Op de website van Sytske Barkhuis is een parenteel Jannes Alberts Barkhuis - Annechien Harms Cremer opgenomen. Over Jannes vertelt zij het volgende:
II.3 Jannes Alberts Barkhuis, geboren in Peest, 29 juni 1760 in Norg gedoopt, overleden 5 november 1823 om 06.00 uur in huis nr 193 in Zeijen. Op 20 Mei 1787 is Jannes Alberts (van Peest), heelmeester en landbouwer te Zeijen, in Vries getrouwd met Annegijn Harmens (van Seijen), geboren in Zeijen, 25 september 1768 gedoopt in Vries, overleden 28 mei 1837 in Zeijen, dochter van Harm Cremer en Jantje Willems. Annegijn Harmens wordt naderhand Annegien Harms Cremer.
Jannes slaagt 7 juni 1805 in Zwolle voor het examen 'heelmeester'.
18 Januari 1812 kiest Jannes voor zichzelf en voor zijn 8 kinderen (Jantje 23; Albert 19; Harm 17; Jan 14; Anna 11; Aaltje 8; Roelof 5; Imechien 1) voor de familienaam Barkhuis. Jannes tekent als Jannes Barkhuis. De familie in Peest kiest voor de familienaam Dokter.
De heelmeester J. A. Barkhuis te Zeijen werd in 1821 en 1822 onderscheiden met de 'vaccinatie-medaille'. Jannes en Annechien woonden op de Barringe Erve te Zeijen.
Toen in ± 1260 de abdij Mariënkamp te Assen werd gevestigd betekende dit dat dit klooster, een vrouwenklooster dat tot de Cisterciënzerorde behoorde, zich in de Landschap Drenthe vele eigendommen zou verwerven door aankoop, maar vooral door schenkingen. De ingetreden nonnen of joffers waren veelal van adel en brachten geld in.
Het onroerend goed dat het klooster in de loop der jaren vergaarde in het carspel van Vries bestond uit de volgende erven:
Te Zeijen: Barringe Erve, Alofs Erve en Witsinge Erve.
Te Tinaarlo: Schuilinge Erve, Roevers Erve.
Te Donderen: Huisinge Erve, Tessinge Erve.
Te Ide: Aardinge Erve.
Te Rhee: het Erve tot Rhee.
Tot de reformatie in 1598 bleef het klooster te Assen zijn bezittingen behouden en moest toen al haar bezittingen afstaan aan het bestuur van de Landschap Drenthe.
Zo ook Barringe Erve te Zeijen.
Op dit erf stonden drie huizen, een hoofdhuis en twee andere, iets kleinere, huizen.
Op de kaart van Zeijen van 1832 zijn dit de nummers 29, 30 en 31.
Het huis no. 29 is het huis dat eens een huis met nering (tapperij) was, waar vermoedelijk de postkoets stopte en reizeigers een tijdje konden rusten. In het jaar 1832 is Hindrik Hindriks weduwe Jacobje Smit de eigenaresse van het huis no. 29. Dit huis zal het oude erfgoed van de kleermaker Hindrik Hindriks Barkhof zijn geweest en tevens zijn geboortehuis. Zijn vader Hindrik Jans zal het huis eens hebben aangekocht.
Het huis no. 30 is het hoofdhuis dat in 1832 het eigendom was van de weduwe van Jannes, Annechien. Het hoofdhuis, wat een los hoes was, is in 1951 afgebroken en, in oude stijl, in het Openluchtmuseum in Arnhem weer opgebouwd. Lijst met bewoners.
In Zeijen staat (nog) een huis....
(Oude boerderij gaat naar Openluchtmuseum)
(Nieuwsblad van het Noorden; 15-08-1951)
Zeijen, het dorpje van de families Lammers, Emmens, Darwinkel, Brouwer, Eisinga en anderen, die met elkaar zo'n kleine 600 inwoners leveren van de gemeente Vries. Zeijen is bij de talloze vreemdelingen, die in het vacantieseizoen Drenthe bezoeken - misschien gelukkig - nog onbekend. Het zit zomers niet bijster druk in de "vreemdelingenindustrie" en buiten de paar café's hebben de Zeijenaren er eigenlijk ook geen behoefte aan. Zij gaan stil hun gang op de akker, op de boerderij, in winkel en werkplaats.
Toch heeft Zeijen bekendheid gekregen over de gehele wereld in de kringen der wetenschap door de opgravingen, die prof. dr. A.E. van Giffen destijds daar liet verrichten en die 164 grafheuvels en een zogenaamde Romeinse legerplaats aan het licht brachten. Het zijn ontdekkingen geweest, die voor de archeologie van onschatbare waarde zijn geworden.
Vlak bij het dorp, aan de kronkelende weg naar Vries, liggen de "Zeijer strubben", een natuurreservaat, waar de zo zeldzaam geworden uit de ijstijd afkomstige Zweedse karnoelje nog groeit, een bloem, die terug te vinden is in het wapen der gemeente Vries.
Oudheidkunde en natuurschoon zijn dus niet zeldzaam in het vriendelijke dorpje met zijn vlijtige bewoners, van wie de oude boer Eisinga nog zo smakelijk kan vertellen over zijn in Assen doorgebrachte diensttijd, over zijn boerderij, die hij nu aan kant heeft gedaan, zodat hij de rest van zijn levensjaren in gezelschap van zijn flinke vrouw in welverdiende rust kan doorbrengen. Eisinga's hofstede staat aan de rand van het dorp, daar waar de es begint, en zijn boerderijtje is een der oude Saksische "plaatsen", waaraan Zeijen zo rijk is. Verweerde ankers in de voorgevels zeggen tot de oudheidkundigen dat de boerderij tussen 1700 en 1800 werd gebouwd en dergelijke jaartallen treft men er niet zelden aan. Vroeger stond op het erf nog de "zwingelput", waaruit moeder de vrouw het water "zwingelde" voor het vee, de was of het huishouden. Jammer genoeg zijn deze typische juweeltjes nu verdwenen.
Twee eeuwen
Temidden van al deze oudheidkundige schatten staat ook de boerderij van Albert Lammers, net als alle hofsteden met de "rug" naar de weg gekeerd, waarschijnlijk omdat men dit vroeger gemakkelijker vond in verband het het binnen brengen van de oogst.
Stil dromend heeft deze Saksische boerenwoning bijna tweehonderd jaren regen, wind en storm over zich heen laten gaan, maar nu kan het dan ook niet langer.
Straks, wanneer de familie Lammers en schoonzoon, Evert Emmens, met vrouw en kinderen hun nieuwe boerderij hebben betrokken, zullen er mensen van het Openluchtmuseum in Arnhem naar Zeijen komen om het verweerde oudje (dat het jaartal 1760 in zijn ankers heeft staan) van steen tot steen, van spant tot spant, geheel af te breken en naar Arnhem over te brengen, waar het in het Openluchtmuseum zal worden opgebouwd zoals het bijna twee eeuwen in Zeijen heeft gestaan.
Natuurlijk verhuist ook de oude schaapskooi, waar nu moeder varken met haar kinderen gezellig knorrend opgroeit tot metworst en carbonade...
TERUG NAAR DE KWARTIERSTAAT HARTLIEF