Anarchisme en syndikalisme


Wij vinden dat de tendens om het revolutionaire anarchisme en het syndikalisme tegen elkaar op te zetten erg kunstmatig aandoet en in feite kant noch wal raakt. De beginselen van het anarchisme staan eenvoudig op een ander plan dan die van het syndikalisme. Terwijl het doel van de anarchistiese strijd het werkelijke kommunisme - dat wil zeggen de vrije maatschappij van gelijke arbeiders - is, vormt het syndikalisme - dat wil zeggen de beroepsgewijs georganiseerde revolutionaire arbeidersbeweging - slechts een van de expressies van revolutionaire klassenstrijd. Het revolutionaire syndikalisme verenigt de arbeiders op basis van produksie en heeft, zoals overigens niet een andere soortgelijke groepering, geen wereldbeschouwing die een antwoord geeft op alle gekompliceerde sociale en politieke vraagstukken die de hedendaagse werkelijkheid oproept. Het weerspiegelt steeds de ideologie van verschillende politieke groeperingen, vooral van die groepen die het meest intensief in de gelederen van het syndikalisme werken. Onze houding ten aanzien van het revolutionaire syndikalisme vloeit voort uit wat hierboven werd gesteld. Zonder ons hier bezig te houden met het vraagstuk welke rol de revolutionaire vakbewegingen als gevolg van de revolutie zullen gaan spelen, dat wil zeggen te weten te komen of zij de organisatoren zullen zijn van het gehele nieuwe produksieproces of dat ze deze rol zullen overlaten aan de arbeidersraden dan wel de fabrieksraden, zijn wij van mening dat de anarchisten moeten participeren in het revolutionaire syndikalisme, als revolutionaire arbeidersbeweging. De vraag die zich momenteel voordoet is echter niet de vraag of maar hoe de anarchisten moeten participeren in het revolutionaire syndikalisme, en met welk doel. Wij beschouwen de periode die voorafgaat aan het ogenblik waarop de anarchisten als strijders en individuele propagandisten in de revolutionaire syndikalistiese beweging treden als een periode van "betrekkingen tussen de arbeiders" tegenover de beroepsgewijs georganiseerde arbeidersbeweging.

Het anarcho-syndikalisme, dat met kracht de libertaire ideeën in de linkervleugel van het revolutionaire syndikalisme probeert in te voeren door het oprichten van op anarchistiese leest geschoeide vakverenigingen, betekent in dit verband een stap in de goede richting; maar deze haalt het niet bij de empiriese metode. Want het anarcho-syndikalisme legt geen enkel verband tussen de "anarchisering" van de syndikalistiese beweging en de bundeling van de anarchistiese krachten buiten deze beweging. Alleen een dergelijk verband maakt het immers mogelijk het revolutionaire syndikalisme te anarchiseren en het te beletten zich tot opportunisme of reformisme te ontwikkelen. Omdat wij het revolutionaire syndikalisme uitsluitend beschouwen als een beroepsgewijze arbeidersbeweging zonder bepaalde sociale of politieke teorie - en die dus niet in staat is het sociale vraagstuk zelfstandig op te lossen - zijn wij van mening dat de taak van de anarchisten in deze beweging in het uitwerken van libertaire ideeën en in de oriëntatie op het anarchisme, teneinde een aktief wapen te kunnen vormen in de sociale strijd. Als het syndikalisme niet tijdig steun vindt in de anarchistiese teorie, zal het zich verlaten op de ideologie van een willekeurige staatspartij. Het franse syndikalisme, dat vroeger uitblonk in anarchistiese leuzen en taktieken maar later onder invloed is gekomen van de bolsjewieken en van rechtse opportunisten-socialisten, is hier een frappant voorbeeld van.

De taak van de anarchisten in kringen van de revolutionaire arbeidersbeweging zal evenwel pas resultaat hebben wanneer voldaan wordt aan de voorwaarde dat hun werk nauw is verbonden en verenigd met de aktiviteit van de anarchistiese organisatie die buiten de vakvereniging werkzaam is. Anders gezegd: wij moeten als een georganiseerde groep in de beroepsgewijze revolutionaire beweging treden en voor het werk dat in de vakvereniging tot stand wordt gebracht verantwoording afleggen aan de algemene anarchistiese organisatie, die ook in dezen een orienterende funksie heeft. Zonder ons te beperken tot het oprichten van anarchistiese vakverenigingen moeten we proberen onze teoretiese invloed uit te oefenen op het gehele revolutionaire syndikalisme in al zijn vormen. Dit doel zullen we alleen kunnen bereiken door als een strak georganiseerd anarchisties kollektief aan de slag te gaan en niet in kleine toevallige groepjes waartussen immers geen enkel organisatories verband bestaat noch enige teoretiese overeenkomst. Anarchistiese groeperingen die zich in de ondernemingen en de fabrieken bezighouden met het oprichten van anarcho-syndikaten, die in de revolutionaire vakverenigingen strijd voeren om in het syndikalisme libertaire ideeën in te voeren, - groeperingen die zich in hun strijd oriënteren op een algemene anarchistiese organisatie: daarin ligt de taak en de betekenis van het optreden van anarchisten ten opzichte van het revolutionaire syndikalisme en de revolutionaire beroepsgewijze bewegingen die ermee in verband staan.

Naar: De eerste dag van de sociale revolutie