassen' en dus 'verdween de laatste hoop van het barbarendom als het schemerduister van de nacht,' maar ook toen 'ze niet in staat bleken op te rukken, waren ze niet bereid zich terug te trekken… onmiddellijk openden de hongerige en oplettende machinegeweren en de alerte infanterie het vuur op hen, hen allen neer maaiend - sommigen van hen dood, anderen in doodsangst… Weer stonden ze op, minder dan voorheen, en renden. Opnieuw spetterden de machinegeweren… De Maxim guns pulseerden koortsachtig. En opnieuw vielen ze. En zo voorts… Slechts enkelen ontsnapten… De veldkijker onthulde details - honderden kleine witte figuren op elkaar liggend of uiteengeslagen; tientallen hinkten, kropen, strompelden weg… Bruine objecten, bijna de kleur van de aarde, als pollen dood gras of mesthopen, lagen her en der verspreid - de lichamen van krijgers,' gedood door 'de geschoolde soldaten van een civiliserend Rijk.' Om halftwaalf 's ochtends was het beschavingsoffensief afgelopen en concludeerde de Britse bevelhebber Lord Kitchener voldaan dat de vijand 'een flink pak slaag' had gekregen. Zijn eigen leger, met 23.000 man veruit in de minderheid, telde slechts 48 doden en 382 gewonden, een percentage slachtoffers van slechts 2 procent, 'waarmee de superioriteit van de moderne vuurkracht werd aangetoond.' Hetzelfde jaar nog vatte de dichter Hilaire Belloc het nog eens kort en krachtig samen in de fameuze regels: 'Whatever happens, we have got The Maxim Gun, and they have not.' Om ook bij hun Europese concurrenten in het imperialistisch streven geen enkele twijfel te laten bestaan over wie nu eigenlijk de supermacht bij uitstek was, hadden de Britten baron Von Tiedemann, verbonden aan de Duitse Generale Staf, uitgenodigd om ter plaatse getuige te kunnen zijn van zoveel technologische overmacht. Hoe diep de baron die dag in Soedan onder de indruk moet zijn geweest, bleek zestien jaar later, toen de Duitsers vanuit hun loopgraven met een eigen kopie van de Maxim gun hele divisies Britse infanteristen met evenveel gemak wisten te doden. Richten was niet nodig, ze hoefden slechts de trekker over te halen en bingo. 300 kogels per minuut deden hun vijanden, gelijk Soedaneze 'wilden', bij duizenden tegelijk neerstorten. Tijdens de Slag bij de Somme in 1916 konden de keizerlijke troepen een gezamenlijk Brits/Franse doorbraak verhinderen dankzij hun Maschinengewehr 08 en dat nota bene met ruim veertig procent minder manschappen. In vierenhalve maand tijd vielen meer dan een miljoen doden en gewonden. Alleen al op de eerste dag van de slag werden 58.000 Britse soldaten slachtoffer van vooral het spervuur van de machinegeweren, overigens zonder dat het Britse opperbevel daaruit onmiddellijk een tactische les trok. Kennelijk beseften zelfs de Britten niet hoe wezenlijk het machinegeweer de oorlogsvoering had veranderd. Opnieuw was met overdonderend succes de uitvinding ingezet van de Amerikaan Hiram Maxim, de man die nog in 1881 doelloos in Parijs een tentoonstelling had bezocht en daar toevallig iemand tegen het lijf was gelopen die hem had geadviseerd: 'Als u veel geld wilt maken vindt dan iets uit dat deze Europeanen in staat stelt elkaar met groter gemak om zeep te helpen.' Er kleefde maar één nadeel aan: het gewicht, 62 kilo inclusief statief. Ongeveer een man of zes was nodig om het te verslepen en te bedienen en het kon dus alleen als verdedigingswapen in stelling worden gebracht. Maar dankzij de vindingrijkheid van de Westerse beschaving beschikken we nu over machinegeweren die nog geen vijf kilo wegen en dus als aanvalswapen kunnen dienen, waardoor zelfs kindsoldaten hem kunnen gebruiken. Sommige van deze lichtgewichten schieten met een snelheid van 1000 kogels per minuut en zijn tegen uiterst schappelijke prijzen te koop. Intussen wordt de enorme vooruitgang in wapentechnologie alom geprezen door makers en gebruikers ervan en de ontwikkeling van nog kleiner en nog vernietigender moordtuig is nog lang niet in zicht. Ondanks deze adembenemende ontwikkeling zitten wij Westerlingen toch met een probleem opgescheept dat nog niet in zijn volle omvang wordt beseft en dat ik kortweg de 'Wet Van Maxim' zal noemen. Eerst even een korte aanloop. Wat bij Omdurman gebeurde was natuurlijk geen slag maar een slachtpartij, machinaal moorden, terrorisme op grote schaal, begaan door een kolonialistisch rijk dat zijn grondstoffen wilde veilig stellen, in dit geval katoen uit Egypte voor de Engelse textielindustrie. Daarom moesten de bronnen van de Nijl worden veilig gesteld tegen de imperialistische plannen van Duitsland en vooral van Frankrijk, dat de Soedan al was binnengedrongen. Zelfs de toen 25 jaar oude Churchill leed onder het besef dat het geen heroïsche strijd was geweest tussen twee gelijkwaardige partijen, maar een onvoorstelbaar wreed bloedbad tegen een technologisch inferieur volk. Hij huilde na de slag en schreef vier maanden later in een brief aan zijn moeder: 'Onze overwinning werd onteerd door de onmenselijke slachting van de gewonden en Lord Kitchener was hiervoor verantwoordelijk.' Dezelfde Kitchener die een inktpot wilde laten maken van de schedel van een Soedenaze heilige om de vernedering te volmaken. Het is dezelfde terreur die de Europese koloniale rijken vijf eeuwen lang begingen tegen technologisch inferieure volkeren, die de bron van onze welvaart waren en nog steeds zijn. De Amerikaanse publicist James Bowman vergeleek onlangs Churchills lovende rapportage van de Slag bij Omdurman met de wijze waarop het succes van de Amerikaanse wapens tijdens de Golf Oorlog is beschreven, met als enig verschil dat kruisraketten de Maxim gun hebben vervangen. 'En veronderstelt ook maar iemand dat George W. Bush momenteel over een oorlog in Irak zou spreken als we niet het 21ste eeuwse equivalent van de Maxim gun zouden bezitten? Het is juist vanwege het feit dat "they have not" dat Bush zich voor een oorlog uitspreekt,' aldus Bowman daarbij verwijzend naar Hilaire Bellocs dichtregel. Ook nu weer gaat het om een grondstof: olie. Larry Lindsey, economisch adviseur van president Bush, verklaarde op 17 september j.l tegenover de London Telegraph: 'Het met succes voeren van de oorlog zal goed zijn voor de economie.' En dat terwijl een gewapend conflict met Irak 215 miljard dollar kan gaan kosten, over het aantal mensenlevens wordt door de ideologen van het neoliberalisme niet gesproken, want het gaat per slot van rekening om business. De Washington Post publiceerde op 15 september j.l. onder de niets verhullende kop: 'In het scenario van de Irakese oorlog is olie de belangrijkste kwestie' het volgende: 'Een door de Amerikanen geleid initiatief om de Irakese president Saddam Hoessein ten val te brengen kan een rijke oliebron aanboren voor Amerikaanse oliemaatschappijen die al sinds lang uit Irak zijn verbannen, waarbij olie transacties tussen Bagdad en Rusland, Frankrijk en andere landen getorpedeerd zullen worden… Amerikaanse en buitenlandse oliemaatschappijen zijn al begonnen met tactische manoeuvres om een zakelijk belang te verwerven in de bewezen gigantische oliereserves van 112 miljard vaten, buiten Saoedie Arabie de grootste reserves ter wereld… "Het is tamelijk simpel," zei de voormalige CIA directeur R. James Woolsey, die één van de vooraanstaande pleitbezorgers is geweest van het ten val brengen van Hoessein. "Frankrijk en Rusland hebben oliemaatschappijen en belangen in Irak. Ze moeten verteld worden dat als ze willen meewerken bij het aan de macht helpen van een fatsoenlijke regering in Irak, wij onze uiterste best zullen doen om te garanderen dat een nieuwe regering en Amerikaanse maatschappijen nauw met hen zullen samenwerken." Maar hij voegde eraan toe: "Als ze de kant van Saddam kiezen, zal het moeilijk zo niet onmogelijk worden om de nieuwe Irakese regering ervan te overtuigen met hen samen te werken."' Op de achtergrond speelt mee dat een korte succesvolle oorlog de mogelijkheid schept om de macht van het OPEC kartel te breken, zoals het Amerikaanse tijdschrift Fortune eind november schreef. Fadhil Chalabi, een 'gevluchte' Irakese oud minister van olie verklaarde daarover: 'Het zou niet in Irak's belang zijn met de OPEC samen te werken,' en wel omdat elk vat nodig is voor de wederopbouw van zijn land, waardoor de Irakese olie 'een alternatief voor Saoedische olie zal worden.' Het gevolg zal zijn dat de Amerikanen het voor hen onbetrouwbaar gebleken Saoedisch koningshuis weer onder zware druk kunnen zetten. Met andere woorden: het is alles of niets in het machtsspel van politieke en economische chantage. Net als na de Eerste en Tweede Wereldoorlog worden de buit en de wereld weer verdeeld. En daarom moet er nu een oorlog gevoerd worden tegen de Irakese bevolking. Zeven jaar geleden zag ik in Irak de gevolgen van de vorige Golfoorlog, waarbij de totale infrastructuur van het land werd vernietigd. Ik bezocht in het grote en moderne kinderhospitaal van Bagdad uitgemergelde kleuters die aan kanker stierven als gevolg van de grootschalige inzet van Britse en Amerikaanse granaten en kogels. De punten ervan waren bekleed met verarmd uranium, een afvalproduct van de nucleaire industrie. Het voordeel van deze giftige en radioactieve munitie is dat ze tweeënhalf keer zo hard is als staal en daardoor elk vijandelijk object eenvoudig kan uitschakelen. Treffen ze doel dan exploderen ze, waarbij zo'n grote hitte vrijkomt dat bijvoorbeeld een tank ogenblikkelijk in lichterlaaie staat. Tegelijkertijd ontsnappen er radioactieve stofdeeltjes, die indien ze worden ingeademd longkanker veroorzaken. Tijdens die Golfoorlog zijn 944.000 verarmd uraniumkogels en 4.000 verarmd uranium granaten afgeschoten. De inzet ervan was zo succesvol dat een expert het vergeleek met de invloed van het machinegeweer op de praktijk van de oorlogsvoering. Het Pentagon was al die tijd op de hoogte van het gevaar. Maar pas een week na het staakt-het-vuren waarschuwde het de Amerikaanse eenheden in het Golfgebied dat 'van elk object dat door een verarmd uranium kogel of granaat is geraakt, aangenomen kan worden dat het met verarmd uranium is besmet.' Die boodschap was evenwel niet gericht aan de Irakese kinderen die in besmet gebied speelden en de neergeslagen radioactieve stofdeeltjes inademden. Hoewel de tv-kijker thuis het beeld kreeg voorgeschoteld van een 'schone oorlog,' gevoerd met 'surgical strikes,' bestond slechts 7 procent uit zogenaamde 'smartbombs,' waarvan bovendien, volgens de Amerikaanse strijdkrachten zelf, 20 procent zijn doel mistte. Hoeveel burgers precies om het leven zijn gekomen door de in totaal 88,5 miljoen kilo bommen blijft gissen. Wel is bekend dat door de gevolgen van de oorlog en de economische boycot meer dan een miljoen Irakezen, het merendeel kinderen, om het leven zijn gekomen. Ook hier geldt: dit is geen oorlog maar een terroristische slachtpartij. Desondanks zullen in een nieuwe 'oorlog' deze wapens wederom op grote schaal worden gebruikt. De Geneefse Conventies, mensenrechten, humanisme, democratie spelen daarbij geen enkele rol; het gaat immers om geld. En dit laatste voert ons als vanzelf naar de 'Wet van Maxim.' Die luidt aldus: hoog technologisch wapentuig wordt door de marktwerking steeds goedkoper waardoor het in toenemende mate binnen het bereik komt van steeds grotere groepen. We zien een onvermijdelijk proces van kleiner, goedkoper en effectiever met als gevolg dat oorlogsmateriaal zich verspreidt als olie op water en elke technologische voorsprong onherroepelijk tenietgaat. 'Niets evenaart de perfectie van onze oorlogsmachines,' constateerde de Franse socioloog Jacques Ellul in zijn briljante studie 'The Technological Society.' Gedocumenteerd zet hij uiteen dat techniek voor geen enkele fysieke of psychische grens stopt. Techniek is namelijk neutraal, amoreel en autonoom, vernietigt de traditionele ethiek en ideologie en verandert al het kwalitatieve in het kwantitatieve. Op die manier fungeert het als de ware metafysica van de moderne tijd. Zo beschreef Ernst Jünger het ook in 'Oorlogsroes,' zijn getuigenverslag over de Eerste Wereldoorlog. De veronderstelling dat massavernietigingswapens in handen van een enkele grootmacht kunnen blijven is onjuist. Dat bewezen de Duitsers al in 1916 met hun Maschinengewehr 08 en dit feit wordt nu opnieuw aangetoond door de proliferatie van nucleaire wapens. Israël bijvoorbeeld beschikt erover, de VS gedoogt dat, met als gevolg dat ook andere landen in de regio zich genoodzaakt zien om dergelijke terroristische wapens te ontwikkelen. Aangezien kennis en geld zich onvermijdelijk verspreiden zullen ook zij op den duur die geavanceerde wapens bezitten, atomaire, bacteriologische of uiterst goedkope chemische. En niet alleen landen, maar ook subnationale groeperingen die in hun machtsstreven even meedogenloos zijn als de zogeheten beschaafde naties. Het enige nieuwe is dat, alweer volgens de 'Wet van Maxim,' onze technologie vanaf nu ook tegen ons gericht zal zijn. Wij, de geciviliseerde Westerlingen moeten daar niet louter verontwaardigd op reageren. Zolang wij zelf het internationaal recht schenden in onze jacht op grondstoffen, kunnen we niet van anderen verwachten dat zij zich wel aan vast omlijnde normen en waarden houden. Dat hebben ook wij nooit gedaan. We zullen ons lot als het ware stoïcijns moeten dragen. 'Het onrechtvaardig voordeel om zo wreed toe te slaan,' is niet langer meer een 'voorrecht' waarover alleen wij beschikken. Net als de Soedanezen in 1898 en de Britten in de Eerste Wereldoorlog beseffen wij nog niet hoe wezenlijk de wijze van oorlogsvoering veranderd is en net als zij zullen wij de consequenties van die 'grote misrekening' aan den lijve ondervinden. Het terrorisme is geglobaliseerd en gedemocratiseerd. De Twin Towers in New York, het musicaltheater in Moskou, een discotheek op Bali, het is pas het begin. De volgende keer kan het Londen, Parijs of Amsterdam zijn. Het is de prijs die we moeten betalen om ons welvaartspeil hoog te houden ten koste van die miljarden andere - geterroriseerde en berooide - wereldbewoners.

De Humanist, januari/februari 2003

terug