Interview met Lewis Lapham



‘De democratie in de Verenigde Staten is snel aan het verdwijnen. Mark Twain had gelijk toen hij rond 1900 erop wees dat wij er geen imperium op na kunnen houden en tegelijkertijd een democratie blijven. Die twee sluiten elkaar uit, zoals we uit de geschiedenis weten. Eerder al, in 1821, zei president John Quincy Adams dat Amerika niet de wereld in moet trekken om “monsters te vernietigen,” omdat het zichzelf anders in de nesten zou werken en ‘‘de dictator van de wereld’’ zou kunnen worden en haar verlangen naar vrijheid zou veranderen in het streven naar macht. En hij had gelijk. Dat wisten de Romeinen al toen hun democratie veranderde in een dictatuur van de keizers. Ondanks het omvangrijke kiesstelsel stelde de democratie er in de eerste eeuw van onze jaartelling niets meer voor. Het was een door en door gestratificeerde maatschappij, gebaseerd op klasse en rijkdom, net als de Verenigde Staten nu. De democratie in mijn land is een schijnvertoning geworden. Eerlijk gezegd weet ik zelfs niet eens meer wat democratie precies betekent. Twain wist dat nog wel. Een eeuw geleden bestond er tenminste nog een democratisch ideaal. In zijn tijd was het mogelijk om het Witte Huis te betreden zonder een afspraak vooraf en als de president tijd had kon een burger hem op een bepaald moment te spreken krijgen. Maar vandaag de dag stuit je op een muur van veiligheidsmensen, de Amerikaanse president reist rond met een stoet van vijfhonderd volgelingen, onder wie ook de media en zijn staf, zijn chef du protocol, zijn wijnproever en persoonlijke knecht. De hofstoet van Nero telde 5000 volgelingen, dat punt hebben wij nog niet bereikt, maar we zijn op weg. Natuurlijk hebben de rijken en hun bedienden wel makkelijk toegang tot de president. Hoewel niet alle rijken Republikeinen zijn, behoren ze toch tot dezelfde soort mensen. Toen John Kerry in 2004 aan de presidentsverkiezingen meedeed, werd zijn campagne door nagenoeg dezelfde bronnen gefinancierd, olieconcerns, banken, verzekeringsmaatschappijen, de farmaceutische industrie, de agrobusiness, de grote mediasyndicaten. Het kostte de burgemeester van New York bij de laatste verkiezing 70 miljoen dollar om gekozen te worden en de prijs van een presidentiele campagne kan oplopen tot honderden miljoenen dollars, terwijl een senaatszetel daar weer ergens tussenin kan zitten. Zonder dat geld maak je geen enkele kans een politieke positie te verwerven. Het spreekt voor zich dat daar iets tegenover moet staan, de financiers willen door de gekozene beloond worden. Dat was altijd al zo, maar vroeger besteedde men meer aandacht aan de uiterlijke schijn. Dat is niet langer het geval, de afgelopen dertig jaar wordt dit omkopen schaamtelozer naarmate steeds meer burgers niet langer in de democratie geloven. Vijftig procent van de Amerikaanse kiezers stemt niet meer omdat het vertrouwen in het idee van democratie verloren is gegaan. Weliswaar is de Amerikaanse democratie nooit perfect geweest - er bestaat niet zoiets als een Gouden Eeuw - maar er heerste in het verleden toch algemeen het geloof dat het zou kunnen werken. Dat vertrouwen is verdwenen bij de kiezers en zeker ook bij de massamedia en de grote concerns. Die gaan er vanuit dat de wereld te groot is en te gecompliceerd voor zoiets als ware democratie. Ze hebben geen tijd meer voor discussie. Ze hebben de politieke spelregels verandert, steeds meer van het beleid moet in het geheim worden uitgevoerd. We voeren momenteel een nooit eindigende oorlog tegen terreur. De oude constitutionele vorm van regeren is niet langer adequaat voor de huidige omstandigheden. Hoe controleer je steeds grotere aantallen mensen die in toenemende mate de facto analfabeet zijn? Ze zijn nog net in staat een stopbord te lezen. Er heerst een oorlog tegen het intellect, het meeste geld gaat naar wapens en amusement voor de massa. In 1945 beschikte een middelbare scholier in de VS nog over een woordenschat van ongeveer 10.000 woorden, dat is nu gehalveerd. Ik bedoel: de Amerikaanse democratie is ontstaan in de tweede helft van de achttiende eeuw toen de Verenigde Staten rond de 4 miljoen mensen telde. Vandaag de dag is dat bijna 300 miljoen. Hoe kun je met zo’n groot aantal ongeïnformeerde individuen het klassieke idee van democratie in de praktijk brengen?

George Kennan, de architect van de containment politiek, die als geen ander het Amerikaans buitenlands beleid van na de Tweede Wereldoorlog heeft vorm gegeven, schreef in 1948 in een geheim memorandum dat de Verenigde Staten ‘ongeveer 50 procent van de rijkdommen in de wereld’ bezat, ‘maar slechts 6,3 procent van haar bevolking.’ Als hoofd van het planningsbureau wees hij het ministerie van Buitenlandse Zaken erop dat: ‘In deze omstandigheden we niet in staat (zullen) zijn te voorkomen dat wij het voorwerp worden van jaloezie en haat. Onze werkelijke taak in het komende tijdperk is om een netwerk van betrekkingen op te bouwen die ons in staat stelt deze positie van ongelijkheid te handhaven.’ En vervolgens adviseerde hij de Amerikaanse beleidsbepalers ‘alle sentimentaliteit en dagdromen opzij’ te zetten omdat ‘onze aandacht overal geconcentreerd (moet) zijn op onze directe nationale doelstellingen. […] We moeten ophouden te spreken over vage en […] imaginaire doelstellingen als mensenrechten, het verhogen van de levensstandaard, en democratisering. De dag is niet veraf dat we in pure machtconcepten moeten handelen. Hoe minder we daarbij gehinderd worden door idealistische slogans, des te beter het is.’ En Kennan’s advies is nog steeds de hoeksteen van wat we nu het Amerikaanse Rijk noemen. De Verenigde Staten doet precies hetzelfde als Rome onder Caesar, Pompejus en Augustus. Het ging toen en gaat nu om het veroveren van gebieden en het veilig stellen van vitale grondstoffen, dat is het streven van elk imperium. We zien het momenteel weer bij de bezetting van Irak, het negeren van de Geneefse Conventies, maar ook op binnenlands niveau is het merkbaar, bijvoorbeeld door het feit dat veertig miljoen Amerikanen geen ziektekostenverzekering hebben. De wereld wordt in toenemende mate duidelijk verdeeld in haves en have-nots. Ik denk dat door het grote aantal mensen het democratisch systeem niet kan werken. Ik ben van mening dat er een ander systeem van besturen moet komen. Het enige dat wij tot nu toe hebben kunnen verzinnen is het creëren van een imperium. Desondanks blijven we vasthouden aan het inmiddels uitgeholde begrip democratie, terwijl de theorie niet meer spoort met de feiten in het dagelijks leven. De omstandigheden hebben de theorie verpletterd. Er is geen echte politieke strijd meer in de Verenigde Staten, er is zeker geen principieel verzet vanuit de zogeheten Democratische Partij. De strijd is gestreden, de rijken worden rijker, de armen blijven arm en voor de rest: Loof de Heer! In 2004 was een kleine groep van 587 Amerikaanse miljardairs rijker dan de 170 armste naties bij elkaar. Slechts 1 procent van de rijkste Amerikanen bezit 40 procent van ’s lands rijkdommen. 225 van ’s werelds rijksten ontvangen elk jaar evenveel als het gezamenlijke jaarlijkse inkomen van de tweeënhalf miljard allerarmsten op aarde. Ook daarom hebben we een ander politiek concept nodig waarin we oprecht kunnen geloven. Ik zou niet weten hoe die eruit moet zien, maar wat ik wel weet is dat het groei-of-sterf motto van de Amerikaanse zakenwereld de natuur een geweldige schade toebrengt en ook onze eigen samenleving en die van anderen. En we hebben geen idee hoe we die expansionistische moloch kunnen bedwingen. Het kapitalisme gaat aan zijn eigen succes ten onder, imperia vernietigen zichzelf. Als je blijft expanderen dan raken op een bepaald moment onvermijdelijk de grondstoffen op of het krediet en daarmee komt een einde aan je macht. In Washington geloofden ze dat de invasie van Irak Amerika’s onoverwinnelijk kracht zou tonen, in plaats daarvan heeft het Amerika’s zwakte bloot gelegd. De oorlog kost ons tenminste zo’n vijf miljard dollar per maand. Dat gaat voor een deel naar de wapenindustrie en oliemaatschappijen, maar als natie bloeden we dood in het zand van Mesopotamië. Ik kan me voorstellen dat andere machten daar blij mee zullen zijn, zoals China, Rusland, India. Die zien graag dat de Verenigde Staten zichzelf doodbloedt. Zo gaat dat nu eenmaal met imperia, op een gegeven moment worden ze te groot, dan grijpen ze te hoog. Rome was gebouwd op expansie, de Romeinen moesten provincies als Gallië en Klein Azië blijven plunderen. Zelf verloren ze, net als wij nu, hun capaciteit om te produceren. Wij hebben veel van ons werk geëxporteerd, nu beginnen we zelfs ons intellectuele vermogen te exporteren, sommige van onze meest briljante mensen vertrekken naar China omdat ze daar meer betaald krijgen. Het grootste Amerikaanse ‘exportproduct’ is schuld, meer dan drie miljard per dag. Op den duur zal er met ons hetzelfde gebeuren als met Spanje in de tweede helft van de zeventiende eeuw. Het toentertijd machtigste land ter wereld dacht dat het zo rijk was dat het zelf niets meer hoefde te produceren en alleen maar hoefde te kopen, tot het ineens failliet bleek en het rijk ineenstortte. Al het Amerikaanse goud en zilver was onvoldoende gebleken om die luchtbel zwevend te houden. Wat men in Washington negeert is dat de nationale veiligheid in de allereerste plaats berust op factoren als een goede volksgezondheidszorg, gedegen scholing en huisvesting en de spankracht van het Amerikaanse volk en niet op het militair apparaat. Maar in onze samenleving wordt niet geïnvesteerd. We investeren niet in de infrastructuur, we privatiseren het. Wij zadelen de staat op met de kosten en laten de privé-sector de winsten opstrijken. Het neoliberale systeem waarbij de kosten worden gesocialiseerd en de winsten geprivatiseerd vernietigt de gemeenschappelijke infrastructuur die het Amerikaanse volk nodig heeft om de toekomst te kunnen opbouwen. Ondertussen groeit de woede en het ressentiment onder de burgers en dat zal tot een ontploffing komen als we op de ingeslagen weg blijven doorgaan. De afgelopen dertig jaar is het reële gemiddelde loon van de meeste Amerikanen niet gestegen. Door onze klassenmaatschappij is er vandaag de dag meer sociale mobiliteit mogelijk in Frankrijk dan in de Verenigde Staten. Oligarchieën worden door hun hebzucht dom en ranzig, net als kaas dat te lang in de zon is blijven liggen. Een probleem is ook dat er in de Verenigde Staten geen linkse stroming van belang bestaat. Er zijn wel mensen met linkse opvattingen, maar geen georganiseerde linkse oppositie. En wat er aan linkse oppositie bestaat blijft beperkt tot de universiteiten, waar het totaal ondoeltreffend is. Daarentegen heeft de afgelopen dertig jaar Republikeins rechts een efficiënt werkend intellectueel apparaat opgebouwd met talloze opinietijdschriften. Deze mensen zijn erg slim en hebben overal toegang. Daarentegen heeft iemand als bijvoorbeeld Noam Chomsky geen achterban onder de mensen die de Verenigde Staten bezitten en besturen. Intellectuelen zoals hij worden niet uitgenodigd om de zakenwereld toe te spreken of te getuigen in het Congres. Zij verschijnen niet bij de grote tv-netwerken. Ik betwijfel of Chomsky of Howard Zinn ooit zijn uitgenodigd in het programma van Ted Koppel, die 25 jaar lang het befaamde ‘Nightline’ heeft gepresenteerd. Voor de machtigen in de VS bestaan deze intellectuelen domweg niet. Wat dat betreft kent het huidige Amerika veel totalitaire elementen. Ze willen niets van hen horen, ze vinden kritische intellectuelen maf. Kijk ook eens naar de samenstelling van de Senaat. Een onevenredig aantal senatoren is jurist, vooral bedrijfsjurist, een deel van hen is miljonair. Er zitten geen architecten, leraren, boeren of timmerlui tussen. De samenstelling van Europese parlementen is veel gevarieerder. Bij ons is sprake van een klasse van professionele politici die de belangen dienen van degenen die hun verkiezing betalen. Net als in het gedicht van Kavafis zitten we eigenlijk te wachten op de komst van de barbaren. En met het aantreden van de heren Rumsfeld en Cheney is in feite de voorhoede van die barbaren al gearriveerd. Voor we het weten zullen ook wij onze eigen Nero en Caligula hebben, barbaren in zijden toga die niet van buitenaf kwamen, maar van binnenuit.

Van ons Amerikaanse burgers wordt nu verwacht dat wij een groot deel van onze vrijheid opgeven en zeker de helderheid van ons denken in ruil voor het benarde wereldbeeld van die angstige, ellendige oligarchie die in Washington aan de macht is. Het hele streven achter de oorlog tegen het terrorisme is niet bedoeld om het Amerikaanse volk tegen een buitenlandse vijand te beschermen, maar om de Amerikaanse plutocratie te verdedigen tegen de Amerikaanse democratie. Het juiste woord hiervoor is natuurlijk fascisme, maar dat woord is in onbruik geraakt omdat het wordt beschouwd als een te beladen term die geassocieerd wordt met Nazi-Duitsland. Daarom zal ik een citaat geven van Franklin Roosevelt die in de jaren dertig verklaarde dat ‘de vrijheid van een democratie niet veilig is als de bevolking de groei tolereert van de particuliere macht tot het punt waarop het sterker wordt dan de democratische staat zelf. Dat is in wezen fascisme – het bezit van de regering door een individu, door een groep of door welke leidende privé macht dan ook.’ De democraat Roosevelt was zich bewust van de Amerikaanse versie van het fascisme, een fascisme dat in de woorden van Mussolini zelf beter ‘corporatisme’ kon worden genoemd ‘omdat het een fusie is tussen de macht van de staat en die van de grote ondernemingen.’ Roosevelt herkende dit soort fascisme in de oppositie van vooraanstaande Amerikaanse kapitalisten tegen zijn New-Deal beleid. Hij was vooruitziend, want onze huidige Nationale Veiligheids Staat met zijn toenemende geheimhouding, beperking van de vrijheid van het individu, voortdurende oorlogen en verregaand corporatisme is geen democratie meer. Het is het fascisme dat de harten en geesten heeft veroverd van de generatie die nu in Washington aan de macht is. De Europeanen zouden er dan ook goed aan doen om een eigen en beter antwoord te vinden en niet het Amerikaanse model te volgen, maar te leren van onze fouten. Zie Amerika als het verleden en niet als de toekomst, Europa zal zijn eigen toekomst moeten opbouwen. De Amerikanen proberen de toekomst niet te verdienen, maar te kopen met andermans geld. Daarin zullen ze een tijdje slagen tot het onherroepelijk fout gaat, want je kunt niet doorgaan met schulden maken. Eind vorig jaar was die schuld opgelopen tot rond de acht biljoen dollar, dat is acht maal een miljoen maal een miljoen, omgerekend is dat meer dan 26.000 dollar voor iedere inwoner van de VS. Alleen al aan rente was de Amerikaanse belastingbetaler in 2004 ruwweg 80 miljard dollar kwijt. De grootste schuldeisers zijn China en Japan, maar ook van de OPEC-landen in het Midden Oosten hebben we miljarden geleend. Wij zijn failliet en voeren oorlog. Stel dat de Arabische landen de olie in euro’s betaald willen krijgen omdat de dollar in feite niet de waarde heeft die het buitenland ervoor moet betalen. Saddam wilde dat, Iran doet het nu. Als ze allemaal overstappen op de euro is dat een ramp voor Amerika. Tot nu toe accepteert men zoveel van ons omdat de munteenheid in de wereld nog steeds de dollar is en die kunnen alleen wij drukken. Maar als dat voorbij is…Ik ben al een jaar of tien pessimistisch. Tot nu toe gaat het nog zijn gangetje en heb ik ‘t bij het verkeerde eind gehad. Toch zie ik niet dat het op de langere termijn goed kan gaan. Ik zie de cavalerie niet over de heuvel komen om ons te redden.

De Humanist april/mei 2006

terug