JAN PIETERS SCHEPER

De afkomst van Jan Pieters kon tot nu toe niet achterhaald worden. Zijn naam komt voor het eerst voor in een momberprotocol opgemaakt te Roden op 21 april 1730:

 

"Op heeden den 21 April 1730 hebben de mombaren over de kinderen van Jan Peeters, beide samen bij wijlen zijn vrouw Jantien Frissers in Echtelyck gewonnen, de ouste in het elfte jaar Pieter Jans en de jongste soon Frisser in het achtste Jaar oud, als waaren Meester Hend. Reinders Cuyper tot Roden als Hooftmomber en als meede mombaren Hend Bijmholt van Peise Jan Geerts van Tynarelo en Evert Peters van Middewolde ten overstaan van het gerigte nae ingaande Staat en inventares en exacte examinatie taxatie en overwaginge des Boedels een Ackoort gemakt met des kinders vader Jan Peeters nu in het Tweede Houwlijck sullen treeden met Fenne Roelfs, van des Kinders moederlycke goederen invoegen hyrnae beschreven.

Als Dat Jan Peeters met zijn Ega De Sigh deesen meede veroblijgeert sullen gehouden weesen, gelijck mits Deesen anneemen om beide voornoemde kinderen te onderholden in kost en Dranck, Kleederen en tot der tijdt en soo lange, in eer gedagte kindren tot haar Jaaren zijn gekomen, dat zij haar Kost en Kleederen küenen verdeenen en dan, noch ten respeckt van Haaren moeder zullen uitkeeren an jeder kint Drie Dücatons of te saamen Achtien Ca gld achtien Stüv vrij gelt sonder eenigh beswaar, of een ig.. laast tot de kinder verblijven, waar de vaader en toekomende Stiefmoeder süllen gieneeten alle des moeders goederen geene exemt, met alle in en uit Schülden, Axtiën en Kredyten soo daar mogten weesen ock niets daar buyten schoon voorengenoemt of niet genoemt. Verder de kinderen op te voeden in alle tügt en eerbarheit Leesen en Schrijven te laaten leeren, in sieckte en gesonthyt ten allen tijden te moeten hanthaven en daarbij te doen als Kristelycke Olderen bij haar kinderen verschuldight syn om te doen. Aldus met maal kander verackordiert en beslooten ten aanzien van des kinders (Jonkhiet?) 't Harer voordeel is streckende soo beloven wij malkander wederzijds Stanthouden en te doen houden ................"

ondertekening:

Krijthe S.W. Schults 1730

Dit mark heeft Jan Peeters in mijn presentie getogen (Handmerk )

Dit mark heeft Fenne Roelfs in mijn presentie getogen (Handmerk)

Dit mark heeft Hend Bymholt getogen (Kruisje) attesteer ik Klaas Roelfs

Dit mark heeft Jan Geerts getogen (Kruisje) attesteer ik Klaas Roelfs


Jan Pieters is dus voor 1719 getrouwd met Jantien Frissers. Het is mogelijk dat zij oorspronkelijk uit Peize kwam. Zij overleed voor april 1730.

Uit dit huwelijk:

1 Peeter, geboren in 1718 of 1719.

2 Frisser, geboren in 1721 of 1722.


De in het momberprotokol als mede-voogd genoemde Evert Pieters uit Midwolde is blijkbaar een broer van Jan Pieters. Over hem heb ik volgende gegevens gevonden:

Hij was eerst getrouwd met Marrigien Warmolts. (Mogelijk was zij uit Peize afkomstig, aangezien in 1725 de weduwe van Roelf Warmels in een plaats te Peize woonde.) Uit dit huwelijk:

1. Trintien, gedoopt te Roden op 7-5-1719

Evert Pieters hertrouwde waarschijnlijk met Aukje Jans. Uit dit huwelijk:

2. Kunnechien, geboren te Midwolde, gedoopt 18-6-1827 te Tolbert

3. Jan, geboren te Midwolde, gedoopt te Midwolde op 22-10-1730

4. Gerrit, geboren te Midwolde, gedoopt te Midwolde op 20-1-1733

Aangezien ook Jan Pieters zijn eerste dochter Trintien noemde, waren hij en Evert waarschijnlijk een zoon van Pieter en Trintien.


Jan Pieters hertrouwde tussen mei 1730 en eind 1730 met Fennigjen Roelfs (een dochter van Roelf en Hendrikje?).

Uit dit huwelijk:

3 Harmen, geboren te Roden (Zuideinde), gedoopt te Roden op 22 april 1731.

4 Klaas, geboren te Roden (Zuideinde), gedoopt te Roden op 9 november 1732. (kwartierstaat nr 64)

5 Trintien, geboren te Roden (Westeinde), gedoopt te Roden op 7 maart 1734.

6 Roelf, geboren te Roden (Westeinde), gedoopt te Roden op 20 november 1735.

7 Hendrikje, geboren te Roden (Westeinde), gedoopt aldaar op 24 februari 1737, overleden

te Zevenhuizen op 4 april 1822. (kwartierstaat nr 73)

8 Trintien, geboren te Roden, gedoopt aldaar op 4 februari 1739.

 

Jan Pieters Scheper moet zijn overleden te Roden tussen mei 1739 en maart 1744. In de "notulen van verleende akten van remissie" te Roden in 1744 wordt Fennigje namelijk als weduwe genoemd.

"akte van remissie"
"Fennegien Roelfs Weduwe van Jan Pieters Scheeper volgens afgegeven attestatie van Diacony in dato den 3 meert 1744 invoegen arm is en Haar Arm Zeedil is gwijdt gerakt en nog alle veerendeels Jaars uit Diacony geneet met haar kinder neerge en daarenboven de kinder ook worden gekleed uit de armkasse."

Het is Fennigje dus materieel niet goed vergaan. Ze moet zijn overleden na april 1740. Misschien is zij de volgens de "sterflijst Roden" op 14 juli 1777 overleden Fenne Scheper.


TERUG NAAR DE KWARTIERSTAAT HUMMEL

TERUG NAAR GENEALOGIE III (HUMMEL)

TERUG NAAR DE GENEALOGIE-PAGINA

TERUG NAAR DE HOMEPAGE

 

Free counter and web stats