Miljoenenschade aan windmolens

Duitse verzekeraars hebben in 2002 maar liefst 40 miljoen euro aan schade aan windturbines uitbetaald. Sinds enige jaren stijgen de schadekosten, zo meldt de Duitse brancheorganisatie voor het verzekeringswezen GDV. Door langdurige garantieverdragen, die een groot deel van de schade dekken, is het op dit moment nog niet mogelijk het totale schadepotentieel te berekenen. Windmolens zijn door hun ligging in het vrije veld bijzonder gevoelig voor storm, onweer, brand en ijsvorming, maar ook voor slijtage en oververhitting. Om de schadepost in de hand te houden, eisen de verzekeringsmaatschappijen dat er meer tijd aan de ontwikkeling en beproeving van nieuwe installaties wordt besteed en dat bij fabricage, onderhoud en reparatie aan hogere kwaliteitsstandaards wordt voldaan.

Noot Stichting Windhoek:

Tot op dit moment wordt in Nederland door de windturbinelobby altijd volgehouden dat windturbines volkomen veilig zijn en aan de strengste normen voldoen. Echter bijna alle turbines in Nederland zijn van Duits fabrikaat? Ook in rapportages naar de overheid wordt altijd gesuggereerd dat turbines zo veilig zijn dat je ze bij wijze van spreken in de middenberm van een autoweg kunt plaatsen. Met het bovenstaande bericht moeten we wederom vaststellen dat we met zijn allen toch ook op dit aspect weer zeer eenzijdig(gekleurd) zijn en worden voorgelicht.


Financiering windmolens loopt gevaar


Investeringen in windenergie ondervinden veel problemen en dreigen fors te worden teruggeschroefd. Als oorzaak geldt de invoering van een ondeugdelijk subsidiestelsel voor windmolens door het ministerie van Economische zaken. Onzekerheid in de markt door de 'voortdurende wijzigingen' doet de rest.

Deze constatering komt van diverse banken en adviseurs die in deze markt werkzaam zijn. Per 1 juli is de nieuwe subsidieregeling MEP ingevoerd. Een probleem is het maximum in de regeling dat gesteld is op 18.000 lasturen. Moderne windmolens produceren echter 2440 uur per jaar op vol vermogen. Dat heeft tot gevolg dat deze molens na zeven jaar al geen subsidie meer ontvangen. En binnen deze termijn verdienen de meeste projecten zich niet terug volgens de experts. De nieuwe regeling werkt ook inefficiency in de hand. Hoe beter de molen het doet, hoe minder subsidie wordt ontvangen. Windturbinebouwers bieden nu al molens aan met een lager rendement, zodat ze langer kunnen profiteren van de subsidie. Men voorziet dat molens die geen subsidie meer ontvangen weer worden afgebroken en vervolgens worden vervangen door molens waar voorlopig wel weer subsidie op zit. Deze volurenregeling leidt tot ernstige terughoudendheid bij de financiers. De experts hebben al in januari gewezen op de ernstige weeffouten in de regeling, maar Economische Zaken heeft ze genegeerd. 'Geld en goede bedoelingen genoeg, dat is het probleem niet. Maar wij in de sector worden doodziek van alle wijzigingen die steeds maar worden doorgevoerd. Hierdoor wacht iedereen af of het volgend jaar beter wordt', aldus een deskundige van Econcern.


Uit Energietechniek nr. 9 september 2003


Schollema blij met steun molenpark


De provincie wil naast molenparken Eemshaven en Delfzijl geen andere grote windmolenparken

GRONINGEN - Burgemeester Meindert Schollema van Pekela is blij met de steun vanuit Den Haag voor de bouw van een windmolenpark bij Nieuwe Pekela.

Een groep boeren uit Pekela wil al jaren een windmolenpark bouwen tussen Nieuwe Pekela en Alteveer, maar zij krijgen geen toestemming van de provincie. Volgens gedeputeerde Calon moeten er buiten de Eemshaven en Delfzijl geen grote windmolenparken komen.

Maar minister Brinkhorst van Economische Zaken en staatssecretaris Van Geel van VROM zijn het niet met hem eens. Zij schreven de gedeputeerde een brief met daarin het nadrukkelijke verzoek toch mee te werken aan de bouw van een windmolenpark in Nieuwe Pekela.

Gedeputeerde Calon wilde dinsdagmiddag nog niet reageren op de brief van de minister en de staatssecretaris.


Delfzijl zoekt oplossing voor windmolens

DELFZIJL - De gemeente Delfzijl zoekt naar wegen om de impasse te doorbreken over de bouw van 34 windmolens in Delfzijl-Zuid. Delfzijl weigert op te draaien voor schadeclaims van buurtbewoners die zeggen dat de windmolens overlast veroorzaken, maar volgens de Hoge Raad is Delfzijl op grond van de Wet op de Ruimtelijke Ordening wel degelijk verantwoordelijk voor de zogenaamde planschade. Delfzijl probeert nu met het consortium Millenergy, dat zijn de bedrijven die het windmolenpark willen bouwen, overeenstemming te bereiken over verdeling van de kosten. De havenstad zou dan alleen opdraaien voor een mogelijke waardvermindering van woningen in de buurt van het park. Millenergy zou de rest van de planschade voor zijn rekening moeten nemen.


Windmolens Harkstede vallen ten prooi aan Meerstad.

HARKSTEDE - De twaalf windmolens langs de roeibaan in Harkstede vallen ten prooi aan Meerstad. De provincie vindt namelijk dat de molens niet passen in de nieuwe woonwijk. Energiebedrijf Essent, dat de windmolens in 1996 plaatste, zegt dat verplaatsing onmogelijk is, omdat de masten in dikke betonnen sokkels staan.Essent overlegt nu met de provincie over een oplossing. Eén van de opties is dat het energiebedrijf een aantal extra molens mag neerzetten bij Delfzijl, waar een groot windmolenpark komt. De molens in Harkstede kunnen in ieder geval nog een paar jaar blijven staan, omdat in Meerstad voorlopig nog niet wordt gebouwd.

Noot Windhoek: Bij Harkstede passen windmolens niet bij een woonwijk volgens de provincie, ook al niet bij Borkum, niet bij de Duitse grens bij Bourtange dus zet er nog maar een paar extra bij Delfzijl neer. Het lijkt er op dat Delfzijl verder geen landschappeliijke waarde heeft volgens de provincie en kan er hier dus alles neergezet worden wat men in de provincie niet mooi vindt, het afvoerputje van Groningen? Delfzijl, lekker leven aan zee???

 


Verwijdering van vele honderden zinloze windmolens.

Windmolens die geen enkele zinnige bijdrage aan de opwekking van elektriciteit kunnen leveren moeten afgebroken en opgeruimd worden. En dat zijn er vele honderden, verspreid over het hele land. Laten we dat eens getalmatig bezien:
Het totale jaarlijkse gebruik aan elektriciteit is in Nederland is circa 12.500.000 kWjaar. (kWj).
Dat wordt in de centrales opgewekt met een totaalvermogen van 12.500.000 kW.
Één honderdduizendste deel van dat gebruik is dus 125 kWjaar, op te wekken met 125 kW.


De productiefactor is, gemiddeld, voor alle windmolens in Nederland zoiets als 17 %, of 1/6.

Dus wilt u weten met welk effectief vermogen een windmolen elektriciteit produceert dan deelt u zijn nominale vermogen door 6, en u hebt het antwoord. Eenvoudiger kan toch niet.
Zo ziet u: een windmolen van 750 kW nominaal draait effectief met 750/6 = 125 kW.
En dat is dan precies één honderdduizendste deel
van het totale voor de Nederlandse elektriciteitsproductie draaiende vermogen, namelijk die hierboven genoemde 125 kW. Het blijkt dus onzinnig om windmolens met een nominaal vermogen van 750 kW, of zelfs nog minder, in gebruik te houden. Deze zouden alle afgebroken en zonder verdere milieuvervuiling opgeruimd dienen te worden. Voor onze totale productie van elektriciteit zal het niets uitmaken.Maar wel een enorme opluchting voor ons landschap.
Voor uw rekengemak geef ik, rekenende met die 17 % productiefactor, nog navolgend lijstje:


Een 1000 kW molen produceert effectief met ca. 1000/6 = 167 kW. Dat is 1,3 honderdduizendste deel van wat wij nodig hebben.
Een 2000 kW molen draait effectief met 2000/6 = 333 kW, zijnde 2,7 honderdduizendste deel.
Een 3000 kW molen draait effectief met 3000/6 = 500 kW, zijnde 4 honderdduizendste deel, en een 4000 kW molen, een enorme kanjer, draait met 4000/6 = 667 kW, zijnde 5,3 honderd-duizendste deel van wat wij nodig hebben.
Dus hoe groot de windmolens ook gebouwd worden, hun opbrengst is en blijft minimaal. Ook voor die doodenkele windmolen met een productiefactor van 25%. Nooit meer dan 'een lachertje' ten opzichte van wat wij nodig hebben.

Vergeet bovendien nooit dat een windmolen de elektriciteit altijd volkomen onvoorspelbaar wisselvallig opwekt. Nooit in één ononderbroken sterkte. Gedurende vele dagen per jaar wordt er zelfs helemaal niets opgewekt. Alle windmolens, van welke grootte dan ook, zijn alleen al om die reden onbruikbaar voor directe voeding van ieder soort verbruiker!
Wanneer men dit weet is het toch eigenlijk al gekkenwerk om überhaupt nog windmolens te bouwen! Nog onzinniger is het om toch nagenoeg niets opbrengende windmolens in bedrijf te houden. Eigenlijk zouden zij allen afgebroken en opgeruimd dienen te worden.
Maar laten wij dat voorlopig beperken tot die molens die minder dan, of gelijk aan één honderdduizendste van onze totale gebruik leveren. En daarmee rekenende komen we, welgeteld, op 712 (!) windmolens die zo snel mogelijk afgebroken en opgeruimd moeten worden! (Dit aantal volgt uit de opbrengsttabellen van Kema- Windmonitor!).Voor onze nationale elektriciteitsvoorziening zou dat opruimen in ieder geval niets meetbaars uitmaken. Wel wat betreft al die subsidies die er voor het in bedrijf houden van deze totaal nutteloze dingen door ons allen betaald moeten worden. Want u weet toch ook : al die dingen draaien dankzij subsidies. ----------------------------

Ir J.A. Halkema Theo Mann-Bouwmeesterlaan 86
2597 HJ Den Haag
tel-fax: 31.(0)70-3244153
e-mail: jahalkema@compuserve.com



RTV Noord 28 januari 2004

Verzet tegen windpark Delfzijl blijft

DELFZIJL - De Stichting Windhoek is niet van plan het verzet tegen de bouw van het windpark Delfzijl Zuid te staken. De Raad van State heeft bepaald dat het 34 windturbines tellende park niet strijdig is met de natuurbeschermingswet. Dat betekent dat het consortium van de bedrijven Koop, Siemens en Essent alleen nog een milieuvergunning nodig heeft en dan kan de schop de grond in. De omwonenden van het windpark, die voor grote overlast vrezen, geven het verzet nog niet op.


Uit de bijlage Energie Nederland Special van het Financieel Dagblad d.d. 20 januari 2004:
een zelfs voor de windturbine-fielen onverdachte bron.........

Duurzame energie in Duitsland op z'n retour

Meer dan Nederland hebben de Duitsers de afgelopen jaren zwaar ingezet op duurzame energieopwekking.Dat tij is aan het keren. De Oosterburen merken namelijk dat windenergie verhoudingsgewijs niet alleen veel duurder is dan electriciteitsproductie uit kernenergie en fossiele brandstoffen maar bovendien zorgt voor een minder betrouwbare energievoorziening.

en:

Wat brengen de inmiddels bijna 14.000 windmolens op en wat kosten ze? Het bleek dat met de forse subsidies voor windenergie weliswaar een productiecapaciteit is opgebouwd die goed is voor 15% van de stroombehoefte, maar dat die windmolens in de praktijk gemiddels amper 3% van de behoefte dekken.


Uit de Volkskrant

Finse molen vergt oneindige frisse bries

De wind deed het rustig aan vorig jaar. Windmolens haalden daardoor maar 78 procent van hun normale jaarlijkse energieproductie, zo blijkt uit deze week gepubliceerde cijfers van Wind Service Holland. Een laagterecord sinds 1986. Des te meer reden om elk zuchtje mee te pakken, moet energieondernemerWim Stevenhagen van SET hebben gedacht. Hij is begonnen met de import van kleine zuilvormige Finse molens, die al bij weinig wind gaan draaien en makkelijk op of bij het huis kunnen worden neergezet. De apparaten hebben wel wat weg van de draaiende reclamezuilen bij dogisterijen, benzinepompen en andere middenstanders. Geen toeval, want die zijn ook gebaseerd op de ideeën van de Finse uitvinder Sami-Juhani Savonius, die in 1922 een vat doormidden zaagde en met de twee helften een molen in elkaar kluste.

Geen geluidsoverlast, geen lichtflikkeringen en een levensduur van 75 jaar, somt Stevenhagen de voordelen op. Hij heeft uiteenlopende types in de aanbieding, zoals de WS-0,30 met een hoogte van één meter en een doorsnee van dertig centimeter, tot de WS-4 van vier bij een meter. In Engeland komt op de geplande Vauxhall-woontoren een molen van 10 meter hoog. De bijbehorende energieproductie is lastig in te schatten. De molen draait weliswaar bij elk zuchtje wind, maar de energieopbrengst groeit met de derde macht van de windsnelheid. Dat betekend dat kleine windvariaties al grote verschillen veroorzaken. Zo levert een molen bij een windsnelheid van vijf meter per seconde (achttien kilometer per uur, kracht 3) bijna twee keer zoveel energie als bij 4 meter per seconde (viertien kilometer per uur, eveneens kracht 3).

Volgens Stevenhagen haalt de WS-4, het meest geschikte model voor huiselijke toepassing, zo'n drieduizend kilowattuur per jaar. 'Genoed voor een gemiddeld huishouden.' Maar dat vereist wel een gemiddelde windsnelheid van tien meter per seconde. Een frisse bries, kracht 5, en dat een jaar lang. Is dat heel waarschijnlijk in een plaats als - om maar wat te noemen - het Brabantse Stiphout, waar Stevenhagen woont? 'Ach, hoe je door de natuur wordt bedeeld, weet je natuurlijk nooit.'

Windmolenonderzoeker Sander Mertens van de Technische Universiteit Delft vindt de molens van Stevenhagen 'niet zo heel veel bijzonders'. De Savonius-rotor is gebaseerd op weerstand, waarbij de wind harder tegen de holle kant van de molen aanduwt dan tegen de bolle kant. Daarmee is een rendement haalbaar van hooguit 20 procent, schat hij. Molens met wieken daarentegen werken net als vliegtuigvleugels. Ook de Turby, een soort omgekeerde slagroomklopper waarop Mertens zijn promotieonderzoek baseert, is gebaseerd op dat 'liftprincipe'. 'Daarmee halen we 50 procent rendement.'

Vrijdag wordt het definitieve Turby-prototype in een weiland in Delft neergezet, vanaf februari worden ze geleverd. Er komen slagroomkloppertjes op het gemeentehuis in Den Haag, op flats in Breda en Tilburg. Maar niet op gewone huizen. 'Daar moet je zulke molens niet op neerzetten, vindt Turby-uitvinder Dick Sidler. 'Pas op twintig meter hoogte worden ze effectief.'

De vraag was sowieso of een gemiddelde huizenbezitter een molen op zijn dak wil. De Windside WS-4 kost zo'n twintig duizend euro, de Turby 11 duizend.

Michael Persson



Waar staan we met windenergie?

De kritiek op windenergie neemt snel toe. Tot nog toe waren het voornamelijk landschapsbeschermers, maar nu gaan ook de elektrotechnische ingenieurs zich weren evenals elektriciteit-productiebedrijven die het er steeds moeilijker mee krijgen.

Ze wijzen erop dat:
- er wel een heel klein effect voor erg veel geld gekocht wordt
- windenergie geen centrales kan vervangen,
- de elektriciteitsvoorziening in gevaar gebracht wordt.

Op 28 januari om 16.00 uur zal prof. Kreuger het boekje "Waar staan we met windenergie?" presenteren aan Ir. J.H. van der Veen, direkteur Stichting Toekomst der Techniek. Dit vindt plaats bij het elektriciteitsbedrijf E-ON Benelux in Rotterdam.
Prof. Kreuger was rapporteur van een kritische bijeenkomst van voor- en tegenstanders van windenergie door het Koninklijk Instituut van Ingenieurs en heeft de behaalde resultaten met windenergie op een rijtje gezet. Zijn bevindingen werden onderschreven door vooraanstaande ingenieurs uit de elektriciteitswereld en wetenschappers uit de milieuwereld. Wij nodigen u hierbij uit om deze bijeenkomst bij te wonen en een exemplaar van het boekje in ontvangst te nemen.


Het programma luidt

16.00 uur tot 16.20 uur: Ontvangst
16.20 uur: Korte voordracht door prof. Kreuger
16.40 uur: Discussie. Vooral de vertegenwoordigers van de media zal worden verzocht kritisch op deze bevindingen te reageren.
17.00 uur: Afsluiting met een hapje en een drankje


Wilt u zo vriendelijk zijn om u, indien mogelijk aan te melden. Telefonisch: 070-4134013 of per e-mail: m.bal@quantes.nl
Er is parkeerruimte, maar wilt u de portier melden dat u komt voor de bijeenkomst Windenergie?

Het adres: Elektriciteitsbedrijf E-ON Benelux, Capelseweg 400 Rotterdam, nabij station Alexanderpolder


Dagblad van het Noorden, 14 januari 2004

Steeds minder stroom van molens door gebrek aan wind

UTRECHT/PINGJUM

Windmolens produceren steeds minder stroom, omdat het minder waait in ons land. 2003 was een absoluut rampjaar voor de windenergie. Sinds 1986 werd er niet zo weinig stroom uit windkracht opgewekt. De productie lag vorig jaar 22 procent onder het langjarig gemiddelde. Dat zegt Jaap Langenbach van Wind Service Holland uit het Friese Pingjum.

Gisteren werd bekend dat op 25 kilometer uit de kust bij IJmuiden een nieuw windmolenpark komt met 60 turbines. Langenbach zegt dat er de laatste zeventien jaar tien procent minder wind is. Niet alleen Nederlandse, ook windmolenexploitanten in Duitsland, Spanje, Denemarken en Zweden hebben daar last van. Meteorologen en energiedeskundigen bestrijden de conclusies van Langenbach niet. Maar Jan Koeling van Ecofys zegt dat oprukkende bebouwing en aangekoekt vuil op de rotorbladen evengoed een rol kunnen spelen. Essent, dat windparken exploiteert in Nederland en Duitsland, zegt dat de stroomopbrengst drie van de laatste vijf jaar onder het gemiddelde lag en twee jaar erboven.

 


Dagblad van het Noorden, 6 januari 2004

Schadeclaims windmolens bij Delfzijl

Mick van Wely

delfzijl -

Bewoners van Borgsweer en Termunten hebben schadeclaims ingediend bij de gemeente Delfzijl. Ze vrezen waardedaling van hun woning als de bouw van een windmolenpark door een bouwconsortium van Koop, Siemens en Essent Energy doorgaat.

Bij de gemeente zijn nu zes planschadeclaims ingediend. Bij de meeste claims gaat het om een percentage, ongeveer vier procent van de nieuwbouwwaarde van de betrokken woning. D. Krijgsman uit Borgsweer heeft ook een claim ingediend. ''Ik ben op zich niet tegen de bouw van een windmolenpark, maar ze moeten het niet op deze plek doen. De molens verstoren het landschap en ons uitzicht. Ons huis wordt op deze manier minder waard.'' Krijgsman denkt dat het niet alleen blijft bij deze zes claims. ''Dit is nog maar het begin, er komen nog meer.''

De bewoners die met een claim naar de gemeente zijn gestapt, zijn allen sympathisanten van de stichting Windhoek. Deze stichting voert verzet tegen de komst van de molens. Het bouwconsortium van Koop, Siemens en Essent en het bedrijf High Energy willen bij Termunten ongeveer dertig windturbines plaatsen. Door de rechtsprocedures die zijn aangespannen door ondermeer de stichting Windhoek, is de bouw nog niet begonnen. De Raad van State moet nog steeds uitspraak doen.

* Deze claims, inclusief "ambtelijke kosten" zullen ongeveer € 700.000,-- gaan bedragen, er staan nog ruim 100 woningen op de "wachtlijst." Gemeente, "bezint eer ge begint."

 


Dagblad van het Noorden, 24 december 2003

Miljoenenclaim dreigt voor Windhoek



delfzijl - Het bedrijf High Energy, dat windmolens bij Delfzijl wil bouwen, dreigt Stichting Windhoek met een miljoenenclaim. High Energy stelt de stichting via een deurwaarder aansprakelijk voor opgelopen schade als gevolg van uitstel van de bouw van het park.

De brief van de deurwaarder is gericht aan de drie bestuursleden van stichting Windhoek, die actie voert tegen de bouw van het park. High Energy zegt nu al ongeveer 450.000 euro schade per windturbine te hebben opgelopen. Het bedrag loopt volgens het bedrijf dagelijks op.

High Energy eist van de leden van de stichting dat ze hun verzet staken om gerechtelijke procedures te voorkomen. Het consortium Koop, Siemens en Essent Energy, dat het grootste gedeelte van het park wil bouwen, zegt afstand te nemen van de brief van High Energy.

Woordvoerder Hiltje Zwarberg van Windhoek is behoorlijk onder de indruk van de claim. ''Dit gaat je niet in de koude kleren zitten. Ze kunnen je hele bestaan ontnemen.'' Toch peinst hij er, net als de overige bestuursleden, niet over te zwichten voor High Energy. ''Het bedrijf heeft ons op een dubieuze wijze onder druk gezet. Ze hebben het echt op de man gespeeld, leden van de stichting thuis opgezocht. Dat kan gewoon niet'', zegt Zwarberg.

Advocaat Jan Veltman van stichting Windhoek noemt de deurwaardersbrief van High Energy 'pure intimidatie'. ''De claim van het bedrijf is volstrekt kansloos. Het recht om te procederen is een fundamenteel recht in Nederland. Windhoek staat volledig in haar recht'', meldt de advocaat. Hij heeft zijn ongenoegen en inhoud van de brief van High Energy meegedeeld aan de Raad van State. Die moet nog een uitspraak doen over het verlenen van een vergunning van de natuurbeschermingswet.

 


WINDENERGIE IS GROOTVERBRUIKER VAN SCHAARSE COLLECTIEVE RUIMTE

Financieel Dagblad 23-6-00

De windturbinemanie kost schatten gemeenschapsgeld en nog meer schaarse ruimte. Haagse en regionale politici blameren zich door geen afstand te nemen van al die eco-bluf

Het landschapsverbruik in Nederland neemt hand over hand toe. Een sterk opkomende grootverbruiker is de windenergie-business. Die bepaalt nu al aanzien en kwaliteit van grote stukken van onze ongemeen kwetsbare Nederlandse kust-en poldergebieden. De plaatsing van turbines wordt met kracht bevorderd door actoren uit politiek, industrie, bankwezen, energiebedrijven, projektontwikkelaars en boeren. Na plaatsing veranderen stukken platteland in z.g. "windturbinelandschappen". Ik ken geen productiemiddelen, die hoger de lucht insteken dan turbines. Net als bij elke andere industriële activiteit worden deze turbines ingezet om winsten te genereren. Nu is winst niet vies, maar wel een zwak argument om veel ruimte uit de collectieve pot te claimen. Daarom heeft men heel handig gekozen voor een nobeler doelstelling: de dienst aan het milieu. Milieu in de plaats van winst is een grote stap. Dat vergt overredingskracht. In dit kader overdrijft de windenergielobby strijk en zet de opbrengst van de windenergie. Windturbines voorzien op dit moment voor ongeveer 1/150ste deel in onze behoefte aan electriciteit. Hun bijdrage aan onze totale energievoorziening bedraagt ongeveer 1/1300ste deel. Dit is een nietige bijdrage; te gering om ermee te lopen pronken. Is dit de reden, dat zelfs het ministerie van EZ in het Energierapport van November 1999 de opbrengst met een factor 6 overdrijft?. Hoe komt het dat de Tweede Kamer zoiets niet merkt ?.Er wordt opvallend vaak aan eco-bluf gedaan. In de trant van: "als er geen windturbines komen, dan verdrinken wij door zeespiegelstijging. Of: zonder windturbines dode bomen door CO2 emissie. Of: windturbines sparen veel fossiele brandstof uit". Wellicht zijn deze beweringen goed om ons allemaal alert te maken op onze plichten ten aanzien van het milieu. Kloppen doen ze echter niet. Om slechts één ding te noemen: verdrinken wij als we geen turbines bouwen? Dat moet dan gebeuren in een laag water van (veel) minder dan 1/100e millimeter. Want uitgaande van extreem ongunstige vóóronderstellingen zou dit in de 21e eeuw de invloed van de Nederlandse windmachines op de stijging van de zeespiegel kunnen zijn. Inderdaad: het effect van windenergie staat gelijk aan "pissing in the ocean". Het is te gek voor woorden om te dreigen met verdrinking in een vliesje, dat met het blote oog niet waarneembaar is. Desondanks wordt ons dit lot met grote regelmaat voorgespiegeld. De laatste kolder, die ik las is: Egmond aan Zee (met turbines) of Egmond in Zee, als je geen turbines wilt. Haagse en regionale politici blameren zich door deze onzin niet verre van zich te werpen; integendeel bereid te zijn er het karakter van grote stukken van onze collectieve ruimte, zelfs van de de Afsluitdijk, voor op te offeren. Onthutsend is ook, dat deze turbine-manie schatten gemeenschapsgeld kost. Nu of straks gaat dat tot 600 miljoen gulden per jaar kosten. Hier is een maatschappelijke kosten-batenanalyse méér dan nodig. De branche houdt die boot echter af. Logisch, want zo'n analyse zal vrij zeker uitwijzen, dat de sector én energetisch -dus ook qua invloed op het milieu- én economisch van verwaarloosbare belang is en (sociaal)ecologisch het etiket schadelijk verdient. Over 10 jaar gaan psychologen, politicologen en marketeers promoveren op de vraag, hoe deze sector desondanks kans heeft gezien heel veel van onze maatschappelijke activa binnen te halen. Of vindt er eerder al een parlementair onderzoek plaats ?.

Kan het uit de hand lopende landschapsverbruik door windturbines worden vermeden door ze op industrieterreinen neer te zetten ?. Nee, want ook dan zie je de 100 meter hoge gevaarten van verre rondtollen. Planning dient uit te gaan van de feiten en als die onoplosbare problemen meebrengen, dan is dat jammer. De problemen ontkennen is een slechte bijdrage aan de oplossing ervan.

In de literatuur worden rond turbineclusters drie zônes onderscheiden. In de eerste zône overheerst de cluster het landschapsbeeld. In de volgende ring is de cluster opvallend zichtbaar en in de ring daar weer omheen neemt de zichtbaarheid af tot nul. Bij de clusters, die nu, ook in Groningen, op het programma staan is de door de turbines gedomineerde zône 3½ à 4 km breed. Dit betekent, dat elke cluster het aanzien bepaalt van een gebied waarop 100 000 woningen zouden kunnen worden gebouwd. (In Noord Nederland zijn van 1990 t/m 1999 86 800 huizen gebouwd). Helaas moeten we voor onze kuststreken en de Afsluitdijk rekening houden met de komst van enkele 10-tallen clusters. De vraag is hoe geloofwaardig je nog bent als je enerzijds dit grootschalige landschapsverbruik toestaat en anderzijds Vinex-locaties aanwijst, de nota Belvedere ondertekent en bij gemeentelijke bouwplannen op efficiënt ruimtegebruik let. Ben je dan niet bezig als de man, die in zijn achtertuin absolute stilte eist en er gelijktijdig 3 hanen in loslaat ?. De kern van de zaak is dat niet de grond, maar de ruimte ontbreekt. Ik denk dan ook dat de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening zonder de begrippen landschapsverbruik, collectieve ruimte en vooral een fundamenteel onderscheid tussen ruimte en grond, nooit een goed stuk kan worden.

Pieter Lukkes

Prof. Dr. P. Lukkes is emeritus hoogleraar geografie


ENERGIE, MACHT EN SPOKEN.

Wij kunnen niet zonder energie. Daarom is energie te belangrijk om aan gewone mensen te worden overgelaten. Het wereld-energiegebeuren wordt dan ook door machtige partijen beheerst. Die manipuleren de prijzen, spelen er militair-strategische spelletjes mee en zijn bereid er oorlogen om te voeren. Wie eenmaal de macht heeft wil de contrôle over de energie houden. Het kweken van een schaarste(gevoel) kan daarbij helpen. Want degene, die over de schaarse energie beschikt krijgt meer macht over de van hem afhankelijke afnemers. Bovendien is een krappe markt gunstig voor prijsmanipulaties. Hoge energieprijzen en een geloof in een werkelijke of aangeprate schaarste zijn redenen om op zoek te gaan naar alternatieve bronnen van energie. Daaraan doen de partijen, die nu al de contrôle over de energie hebben dapper mee, ook al omdat de alternatieve bronnen kansen bieden op flink geldelijk gewin. Met belastinggeld worden de aanbieders ervan vorstelijk beloond. Voor de grote bazen is het bovendien fijn, dat deze alternatieven de bestaande machtsverhoudingen niet aantasten, integendeel zelfs. Niemand vraagt zich af, of er niet een veel te hoge prijs wordt betaald voor een schijnprobleem of voor handig verkochte illusies. Een enorme propaganda-campagne heeft ervoor gezorgd, dat wij in merendeel geloven in een doemscenario. Ons is het spookbeeld van koude voeten in de toekomst voorgehouden en wij zijn bereid grote offers te brengen om deze en andere rampen te voorkomen. Ja zelfs de ruimtelijke kwaliteiten van Friesland worden ervoor opgeofferd. In dit beeld past de aankondiging van de regering dat zij per jaar 2500 miljoen gulden gemeenschapsgeld wil uittrekken om het aandeel duurzame energie op te krikken. Natuurlijk staan bij zo'n kolossaal bedrag tal van organisaties en personen te watertanden en te likkebaarden om uit die ruif te eten. Voor dat geld zijn ze graag bereid om de zegeningen van alternatieve energiebronnen, zoals windenergie, schromelijk te overdrijven. Hoelang kan dit doorgaan?. Zo zoetjesaan wordt het sprookje doorgeprikt, dat uitputting van fossiele brandstoffen dreigt. Daar is geen sprake van. Dat wordt terloops ook door de jongste energienota van de regering bevestigd. Die wijst op het bestaan van hydraten, waarin zich voor de hele wereld "voldoende fossiele brandstof voor vele honderden jaren" bevindt. Dit is voorzichtig uitgedrukt, want er zijn ook ramingen, dat er genoeg is voor duizenden jaren. Hydraten zijn opslagplaatsen van enorme hoeveelheden aardgas op en in zeebodems. In de aardlagen dááronder worden weer voorraden gewoon aardgas vermoed. Recentelijk heeft de Amerikaanse regering als machtige speler in het energie-stratego-spel een wet aangenomen, die het onderzoek naar en de ontwikkeling van de hydraten regelt. Kernfusie kan eveneens een uitermate belangrijke bron van energie worden. De grondstof hiervoor wordt uit gewoon water gehaald en is dus bijkans onuitputtelijk voorradig. Er is al tientallen jaren onderzoek naar het fusieproces gedaan. Als ik de website van het Amerikaanse Instituut van Electro-Ingenieurs (225 000 leden) goed begrijp, dan is het nu voor deze professionals geen vraag meer óf er kernfusie zal komen. Nee, voor hen is het de kunst om in aanmerking te komen voor onderzoeks-, ontwerp- en constructieopdrachten. Het is wijs om ervan uit te gaan dat kernfusie, als relatief schoon proces, een dominante plaats in het wereld-energiesysteem zal gaan innemen. Stel, dat aardgas en electriciteit uit kernfusie de basis zullen vormen van het toekomstige wereld-energiebestel, dan kunnen nu al 6 conclusies worden getrokken.

1.De milieubelasting als gevolg van energieverbruik zal in de toekomst zeer veel kleiner zijn dan nu het geval is en wellicht nauwelijks meer een probleem vormen.

2.De enorme financiële, landschappelijke en andersoortige offers, die nu worden gebracht ten behoeve van z.g. duurzame energie zijn contra-productief, want zij belemmeren en vertragen de overgang naar een schoon energie-regime.

3.Veel meer dan een tekort aan schone energie vormen de voorraden vuile brandstof (die eerst moeten worden opgemaakt, zo is het belang van zeer machtige partijen op het energietoneel) een wezenlijk probleem.

4.De overgang naar een schoon energie-systeem zet de huidige machtsverhoudingen op zijn kop. Zo zullen veel OPEC-landen het zwaar te verduren krijgen.

5.Deze overgang zal politiek, financieel en technologisch grote inspanningen vergen. Het is nodig, dat de ministers Pronk en Jorritsma, niet geremd door onbetrouwbare gegevens en daarop gestoelde politieke vooroordelen, écht op de toekomstige ontwikkelingen inspelen. Dáár ligt hun uitdaging.

6. Uit het verhaal, dat zij ons dan zullen vertellen zal blijken, dat het niet alleen overbodig maar ook onzinnig is om door plaatsing van windturbines de kwaliteiten van Friesland op te offeren aan een spookbeeld. Het spook ontbreekt namelijk.

Pieter Lukkes,  Leeuwarden  Tel/Fax: 058-2133390

NB. Het bovenstaande artikel is opgenomen in de Leeuwarder Courant van 25 Januari 2000 onder de door de redactie bedachte titel: "Veel te hoge prijs voor een spookbeeld."

Pieter Lukkes; em. hoogleraar geografie.


Zichtbaar maken van minimale opbrengst en productiefactor


Simpel rekenvoorbeeld.

Zoals eerder opgemerkt: via Kema-Windmonitor kunt u de totale jaaropbrengsten in kilowatturen van windmolens te weten komen. Ik baseer mij in dit hoofdstuk nu eens niet op gemiddelden maar specifiek op windmolens die velen van u waarschijnlijk wel eens gezien hebben.Wil men zelf even de onzinnigheid van windmolens nuchter en getalmatig duidelijk maken, dan kan dat met een heel simpel sommetje. Ik geef hiervoor een rekenvoorbeeld.
Ik baseer mij nu op de vrij grote, namelijk zogenaamde 750 kW windmolens. Ik koos willekeurig uit een lange reeks van dit type, maar naar mijn inschatting, op behoorlijk windrijke lokaties. (Het zijn windmolens met een ashoogte van 48 meter, propellerdiameter 48 meter. Dus reikende tot 72 meter hoog)
Het gaat hier om de twee lokaties Lelystad en Zuidermeerdijk bij Nagele.

Eerst de windmolens van Windpark Harry van den Kroonenberg bij Lelystad (velen van u waarschijnlijk wel bekend). Daar staan 18 windmolens. Ik rekende met de elektriciteits-opbrengst per windmolen.
Die opbrengst over een heel jaar (juli 2002 tot en met juni 2003) was 840.456 kWu.
Dit rekenen wij om naar kWj's (kilowattjaren) door deling door 8760 (het aantal uren dat een jaar telt) en krijgen dan 95,9 kWj. U weet : door het weglaten van het achtervoegsel 'jaren' zien wij het gemiddeld opgebrachte vermogen gedurende het hele jaar: 95,9 kilowatt (kw)
Dit getal gedeeld door het nominale vermogen (waarvoor die windmolens destijds met 'verve' aanbevolen werden!) van 750 kW, geeft de bijzonder droevige productiefactor van 12,8 %!

Nu de twee windmolens van Windpark Zuidermeerdijk bij Nagele
Jaaropbrengst was, per windmolen, 810.310 kWu.
Weer omgerekend naar kWjaren, door deling door 8760, geeft 92,5 kWj.
Dit getal weer gedeeld door het nominale vermogen van 750 kW geeft de nog net iets nóg beroerdere productiefactor van 12,3 %
Ieder van deze toch wel met 'kanjers' aan te duiden windmolens produceerden ongeveer zeven miljoenste deel van de Nederlandse elektriciteitsbehoefte. Bedroevend weinig en natuurlijk op geen stukken na zoveel als destijds 'aan den volke' in het vooruitzicht gesteld.
Én, het wordt wat vervelend u daar alwéér aan te herinneren: dat heel kleine beetje wordt met zeer grote onregelmatigheid en vele onderbrekingen opgewekt.

Dus, u ziet dat ik met de in de voorgaande tekst aangegeven schatting van productiefactoren tussen 15 en 26 % nog aanzienlijk te optimistisch was. Maar nu moet u niet denken dat die windmolens die ik hier zomaar willekeurig uit een lange lijst koos, machines van slechte kwaliteit zijn. Nee beslist niet, het zijn, zoals de meeste overigens, perfecte en ingenieus gebouwde machines! De kern van het verhaal is dat windmolens inderdaad doodgewoon totaal onzinnige machines zijn, juist omdat zij tengevolge van die vijf natuurkundige en technische wetten, genoemd in hoofdstuk 2, onmogelijk ooit een behoorlijke opbrengst kúnnen of ooit zúllen kunnen hebben. Dat wordt door dit soort simpele sommetjes toch wel duidelijk bewezen. Het gaat, ik zei het al enkele malen, alleen en uitsluitend om het geld dat met de bouw van die dingen verdiend wordt. En waarvoor, dat zal u nu toch ook wel duidelijk zijn, de meest misleidende verhalen aan het onwetende publiek verteld worden. Met als enig doel die onwetendheid zo te houden...
Daarom en alweer: wanneer komt die enquête omtrent de windmolenfraude nu eens op gang?

 


Elektrische Meeteenheden.


1) 'Energie' en 'Vermogen' zijn twee totaal verschillende begrippen.
2) 'Energie 'wordt verbruikt, of geleverd, wanneer een 'Vermogen' gedurende een bepaalde ' Tijd' wordt uitgeoefend. Dus Energie = Vermogen x Tijd.
Daarom spreekt men ook over, bijvoorbeeld, een kilowattuur. Bij de aanduiding van de hoeveelheid energie kan zowel het aantal watts, als de tijd een bepaalde waarde hebben. Immers het gaat om die vermenigvuldiging van vermogen en de tijd.
3) Voorvoegsels:
kilo = 1.000 x , of 103
mega = 1.000.000 x , of 106 (is miljoen maal)
giga = 1.000.000.000 x, of 109 (is miljard maal)
T = tera = 1012 of miljoen maal miljoen
P = peta = 1015 of duizend maal tera.
4) Eenheden van Vermogen:
1 Watt (zeer klein vermogen)
1 kW = 1 kilowatt = 1000 Watt
1MW = 1 megawatt = 1.000.000 Watt = 1000 kilowatt (kW)
1GW = 1 gigawatt = 1.000.000.000 Watt = 1.000.000 kilowatt
De vermogens van turbine- of generatoreenheden in centrales worden meestal in megawatts, dus in MW's uitgedrukt. Dat zijn flink grote vermogens, die in die centrales, meestal ongestoord voor lange tijd en ononderbroken uitgeoefend, resp. opgebracht, kunnen worden.
5) Eenheden van Energie:
Deze eenheden moeten dus, overeenkomstig de definitie van Energie, altijd een achtervoegsel van een tijdseenheid hebben. Hetzij 'uur' of ook wel 'jaar''.Omdat een jaar 8760 uren telt, zijn de meeteenheden met 'jaar'als achtervoegsel dan ook 8760 maal groter dan de meeteenheden met 'uur' als achtervoegsel.
6) Het gemak van het rekenen met de eenheden met 'jaar' als achtervoegsel:
Wanneer er bijvoorbeeld voor een heel land bekend gemaakt zou worden dat het, per jaar gerekend, een bepaald aantal kilowatturen (kWu's dus, of op z'n Engels kWh's) gebruikt dan kan men uit dat meestal zeer grote getal niet direct concluderen met welk gemiddelde ononderbroken vermogen die hoeveelheid kilowatturen opgewekt zou kunnen zijn.. Drukt men echter de hoeveelheid in een vol jaar gebruikte energie uit in kilowattjaren, dan hoeft men van dát getal alleen maar het achtervoegsel 'jaren' weg te laten, en dan hebt u meteen het getal voor het gemiddelde vermogen waarmee die totale hoeveelheid energie opgewekt zou kunnen zijn.
Voorbeeld: Er zou bekend gemaakt worden dat Nederland in een bepaald jaar 10512 gigawattuur elektriciteit heeft gebruikt. De vraag wordt nu gesteld:' Met hoeveel totaalvermogen hebben alle centrales bij elkaar daar nu , als gemiddelde gerekend, voor moeten draaien? Het antwoord wordt heel eenvoudig wanneer u die 10512 gigawatturen even omrekent (met uw zakjapannertje) naar gigawattjaren. Door het delen door 8760, omdat een jaar 8760 uren duurt. U vindt dan 1,2 gigawattjaar. U laat nu 'jaar' weg en u ziet meteen het antwoord: gemiddeld draaiden de centrales met een totaalvermogen van 1,2 gigawatt . Dat is 1200 MW. Dus wanneer u de in een jaar gebruikte energie uitdrukt in kilowattjaren, dan laat u dat achtervoegsel jaren weg en u ziet meteen het gemiddelde vermogen in kilowatts waarmee die kilowattjaren werden opgewekt.
Dit werkt natuurlijk op dezelfde wijze voor windmolens wanneer men vanuit de totale jaaropbrengst in kilowattjaren terug rekent naar het gemiddelde vermogen van die molen gedurende dat jaar. U zult dan schrikken van dat bijzonder kleine gemiddelde vermogen van die molen gedurende dat jaar.En vergeet dan nooit: zeer wisselvallig opgewekt!
(Voor de autofreaks onder u 1 pk = 0,746 kW, of omgekeerd 1 kW = 1,34 pk. Oude meeteenheden; liever niet meer gebruiken!

 


Getallen en getalletjes. De altijd verzwegen waarheid

De propagandisten van windmolens gaan er van uit dat het de lezer wel volledig zal ontbreken aan enige kennis en benul wat betreft de getallen die een rol spelen. Daarop wordt ingespeeld bij het geven van de misleidende informatie door het bewust achterhouden van de waarheid.
Het is dan ook belangrijk dat er begrip bestaat over de enorme verschillen tussen de gigantische verschijnselen op de wereld, òf in een bepaald land, wat betreft energie-opwekking en behoefte, en de daarentegen minuscule verschijnselen die een rol bij windmolens spelen. Zo zullen die propagandisten van het nut van windmolens altijd trachten ter vermijden dat er begrip ontstaat voor het feit dat ten opzichte van eigenlijk alle andere vormen van energieopwekking de opwekking van energie door windmolens niets anders dan 'pieterklein' is, en bovendien altijd in zeer hoge mate onbetrouwbaar. Iedereen die wel eens een windmolen, hoe groot, hoe hoog en hoe imposant ook gebouwd, bekijkt, zal zich dit moeten realiseren. Ja, ze zijn vaak zeer groot, maar het is in vergelijking met andere opwekkers van elektriciteit pure humbug! Kan gewoon niet anders wanneer men begrijpt hoe die dingen werken....

Nu geef ik u enkele getallen opdat men begrip krijgt voor die enorme verschillen die een rol spelen. En die getallen die nu volgen hebben alleen nog maar betrekking op de situatie in ons eigen, betrekkelijk kleine, land. Om de kluts niet kwijt te raken door al die grote getallen adviseer ik alleen de getallen over het verbruik, uitgedrukt in de zeer grote eenheid kilowattjaren, met elkaar te vergelijken. De getallen worden, in die grote eenheden uitgedrukt, dan nog net te 'behappen':

Totale jaarlijkse elektriciteitsgebruik in Nederland: nu ongeveer 12.500.000 kilowattjaar. Of ander, maar nu toch even in kilowattuur (kWu) uitgedrukt:
109.500.000.000 kWu. (Overigens met een jaarlijkse toename van 2 tot 3%. Vergeet u dat vooral niet! Wanneer u dat namelijk steeds getalmatig ook nog meerekent, komt u tot nóg verbazingwekkender gevolgtrekkingen). Om ons totale verbruik op te wekken draait er (gemiddeld) in alle voedende centrales bij elkaar, een totaal turbinevermogen van 12.500.000 kilowatt. ('s winters meer, 's zomers minder). Constant, zonder énige onderbreking, met de allerhoogste betrouwbaarheid.
Van het genoemde totale verbruik aan elektrictiteit door ons land werd door bijna 1400 (ja 1400!) windmolens nog nèt geen volle 9 promille door onze windmolens opgewekt (jaar 2002). En dát dan zeer onbetrouwbaar en volledig onvoorspelbaar met horten en stoten. Afhankelijk ervan hoe het wél, of misschien niet waait.

Een windturbine wekt zijn totale jaarlijkse hoeveelheid elektriciteit namelijk altijd, nooit anders, met de allergrootste wisselvalligheid, 'stootsgewijs' op. Extreem sterk afhankelijk van de windsterkte. Dus met zeer grote onbetrouwbaarheid qua levering. Bovendien gaat het, zoals u uit de voorgaande informatie ziet, inderdaad om 'pieterkleine' hoeveelheden elektriciteit, vergeleken met onze nationale behoefte. Ik noem de opbrengst voor enkele typen windmolens:

-- Een al behoorlijke grote windmolen van zogenaamd 600kW maximaal vermogen (ashoogte 55 meter, propeller reikende tot nagenoeg 80 meter).
Jaaropbrengst 150 kilowattjaar (zijnde 1.314.000 KWu, kilowattuur).

-- Een zogenaamde1000 kW windmolen (ashoogte 60 meter, propeller reikende tot nagenoeg 90 meter). Jaaropbrengst 250 kilowattjaar (zijnde 2.190.000 kWu, kilowattuur.).

-- De opbrengst van het enorme, zogenaamde 1650 kW type (ashoogte 67
meter, propeller reikend tot 100 meter), nog maar weinig in ons land staand, is
375 kWjaar (zijnde 3.285.000 kWu, kilowattuur). Door hun hoogte soms een procentje meer...

Het zal u wellicht duizelen, met al die getallen. Maar het moet u opgevallen zijn: het effectieve, gemiddelde, vermogen waarmee de windmolen gedurende een jaar produceert is steeds maar een kwart van het vermogen waar de windmolen mee aangeduid wordt! (Vaak zelfs aanzienlijk minder). Vandaar dat ik steeds het woord 'zogenaamd' gebruikte.
Wanneer u het totale Nederlandse jaarverbruik vergelijkt met de opbrengst van de windmolens, dan ziet u hoe dramatisch weinig zij opleveren. Iets dat nu juist altijd door de promotors van windenergie verzwegen wordt. Dat is dus puur volksbedrog... Bovendien mag u nooit vergeten dat het heel kleine beetje dàt ze dan nog opbrengen, een optelsom is van de vele korte of wat langere perioden dat er enige stroom werd opgewekt. Wanneer de wind dat, toevallig, tenminste mogelijk maakte. Dus juist door die eigenschap, die wisselvalligheid, onbruikbaar als betrouwbare voeding in ons elektriciteitsnet. Al zullen alle promotors van windenergie dit heftig bestrijden!
Wat u óók moet opvallen: alle kosten voor een windmolen zullen natuurlijk, en ongetwijfeld, gerelateerd zijn aan dat opgegeven maximale vermogen. Maar het ding levert effectief en gemiddeld over het hele jaar nooit meer dan maar een kwart daarvan! Er wordt dus met windmolen altijd een forse kat in de zak gekocht. Je koopt iets dat altijd voor 100% prestatie wordt aangekondigd, je krijgt iets met maar 25% prestatie. En dat kleine beetje dan ook nog eens voor een betrouwbare elektriciteits-levering totaal ongeschikt! Namelijk in horten en stoten (Koopt u, waarde lezer, nog steeds 'groenaandelen'? Dan stimuleert u dus dit soort volksverlakkerij...).

Dit brengt ons op de vereiste mate van betrouwbaarheid van levering door een nationaal elektriciteitsnet:
Wanneer u verteld zou worden dat de eis van leverbetrouwbaarheid van zo'n net toch wel minstens zou moeten heten: "99,9% van de tijd moet er elektriciteit worden geleverd!" dan klinkt u dat waarschijnlijk al als een redelijk strenge eis in de oren.
Niets is minder waar! Dat zou namelijk betekenen dat er, statistisch bekeken, bijna 9 uur per jaar een stroomuitval zou plaatsvinden. Totaal ontoelaatbaar natuurlijk Stelt u zich eens voor wat er in een stad of andere woongemeenschap voor ellende zou kunnen gebeuren wanneer werkelijk 9 uren per jaar geen stroom geleverd zou worden aan essentiële afnemers!
Uit dit voorbeeld ziet u dat het bedrijven van een elektriciteitsnet een uiterst gewetensvol en moeilijk technisch probleem is. Van dermate importantie dat het gewoon bespottelijk genoemd kan worden om te doen alsof men ook best zou kunnen proberen stroom met windmolens op te wekken! Zulke verhalen verraden op overduidelijke wijze op welk een onverantwoordelijke manier men bezig is om het publiek te laten geloven dat zoiets onzinnigs best verantwoord is. En 'zeker waard om daar via allerlei subsidies aan bij te dragen!' De mensen die dit blijven rondvertellen zijn zonder uitzondering mensen die ook, hetzij persoonlijke financiële belangen hebben bij het hele windmolensprookje, hetzij daar hun brood (baan dus) mee verdienen. In ieder geval gespeend van ieder verantwoordelijkheidsgevoel om dan nu eens de volle, dus onverkorte waarheid te vertellen. (Wanneer zij die tenminste zouden begrijpen!). Ik kan u verzekeren dat ik van dat soort personen in de loop van de laatste jaren er vele ben tegengekomen. En staan zij met de mond vol tanden, dan heet het opeens: 'Maar we doen het ook voor het milieu!' Ze weten duvels goed dat dit kletspraat is... Gewoon een verkoopspraatje van een dubieuze verkoper.

De huishoudens:
Dan nog even een woord over de veel verspreide uitspraak dat een bepaald "windmolenproject zus of zoveel huishoudens van groene stroom zal voorzien'
Uit de hierboven beschreven niet te voorspellen onregelmatigheid van levering is het al duidelijk dat ook dit weer een misleidend verhaal is:
ten eerste: zou ieder huishouden doodongelukkig zijn van een dergelijke hoogst
onregelmatige stroomlevering door windmolens afhankelijk te zijn.
ten tweede: bestaat er natuurlijk nergens een woongemeenschap die niet behalve 'huishoudens'ook nog eens tientallen tot honderdtallen andere stroomverbruikers heeft: de winkels, het ziekenhuis, de waterleiding, het rioolsysteem enz. enz. Noemt u maar op! Om een stroomlevering af te meten aan een hoeveelheid 'huishoudens'is natuurlijk al een allerdwaaste, niet eens bestaande 'elektrische' maat. Maar de propagandisten hopen weer dat zoiets imposant klinkt en niemand de volksmisleiding in de gaten heeft. De waarheid is natuurlijk dat praktisch alle zgn. groene stroom doodgewoon uit de centrales komt. Niemand van de promotors zal u dat ooit vertellen...

De uitgespaarde hoeveelheid CO2
Soms wordt er aangevoerd dat er toch maar zus of zoveel tonnen CO2 uitstoot wordt vermeden. Ten eerste ook hier weer de vermelding van een 'imponerend'getal dat geen mens kan controleren of zelfs maar kan inschatten. Maar wel weer bedoeld om het onwetende publiek tot bewondering te brengen. Maar die hoeveelheid is bovendien, in vergelijking met de totale hoeveelheid CO2 in de wereldatmosfeer van een bedroevend klein beetje. Ter verduidelijking:
Mochten in Nederland alle elektrische centrales volledig stilgelegd worden dan zou dat een zodanig minuscule verkleining van de totale werelduitstoot CO2 geven dat dit nergens ter wereld op de wereld geconstateerd of gemeten zal kunnen worden. Niet in Australië, niet in IJsland, niet op Schiermonnikoog.! Omdat de totale hoeveelheid CO2 van natuurlijke oorsprong in de wereldatmosfeer al zo enorm groot is dat dat onnozele (uitermate dure) geknutsel met windmolens (waar dan ook!) totaal niets uitmaakt en daardoor gewoon bespottelijk is.
Maar zoals als u alweer ziet: bij de windmolenverhalen wordt er geen onzinnige uitspraak ter misleiding van het publiek geschuwd: "Dat brengt ons immers een smak geld op!" U wordt dan ook altijd en continu beduveld met al die misleidende getallen.
In dit verband is het goed om te weten: Van de totale hoeveelheid CO2 in onze wereldatmosfeer is circa 97 tot 98 % gewoon van natuurlijke oorsprong. Alleen maar 2 tot 3 % is van antropogene oorsprong, dus tengevolge van de totale menselijke activiteiten. Gaat men met deze getallen en de prestaties van windenergie wat aan het rekenen dan komt men snel tot interessante en nuttige conclusies over het 'dogma Kyoto'. Hierbij is het ook en zeker nuttig zich te realiseren hoeveel geld die hele kwestie kost. Geld en het verzwijgen van essentiële zaken daar draait het allemaal om. Dus gewoon om een soort volksbedrog.


ir. J.A.Halkema Theo Mann-Bouwmeesterlaan 86
2597 HJ Den Haag
Tel/Fax. 070-3244153
E mail: jahalkema@compuserve.com

 


Windmolens

Wat politici zouden moeten weten november 2002

1. Voor het begrijpen van de essentie van windmolens moet u niet terugschrikken voor wat getallen. Want juist daarmee wordt u door de promotors om de tuin geleid.
2. Het Nederlandse energieverbruik is nu ongeveer 12.500.000 kWj.(kilowattjaar). Omdat een jaar 8760 uren telt is de meeteenheid kWj ook 8760 maal groter dan de bijzonder kleine maat kWu (kilowattuur) Voor ons totale verbruik draait dus, alles bij elkaar, in de centrales een vermogen van 12.500.000 kW (kilowatt). Dit is een enorm groot, en natuurlijk continu draaiend vermogen! Dit getal moet u even trachten te onthouden…
3. De jaarlijkse toename van ons gebruik is 2 tot 3 procent. Laten wij het hier maar houden op 2 procent. Dat betekent: ieder jaar moet dat totale centralevermogen 2 procent hoger worden. Zijnde een jaarlijkse toename met 250.000 kW! Oók al enorm veel.
4. Het vermogen van een windmolen fluctueert extreem sterk bij de wisselend wind sterkte: bij windkracht 4 Beaufort begint de molen nét een ietsje stroom op te wekken, om bij windkracht 7 tot 8 het maximum te bereiken. Onder B 4, wekt de molen niets meer op, draait misschien nog nét wel. Om te begrijpen wat dit betekent: kijkt u eens naar de windsterkte bij het weerbericht! Vele, en lange perioden zal er niets opgewekt worden. Dan is de windkracht minder dan B4, of (zelden) meer dan B8-.flinke storm.
5. Tengevolge van dat extreme fluctueren zal een windmolen, gemiddeld over een jaar, niet meer dan 25, hóógstens 30 procent, van het altijd genoemde maximále vermogen opwekken. Maar ook dat kleine beetje altijd zeer wisselvallig! Een met '1000 kW' aan geduide windmolen (kostprijs ca. 1,1 miljoen euro) presteert dus gemiddeld niet meer dan 250 tot 300 kW. Van dat maximale vermogen, ook 'geïnstalleerde vermogen' genoemd, gaat dus, altijd, 70 tot 75 procent verloren ! Ook van de kostprijs van 1,1 miljoen euro gaat dus (altijd!!) circa 750,000 euro gewoon verloren. Men koopt dus altijd voor circa 70 tot 75 procent een extreem dure kat in de zak.
6. Zo'n qua afmetingen heel grote zgn. '1000 kW' windmolen wekt dus niet meer op dan, hoogstens, gemiddeld 300 kW. Een bespottelijk minimaal klein beetje. Zeker in vergelijking met die 12.500.000 kW die ons net nodig heeft.. Vergeleken met die jaarlijkse toename van 250.000 kW voor onze behoefte (zie onder 3.) betekent dit dat alleen om die toename bij te houden, zouden er, ieder jaar (!), 833 enorme windmolens bijgebouwd moeten worden. Nagenoeg drie per werkdag. Een absolute onmogelijkheid zoals iedere lezer begrijpt. Maar deze realiteit wordt altijd zorgvuldig verzwegen…
7. Promotors van windenergie vertellen ook vaak dat met 'moderne' windmolens meer elektriciteit opgewekt zou kunnen worden. Ook dat is volledige onzin, omdat de beperking uitsluitend veroorzaakt wordt door nooit te omzeilen natuurkundige wetten.Dat verhaal is daarom net zo'n onzin als te beweren dat wanneer men een steen uit de hand loslaat die zal blijven zweven of zelfs omhoog zal gaan. Iets méér elektriciteit kan een windmolen echt alleen maar opwekken wanneer het constant wat harder zou waaien.
8. Alle verhalen dat windmolens betrouwbaar, en in redelijke hoeveelheid, elektriciteit zouden kunnen opwekken zijn een vorm van volksbedrog. Deze 'Windmolenfraude' is daarom nog veel kwalijker dan alle verhalen over de 'bouwfraude'. In de bouw zal immers nooit een gebouwd object niet aan de bestekseisen voldoen. Geen brug, viaduct, tunnel. Alles zal zijn zoals beschreven en beloofd.. Bij de Windmolenfraude zal in de verste verte nooit zoveel elektriciteit worden opgewekt als bij de vermelding van het vermogen van de windmolen wordt beloofd of gesuggereerd. Dat kán niet eens, nooit.
9. Nu de verhalen over Duurzame energie en Groene energie.Twee begrippen die in artikelen in de media meestal door elkaar gehaspeld worden. Energie die door
verbranding van biomassa wordt geproduceerd kan men met rechte 'duurzame energie' noemen. Maar deze energie is verre van 'groen' omdat het thermische rendement bij deze opwekking uit biomassa aanzienlijk slechter is dan bij opwekking in een met aardgas gestookte centrale. Per opgewekte kWh zal dan ook de uitstoot van CO2 bij verstoken van biomassa zéér aanzienlijk gróter zijn dan bij verstoken van aardgas !


------------------------------------- Ir. J.A.Halkema


Plaats nog geheim

Nederland gaat grote molens bouwen. 2 MW-prototype van Lagerwey binnen half jaar klaar

Hooguit een half jaar zal de 1,5 MW-windturbine, die Siemens onlangs heeft neergezet in Zoetermeer, de grootste van het land zijn. In mei 2001 wil Nederlands laatst overgebleven windturbinebouwer, Lagerwey uit Barneveld, het prototype van een 2 MW-turbine klaar hebben. De precieze locatie blijft nog even geheim. Er wordt ook gesproken over een groot cluster ergens in Nederland, ook hier weer is de plaats geheim. Het is zoals gewoonlijk, overvalscenario's voor betrokken burgers.


Sources and effects of low-frequency noise (Ultrasoon geluid).

The sources of human exposure to low-frequency noise and its effects are reviewed. Low-frequency noise is common as background noise in urban environments, and as an emission from many artificial sources: road vehicles, aircraft, industrial machinery, artillery and mining explosions, and air movement machinery including wind turbines, compressors, and ventilation or air-conditioning units. The effects of low-frequency noise are of particular concern because of ist pervasiveness due to numerous sources, efficient propagation, and reduced efficacy of many structures (dwellings, walls, and hearing protection) in attenuating low-frequency noise compared with other noise. Intense low-frequency noise appears to produce clear symptoms including respiratory impairment and aural pain. Although the effects of lower intensities of low-frequency noise are difficult to establish for methodological reasons, evidence suggests that a number of adverse effects of noise in general arise from exposure to low-frequency noise: Loudness judgments and annoyance reactions are sometimes reported to be greater for low-frequency noise than other noises for equal sound-pressure level; annoyance is exacerbated by rattle or vibration induced by low-frequency noise; speech intelligibility may be reduced more by low-frequency noise than other noises except those in the frequency range of speech itself, because of the upward spread of masking. On the other hand, it is also possible that low-frequency noise provides some protection against the effects of simultaneous higher frequency noise on hearing. Research needs and policy decisions, based on what is currently known, are considered.

Source: J Acoust Soc Am 1996 May; 99(5): 2985-3002 (ISSN: 0001-4966), Berglund B; Hassmen P; Job RF, Institute of Environmental Medicine, Karolinska Institute, Stockholm, Sweden.


Nieuwsblad v/h Noorden 15-11-2000

Friese windturbines bedreigen Groningen en Drenthe.

Het initiatief van wethouder Melle Wachtmeester (Bellingwedde) om de landschapskunstenaar Christo te vragen een kilometers lang scherm langs de Nederlands-Duitse grens te bouwen om de wind uit de meer dan honderd meter hoge windmolens te halen lijkt ook nodig langs de grenzen van Friesland. Volgende week ligt Windstreek 2000, een ruimtelijk plan om de bouw van vele honderden windmolens toe te staan in Friesland, ter inzage. In dit plan willen gedeputeerden van Friesland de ongebreidelde groei van het aantal windmolens de vrije hand geven. Het gaat dan niet meer om windmolens maar om windturbines, machines van meer dan 130 meter hoog, de hoogte is vrijgegeven en dus onbeperkt, met een zichtcirkel van meer dan 50 kilometer!

In Groningen is men reeds langer tot de conclusie gekomen dat dit landschappelijk niet aanvaardbaar is en wil men de torenhoge machines alleen nog toestaan in 2 tot 3 grootschalige parken op industrieterreinen. In Drenthe, waar vooralsnog bijna geen windturbines staan, staat men ook zeer sceptisch tegenover het plaatsen van deze landschapontsierende apparaten en gaat de voorkeur uit naar zonne-energie. Uit het bovenstaande blijkt maar weer eens te meer hoe het staat met de noordelijke samenwerking, de ene provincie houdt het landschap netjes en de buurman verpest het weer. In de besluitvorming voor het proefwindpark op zee, bij Egmond aan Zee, heeft een belevingsonderzoek uitgewezen dat 8 kilometer uit de kust te weinig is en dat we rekening moeten houden met een minimale afstand van 20 kilometer of meer. Hebben we hier in het noorden een andere beleving of gaan de eisen van strandbezoekers een stuk verder dan de bewoners van ongeschonden, grootschalige open cultuurgebieden?

We zouden dit kunnen accepteren als windenergie op grote schaal echt iets uithaalde. Dit is echter niet het geval, alle windmolens bij elkaar leveren slechts 0,64% van ons totale stroomverbruik. En dat laatste stijgt iedere twaalf maanden met 2%, zodat we zelfs bij een jaarlijkse verdubbeling van de windparken steeds verder achterop raken. Het effect van alle windmolens op de wereld zal misschien enkele duizendste millimeters bedragen op de zeewaterspiegel en de temperatuur op aarde zal er misschien één-vijfhonderste graad door dalen. Het verbruik van onze collectieve ruimte zal echter gigantisch zijn. Besparing op energie is het devies, iedereen 2 spaarlampen in huis levert al meer op dan alle windmolens in Nederland.

Via dit bericht willen wij iedereen in Groningen en Drenthe oproepen om zich te verzetten tegen de ingrijpende plannen van onze Friese buren. De Stichting Windhoek uit Termunterzijl zal vanuit Groningen de vele Friese tegenstanders een steuntje in de rug geven door bezwaar aan te tekenen tegen deze plannen en hoopt ook vanuit Drente op vele reacties.

H. Zwarberg (Voorzitter Stichting Windhoek)

Noot redactie: Bovenstaande geldt ook voor de kop van Overijssel

Het streekplan Windstreek 2000 is gratis te bestellen op: 058-2925525


Nieuwsblad v/h Noorden 15-11-2000

Gemeente eist bouwstop voor zeventien windmolens

Bellingwedde stapt naar Duitse rechter

Door René Hut

BELLINGWOLDE - De gemeente Bellingwedde stapt naar de Duitse rechter om te eisen dat de bouw van zeventien windmolens in Rhede wordt stilgelegd. B en W besloten gisteren tot deze rigoureuze stap nadat bleek dat aan de andere kant van de grens inmiddels is gestart met voorbereidende bouwwerkzaamheden. ,,Wij hebben een bezwaarprocedure lopen bij het landkreis Emsland tegen de door hun verleende bouwvergunning voor de windmolens'', zegt de Bellingwedder wethouder Melle Wachtmeester. ,,Tot onze grote verbazing is er nu toch al een begin gemaakt met de start van de bouw. Op verschillende plaatsen waar de molens moeten komen is verharding aangebracht, er zijn gaten gegraven en er is ook al iets de grond ingejaagd. In onze optiek kun je niet bouwen voordat de bezwaarprocedure is afgerond.''

De omstreden molens moeten een plek krijgen net over de grens bij buurtschap De Lethe achter Bellingwolde. Naast de gemeente leveren ook buurtbewoners verwoed strijd tegen de komst van de in hun ogen landschapsvervuilende 'reuzen', die bovendien zorgen voor een flinke waardevermindering van de woningen. De Bellingwedder strijd tegen windmolens is al een behoorlijke tijd gaande. Resultaat van de felle protesten is in elk geval dat de Duitsers het oorspronkelijk geplande aantal van 22 molens hebben teruggebracht naar zeventien en dat de afstand (minimaal 375 meter) tot aan de grens groter is dan aanvankelijk gepland. Het liefst ziet Bellingwedde het windmolenpark helemaal niet komen. Als blijkt dat de bouw toch niet tegengehouden kan worden, dan legt de gemeente in elk geval een miljoenenclaim op tafel voor de schadelijke effecten aan de natuur en het landschap.

De door de Duitse advocaten van de gemeente Bellingwedde aangespannen rechtszaak, waarbij het Landkreis Emsland wordt gedaagd, dient bij de bestuursrechter in Osnabrück. Een datum was gisteren nog niet bekend, maar gezien het spoedeisende karakter van de zaak zal deze op korte termijn dienen.


Het klimaat warmt niet op - en is in de afgelopen 60 jaar niet opgewarmd

Een rapport van The Science & Environmental Policy Project bij de COP-6 Conferentie in Den Haag op 21 november 2000 om 16.00 uur.

Wetenschappelijke samenvatting

De wetenschappelijke conclusies hieronder zijn voornamelijk analyses van het ontwerp van het Third Assessment Report (TAR) van het VN-Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) en het National Assessment of Climate Change (NACC) van het US Global Climate Research Program (USGCRP).

1. Onze analyses onthullen een veelvoud aan bewijzen tegen een wereldwijde opwarming gedurende de laatste 60 jaar. Deze belangrijke conclusie is in directe tegenspraak met de beweringen van het IPCC en de theoretische klimaatmodellen; het doet alle vooraf gepubliceerde voorspellingen van een toekomstige opwarming door het IPCC teniet.

2. Wij zijn ook in staat om te laten zien dat onze bevindingen in overeenstemming zijn met de temperatuurgegevens afkomstig uit boorgaten en met gereconstrueerde gegevens (boomringen, koralen, ijsboorkernen, oceaansediment analyses); het is ook in overeenstemming met het waargenomen smelten van gletsjers, het dunner wordende poolijs en de zeespiegelstijging.

3. Wij hebben geen bewijzen gevonden die toekomstige extreme weersgebeurtenissen suggereren, zoals zware stormen of droogtes, stijging van infectieziektes, of schade aan bossen en andere ecosystemen. Integendeel, de toename van atmosferische koolstofdioxide heeft al geleid tot het groener worden van de planeet, verbeterde landbouwoogsten en een krachtige toename van de bebossing.

4. Onze bevindingen spreken direct en nadrukkelijk de getuigenis tegen die Frank Loy (de onderminister voor Global Affairs) afgelegd heeft voor de Amerikaanse Senaat op 28 september 2000.

5. Verder wordt in het algemeen aangenomen dat het wettelijk vastleggen van broeikasgasemissies, zoals voorzien is in het Kyoto Protocol, totaal ineffectief zal zijn. IPCC-gegevens laten een daling zien van slechts 0,07 graden Celsius tegen het jaar 2050, een waarde die zelfs mogelijk niet eens waar te nemen is.

6. De door het IPCC beweerde wetenschappelijke overeenstemming bestaat niet. Het IPCC is niet zomaar een groep wetenschappers, maar een door de VN gesponsorde instelling met een VN-staf. Terwijl competente wetenschappers aan het originele wetenschappelijke rapport werken, is de anoniem ontworpen Samenvatting voor Beleidsmakers, een politiek document, dat beheerd wordt door een handvol regeringswetenschappers, die selectief uit dit rapport citeren.

Wij vestigen de aandacht op de verklaringen van onafhankelijke wetenschappers uit de hele wereld die duidelijk afstand nemen van de sterk overdreven klimaatangst en het Kyoto Protocol. Zij hebben zich verenigd in het Heidelberg Appeal (1992, meer dan 4000 wetenschappers); de Leipzig Declaration (1996, meer dan 100 klimatologen); en de Oregon Petition (1998, meer dan 17.000 wetenschappers).

Het briefing panel bestaat uit vertegenwoordigers van de volgende US NGOs:

Cooler Heads Coalition, Sovereignty International, C-FACT, SEPP

We hebben de volgende personen uitgenodigd om het rapport te ondersteunen:

Helmhold Schneider (Germany), chairman of the European Academy for Environmental Affairs (EAU)

Richard Courtney (UK), representing the European Science and Environment Forum (ESEF)

Bruno Comby (France), president of Environmentalists for Nuclear Energy (EFN)

Dr. Hardy Bouillon (Brussels), president of the Centre for the New Europe (CNE)

Prof. Frits Boettcher (Netherlands), chairman of Global Institute for the Study of Natural Resources, The Hague

Dr. Klaus Heiss (Austria), noted economist

Prof. Harry Priem (Netherlands), geologist and climate expert

Dr. Gerd-Rainer Weber (Germany), meteorologist and climate expert

Supporting our scientific conclusions, books and pamphlets are available in the following languages: English, French, German, Spanish, and Chinese.

The briefing will be followed by individually arranged interviews with members of our panel, allowing further exploration of our conclusions, bringing them to a wider audience.

S. Fred Singer

President, The Science & Environmental Policy Project (SEPP)

1600 South Eads Street, Suite #712-S. Arlington, VA 22202

Tel 703-920-2744 singer@sepp.org


Windenergie is te sullig voor woorden

Luuk Koelman

Ex-voetbalprof Willy van de Kerkhof laat zijn stofzuigertje draaien op windenergie. Het is maar dat u het weet. Honderden billboards tonen zijn glimmende gezicht in het kader van een consumentencampagne over duurzame energie in Brabant. De campagne gaat een jaar duren en is seizoensgebonden. De herfst staat alvast in het teken van de fopspeen die windenergie heet.

Jazeker, windturbines zijn dure apparaten die nauwelijks iets opleveren. Voorstanders babbelen maar wat graag over die paar procenten van onze electriciteitsbehoefte, waarin windenergie voorziet. Een fraai staaltje eco-bluf. Wie een objectief schoner milieu wil, kan beter uitgaan van onze totale energiebehoefte, en windenergie neemt daarvan slechts 1/13e deel voor haar rekening. Dat is ongeveer dezelfde verhouding als één minuut staat tot vierentwintig uur. Verdubbel in heel Nederland het aantal windmolens en je hebt al twee minuten te pakken. Dat schiet lekker op.

Toch presenteren overheid en politiek windmolens als hét totaal-pakket voor een schoner milieu en de bestrijding van het broeikaseffect. Waarschijnlijk omdat er nauwelijks een indrukwekkender symbool denkbaar is dan een windmolen. De kleine exemplaren zijn groter dan de hoogste flatgebouwen. De grote exemplaren torenen daar weer ver bovenuit met hun hoogte van 120 meter en wieken met de spanwijdte van een Boeing 747. Dat maakt windenergie tot het zoenoffer bij uitstek om als politiek onder de maatschappelijke druk uit te komen, die een oplossing verlangt voor alle milieuproblemen.

Windturbines als nutteloze politieke symbolen van intimiderende omvang. Geen kerken, kloosters of bossen meer in de verte, maar een windmolen als dominerend element in het landschap. Voor één minuut energie per dag wordt natuurlandschap veranderd in een industrie-gebied met een belabberd lage productiviteit. Want windenergie vermindert het CO2-probleem niet.

Alle windturbines ter wereld moeten 25 eeuwen draaien om de CO2-uitstoot van één jaar energiegebruik te compenseren. En van een besparing op fossiele brandstoffen is ook geen sprake. Ons energieverbruik groeit simpelweg met de economie mee, alle pogingen tot energiebesparing ten spijt.

De politiek blijft intussen alle investeringen in windenergie buitengewoon aantrekkelijk maken. In Friesland ontvangen boeren per windturbine 60.000 gulden subsidie. Bovendien is wettelijk vastgelegd dat leveranciers van windenergie voor elke kilowatt-uur die ze leveren, een prijs betaald krijgen die vele malen boven de werkelijke marktwaarde ligt.

Zo wordt jaarlijks 600 miljoen gulden gemeenschapsgeld gespendeerd aan pure windhandel. Een kolossaal bedrag waarvoor tal van organisaties graag bereid zijn de zegeningen van windenergie schromelijk te overdrijven. En nu komen die foeilelijke, detonerende apparaten ook het landschap in Noord-Brabant domineren. Waarom eigenlijk Noord-Brabant? Waait het daar soms harder dan aan de kust?

Ik voorspel dan ook dat het niet lang meer zal duren voordat iederéén inziet dat windenergie te sullig is voor woorden. En dat zadelt ons meteen op met een nieuw probleem: wat gaan we straks doen met al die afgedankte windturbines? Wellicht kunnen we er ventilatoren van maken. Da's pas handig tegen het broeikaseffect. Of we gebruiken al die buizen als oliepijpleiding voor het Waddengebied. Dat lijkt me wel iets. En mocht de milieubeweging tegen zijn, dan laten we al dat ijzer gewoon afzinken in de Noordzee. Toch wel jammer dat we geen snelle kweekreactor hebben, zoals in Kalkar. Daar kun je tenminste nog een pretpark van maken.


Malen om broeikasgas.

Sinds de wetenschap geïnfiltreerd is geraakt door de politiek, gaat het pas écht goed mis met het klimaat en wel om twee redenen.

Allereerst is de emotie een belangrijke factor geworden bij het beoordelen van een eventuele klimaatverandering en niet meer de wetenschappelijke feiten.

Ten tweede wordt de politiek door opportunistische wetenschappers voortdurend op het verkeerde been gezet met informatie die, op z'n zachtst gezegd, misleidend genoemd kan worden. Er zijn voorbeelden van klimaatwetenschappers die hun onderzoek moesten beëindigen omdat de geldkraan werd dichtgedraaid vanwege hun afwijkende standpunten. Het standpunt van dhr. Lambert Kuijpers is te begrijpen als men leest wat zijn positie en taak bij de VN is. Het 'kneden' van werkgroepen en het naar buiten dragen van de IPCC standpunten staat gelijk aan het manipuleren van gegevens om de politieke en publieke opinie te mobiliseren en dient er alleen maar voor om een maatschappelijk draagvlak te creëren voor nutteloze en geldverslindende maatregelen. Tienduizenden mensen verdienen hierdoor al een dikbelegde boterham in de klimaatindustrie.

Als wij de laatste decennia zo 'onverantwoord' bezig zijn, waarom is er dan in de zg. kwetsbare gebieden op Aarde geen enkele temperatuurstijging waar te nemen? Waarom laat de temperatuurhistorie van het weerstation op het eiland Jan Mayen in de Noordelijke IJszee vanaf 1921 geen enkele stijgende tendens zien? Waarom registreert de Amundsen-Scott Base op de geografische Zuidpool zelfs een dalende tendens? Waarom signaleren satellieten al 21 jaar lang geen opwarming en zelfs een dalende tendens op het Zuidelijke Halfrond? Waarom bevestigen radiosondemetingen van weerballonnen de satellietwaarnemingen? Om dichter bij huis te blijven, waarom signaleert het wetenschappelijke observatorium in Valentia (zuidwest Ierland) al vanaf 1869 geen enkele opwarming, behalve dan een temperatuurstijging gedurende de jaren '30 toen het warmer was dan in de jaren '90 en er van een 'gigantische' CO2-uitstoot geen sprake was?

Dit zijn feiten die beoordeeld kunnen worden en niet de retoriek die doorspekt is met emotie.

Voor wat betreft het smelten van de Zuidpool. Men negeert het terugkomen van de Aarde uit de laatste IJstijd, zo'n 11.000 jaar geleden. Het enige dat dit smelten kan stoppen is een nieuwe IJstijd. Als het ijs op Groenland met 3 cm per jaar zal smelten (wat doemdenkers beweren), zal het 800.000 jaar duren voordat het laatste ijs verdwenen zal zijn. Geologisch historisch gezien hebben we dan inmiddels al weer 3 IJstijden achter de rug en is 796.000 jaar eerder een einde gekomen aan de voorraad fossiele brandstoffen.


WINDHANDEL

In een tijd dat de olieprijs stijgt, is het lastig pleiten tegen windenergie. Toch moet het gebeuren.

Windmolens bederven het landschap, zijn gevaarlijk en ook nog eens inefficiënt. Over de onzinnige heiligverklaring van de windmolen.

THIEU VAESSEN (HP/De Tijd)

Friesland is een van de zwaarst getroffen provincies. Bij de Afsluitdijk begint het al en het houdt niet meer op. Windmolens. Overal staan ze het landschap te verpesten. Waar je ook kijkt; ze torenen boven bomen, kerktorens en boerderijen uit. Op kilometers afstand eisen hun draaiende wieken alle aandacht op ˜net zo storend als de altijd bewegende televisiebeelden in een Zuid-Europees café". Ook al wil je het niet, je oog wordt er steeds naartoe getrokken.

Pieter Lukkes kan heel goed uitleggen hoe dat komt. "Het probleem van windmolens is dat ze wieken hebben. Zodra die gaan draaien, zie je niets anders meer.

Lukkes (69) is emeritus hoogleraar geografie en actievoerder. Na zijn pensionering keerde hij terug naar Friesland, maar veel plezier heeft hij niet van die verhuizing. Want hij fietst zo graag en dat kan niet meer. "We zijn ermee opgehouden. Mijn vrouw en ik houden van weidse vergezichten. Daarvoor moeten we nu richting Drenthe.

Vandaag rijdt hij met zijn auto door Friesland en laat de schade zien die windmolens aanrichten. De zogenoemde 'landschapsvervuiling'. Op de achterbank zit Annie Jongedijk (58) zich te ergeren. De secretaris van de stichting "Gjin Romte Foar Wynhannel ˜ Fries voor 'Geen ruimte voor windhandel' ˜ kan nauwelijks uit het raampje kijken zonder dat de tranen haar in de ogen schieten. Jongedijk wijst op twee windmolens, de Bokma's op het terrein van de aannemer Bokma bij Leeuwarden, me van grote afstand in het oog springen. "En dan zeggen de voorstanders tegenwoordig dat windmolens minder overlast veroorzaken als ze op industrieterreinen staan, zegt ze, en ze maakt een wanhopig gebaar. "Van een afstand zie je toch helemaal niet of ze bij een boerderij staan of op een industrieterrein?

De rit gaat eerst naar Bolsward. Even buiten het stadje staat een groep van vijf enorme windmolens het landschap te domineren. Hier en daar staat er nog een solitair bij een boerderij te klapwieken. Tussen al dat geweld staat nog een echte, ouderwetse molen. Die valt in het niet bij de vijf gevaartes van meer dan zestig meter hoog. Het is nog lastig om hier een foto te schieten die niet het gebruikelijke idyllische beeld van windmolens schetst. De dreiging die uitgaat van de roterende wieken van twintig meter lang, laat zich moeilijk vatten. De fotograaf gaat met Lukkes en Jongedijk zo dicht mogelijk bij de mast staan, waardoor de plaatselijke boer argwaan begint te krijgen. Door de wei komt hij aanstappen, geeft een hand en zegt: "Ik denk: ik heb hier met liefhebbers van doen, of met actievoerders". Het antwoord 'journalisten' stelt hem gerust. Van actievoerders heeft hij 'veel last'. Het had niet veel gescheeld of hij en zijn buren hadden dit windmolenpark ter waarde van zes miljoen gulden nooit kunnen aanleggen. En dat was jammer geweest, want met de verkoop van de opgewekte elektriciteit aan het plaatselijke energiebedrijf is goud geld te verdienen. Het was vooral de CDA-fractievoorzitter in de gemeenteraad die het park jarenlang tegenhield. De boer vertelt hoe hij een list bedacht. Hij en de zijnen werden allemaal lid van 'die club', bezochten onverwacht de jaarvergadering van het CDA en zetten de fractievoorzitter op een zijspoor. Niet lang daarna kregen ze toestemming om hun windmolenpark aan te leggen. De landschapsvervuiling begint een punt te worden, dat vindt de boer ook. "Er is een wildgroei geweest ˜ daar moet je eerlijk in zijn. Het is de schuld van die alleenstaande windmolens bij afzonderlijke boerderijen. Daar moet Friesland mee kappen. De oplossing is parken, zoals het zijne, maar dan groter. In zijn achtertuin moet het ook groter, zodra het nieuwe streekplan is aangenomen. Dan is hij niet langer gehouden aan een maximumhoogte en gaat hij Bolsward ontsieren met vijf nieuwe molens van zo'n honderd meter hoog.

Het is verbazingwekkend. Welke fabrieksdirecteur zou ooit toestemming krijgen om een schoorsteen van honderd meter hoog te bouwen? Welke projectontwikkelaar zou zomaar een flat van vijftig meter uit de grond mogen stampen? "En dan staan zo'n schoorsteen en zo'n flat nog stil, zegt Lukkes.

De Friese kunstenaar Ids Willemsma bracht zijn bezwaren tegen windmolens eens op gepaste wijze naar voren tijdens een forumdiscussie. Terwijl Groenen-leider Roel van Duyn hartstochtelijk pleitte voor windenergie, stond Willemsma op en ging met zijn armen door de lucht staan draaien. Al snel had niemand in de zaal nog aandacht voor de woorden van Van Duyn, die van zijn stuk raakte en Willemsma vroeg op te houden. "Welnee," antwoordde de kunstenaar. "Zo merkt u ook eens hoe irritant een windmolen is".

Vechten tegen windmolens is zwaar. "Heel Nederland is gehersenspoeld, zegt Lukkes". "Als je tegen windenergie bent, word je behandeld als een "milieucrimineel." Meestal krijgen hij en Jongedijk nauwelijks de kans om hun bezwaren toe te lichten, omdat ze zich onmiddellijk moeten verdedigen. De windmolen is immers heilig verklaard. Niets is onterechter. Windmolens ontsieren niet het alleen landschap, ze zijn ook gevaarlijk, lawaaierig, inefficiënt en overbodig. Maar maak dat maar eens duidelijk aan de politieke partijen die volgende week in Friesland gaan stemmen over het plan 'Windstreek 2000'. Dat gaat vrij baan geven aan grote windparken. Het ziet ernaar uit dat alleen de Friese Nationale Partij zal tegenstemmen. Jongedijk ˜ die twaalf jaar voor de PvdA in de gemeenteraad van Leeuwarden zat ˜ doet niet eens meer mee met de tegenlobby bij Provinciale Staten. Sinds ze heeft ontdekt dat er plannen zijn om tien windmolens in haar voortuin te plaatsen, waarover Iater meer, is ze 'te woedend'. Ook Lukkes staat op het punt van afknappen. "Ik heb de handicap dat ik hoogleraar ben, zegt hij. "Dat is een nadeel in deze provincie. De reactie is slechter naarmate je argumenten beter zijn. Dat vinden politici hier bedreigend". Het enige dat nodig is om tegen windmolens te zijn, is een rekenmachine. Daarop kan Lukkes uitrekenen dat windmolens momenteel voorzien in 1/150ste van de elektriciteitsbehoefte van Nederland, ofwel 1/1300ste van de totale energiebehoefte. We zijn dus bezig om 0,08 procent van een probleem op te lossen. "Het is pissing in the ocean, zegt Lukkes. Maar als de hoogleraar Friese politici voorhoudt dat windenergie een druppel op een gloeiende plaat is, dan zeggen die: "Het is wel een druppel". Jongedijk vanaf de achterbank: "Ze bedrijven pure symboolpolitiek". Als het aan Den Haag had gelegen, was er afgelopen jaren overigens iets meer van het probleem opgelost. Overeenkomstig een convenant met de zeven 'windrijke' provincies hadden er dit jaar windmolens met een geïnstalleerd vermogen van 1000 megawatt moeten staan. Gelukkig blijft de teller steken op 400 megawatt, waarvan Friesland er relatief veel (70) voor zijn rekening neemt. Zeeland en Flevoland zijn de andere provincies die veel te lijden hebben. Dat het streefcijfer niet is gehaald, wijt het ministerie van Economische Zaken aan het 'nimby-effect' ˜ het not-in-my backyard-syndroom dat mensen wel voor windenergie zijn maar geen molen in hun achtertuin willen. Het antwoord dat Den Haag heeft bedacht is niet: verlaag het streefcijfer ˜ dat wordt opgevoerd tot 1500 megawatt in 2010 ˜ maar: verminder de mogelijkheden voor bezwaarprocedures.

Tegelijkertijd probeert de windmolenlobby enigszins aan de bezwaren tegemoet te komen door locaties te zoeken in buitengebieden, maar tot nu toe met weinig succes. De belangrijkste optie in Friesland is de Afsluitdijk, waar tweehonderd molens moeten komen met masten van honderd meter hoog en wieken van veertig meter lang. Die plannen stuiten op fel verzet van diverse milieuclubs, waaronder de Vogelbescherming. Die vreest voor talrijke 'slachtoffers' tijdens de vogeltrek vanaf het IJsselmeer ˜ geheel volgens de oude leus 'windmolen, gehaktmolen'.

Ook het meest ambitieuze plan tot nu toe, voor een windmolenpark voor de kust van Egmond aan Zee, stuit op bezwaren van milieugroepen en plaatselijke bewoners. Lukkes is wel blij met het plan, althans met de Milieu Effect Rapportage die ervoor is verricht. Hij pakt het boekwerk erbij en leest voor dat een belevingsonderzoek' heeft uitgewezen dat het park acht kilometer uit de kust moet komen om geen hinder te veroorzaken. Hij laat zijn vinger op de passage rusten en zegt: "Acht kilometer! Waarom daar wel en hier niet? Mogen wij ook zo'n belevingsonderzoek?"

Het zit de tegenstanders niet mee. Net nu zij zich opmaken om de politiek te overtuigen van de nadelen van windenergie, stijgt de olieprijs. Voor de voorstanders is het een geschenk uit de hemel. En toegegeven, windmolens verbruiken geen fossiele brandstoffen. Maar het is geen argument waarvan Lukkes en Jongedijk onder de indruk raken. Zeker nu er steeds meer aanwijzingen zijn dat de opwarming van de aarde helemaal niet wordt veroorzaakt door CO2, het vermeende broeikasgas' dat vrijkomt bij het verstoken van olie, gas en steenkool. Opnieuw gaat de tas met documentatiemateriaal van Lukkes open en daar verschijnt een artikel over de Amerikaanse onderzoeker James Hansen. De man die ooit CO2 als grote boosdoener ontmaskerde, is inmiddels tot heel andere inzichten gekomen. Hansen denkt tegenwoordig dat de opwarming van de aarde te wijten is aan methaangas. Lukkes: "Niemand kan nu nog beweren dat de ijsberen uitsterven of dat Bangladesh verdrinkt doordat wij te weinig windmolens neerpoten. ''

Tot zover de overbodigheid. Nu de efficiëntie van windmolens. Die zou eenvoudig te bepalen moeten zijn aan de hand van de prijs van een kilowattuur opgewekte energie, maar in de praktijk blijkt dat onmogelijk. Windenergie probeert van zoveel subsidiestromen en fiscale steunmaatregelen dat de werkelijke kosten niet te achterhalen zijn. "Dat is een klus voor de rekenkamer, meent Lukkes. Tot die tijd verwijzen hij en Jongedijk naar hun bondgenoot Ir J.A. Halkema in Den Haag. Deze gepensioneerde elektrotechnicus stak duizenden guldens eigen geld in de publicatie van het boekje Windmolens ˜ Fictie en feiten". Daarin wordt de windenergielobby beschuldigd van misleiding, oplichting en bedrog.

"Dit boekje bevat de technische waarheid, zegt Halkema in zijn flat in Den Haag. "De windmolen presteert niks. Een turbine van 1,6 miljoen gulden wekt net zoveel energie op als een automotor. Dat beeld moeten we goed voor ogen houden.

De molen kan er niets aan doen dat hij zo weinig op levert. Het is de schuld van de wind. Die is te licht, te langzaam en ook nog eens te onregelmatig. Bij rustig weer, tot windkracht vier, is de opbrengst zo laag dat het niet loont om de molen aan te laten staan. Halkema: "Bij zwakke wind staan ze alleen te draaien om propagandistische redenen. Het is nep. Vanaf windkracht acht gaat het weer te hard en moet de molen worden stilgezet. Wat nog energie kost ook. Het gevolg is dat windmolens maar een klein deel van hun geïnstalleerde vermogen ˜ "waarvoor we betalen ˜ werkelijk opwekken. Halkema rekende uit dat de 442 Nederlandse windmolens in 1997 niet meer dan zestien procent van hun maximale vermogen realiseerden. Met technische verbeteringen kan dat percentage volgens hem oplopen tot hooguit vijfentwintig procent. Meer zit er echt niet in, omdat er technisch gezien weinig meer te verbeteren valt. "De enige manier om de opbrengst te verhogen, is ze nog groter en nog hoger maken. De bouwers van windmolens zullen niet wijzen op dit soort tekortkomingen. "Dacht u dat het Siemens wat kan schelen dat het niets helpt? Het gaat ze alleen om het geld. Gelukkig gaat dat niet op voor Halkema's voormalige werkgever Brown Bovery, die wel elektriciteitscentrales bouwt maar geen windturbines. "Brown Bovery wil de mensen niet belazeren.

Ook Lukkes en Jongedijk zijn ervan overtuigd dat geld de drijvende kracht is achter de windenergielobby. "Die boeren doen het echt niet voor het milieu. Bijna alle energie die zij met windmolens opwekken, verkopen ze voor een goede prijs aan de energiebedrijven, met name Nuon. En die kunnen op hun beurt aan goedgelovige consumenten nog eens een paar cent extra vragen voor groene stroom'. "Het draait om geld, geld en nog eens geld. Die overtuiging is diepgeworteld, zeker sinds Jorritsma in een brief aan Lukkes een berekening presenteerde die de meerkosten van duurzame energie raamt op 2,5 miljard gulden. Daarvan zullen windmolens 450 tot 650 miljoen gulden opslokken. "Per jaar, voegt Lukkes toe.

Hoeveel geld er te verdienen valt, blijkt bijvoorbeeld in de Wieringermeer, waar een groep akkerbouwers twaalf molens van 113 meter hoog wil neerzetten. De tachtig omwonenden die bezwaar hebben aangetekend, kregen deze zomer grote bedragen aangeboden als ze hun protest zouden intrekken. De vijfbelangrijkste bezwaarmakers kunnen ieder 77.500 gulden opstrijken. Een van de bemiddelaars' die de afkoopsom aanprijst, heet List.

De Volkswagen van Pieter Lukkes rijdt inmiddels langs Wons, 'een schattig terpendorp' dat schuilgaat achter een paar enorme windmolens. De tocht gaat naar Wirdum, het dorp waar Annie Jongedijk zo rustig woonde totdat ze hoorde van plannen om er tien grote windmolens te plaatsen. De wieken van nummer vijf en zes zouden dagelijks zorgen voor 33 minuten slagschaduw op de ruit van haar voorkamer. En dan is er ook nog de geluidsoverlast en het gevaar. Want het veiligheidsrisico is nog zo'n onderbelicht punt. Eenmaal aangekomen bij de ouderwetse boerderij ˜ een uilenburcht met houten zwanen in de nok ˜ is het de beurt aan Jongedijk om in de archiefstukken te duiken. En daar verschijnen de knipsels met foto's van omgewaaide molens en weggeslingerde delen van wieken. "Wist u dat de bliksem er vaak inslaat? En dat je in de winter ijsafzetting op de wieken hebt? Als zo'n molen weer gaat draaien, vliegen de klonten eraf. En dat zijn echt geen kleintjes. Jaren geleden overwoog Jongedijk, die milieukunde heeft gestudeerd, om zelf een windmolen in haar tuin te zetten. Tot ze zich de nadelen realiseerde en koos voor twee zonnecollectoren, die nog altijd voor warm water zorgen. "Over zonne-energie hoor je de energiebedrijven helemaal niet. Ze hebben er geen belang bij dat wij minder van hen afnemen. Na drie jaar procederen heeft ze voorlopig het onheil in haar voortuin weten af te wenden, maar nog is het gevaar niet geweken. Als de Provinciale Staten volgende week het nieuwe streekplan aannemen, kunnen de buren van Jongedijk hun plannen opnieuw indienen. En dan zal het heel moeilijk worden om Wirdum windmolenvrij te houden.

"Het ergste is nog wel dat hele gemeenschappen tegen elkaar worden opgezet, zegt Jongedijk. "De sociale cohesie van talrijke dorpen wordt verstoord. Burenruzies met boeren die veel geld kunnen verdienen, worden tot in de kerk uitgevochten. Ik ken mensen die niet meer naar de kerk gaan, omdat de dominee hen onder druk heeft gezet hun bezwaren tegen windmolens in te trekken. Als het zo doorgaat, houdt Annie Jongedijk het voor gezien. Dan verhuist ze naar Frankrijk. Om daar toe te kijken hoe de stemming in Nederland omslaat. Want vroeg of laat zal dat gebeuren. En een van de eerste die het gaat merken, is energiebedrijf Nuon. Als de energiemarkt wordt geliberaliseerd, zullen veel consumenten zich van deze producent van windenergie afkeren. Jongedijk: "Ik ken een heleboel mensen die zo snel mogelijk bij Nuon willen vertrekken." En laat de energiemaatschappij dan niet zeggen: we dachten dat we milieuvriendelijk bezig waren.


Broeikaseffect in Lapland?

Wetenschappers hebben de klimaatveranderingen van de laatste 100 jaar in Lapland (Noord Finland) onderzocht.

De onderzoekers hebben daartoe de meteorologische gegevens, afkomstig van locale meteorologische stations en van de National Oceanic and Atmospheric Administration voor een coördinatenstelsel van 5° x 5° (lengte/breedtegraad) geanalyseerd, om "te bepalen of er ook maar enig bewijs is te vinden van een mogelijke klimaatverandering in dit gebied gedurende de laatste 100 jaar".

Als we de woorden van de onderzoekers gebruiken, "was er geen duidelijke opwarming of afkoeling waar te nemen in de jaarlijkse en de seizoensgegevens, gedurende de volledige periode 1876-1993."

Opnieuw tonen de gegevens uit de werkelijkheid, deze keer afkomstig uit een gebied op hoge noordelijke breedte, waarvan voorspeld werd dat de opwarming door broeikasgassen juist daar haar eerste sporen zou laten zien, geen enkele opwarming gedurende de afgelopen 117 jaar.

Commentaar: "Ook hier wordt gebakken lucht afgekoeld tot normale proporties".

Referentie:

Lee, S.E., Press, M.C. and Lee, J.A. 2000. Observed climate variations during the last 100 years in Lapland, northern Finland. International Journal of Climatology 20: 329-346.


De Grote Windmolenfabels

Dit is een reactie op het voorgenomen plan van de regering om windmolenparken aan te leggen met een totaal opgesteld vermogen van 1500 MW. Voor onze 'groene ridders' - die zich als hoeders van de natuur beschouwen - is dit zelfs nog niet genoeg. In die kringen praat men zelfs over 1850 MW. Het volgende verhaal zou gelezen moeten worden door onze volksvertegenwoordigers en de fanatieke aanhangers van 'groene stroom'.

Niet alle Scandinaviërs zijn blij met windenergie. Hier volgt een bijtende aanval van Iens Elliott Nyegaard, oorspronkelijk gepubliceerd in het Zweedse tijdschrift Elbranchen (juni 1999) en bestemd voor publicatie in het Deense Engineering Society Weekly Ingenioren.

De nieuwe machines van de keizer

De Deense generatie van eind jaren zestig heeft de Grote Internationale Windmolenfabel geïntroduceerd.

Het is een rondtollende rage van overvloedige consumptie van kapitaal, energie (sic), grondstoffen en waardevolle landschappen. In die tijd was het slechts een cultsymbool voor pseudo-religieuze randgroeperingen, nu lijkt het wel een kankergezwel. Dat het voor die paar kWh een kostbare, niet te voorspellen, onbetrouwbare energie-opwekker is, is voor politici niet belangrijk. Zij willen slechts goed zichtbare, politieke symbolen oprichten. Deze symbolen vertellen de minder goed geïnformeerde burgers "Kijk eens! Uw dappere politici en hoeders van de natuur redden u" van compleet ingebeelde gevaren! Ter ondersteuning van dit schaamtevolle toneelspel halen ze het volk het vel over de oren met nieuwe 'groene belastingen'.

De windmolen-industrie is het koekoekskuiken van de Deense industrie - geheel en dodelijk afhankelijk van de subsidies en dat alleen maar voor het oprichten van politieke symbolen. Dit werd zeer duidelijk weergegeven door de adviseur van de Deense regering, de Noorse milieueconoom, professor Finn R. Forsund van de Universiteit van Oslo, in een interview in Politiken (1/2/95).

Geen enkele windmolen ter wereld kan eerlijke positieve cijfers laten zien. Zij draaien eerder op subsidies dan op wind. Windenergie berust op vier, ongefundeerde, onjuiste veronderstellingen.

1. "Windmolens kunnen andere vormen van energieopwekking vervangen" NEEN, NOOIT!. Als men een bepaald vermogen aan windenergie neerzet, dan moet men tevens precies hetzelfde aan conventionele opwekcapaciteit neerzetten. Deze conventionele centrale moet het grootste gedeelte van de tijd werkeloos achter de hand gehouden worden om onmiddellijk inzetbaar te zijn als de windmolens het af laten weten (bij geen wind, te weinig wind, of te veel wind en bij technische problemen). En problemen hebben ze! Zelfs onder de meest gunstige windomstandigheden, heeft een windmolen slechts een rendement van 33% , 20 tot 25% rendement is zo'n beetje het gemiddelde.

2. "De windmolen is de gedecentraliseerde elektriciteitsvoorziening van "de kleine man". Fout! Internationaal kapitaal en investeerders die een politieke voorkeur genieten hebben er profijt van.

3. "Windmolens behoeden ons voor een energiecrisis". Nonsens! De wereld heeft genoeg energie voor de toekomstige vraag. Alle zogenaamde" energiecrisissen" zijn in het leven geroepen door politici.

4. "Windmolens zullen een CO2 -catastrofe helpen voorkomen" Onzin! In het gunstigste geval is het CO2- verhaal een niet bewezen theorie. Een stijging van de CO2-concentratie in de atmosfeer kan als een voordeel worden gezien voor de wereld (speciaal voor de agricultuur). Naast het verspillen van kapitaal, energie en grondstoffen, veroorzaken windmolens ook nog eens een degradatie van waardevolle landschappen.

Mensen die noodgedwongen geconfronteerd worden met windmolens, worden beroofd van zowel immateriële zaken (rust, uitzicht) als tastbare zaken, zoals eigendommen. Afhankelijk van de topografie en luchtgesteldheid, kan de temperatuur en de luchtvochtigheid in een wijde omtrek beïnvloed worden. De waarde van onroerend goed wordt gereduceerd, zonder dat er kans is op herstel. Makelaars in Noord-Duitsland hebben gezegd dat de waarde van onroerend goed in gebieden met windmolens, met 20 tot 30% zal afnemen. Dezelfde berichten komen ook uit Denemarken en Groot-Brittannië.

Sinds 1945 bestaat er een algemene Europese richtlijn die zegt dat kustgebieden, hooggelegen gebieden en bepaalde waardevolle landschappen, gevrijwaard zullen blijven van industriële activiteiten. De echte industrie, waar onze welvaart vanaf hangt, wordt volgens bestemmingsplannen gevestigd in speciale industriële gebieden. De politieke behoefte aan windmolens heeft er voor gezorgd dat dit principe meer en meer met voeten getreden wordt. Windmolens worden vaak geplaatst in gebieden waar de energiedistributie erg kwetsbaar is. Vervolgens wordt men dan ook nog gedwongen een niet te voorspellen stroomopwekker te accepteren. Het net en de transformatoren moeten versterkt en aangepast worden. Dit alleen al is een kostbare zaak. Elektriciteitsproducenten en distributeurs worden door de wet gedwongen om te investeren in windenergie. Dit bedrag nadert de 500 miljoen DM per jaar. In Duitsland bedraagt het verlies per windmolen per jaar ongeveer 250.000 DM en er staan in dat land al meer dan 7000 windmolens opgesteld. Deze getallen komen nagenoeg overeen met de verliezen in Groot-Brittannië, Denemarken en Zweden (in Nederland zijn hierover geen cijfers beschikbaar, maar deze zullen niet veel afwijken van de bedragen in bovengenoemde landen).

Vele natuurliefhebbers hebben al een vuist gemaakt tegen de gesubsidieerde windenergie. Het 'Bundesverband Landschaftsschutz' in Duitsland steunt momenteel al meer dan 300 lokale initiatieven tegen deze windmolenterreur. In Groot-Brittannië hebben de Country Guardian Campaign for the Protection of Rural Wales, The National Trust en vele andere lokale comités, protest aangetekend en actie ondernomen tegen de verkrachting van het landschap. Meer dan 80% van de nieuwe bestemmingsplannen voor windenergie zijn door deze initiatieven van tafel geveegd. In Denemarken is een zogenaamde "Windmill Neighbors"-groep zeer actief. In Zweden hebben locale initiatieven zich verenigd in "Swedish Landscape Protection Soc.", die al meer dan 5000 leden kon begroeten in haar eerste maand van bestaan.

Resumerend kunnen we vaststellen dat windmolens onze mooiste landschappen veranderen in industrieparken met een zeer lage productiviteit en alleen maar dienen voor de oprichting van overbodige politieke symbolen (op kosten van de burgers), met de intentie reclame te maken voor een perverse politiek die alleen maar tegen ons gericht is.