Overal ziet men zichzelf

Door Hilbrand Rozema

Waar is de tijd gebleven, dat Marco Polo bijna watertandend schreef dat de Isjkanforel uit een bepaald meer in Armenie de lekkerste vis ter wereld was? Voorbij, voorbij! O, en voorgoed voorbij. Armenie is arm. En het meer wordt leeggevist.

Overal ziet men zichzelf is het melancholieke reisboek-debuut van VPRO-radiojournalist Stan van Houcke. De balansen die hij opmaakt, zijn menigmaal somber. De aarde is, het blijkt maar weer, onherbergzaam en verscheurd door bloedige conflicten die maar niet ophouden.

Dat wisten we al, maar de verwoording en de stijl in Van Houckes' debuut zijn opmerkelijk en aansprekend. Met een 'lokaal' citaat of gedicht als kapstok komt hij tot indringende observaties. Het verdriet van een land als Ierland,.. het ligt al besloten in de dichtregels van Yeats waarmee het prachtige verhaal begint: ,,For the world's more full of weeping / than you can understand'' ('De wereld is meer vervuld van huilen / dan je begrijpen kunt').

Het zou een motto voor het hele boek kunnen zijn. Maar dat is waargenomen door een andere dichter, Joseph Brodsky. Op de vraag waarom ons oog eigenlijk altijd maar doorgaat met registreren, luidt zijn antwoord: ,,Omdat de omgeving vijandig is. Het gezichtsvermogen is het instrument waarmee je je aanpast aan een omgeving die vijandig blijft ongeacht hoe goed je je eraan hebt aangepast.''

Een reiziger ziet zichzelf altijd weerspiegeld in de omgeving, weet Van Houcke. Hij komt altijd zichzelf tegen - en zijn vermogens om tot volledig begrip van bepaalde (wan)toestanden te komen, zijn al bij voorbaat beperkt. Maar die persoonlijke insteek, in plaats van uit alle macht te proberen om 'het laatste woord' te spreken over een bepaald land, is tegelijk heel charmant. Het laat iets mysterieus intact. Het raadsel van de wereld blijft intact. Bijvoorbeeld in het Ierland-verhaal. Echt - droeviger en melancholischer en hartbrekender krijg je het nergens, en dat alles voor een toch bescheiden bedrag.

In arren moede gaat Van Houcke ter bedevaart naar het graf van de bewonderde William Butler Yeats (1865 - 1939). ,,Ik leg een bos donkerrode asters op het graf, loop terug naar mijn fiets en besluit dronken te worden.''

Juist door deze bescheidenheid, die je in andere reisboeken nog weleens mist, komt Van Houcke waarheden en precieze verwoordingen op het spoor. Zo begint hij - en de lezer met hem - iets te doorzien van de diepere lagen in de psyche van een volk. Bescheidenheid spreekt ook uit de truc om schrijvers en deskundigen uit de landen zelf aan het woord te laten. Het verhaal over Israel, twintig pagina's maar, is een van de bondigste en helderste expose's over de ingewikkelde Israelische geschiedenis. Als je dit verhaal hebt gelezen, weet je eigenlijk alles.

Hetzelfde geldt voor Ierland, dat zich ongemakkelijk voelt omdat het nu bij het moderne Europa hoort. Niet langer een 'achterlijk land, gemanipuleerd door benepen priesters' - maar waar is dan toch 'het gemeenschapsgevoel, de gezelligheid van weleer' gebleven? Een Ierse zegsman: 'Nu lijkt alles te kunnen. Dat maakt ons nog zelfbewuster dan we altijd al waren. Wat is Ierland nog? En waar is het? Niemand weet het meer. We zijn verscheurd geraakt, met een been staan we in het moderne leven, met het andere in het oude Ierland. We zweven in het luchtledige. We spelen de rol van joviale Ier, maar ondertussen geloven we niet echt in onszelf. We koesteren een permanente wrok tegen alles en iedereen.' De oude identiteit is verloren, en de nieuwe is nog niet gevonden. 'Maar ja...', verzucht de man dan: 'Zo is dat overal gegaan. In Ierland alleen wat later.'

Inderdaad. Als Van Houckes persoonlijke reisnotities iets duidelijk maken is het wel dat allerwegen volken de greep verliezen op het diepste zelf, de eigenste identiteit. 'Zo is dat overal gegaan'...

Behalve Ierland en Israel passeren Turkije, Oezbekistan, Irak, Libanon, Portugal, Marokko, Italie, Oostenrijk en Armenie de revue. En er zijn nog drie kleinoden gewijd aan de steden Alexandrie, Assisi en Aix-en-Provence. Overal komt Van Houcke zichzelf tegen, en zijn eigen verlangen naar een tijd toen mensen nog wisten wie ze waren en waarom ze hier eigenlijk zijn.

Origineel is het verhaal over Aix-en-Provence, de stad die zijn beroemdste zoon Cezanne niet omhelst, maar zich integendeel al honderd jaar lang wentelt in verstikkend burgerdom. De auteur maakt aannemelijk dat dezelfde vijandige bekrompenheid die de revolutionaire schilder Cezanne honderd jaar geleden verstootte, er vandaag NOG STEEDS de dienst uitmaakt.

In hetzelfde verhaal staat een prachtige bespiegeling over het verschil tussen kunstlicht en kaarslicht. De komst van het gaslicht, eind vorige eeuw, en de introductie van electrisch licht in 1890 (toen hij in de vijftig was) hadden immers grote gevolgen voor zijn schilderen. Als kunstenaar reageerde hij intuitief op deze enorme verandering. 'Hij kende het mysterie van het kaarslicht en realiseerde zich wellicht onbewust de verstrekkende gevolgen van het moderne, geestdodende licht. Geobsedeerd door een visioen probeerde hij het magische terug te vinden, het onzichtbare gebied voorbij de verlichte contouren' (92).

Dezelfde originaliteit is te vinden in het bezoek aan Assisi, vlak na de aardbevingen die zoveel kostbare fresco's vernielden. Nergens komt hij een franciscaan tegen, valt hem op. Terwijl hun ordestichter Franciscus, in de vijftiende eeuw, de solidariteit met de armen als drijfveer had.

Er kunnen zoveel reisboeken niet zijn of er zit altijd nog wel een verrassing bij. Zoals 'Overal ziet men zichzelf' van Stan van Houcke. Het is dan ook zaak dat men naar de boekhandel gaat om het te kopen. Is het er niet, dan moet men het bestellen. Het laat de lezer niet onbewogen, en het geeft stof tot mijmeren over thema's als vergankelijkheid en vergeefsheid. De auteur is steeds op zoek naar de kern, de harde kern van de dingen. Soms leent zich daar alleen proza en poezie voor, waarvan hij een ruim gebruik maakt. Uit zijn journalistieke engagement spreekt zo niet een geloof, dan toch een verlangen naar een betere wereld. Het meest persoonlijke verhaal 'Italie' is voluit literair. Een impressionistische schets vol gedachtensprongen. 'De mens is een gevallen engel, die in de grijze voortijd gevlogen heeft', weet de auteur, wanneer hij in de tuin de knokige schouderbladjes van zijn spelende kinderen observeert.

terug