DE HEERLIJKHEID HOOGERSMILDE
Tot in het begin van de 17e eeuw lag tussen Diever en Zuidvelde bij Norg over een lengte van 18 km een enorme veenrug. Dit hoogveen was onbegaanbaar. Grote plassen als het Smilder meer zorgden er voor dat het een eldorado voor vogels was. Alleen in heel droge zomers was het mogelijk schapen op het veen te laten grazen.
Op 27 december 1612 begon de strijd met deze Smilder venen. Berent Egbertsz Keteltass (veenmeester) en Berent Ketel, schulte van Diever, kwamen met de eigenerfden van Diever overeen de venen aan te snijden.
Op 8 juli 1613 bepaalden Drost en Gedeputeerden van Drenthe belastingvrijdom voor al degenen die zich voor de tijd van 20 jaren in de Smilder venen zouden vestigen:
"Dat alle de personen sonder onderscheidt, die opt voers. Smilderveen, ende geene andere, voer den tijt van twintich jaeren naestcoemende ingegaan, den 1 aprilis 1613 stilo veteri, genieten sullen vrijheit van alle swaerichheden ende lasten, soe ordinaris als extra ordinaris, van generale middelen, contributien, impositien of te waer naeme deselve gegeeven sal moegen worden, vuith besondert herbergiers ende andere biertappers, oepenbare herbergen houdende, dwelcke geensints vrijheit sullen moegen genieten maer gelijck d'andere ingesetenen deser landtschap den imposten ende generale middelen subject sijn".
In de jaren 1614 - 1618 werd al veel land overgedragen. Amsterdamse kooplieden en ambtenaren kochten diverse percelen. Zij vormden weldra een "veencompagnie" en traden gezamenlijk op.
In 1633 werd de Heerlijkheid Hoogersmilde gecreëerd. Adriaen Pauw was de eerste Heer van Hoogersmilde. Reeds spoedig daarna werd Jan Jacobs Hummel pander van de Heerlijkheid. Diverse percelen grond werden op erfpacht uitgezet en daardoor ontstond het dorp Hoogersmilde. De kaart van Serwouters laat ons duidelijk de zes woningen zien en het "Journaal" van deze schrijver-tekenaar geeft ook de namen van de eerste bewoners.
Deze zes huizen lagen ten noorden van de Loode of Lotengrift, dus ter hoogte van de plaats waar nu het viaduct in de weg Emmen - Drachten is gebouwd. Op de kaart van Meyer Wijnhout in 1753 zijn deze woningen nog terug te vinden. Voorzover we hebben kunnen nagaan is er nu niets meer dat aan de eerste woningen herinnert.
Dat het leven in de jonge kolonie aanvankelijk niet gemakkelijk is geweest, laat zich denken. Tot overmaat van ramp brak op 14 augustus 1637 bij Bartel Koops de pest uit. Veenbaas Emmerick Jansz stierf aan deze ziekte.
De veenkolonisatie is geleidelijk verder gegaan. In de 17e eeuw reikte deze nauwelijks verder dan Hoogersmilde. In de 18e eeuw werden Hijkersmilde en Smilde "aangesneden". Omstreeks 1800 konden de turfgravers van het Kloosterveen en Bovensmilde elkaar de hand reiken. Op wat kleine stukken na was de grote veenrug grotendeels opgestookt in de Hollandse huiskamers en keukens.
Omstreeks 1680 werd Cornelis Verlet een machtig man in de venen van Hoogersmilde. In die dagen was Pieter Lancel de schulte. Wij krijgen echter de indruk dat Cornelis heel wat meer had in te brengen dan Pieter. Na Lancel kwamen als schulte: 1711 Richard Ketel, 1713 Lambert Wijntjes, 1729 Pierre Ketel, 1736 Arend Dannenberg, 1748 Egbert de Jonge, 1770 Hendrik Hummel, 1793 Matthijs de Vrome. In 1795 de Heerlijkheid Hoogersmilde van het toneel en werd Smilde een gemeente.
Hendrik Hummel was de eerste "inheemse" schulte van de Heerlijkheid. Hij is opgevolgd door zijn schoonzoon, die al geruime tijd adjunct-schulte was.
Het archief van de Heerlijkheid Hoogersmilde bevindt zich in het Rijksarchief te Assen. De veenkolonisatie is geleidelijk verder gegaan. In de 17e eeuw reikte deze nauwelijks verder dan Hoogersmilde. In de 18e eeuw werden Hijkersmilde en Smilde "aangesneden". Omstreeks 1800 konden de turfgravers van het Kloosterveen en Bovensmilde elkaar de hand reiken. Op wat kleine stukken na was de grote veenrug grotendeels opgestookt in de Hollandse huiskamers en keukens.
Bron: W.T. Vleer - Het Drentse geslacht Hummel/Hummelen, pag. 41.
![]()