| Het basismotief van de stof. Op dit basismotief is met gouddraad een extra motief ingeweven.
|
.
| Het eerste ingeweven motief. Dit gedeelte van de stof gebruik ik voor de mouwen en het bovenstuk van de onderjurk, en ook voor het siergedeelte op de hals van de zwarte overgooier.
|
.
| Het eerste motief heeft twee verschillende randen. Dit is de rand aan de zijkant. Deze rand gebruik ik als ceintuur voor de onderjurk en voor onderaan de pijpen van de pakistaanse broek. Beide zijn niet zichtbaar als ik me als Arwen verkleed, maar wel als ik de zwarte overgooier niet draag. Ik maak nu eenmaal geen kleding die ik maar eenmaal draag en zo is de jurk ook voor andere gelegenheden te gebruiken.
|
.
| Dit is de rand aan het eind van het motief. Ik gebruik deze rand voor het uiteinde van de mouwen en voor de halsversiering van de onderjurk.
|
.
| Het tweede ingeweven motief. Dit motief is niet te zien als ik de zwarte overgooier draag, want het is bedoeld voor het rokgedeelte van de onderjurk.
|