Dag van de Filosofie



Afgelopen zaterdag 17 april organiseerde de Faculteit der Wijsbegeerte van de Universiteit van Tilburg de ‘Dag van de Filosofie,’ met dit jaar als titel ‘Idolen en Demonen.’ Ik was gevraagd om er tezamen met drie hoogleraren en een universitair docent te discussiëren over het onderwerp: ‘Staat Amerika garant voor de wereldvrede?’ Als eerste kreeg het woord Govert Buijs, docent wijsbegeerte en spiritualiteit van de Vrije Universiteit, die mede vanwege zijn artikel ‘Pax Americana’ in het christelijk dagblad Touw was uitgenodigd. Buijs verklaarde dat ondanks alles de VS het lichtend voorbeeld voor de mensheid bleef, een stelling die hij eerder al in de Trouwbijlage ‘Letter en Geest’ even uitgebreid als warrig had uitgewerkt. Als ik het allemaal goed begrepen heb, komt het erop neer dat de VS, een democratisch imperium is, functionerend in een wereld vol schurken en dat het daarom ‘tenminste een eeuwlang het recht heeft om zich afzijdig te houden van zaken als een internationaal strafhof.’ Tegelijkertijd is soevereiniteit waar alle andere staten ter wereld aan hechten een achterhaald begrip. De toekomst moet bepaald worden door de machtigste natie. Weliswaar heeft ‘ook het Amerikaans imperium… trekken van een roversbende,’ maar we moeten daarbij niet de ogen sluiten ‘voor het unieke karakter van deze nieuwe drager van de imperiale waardigheid.’ Vooral niet omdat imperia als bij toverslag ‘uitgroeien tot incarnaties van de zin van de geschiedenis.’ Kortom: er is sprake van een ‘Pax Americana,’ te vergelijken met de ‘Pax Romana,’ en het zal dan ook niemand verwonderen dat ‘inmiddels… in Amerika de Vergilius-achtige figuren [zijn] opgestaan die de huidige positie van het Imperium bezingen, de Fukuyama’s, de Huntingtons en het meest recent de groep die zich tooit met de naam New American Century,’ wier geschriften ‘in elk geval een signaal [zijn] dat Amerika zich zijn imperiale verantwoordelijkheid bewust geworden is.’ Vooral de verwijzing naar de neoconservatieve denktank van Cheney, Rumsfeld en Wolfowitz is opmerkelijk vanwege de in hun opdracht in 2000 geschreven ‘blauwdruk voor het behoud van de Amerikaanse wereldwijde superioriteit, om de opkomst van een grote machtsrivaal uit te sluiten, en om de internationale veiligheidsorde te laten sporen met Amerikaanse principes en belangen.' Om zijn ‘imperiale verantwoordelijkheid’ te verwezenlijken heeft ‘deze nieuwe drager van de imperiale waardigheid’ van alles in gereedheid gebracht, van massavernietigingswapens tot aan Star Wars. Het rapport van deze ‘Vergilius-achtige’ groep meldt dat 'nieuwe aanvalsmethoden - elektronisch… biologisch - steeds meer beschikbaar [zullen] zijn - de strijd zal zich naar alle waarschijnlijkheid in een nieuwe dimensie plaatsvinden, in de ruimte, cyberspace, en misschien in de wereld van de microben… geavanceerde vormen van biologische oorlogsvoering.’ Om deze wereldwijde militaire strategie bij het grote publiek acceptabel te maken zou 'één of andere catastrofale en als katalysator werkende gebeurtenis - zoals een nieuwe Pearl Harbour' nodig zijn, aldus de opstellers van het rapport, precies een jaar voordat ze op 11 september 2001 als het ware op hun wenken werden bediend. Afgaande op dit soort militaristische versies van de ‘Aeneas’ constateerde professor Richard Falk, hoogleraar Internationaal Recht van de Princeton Universiteit, dat er onder de beleidsbepalers in zijn land sprake is van ‘een ongekende geopolitieke begeerte… Dit project tot wereldwijde overheersing via bewapening in de ruimte… moet aan de kaak worden gesteld en moet worden afgelast voordat het te laat is.’ Desalniettemin klinkt het de wijsgeer Buijs kennelijk allemaal geweldig ‘imperiaal’ in de oren. Een mogelijke verklaring voor zijn lofrede op de VS is dat hij de meest simpele feiten, waarop hij zijn gevleugelde woorden baseert, niet kent óf verdraait. Dat blijkt al snel zodra de VU-academicus vanuit de hoge sfeer van het veilige abstracte denken afdaalt naar de ontnuchterende werkelijkheid van de dagelijkse wereld. Zo schreef hij voor Trouw in zijn rechtvaardiging van de Amerikaanse hegemonie dat er ‘het wel heel curieuze gegeven [is] dat we in Amerika de eerste supermacht in de wereldgeschiedenis aantreffen die na de aanvankelijke totstandkoming geen veroveringsoorlogen gevoerd heeft en nooit een koloniale macht is geweest. Toen men in 1898 verwikkeld raakte in de Spaans-Amerikaanse oorlog (waarbij de steun voor de Cubaanse onafhankelijkheidsbeweging een belangrijke aanjager was), verkreeg men bij de vredesonderhandelingen van Spanje de Filippijnen als kolonie.’

De vraag waarom en met welk recht een Europese koloniale mogendheid dit Aziatisch land als wingewest aan de VS cadeau deed, blijft onbeantwoord. Laten daarom de feiten voor zich spreken. Begin 1900 sprak de invloedrijke republikeinse senator Albert Beveridge het Congres toe over de noodzaak van ‘een Amerikaans Imperium… De Filippijnen zijn voor altijd van ons, “territorium dat eigendom is van de Verenigde Staten,” zoals de Grondwet het noemt. En net voorbij de Filippijnen liggen China’s onmetelijke markten. We zullen ons uit geen van beide terugtrekken.’ Natuurlijk werd dit expansionisme met hoogdravende woorden omkleed. Het was Amerika’s ‘manifest lot’ om over de anderen te heersen, omdat ‘God een glorieuze geschiedenis aan Zijn uitverkoren volk heeft geschonken.’ Bovendien waren gekleurde volkeren volgens Washington niet in staat zichzelf te besturen, getuige de uitspraak van president William Howard Taft dat ‘onze kleine bruine broeders’ tenminste ‘vijftig tot honderd jaar’ onder de directe supervisie van de Amerikaanse elite moesten staan ‘om ook maar iets te kunnen ontwikkelen dat lijkt op de Angelsaksische politieke principes en vaardigheden.’ Maar de ware redenen waren economische, het telkens terugkerende probleem van de overproductie. De toenmalige president McKinley verwoordde dit zonder omwegen toen hij tijdens de grote depressie in de VS aan het eind van de negentiende eeuw verklaarde: ‘Wij hebben goed geld… maar wat we nodig hebben is nieuwe markten,’ omdat, zoals de invloedrijke voorzitter van de Senaats Commissie voor Buitenlandse Betrekkingen Henry Cabot Lodge, hem nog eens duidelijk had gemaakt, de binnenlandse markten ‘niet voldoende zijn voor onze op volle toeren draaiende industrieën.’ Hoe loffelijk het koloniale streven ook mocht zijn van ‘de oudste democratie ter wereld’ dat ‘begrijpelijkerwijs… kopschuw [is] om zich… met huid en haar te binden aan een internationale rechtsorde,’ (de formulering is van docent Buijs), de Filippino's zelf hadden een volstrekt andere opvatting. Ze wilden onafhankelijkheid en een democratie en begrepen niets van de woorden van president Theodore Roosevelt dat ‘piraten en koppensnellers’ geen onafhankelijkheid en democratie nodig hadden en hun land als ‘springplank’ moest dienen voor de Chinese markt met zijn 400 miljoen potentiële klanten. Er brak een drie jaar durende guerrilla oorlog uit, die door de Amerikanen uitgevochten werd onder bevel van generaals die eerder hun sporen hadden verdiend bij het uitroeien van de Indianen en het opsluiten van de enkele overlevenden in reservaten. Een feit dat achteraf door dezelfde Roosevelt gerechtvaardigd werd met de opmerking dat ‘braakliggende ruimtes’ niet ‘gereserveerd moeten worden voor het gebruik van verspreid levende primitieve stammen, wier leven slechts een paar graden minder betekenisloos, smerig, en meedogenloos is dan dat van de wilde beesten met wie ze het gebied delen.’ Gezien Amerika’s ‘christelijke beschavingsoffensief’ in de wereld kon daar natuurlijk geen sprake van zijn. ‘Spreek zachtjes en draag een grote knuppel met je mee; dan kom je heel ver,’ zo vatte president Teddy Roosevelt het uitgangspunt van de Amerikaanse koloniale politiek kort maar krachtig samen. Hoe groot de knuppel was die de VS naar de Filippijnen meenam bleek uit de massale slachtpartij waarop de verovering uitliep. De officiële schattingen lopen uiteen van 200.000 vermoorde ‘kleine bruine broeders’ als gevolg van de directe oorlogshandelingen tot in totaal 1 miljoen dode Filippino’s, die door de onvoorstelbare verwoestingen massaal crepeerden. Tijdens de genocide vroeg Mark Twain zich in een van zijn vele ‘anti-imperialistische’ en na zijn overlijden zwaar gecensureerde essays sarcastisch af of ‘het zo zou kunnen zijn dat er twee soort beschavingen bestaan –één voor binnenlandse consumptie en één voor de heidense markt?’ Slechts één voorbeeld: tijdens de zogeheten ‘pacificatie’ van het eiland Samar kreeg majoor Littletown Waller van generaal Smith opdracht weerloze Filippino’s dood te schieten omdat ‘er geen tijd was om mensen gevangen te nemen,’ en dat van Samar ‘een barre woestenij’ moest worden gemaakt. Toen Waller aan Smith vroeg hoe oud een slachtoffer moest zijn om te kunnen worden gedood, antwoordde de bevelhebber en veteraan van de slachting bij Wounded Knee: ‘Alles boven de tien.”’ De correspondent in Manilla van de Philadelphia Ledger berichtte in november 1901: ‘Onze mannen zijn meedogenloos geweest, hebben… mannen, vrouwen, kinderen en gevangenen uitgeroeid… vanuit het heersende denkbeeld dat de Filippijn als zodanig niet veel beter was dan een hond…Onze soldaten hebben zout water in mannen gepompt om hen te dwingen te praten, en hebben mensen die zich met hun handen omhoog vrijwillig hadden overgegeven gevangen genomen om ze een uur later zonder een flintertje bewijs… op een brug op te stellen en hen één voor één dood te schieten… als voorbeeld voor degenen die hun met kogels doorzeefde lijken zouden vinden.’

Dat de Filippijnen geen op zichzelf staand incident was, maar het begin van het Amerikaanse buitenlands imperialisme blijkt uit de woorden van generaal Smedley Butler, oud bevelhebber van het Amerikaanse Korps Mariniers, die in 1933 na ruim 33 jaar actieve dienst opmerkte: ‘Oorlog is misdaad. Hij wordt gevoerd ten voordele van de zeer weinigen ten koste van de massa. Ik ben heel lang een eersteklas uitsmijter geweest voor het bedrijfsleven. Voor Wall Street en voor de banken. Ik was in feite een misdadiger, een gangster voor het kapitalisme. Ik heb in 1914 Mexico veilig gemaakt voor de Amerikaanse oliebelangen. Ik hielp bij het verkrachten van een half dozijn Midden Amerikaanse republieken voor het profijt van Wall Street. In China heb ik ervoor gezorgd dat Standaard Oil ongestoord zijn weg kon gaan. Al Capone is niet verder gekomen dan drie wijken. Mijn werkterrein omvatte drie continenten.’ Het plegen van grootschalige terreur is een continuïteit in de Amerikaanse geschiedenis. Vorig jaar vertelde mij een andere ingewijde, de voormalige directeur van het Star Wars programma, luchtmachtkolonel b.d. Robert Bowman: ‘Het Amerikaans imperialisme dateert uit de tijd van de eerste kolonisten. Gewelddadig expansionisme is de rode draad in de geschiedenis van de Verenigde Staten.’ Aldus ‘verkreeg’ de VS bij ‘vredesonderhandelingen’ het territorium van ‘onze kleine bruine broeders,’ hetgeen Twain deed concluderen dat door ‘Gods Voorzienigheid – en de bewoordingen zijn die van de regering, niet de mijne- wij een Wereldmacht zijn.’ Een imperium dat in toenemende mate met geweld zijn hegemonie zal veiligstellen, waarbij de huidige kolonisatiegrens is verschoven naar de ruimte. Wie de moeite neemt om de website van de US Space Command te bezoeken kan daar in ‘Vision for 2020’ onder de titel: ‘Het domineren van de ruimte dimensie door militaire operaties om de belangen en investeringen van de VS te beschermen’ onder andere lezen dat ‘tijdens de westwaartse expansie van het continentale VS’ legers noodzakelijk waren. Maar voor de overzeese expansie moesten Westerse naties vroeger op de marine vertrouwen om ‘hun commerciële belangen te beschermen en te bevorderen,’ al was het maar omdat er -zoals bekend- overal ter wereld ‘kleine bruine broeders’ leven die niet zonder slag of stoot hun natuurlijke rijkdommen aan een neokoloniale macht willen overdragen. Het spreekt voor zich dat in het moderne tijdperk met zijn massavernietigingswapens niet alleen de marine de hegemonie in stand kan houden en daarom moet dit ook vanuit de ruimte gebeuren, waar de VS superieur is. Vandaar dat de Amerikaanse ‘commerciële belangen’ verdedigd zullen worden met ‘in de ruimte gestationeerde aanvalswapens,’ met raketten die elk moment overal ter wereld kunnen inslaan. Volgens Space Command zal de noodzaak van dergelijke precisiewapens toenemen als gevolg van ‘de globalisering van de wereld economie,’ omdat de ‘globalisering’ zo voorspellen deze militaire planners ‘een groeiende kloof tussen de “have” and “have-nots”’ veroorzaakt. Ze erkennen dat de ‘groeiende economische kloof’ zal uitlopen op een ‘toenemende economische stagnatie, politieke instabiliteit, en culturele vervreemding,’ en daaraan gekoppeld een steeds massaler wordende sociale onrust en gewelddadig verzet onder de ‘have-nots’, geweld dat vooral gericht zal zijn tegen de VS. Door het monopoliseren van het heelal moet Amerika klaar zijn om massale onrust te beheersen door ‘het gebruik van ruimte systemen en planning voor een precisie aanval vanuit de ruimte om de wereldwijde proliferatie van massavernietigingswapens te beantwoorden.’ Volgens de politieke analist Noam Chomsky is het ‘fundamentele principe’ achter deze strategie de overtuiging onder Amerikaanse machthebbers dat ‘hegemonie belangrijker is dan overleven.’ Om de alleenheerschappij te bewaren van ‘deze nieuwe drager van de imperiale waardigheid’ heeft de regering Bush junior talloze verdragen en VN-resoluties opgezegd dan wel onmogelijk gemaakt. Tezamen met grote vriend Israël weigert de VS als enige het ‘Ruimte Verdrag’ uit 1967, waarin bepaald wordt dat de ruimte gereserveerd blijft voor vreedzame doeleinden, opnieuw te bevestigen en te versterken. Januari 2001 blokkeerde Amerika de VN Conferentie over Ontwapening en verwierp het de oproep van secretaris-generaal Kofi Annan om samen te werken aan een alomvattend akkoord om de militarisering van de ruimte te verbieden. Reuters berichtte dat ‘de VS de enige van de... lidstaten was die zich verzette tegen formele onderhandelingen over de ruimte.’ Dezelfde obstructie wordt gepleegd bij de controle op massavernietigingswapens. De VS is het enige land dat erop staat vrijgesteld te worden van bepaalde inspecties van chemische wapens. De huidige Bush regering heeft zich teruggetrokken uit de onderhandelingen over controlemaatregelen voor de uit 1972 daterende Biologische en Giftige Wapens Conventie. Volgens de New York Times heeft de VS ‘drie clandestiene defensieprojecten’ die neerkomen ‘op een compleet biologisch wapenprogramma.’ Het Witte Huis liet ook weten zich niet meer gebonden te achten aan sommige onderdelen van het Nucleaire Non-Proliferatie Verdrag. Daarnaast is Washington uit het ABM-Verdrag gestapt, waardoor -volgens deskundigen- een nieuwe kernwapenwedloop dreigt. De reden van dit besluit was dat het ABM-Verdrag het Star Wars-programma onmogelijk maakt. De VS heeft tevens laten weten tegen de ‘Comprehensive Test Ban Treaty’ te zijn. Tegelijkertijd ondermijnde ’s werelds enige supermacht de eerste VN conferentie over het aan banden leggen van de zwarte markt in wat heet ‘small arms,’ en verhinderde het nieuwe dwangmaatregelen van de Biologische Wapens Conventie. Het slaagde er ook in om de herbevestiging van het Protocol van Geneve uit 1925 te saboteren, waarbij het gebruik van gifgas en bacteriologische oorlogsvoering wordt verboden. Een politieke ontwikkeling dus die een bedreiging vormt van de wereldvrede, maar wel geheel in lijn met de gedachten van allerlei ‘Vergilius-achtige’ figuren, onder wie onze eigen dr. Buijs die van mening is dat ‘de oudste democratie ter wereld…begrijpelijkerwijs… kopschuw [is] om zich… met huid en haar te binden aan een internationale rechtsorde.’ In zijn opinie is het logisch dat de VS met ‘zijn imperiale verantwoordelijkheid’ enige speelruimte nodig heeft om uit te kunnen groeien tot een incarnatie ‘van de zin van de geschiedenis,’ en om zo ‘garant te staan voor de wereldvrede.’ Het was in 1901, aan het begin van het Amerikaans overzees imperium, dat de scherpzinnige Mark Twain schreef: ‘Wij kunnen niet een rijk in stand houden in de Oriënt en tegelijkertijd een republiek in Amerika blijven.’ En hij kreeg gelijk. Al meer dan een halve eeuw stemt rond de vijftig procent van de kiesgerechtigde inwoners van ‘de langst functionerende democratie in de wereldgeschiedenis’ niet meer.

Meer over het ‘Groot Amerika Debat’ in de volgende aflevering.




terug