Interview met James Lovelock



Het begrip gaia is gebaseerd op de wetenschap dat de aarde een systeem is waarbij alle organismen, inclusief de mensen, de oceanen, de rotsen en de atmosfeer met elkaar samenwerken met als doel het leefbaar houden van de planeet, om het even wat haar levensvormen op een bepaald moment ook mogen zijn. Of zoals in 2001 vooraanstaande wetenschappers tijdens een internationale bijeenkomst in Amsterdam in een gemeenschappelijke verklaring stelden: ‘Het systeem aarde gedraagt zich als één groot, zelfregulerend systeem bestaande uit natuurkundige, chemische, biologische en menselijke componenten.’ Het werkt als een fysiologisch systeem, dat zijn eigen chemische eigenschappen en zijn klimaat probeert te reguleren om zo altijd gunstig te zijn voor het leven dat zich op een zeker moment manifesteert. U zou dat hele systeem zelf kunnen zien als een van de simpelste levensvormen. Het is een absoluut uniek systeem, waarin de mens slechts een minuscuul element is. Vandaar dat ik ook scherpe kritiek heb op milieuactivisten die zich maar al te vaak gedragen als schriftgeleerden die de mug uitziften en de kameel doorslikken, om maar eens een beeldspraak uit Matteüs te gebruiken. De Groene beweging is doorgaans diep verontrust over zaken die de mens treffen, maar geeft zeer weinig om wat de aarde treft. Het is de mens eigen te denken dat het belangrijkste doel van het leven is te zorgen voor het welzijn van de mensheid. Die veronderstelling heeft ons eeuwenlang geïnspireerd. Ik stel daar tegenover dat we ons moeten realiseren dat we niet op aarde kunnen voortbestaan zonder de werking van dit immense systeem. Momenteel zijn we dit systeem zodanig aan het misbruiken dat het dreigt terug te keren tot de staat waarin het 55 miljoen jaar geleden verkeerde en als dat gebeurt dan zullen de meesten van ons en onze nazaten om het leven komen. Ondertussen is een aanzienlijk deel van mijn collega’s in de ‘klimaatgemeenschap’ van mening dat wij ‘the point-of-no-return’ al zijn gepasseerd en dat we nu op weg zijn naar een catastrofale verhitting van de aarde, zoals die ook 55 miljoen jaar geleden optrad. Geologen hebben ontdekt dat toentertijd in de aardatmosfeer een hoeveelheid koolstofgas vrijkwam in de orde van een miljoen maal een miljoen ton. Daardoor steeg de gemiddelde temperatuur op aarde met ongeveer 8 graden Celsius in de arctische gebieden en de gematigde zone en 5 graden in de tropen. Het duurde ongeveer 100.000 jaar voordat het systeem weer naar zijn oorspronkelijke staat was teruggekeerd. Welnu, de mens heeft de afgelopen tweehonderdvijftig jaar een nagenoeg even grote hoeveel fossiele brandstofemissies in de atmosfeer verspreid als 55 miljoen jaar geleden plotseling vrijkwam. Daarnaast hebben we nog twee andere dingen gedaan. De mens heeft veel van het landoppervlak vrijgemaakt voor landbouw en veeteelt. Voorheen was dat gebied beschikbaar voor het reguleren van de planeet en het teniet doen van de negatieve effecten van broeikasgassen, waardoor de temperatuur niet bleef oplopen. Hetzelfde zien we bij de mens. Als het fout gaat met ons lichaam dan krijgen we koorts die een ‘positieve terugkoppeling’ veroorzaakt waarbij onze lichaamstemperatuur tot 40 graden Celsius kan oplopen. Datzelfde proces lijkt op te gaan voor de aarde. Natuurlijk treedt er herstel op, maar dan in de tijd van gaia, niet in onze tijd. We moeten daarbij denken in termen van 100.000 jaar.

Tweehonderd jaar gelden, toen verandering nog langzaam ging, zouden we tijd hebben gehad om duurzame ontwikkeling op gang te brengen, maar nu is het daarvoor veel te laat, aangezien we het keerpunt al zijn gepasseerd. Het is als met een boot over de Niagara Waterval gaan. Het moment dat men over de rand heen is, kan men niet meer terug. Hetzelfde geldt voor de opwarming van de aarde, dat gerekend in geologische termen tamelijk snel gebeurt, waarschijnlijk voor het einde van deze eeuw zal het een feit zijn. Niets dat we nu doen op het gebied van duurzame ontwikkeling of het verminderen van brandstofgebruik zal enig verschil uitmaken op dit proces. Dat is de algemene opinie van een tamelijk groot deel van de klimaatwetenschappers. Op dit moment reageert de aarde zoals de mens op een koorts reageert, de schadelijke effecten van de broeikasgassen worden versterkt en niet vermindert. Het probleem is dat tot nu toe niemand van ons werkelijk naar de aarde heeft gekeken als één groot systeem, waarbij alles met elkaar verbonden is. En dat komt omdat, zoals u weet, de laatste twee eeuwen de wetenschap gebaseerd is op de uitgangspunten van de grote Franse denker Descartes, waarbij men reducerend te werk gaat. We halen alles uit elkaar om het te kunnen begrijpen, en die methode is een enorm triomf geweest. Het heeft alle wonderen opgeleverd van de moleculaire biologie, de deeltjesfysica en de kennis van het heelal. Wij allen zijn daardoor geneigd te vergeten dat er een andere manier van kijken bestaat. Het is pas zeer recent, sinds NASA satellieten de ruimte in heeft gestuurd om de aarde van buitenaf te bestuderen, dat wetenschappers zich realiseren hoe ontzettend gecompliceerd de aarde functioneert, en hoe alles met elkaar verweven is. Daardoor hebben we leren zien dat bepaalde waarheden een grens hebben. Neem de theorieën van Darwin en Newton. Darwin beschreef vanuit de kennis waarover hij in de negentiende eeuw beschikte bijzonder goed hoe de evolutie werkte, net als Newton in de zeventiende eeuw uiterst knap de bewegingswetten formuleerde en op die manier een perfect model gaf om de werking van het zonnestelsel te begrijpen. Maar deze wetten gelden weer niet in de buurt van de zon omdat daar de relativiteit van kracht wordt. Toen Einstein met de relativiteitstheorie kwam betekende dit niet dat Newton volledig fout was geweest, maar dat zijn wetten tot op een zeker niveau geldig zijn en dat als men bepaalde grenzen passeert de Newtoniaanse fysica niet meer opgaat. Hetzelfde geldt voor Darwins evolutietheorie, die ervan uitgaat dat organismen het milieu niet kunnen veranderen, maar zich eraan moeten aanpassen. Zodra men in overweging neemt dat organismen wel degelijk het milieu kunnen veranderen, zoals de atmosfeer, dan ziet men dat de evolutie anders verloopt dan Darwin voorspelde. Pas nu beginnen we te beseffen dat alles met elkaar verbonden is, en dat de mens de consequenties daarvan zal ondervinden. Zoals gezegd: ook al zouden we nu onmiddellijk ophouden met het vergiftigen van de aarde dan nog zal de opwarming niet stoppen. Sterker nog; dan zou de opwarming versneld toenemen. Een van de redenen dat we daar tamelijk zeker van zijn berust op een simpele maar belangrijke observatie. In de zomer is de atmosfeer vaak erg nevelig, het zonlicht ziet er melkachtig uit, het is lang niet zo helder als het kan zijn en dat komt door een aërosol die in de lucht zweeft, veroorzaakt door verontreiniging en broeikasgassen. Die aërosol boven Europa, de Verenigde Staten en Azië reflecteert het zonlicht zo goed dat het de aarde 2 tot 3 graden koeler houdt, maar dat ‘rookgordijn’ is wel van tijdelijke aard, zodra die is opgetrokken doordat we geen broeikasgassen meer produceren, zullen we het volle effect ondervinden van de opwarming.

We zitten nu in een vicieuze cirkel, wat officieel ‘positieve terugkoppeling’ heet. Met andere woorden: een negatief proces versterkt zichzelf en neemt zo in kracht toe. Ik geef u een concreet voorbeeld. Een van de simpelste vormen ervan werd bekend gemaakt door de grote Russische geofysicus Mikhail Budyko. Hij ontdekte het volgende: sneeuw kaatst zonlicht weer het heelal in, zodra de sneeuw begint te smelten komt de donkere ondergrond te voorschijn en dat absorbeert zonlicht, waardoor de omliggende sneeuwlaag sneller begint te smelten tot het allemaal razendsnel is verdwenen. Deze positieve terugkoppeling vindt momenteel op grote schaal plaats in de poolgebieden. Het drijvende pakijs rond de Noordpool, in oppervlakte ongeveer even groot als de Verenigde Staten, smelt op dit moment, waardoor steeds meer donker zeewater vrijkomt. Daardoor stijgt de gemiddelde temperatuur en dat versnelt weer het smelten van het ijs, dat op zijn beurt weer de opwarming van de atmosfeer versnelt. De verwachting is dat we binnen een halve eeuw ‘s zomers naar de Noordpool kunnen varen. Een ander zeer belangrijk voorbeeld is dat zodra het oppervlaktewater in de oceanen tot 12 graden Celsius stijgt het een bijzonder stabiele inversielaag vormt, waarin voedingsstoffen uit het rijke onderliggende koude oceaanwater niet kunnen doordringen. Daardoor sterven onder andere de algen af die van die voedingsstoffen leven. Daardoor wordt het water helder blauw en kan men spreken van een oceaanwoestijn waar niets in leeft. Die oceaanwoestijn breidt zich vandaag de dag uit richting de pool, wat rampzalige gevolgen voor de mens heeft. Die algen produceren namelijk gassen die op hun beurt weer wolken veroorzaken die het zonlicht weerkaatsen en regen verspreiden. Bovendien nemen algen kooldioxide uit de lucht op en dumpt het op de oceaanvloer, waar het in kalkstenen rotsformaties wordt opgenomen.

We moeten ons realiseren dat de beschaafde wereld bedreigd wordt. Daarom pleit ik ook voor het gebruik van nucleaire energie om te voorkomen dat de planeet ons vernietigt. Neem bijvoorbeeld onze eigen dichtbevolkte landen. Groot-Brittannië en Nederland moeten veel van ons voedsel en energie importeren. Terwijl de aarde opwarmt en het klimaat verandert, zal de voedsel- en energievoorziening in toenemende mate problematischer worden. Een voorbeeld is de orkaan Katrina, die bijna zeker een consequentie is van de opwarming veroorzaakt door broeikasgassen. Katrina heeft de brandstofprijzen drastisch laten oplopen en dat heeft een impact op onze samenleving. Katrina is nog een bescheiden voorbeeld, waarmee we nog kunnen omgaan, maar we moeten in gedachten houden dat dit soort rampen steeds meer zullen voorkomen en onbeheersbaar zullen worden. Tegelijkertijd kunnen we onze samenleving niet in stand houden zonder elektriciteit. Nu wereldwijd brandstof en voedsel schaars beginnen te worden, hebben we een verzekerde energievoorziening nodig en ik zie geen eenvoudig alternatief dan nucleaire energie. Het verbranden van fossiele brandstoffen produceert jaarlijks 27,000 miljoen ton kooldioxide, genoeg om – als we het zouden verharden – een berg van anderhalve kilometer hoogte en 18 kilometer in omtrek te maken. Dezelfde hoeveelheid energie opgewekt door kernenergie produceert twee miljoen keer minder afval, en zou een kubus van zestien meter omvatten. En wat de gevaren betreft: het Zwitserse Paul Scherrer Instituut heeft een grootschalig onderzoek verricht naar de veiligheid van de verschillende energie producerende systemen in de wereld, in termen van ongelukken en doden. Men ontdekte dat in de onderzochte periode van 1970 tot 1992 nucleaire energie veruit het veiligste was, ongeveer 40 keer veiliger dan de verbranding van kolen en olie. Ik ben dan ook van mening dat het verzet van de milieubeweging tegen kernenergie louter en alleen gebaseerd is op emotionele meningen en niet op wetenschappelijke feiten. De Groene beweging handelt alsof de mensheid nog tijd heeft voor andere alternatieven. De kooldioxide-uitstoot is dodelijk voor het huidige leven op aarde en zal de beschaving zoals we die nu kennen binnen afzienbare tijd vernietigen. We maken al het begin van de geweldige omslag mee. De komende 30 tot 50 jaar gaan er vreselijke veranderingen plaatsvinden. We hebben geen tijd om duurzame energie te ontwikkelen en vervolgens te installeren. Een eeuw geleden had dat gekund, maar nu heeft dat geen zin meer, daarvoor is het te laat, het proces is al op gang gekomen, de klimaatverandering is al een feit. Het enige dat we vandaag de dag absoluut moeten doen is het onmiddellijk veilig stellen van onze toekomstige voedsel- en energiebehoefte. Dat is het allerbelangrijkste, we moeten ons geld niet verkwisten aan visionaire systemen van duurzame energie.

Ik denk dat als we zouden begrijpen dat de wereld er niet alleen is om ons te voeden, we een stap vooruit zijn. We zouden dan beseffen dat we de aarde niet alles kunnen aandoen. Hier in een Europa kunnen we tot op zekere hoogte tamelijk ongestoord de grond cultiveren, maar de meeste plaatsen in de wereld zijn niet geschikt voor intensieve landbouw, zeker niet als dat via irrigatie verloopt. De grond verzout dan, wordt onvruchtbaar, en verandert uiteindelijk in een woestijn. Dat proces vindt nu op grote schaal plaats. Meer dan de helft van het landoppervlak op aarde is veranderd van uitgestrekte bossen in landbouwgebied. Daarmee is de capaciteit van de aarde om zichzelf te reguleren drastisch afgenomen. Terwijl we veel meer CO2 produceren zijn er veel minder bomen om dit broeikasgas op te nemen. Het vernietigen van natuurlijke ecosystemen heeft een buitengewoon negatief effect op het klimaat. De opvatting dat de aarde er voor de mens is om te gebruiken is niet meer houdbaar. Daar zouden ook humanisten over moeten nadenken. En ook christenen, die ervan uitgaan dat de mens rentmeester is, zouden hun gedachten moeten herzien. De rationalistische materiele vooruitgangsgedachte is onder druk komen te staan, net als het christelijke gedachtegoed. Toen de religies ontstonden was er nog geen fractie van het huidige aantal mensen op aarde, met als gevolg dat de religies zich vooral met menselijke problemen bezighielden en niet met milieuproblemen. Die rentmeestergedachte was toen geen probleem, maar nu wel. De ideologie van expansie en groei, waarop onze huidige beschaving is gebaseerd, kan geen leidraad meer zijn wil de mensheid niet ten onder gaan. We zijn te ver gegaan. We moeten nu een duurzame verminderingsstrategie volgen, een terugtocht en geen expansie. Een generaal die een goede aftocht kan organiseren, wordt in militaire kringen altijd bijzonder gerespecteerd, aangezien dat het moeilijkst is. En nu de mensheid geconfronteerd wordt met een ingrijpende klimaatverandering zijn we gedwongen met een terugtocht te beginnen.

De Humanist augustus/september 2006

terug