Barelt Barelts
und dahte bein mit beine,
dar ûf satzt ich den ellenbogen.
ich hete in mîne hant gesmogen
daz kinne und ein mîn wange.
dô dâhte ich mir vil ange, wie man zer werlte solte leben:
deheinen rât konde ich gegeben,
wie man driu dinc erwurbe,
der deheinez niht verdurbe.
diu zwei sint êre und varnde guot,
daz dicke ein ander schaden tuot;
daz dritte ist gotes hulde,
der zweier übergulde.
die wolte ich gerne in einen schrîn.
jâ leider desn mac niht gesîn,
daz guot und werltlich êre
und gotes hulde mêre
zesamene in ein herze komen.
stîge unde wege sint in benomen:
untriuwe ist in der sâze,
gewalt vert ûf der strâze:
fride unde reht sint sêre wunt.
Het bovenstaande gedicht zou door de middeleeuwse dichter Walther von der Vogelweide speciaal voor Barelt Barelts geschreven kunnen zijn:

"Ik zat op een steen met mijn ene been over het andere; op dat been steunde ik mijn elleboog. Mijn kin en mijn wang had ik in mijn hand gevleid. Toen dacht ik heel diep na, hoe men op deze wereld nu eigenlijk moet leven: hoe ik ook peinsde, ik kon geen antwoord geven op de vraag hoe men drie dingen kan verwerven, zonder dat het één met het ander in konflikt raakt.Twee daarvan zijn het aanzien dat men bij de mensen vanwege zijn edele karakter geniet, en het verkrijgen van bezit en rijkdom. Vaak is dat al niet met elkaar te verenigen. Het derde is de genade van God, die dat alles een gouden tintje geeft.
Die drie dingen wilde ik graag in mijn persoon verenigen. Maar helaas, helaas: het is niet mogelijk dat rijkdom en een goede naam en ook nog Gods genade in één hart tezamen komen. De weg waarlangs men dat bereiken kan is versperd: het verraad ligt op de loer en op straat regeert het geweld. Het is maar slecht gesteld met vrede en recht."
(Vertaling: Ab Hummel)
Is het Barelt Barelts, die ook wel Barelt Mulder genoemd werd, gelukt om een voortreffelijk mens te worden? In de oude goorspraken wordt zijn naam diverse keren vermeld. Het liegt er niet om: een gemakkelijk mannetje kan hij niet geweest zijn.
Op 15 maart 1572 blijkt dat Barelt betrokken is geweest bij een grote vechtpartij op de brink in Peize. Iemand heeft een zekere Joost Hidding een stuk van zijn duim afgehouwen. Dat zou best eens Barelt geweest kunnen zijn; zelf heeft hij ook een open wonde opgelopen. De messen hebben blijkbaar los in de zak gezeten:
Op verleden goespraecke is Joest Hiddinge van Peyse op den brinck een stucke van syn duijm gehouwen; dan wel hem dat gedaen heft en weten de buir niet; mach Joest Hiddinge dat selffst verklaren.Joest Hiddinge verklaert int zeecker niet tho wieten, wel hem dat gedaen heft, dan weren doenmaels in Jan Keers huyss ende daerbuiten opten brink vele vechtachtich, ende insonders de hy by namen daervan heft ontholden: Jan Lants, Barelt mulder toe Norch, Reyner Spoldes, Jan Spoldes, Jan Reyners, Henrick Zwartwolts, Ave schoemaicker, Bernier Lants, These tho Wolde.
De buiren vertuigen dat de genominierden binnen IIJ weken eenen schuldigen sullen maicken oft gelycke schuldich wesen den Heeren de broecke tho betaelen und Joest Hiddinge syne smarte, schaede ende meisterloene na lantrecht.
Barent, mulder, is oick op deselve tyt in Jan Keers huyss gewondet, oick opten brinck I bloetreyse gekregen; dat vertuigen de buiren oick op hem tho seggen, van wel hy de gekregen heft.
Op de goorspraak van 14 april 1573 wordt opnieuw Barelts naam genoemd. Hij heeft het aan de stok gekregen met Wigbolt van Ewsum, de Heer van Nienoort. Deze wil hem laten verbieden om bomen in Veenhuizen te kappen, die Barelt van de veeldeugdzame vrouwe Elisabeth van Braeckel beweert te hebben gekocht. Wigbolt beweert, dat hijzelf recht op die bomen heeft.
In 1576 wordt er melding gemaakt van een ruzie op de Norgermarkt, waarbij Barelt betrokken was.
Bijna twintig jaar later is Barelt ook weer fors bezig geweest. Op de goorspraak van 28 februari 1595 te Peize komen "die van Norch" met diverse klachten over hem:
1. Barelt en zijn jongste zoon worden beschuldigd van diefstal. "Volgende het anbrengen ende klachte wordt Barelt Mulder ende sijn jungeste soene up dieverije vertuiget, tot straffe van den heren drosten, na behoren ende gewoenheit."
2. Barelt heeft bomen gekapt in Norgerhout, hoewel hij daartoe niet het recht had. "Wort ahngebracht dat Barelt uuth Norgerholt etlicke stucken holdts gehouwen, daer hij geen recht toe hadde, is vertuiget dat Barelt sijn unschult bewijsen sal, of up dieverije, anders die buir up unrecht anbrengen.
3. Barelt heeft andermans land in bezit genomen. Heeft hij een grenspaal laten verdwijnen? "Ten derden gaedt hem een gemeen geruchte nu ende is waer, dat hij anderen haer landt ontbouth, is vertuiget dat der heer drost Barelt sal straffen als na landrechte behoert, die een voerpael heft upgebouth."
4. Barelt heeft het huis van Albert Barels in brand laten steken met alles wat er in was, behalve de mensen. "Ten vierden gaet hem een gemeen geruchte na, dat emandts van Barelt Mulders volck Albert Barels huis verbrandt hebben mit al datter in was behalven dien mensen, is vertuiget, dat Barelt mit 12 sijne naesten sijn onschuldt sal doen, alsdan die buiren up een unrecht anbrengen, anderssins Barelt up een moerdtbrandt, mach der heer drost voertvaren na voergaende exempelen in Noerdenvelt geschien."
5. Barelt is gewelddadig geweest. "Jan Peters ende Cornelys Letpers klagen aver Barelt Mulder, Barelt is vertuiget up gewelt etc."
6. Barelt heeft met behulp van soldaten in Friesland een koster met een groot lang mes vermoord. "Hopman Jan Koerss. ende Hermannus van Wormbs verklaren, dat Barelt in verleden jaren mit die soldaten van die drost Evert van Ensse, woe wel hij een huisman toe Norch was, mede in Vrieslandt gelopen ende onder ander seyten mede daerbij gewest ende handtdadich, dat een man in Vrieslandt wesende een koster, omgebracht,vermoerdt worde, hebbende een groet lanck mes daertoe gebruickt, twelck den hopman noch heft bij Barelt gehieten wart Zijtie, wesende den naem van den koster, die sie vermoerdt hadden.
Dichtte Walther von der Vogelweide in die tijden niet, dat rijkdom en een goede reputatie niet in één persoon samen kunnen komen? Het lijkt erop, dat Barelt zich bij zijn dorpsgenoten niet geliefd heeft gemaakt. Of zou er afgunst in het spel zijn vanwege de economische macht, die Barelt als eigenaar van een korenmolen uitoefende? En rijkdom? Barelts nakomelingen hoorden tenminste drie generaties lang tot de rijkste mensen in het kerspel Norg.

De molen - in het echt stond hij natuurlijk wel recht - van Barelt Barelts bij de ingang van het dorp aan de weg van Norg naar Een.
Veel afstammelingen zijn te vinden in een door Jan Vogelzang geschreven genealogie (2002) getiteld: Barelds, Eigenerfden uit Noordenveld.
TERUG NAAR DE KWARTIERSTAAT HARTLIEF