Albertus Thijs en Marchien Arends.

foto Albertus en Marchien


Albertus Thijs, geboren te Donderen op 6 juli 1893, overleden aldaar op 5 maart 1967, zoon van Lucas Thijs en Jantien Winters.

Hij is getrouwd te Vries op 8 maart 1913 met

Marchien Arends, geboren te Donderen op 15 april 1892, overleden aldaar op 14 maart 1966.

Uit dit huwelijk:

1 Jantje, geboren te Donderen op 1 juni 1913. Zij is getrouwd op 16 mei 1936 met Hendrik Hartlief, geboren te Langelo op 31 oktober 1911.

2 Johannes, geboren te Donderen op 9 juni 1916, overleden te Vries op 19 maart 2003. Hij is getrouwd op 18 november 1944 met Hennie Oostebring, geboren te Zeyen op 4 januari 1920, overleden te Donderen op 4 februari 2000.

3 Jan Jacob, geboren te Peest op 28 september 1919, overleden te Amstelveen op 4 mei 1975. Hij is getrouwd te Noorderamstel op 25 maart 1953 met Imke Sijberden, geboren te Loosdrecht op 15 maart 1918.

4 Roelfien, geboren te Peest op 16 april 1922. Zij is getrouwd op 8 mei 1948 met Geert Ipema, geboren te Lieveren op 2 februari 1915, overleden te Groningen op 7 november 1996.

5 Lucas, geboren te Peest op 13 december 1924. Hij is getrouwd te Vries op 28 augustus 1962 met J.F. (=Riny) Kieviet, geboren te Hoogezand op 15 januari 1926.

(Voorouders van Riny zijn te vinden op de website van Eggo Kiewiet. In het parenteel van Pieter Jans (Kiewiet) wordt zij thans vermeld onder nummer VIII-AF. Na een update kan de nummering gewijzigd zijn.)

 

FAMILIEALBUM


 

"Opa Bertus Thijs was een heel handige man. Vooraan op de deel had hij een houten werkbank met een draaischroef en daar was hij vaak aan het zagen en schaven. Hij was ook jager en had een jachthond. Opa droeg een weitas en had groene laarzen aan en zo ging hij dan vaak zondags met de hond op jacht. Hij liep altijd een beetje voorover . Mijn oma hoefde echter nooit alleen koffie te drinken,want Lucas, de jongste zoon, heeft altijd bij hun ingewoond. Later kwam daar zijn vrouw Riny nog bij en later nog 2 kleinkinderen. Opa en oma woonden toen in de kamer. Ook kwam elke zondagmorgen de overbuurman koffiedrinken. Zijn vrouw was nl. al vroeg overleden. Verder hadden ze nog een hond zo groot als een pony. Daar gingen ze mee naar het melken. Ik mocht ook eens mee op de hondewagen. De koeien liepen toen bij het diepje en ik heb onder het melken heerlijk bij het water gezeten. Opa ging ook op de hondenwagen zitten als het niet te zwaar voor de hond was. Met zijn broer Pieter ging hij altijd naar de Pinkstermarkt . Op de terugweg kwamen ze dan bij ons langs. We kregen dan altijd druiven van opa.Toen mijn zus Aaltje ouder was, moest ze bij opa en oma helpen om de koestal schoon te maken. Mijn opa is 73 jaar geworden. Hij is nog geen jaar na mijn oma overleden.

 

Mijn oma was een heel lieve vriendelijke vrouw. Als kind ging ik met mijn vader en moeder af en toe op zondag bij opa en oma op visite. Ik moest dan voorop rijden. Later ging ik alleen, maar als het na half twaalf was, kreeg ik geen koffie meer. Dus ik moest altijd hard fietsen. Op 1 januari keken ze altijd naar het schansspringen. Oma had de Margriet en die zat ik daar dan te lezen. Van praten kwam niet zo veel. Wel was oma altijd erg benieuwd, waarmee onze prinsessen zouden trouwen. Toen oma ongeveer 40 jaar was, kreeg ze pernicieuze anemie (dat is bloedarmoede veroorzaakt door een tekort aan vitamine B-12). Ze moest toen één keer in de maand een vitamine B12 prik halen bij de dokter. Later ging ze alleen als ze zich niet zo goed voelde. Ook kreeg ze last van haar hart. Ze is gestorven op de stoel net nadat ze haar kleinzoon Albert een schone luier had omgedaan. Opa wou het eerst niet geloven,want ze zat toch gewoon op de stoel. Het was toen 14 maart, precies op de verjaardag van kleindochter Aaltje. Van mijn oma heb ik toen haar naaimachine geërfd.

Margje Hartlief


TERUG NAAR KWARTIERSTAAT HARTLIEF

TERUG NAAR DE GENEALOGIEPAGINA