![]()
Geert Barelds, geboren te Langelo op 26 december 1851, overleden aldaar op 21 december 1890, zoon van Jannes Geerts Barels en Gesina Harms Rozema.
Hij is getrouwd te Norg op 25 oktober 1878 met zijn nicht
Immechien Bezu, geboren te Langelo op 10 juni 1851, overleden aldaar op 29 januari 1917, dochter van Geert Geerts Bezu en Aaltje Geerts Barelds.
Van meester Swartsenburg uit Nieuw-Amsterdam, bij wie zij beide in de klas hadden gezeten, kregen ze een felicitatiebrief ter gelegenheid van hun huwelijkssluiting.
Uit dit huwelijk:
1 Geesje, geboren te Langelo op 20 januari 1879, overleden op 29 augustus 1943. Zij is getrouwd te Norg op 26 januari 1902 met Hendrikus Eikema, bakker te Norg, geboren te Roderwolde op 13 maart 1878, overleden te Norg op 30 juli 1960, zoon van Roelf Eikema en Hendrikje Hoff.

2 Geert, geboren te Langelo op 12 november 1880, ongehuwd overleden op 22 februari 1913.
3 Aaltje, geboren te Langelo op 12 januari 1884, overleden aldaar op 16 januari 1924. Zij is getrouwd te Norg op 11 maart 1905 met Hendrik Hartlief, geboren te Langelo op 17 oktober 1880, overleden aldaar op 5 augustus 1960, zoon van Hendrik Hartlief en Jantje Baving.
4 Jans Barelds, geboren te Langelo op 5 augustus 1886, overleden aldaar op 13 oktober 1886.
5 Jansje, geboren te Langelo op 14 september 1888, overleden aldaar op 10 juli 1948. Zij is getrouwd in Norg op 18 januari 1913 met Jan Hendrik Hilkemeyer, koopman te Peize, geboren in Eelde op 16 september 1890, overleden op 14 november 1974, zoon van Johan Hendrik Hilkemeyer en Berendina Huberts.

Uit een schoolschrift van Geert Barelds:
Langeloo, 24 April 1863.
Mijn Heer en Vriend!
Uwe welwillendheid brengt mij in geene geringe verlegenheid. Met hoeveel ijver hebt gij U mijne zaak niet aangetrokken, en hoe groote verpligtingen hebt gij daardoor niet op mij gelegd! Ontvang bijgaande kleinigheid als een bewijs mijner erkentelijkheid, en wees verzekerd, dat ik niet zal verzuimen, U bij voorkomende gelegenheid op eene meer werkdadige wijze mijn dankbaarheid te toonen. Toch zal ik steeds, ook bij den besten wil, uw schuldenaar blijven. Gij kunt mij geen grooter genoegen doen, dan door mij spoedig op de proef te stellen, of ik niet geheel en al wil zijn
Uw dankbare dienaar
G. Barelds
TERUG NAAR KWARTIERSTAAT
HARTLIEF