DOCTOR GONZO LEEFT (IN WOODY CREEK, COLORADO)
Hunter S. Thompson mist zijn ergste vijand.
Door Jurrien Dekker & Bas Senstius
Het leven van Hunter S. Thompson veranderde beslissend door presidentskandidaat Richard Nixon ('Hij heeft onze wateren voor eeuwig vergiftigd,' schreef Thompson in een in memoriam) en door de rellen tijdens een Democratische bijeenkomst in Chicago in 1968. 'Ik ging als journalist naar de conventie, en kwam terug als een razend beest.' Sindsdien strijdt Thompson zijn hoogstpersoonlijke strijd, vastgelegd in de 'Gonzo Papers'- al is hij met de dood van Nixon zijn grootste tegenstander kwijt geraakt. Clinton was een deceptie ('Ik had Colin Powell omarmd, als hij zich in de strijd had gemengd') en Doctor Gonzo heeft zich nu teruggetrokken op zijn thuisbasis Woody Creek, Colorado, of, precieser: de plaatselijke Tavern. Daar schrijft, drinkt en blowt hij, en daar hoopt hij binnenkort het zilveren jubileum van 'Fear and Loathing in Las Vegas' te vieren. 'Misschien is de dodenlijst langer dan de gastenlijst, dat wordt nog lastig.
Gezien zijn reputatie was vijf uur in de morgen logischer geweest. Het is nu rond zessen, de zon zakt achter de toppen van de Rocky Mountains en een kille schemering valt over de troosteloze omgeving van de Tavern.
Het verhaal gaat dat Thompson is opgebrand. Dat hij de Gonzo-zaak, moegestreden, heeft opgegeven. Gonzo stamt van het Frans-Canadese gonzeaux dat zoiets betekent als shining path. Hunter Thompson is dat pad; de enige erkende Gonzo-grootmeester. Zijn Gonzo-stijl wordt vaak verward met new journalism, bekend geworden door de reportages van Tom Wolfe en Gay Talese. Maar dat is volledig onterecht. Wolfe c.s. gaan de werkelijkheid te lijf met de technieken van de romanschrijver. Zij dwalen rond in de hoofden van hun personages. Thompson doolt in zijn eigen hersenpan en beschrijft uitsluitend zijn dwaze, hallucinerende gang door de talrijke gebeurtenissen in zijn verhalen. 'Wat als..., dat is de essentiële vraag die ik doorlopend stel,' noteerde een andere Rolling Stone-coryfee, P.J. O'Rourke, uit zijn mond.
De stijl ontstond toen hij in 1970 een deadline niet haalde en in
blinde paniek zijn aantekeningen doorzond. Ze werden met gejuich ontvangen. Het artikel
'The Kentucky Derby is Decadent end Depraved' verscheen in Scanlan's Monthly in
juni 1970. Een vlammend verhaal over de paardenrace, de teloorgang van de Amerikaanse
Droom en natnurlijk over Richard Nixon. Want Gonzo is meer dan een journalistieke
stijlvorm, het is een strijd voor het behoud van Vrijheid en de Amerikaanse Droom. De
Gonzo-zaak. En die is onlosmakelijk verbonden met de politiek.
De basis voor deze politieke betrokkenheid is gelegd in 1968. Thompson had het jaar
daarvoor net Hell's Angels. The Strange and Terrible
Saga of the Outlaw Motorcycle Gangs gepubliceerd en het boek sloeg in als een bom.
De beste tijdschriften stonden voor hem in de rij. In hetzelfde jaar gaf het blad Pageant
hem de opdracht een stuk te schrijven over de politieke wederopstanding van Nixon.
(Geen mens verwachtte dat hij terug zou keren in de politieke arena na zijn nederlaag in
1960 tegen Kennedy.)
Eenmaal in New Hampshire, waar Nixon op verkiezingscampagne was, bleek het onmogelijk hem persoonlijk te spreken. Nixon bezwoer zijn medewerkers dat hij absoluut niet over Vietnam of over politieke demonstraties op universiteitscampussen wilde praten. Hij wilde hoogstens met een insider van gedachten wisselen over football. Terwijl de Republikeinse presidentskandidaat zich opmaakte voor een autorit naar het vliegveld, realiseerde een campagnemedewerker zich dat Thompson alles over sport weet. Als enige mocht hij mee. Nixon overtroefde hem met zijn kennis, maar Thompson kon dat wel waarderen. Toch is het nooit meer goed gekomen tussen de twee. Sterker nog, Thompson vond zijn journalistieke raison d'être. 'Presenting: The Richard Nixon Doll' verscheen in het julinummer van Pageant.
In augustus dat jaar was Thompson aanwezig bij de historische Democratische conventie in Chicago. Tegenover het conventiecentrum brak een ware veldslag uit tussen politie en Vietnam-demonstranten. Thompson valt in het tumult door een glazen deur en raakt gewond. Weken later kon hij er nog geen woord over uitbrengen zonder in huilen uit te barsten: zijn vertrouwen in de politiek had een fatale opdonder gekregen. Hij doorzag nu de futiliteit van de nationale politiek en besloot zich voortaan letterlijk op zijn eigen terrein te richten: het persoonlijke werd politiek. 'Ik ging als journalist naar de conventie, en kwam terug als een razend beest,' verklaarde hij.
Het waren de ingebouwde blinde vlekken van de objectieve regels en dogma's die toestonden dat Nixon het Witte Huis kon binnenglibberen, schrijft de Doc een kwarteeuw later in 'He Was a Crook', het in memoriam dat hij Nixon vanuit Woody Creek meegaf op diens hellevaart. Hij zag er op papier zo goed uit dat je op hem zou stemmen, al had je hem nooit gezien. Hij zag er zo all-American uit (...), dat hij door de mazen van de Objectieve Journalistiek kon glippen. Je moest wel subjectief zijn om Nixon te kunnen dooraten, en de schok van herkenning was vaak pijnlijk.
Voor de stamgasten van de Tavern is het geen verrassing dat, zoals de San Francisco Examiner onlangs berichtte, de voormalige president zelf de opdracht verstrekte om in te breken in het Democratische hoofdkwartier. Zij waren er op aangeven van Thompson allang van doordrongen dat het Watergate-schandaal Nixon niet is overkomen, maar dat hij er de bron en aanstichter van is. De Tavern is Thompsons thuisbasis. Het is een houten uitspanning die niet zou misstaan als decor van een roadmovie. Buiten boven de ingang inspecteert een opgezet everzwijn met een gele bril de gasten. Naast de Tavern is een postkantoor en verder bestaat het gehucht uit enkele afgelegen kapitale houten huizen en een trailercamp. De Tavern is Woody Creek. Op tien minuten ligt het vooral door privejets gebruikte vliegveldje van het mondaine ski-oord Aspen.Binnen hangt de aangename sfeer van geaccepteerd verval. Zonder houthakkershemd en cap val je hier uit de toon. Zowel mannen als vrouwen lopen op cowboylaarzen en de verzamelde klanten lijken zich te hebben neergelegd bij het uitstel van hun Amerikaanse Droom. Troost vinden ze in de schrijnende countrysongs die onophoudelijk uit de luidsprekerboxen schallen. Aan de bar wordt gniffelend gespeculeerd over de tijd die de Doc nog gegeven is op dit ondermaatse; over zowel zijn lever als het tussenschot in zijn neus doen de wildste verhalen de ronde.
En van verhalen over Thompson moet de Woodv Creek Tavern het hebben: tientallen Doc-heads bezoeken jaarlijks deze uitspanning om een glimp van hun held op te vangen, meestal tevergeefs. Er is zelfs een Doc-hoek ingericht met delen tekst uit de Rolling Stone, het rockmagazine dat vele van zijn speurtochten naar de Droom publiceerde; met faits divers uit de lokale pers en tientallen snapshots.
De Doc laat zich niet makkelijk benaderen. Hij schiet bezoekers zijn erf af. De hond van buurman Jimmy Ibbotson, medeoprichter van de Nittv Gritty Dirt Band, draagt een lang litteken over zijn schedel. Volgens Hunter viel de witte labrador zijn pauwen aan. En die zijn hem dierbaar. Ibbotsons hond draagt het litteken met waardigheid en viel de pauwen nooit meer lastig.
De Thompson-hoek wordt gedomineerd door de beroemde foto die Annie Leibovitz in 1987 van hem nam: Hunter languit op een Harley Davidson, zijn ogen achter de donkere pilotenbril peinzend ten hemel geslagen, korte broek, witte kniekousen en tennisschoenen, lurkend aan een Dunhill in een sigarettenpijpje dat geklemd zit tussen zijn dunne lippen. Voor ons op tafel staat een fles Chivas Regal. We hadden graag wat skunk voor hem meegebracht, maar vreesden de Amerikaanse autoriteiten. Een vrees die is ingegeven door Thompson zelf: hij heeft een heilig ontzag voor de Amerikaanse douane.
Er zijn twee dingen die ik nog nooit heb gedaan met drugs: verkopen en door de douane smokkelen, vertrouwt Thompson zijn maatje Yail Bloor toe in het hilarische titelverhaal 'The Great Shark Hunt: Strange Tales From a Strange Time. Gonzo Papers, vol. 1'. Na een hopeloos verlopen haaienjacht in Mexico zien ze het land ontvlucht en bevinden ze zich in het vliegtuig op weg naar Denver. In Hunters koffer zit een levensbedreigende hoeveelheid pillen en poeders. Bloor weet niet wat hij hoort. Nog voor de tussenlanding in Texas rijpt bij Thompson een geniaal plan: als ze nu eens alle drugs ter plekke opeten. Na een paar mescalinetabletten, zes tabletten LSD, anderhalve gram onversneden cocaine, vier joints, tien speedpillen en wat MDA (het hallucinerende broertje van MDMA of wel XTC - red.), stuiteren ze het vliegtuig uit.
Aan de bar komen beide vrienden na enkele glazen margarita geblust met tequila enigszins tot rust. De mist trekt wat op. Dan horen ze hun namen uit de speakers schallen. Blinde paniek maakt zich van Bloor meester. Hij staat in het toilet en tracht tijdens het pissen coke te snuiven en een joint te roken. Thompson waant zich in een apocalyptisch visioen, ziet agenten op zich afkomen en is ervan overtuigd dat hij de komende jaren in een cel zal wegrotten. Hij spoelt tegen de schrik de laatste pilletjes speed weg. Het duo wankelt naar de gare.
De tussenlanding in San Antonio halen ze eveneens. Maar dan, steggelend met de douanebambte over de belasting op hun flessen tequila, rollen er fel oranje balletjes met hallucinerend poeder uit Thompsons broekzak. Bloor schiet in de slappe lach. De Doc blijft cool: hij bukt zich, raapt ze op en stopt ze nonchalant terug.
'Niemand met ook maar de latente neiging om drugs te gebruiken, moet ooit proberen ze te smokkelen,' eindigt hij het Playboy-verhaal in 1974.
E r ontstaat enige opwinding in de Tavern. Het is zover: Thompson treedt binnen. Links en rechts beantwoordt hij opgestoken handen en vuisten. Hij blijft even staan, neemt grootmoedig alle aandacht in ontvangst en schrijdt vervolgens naar zijn hoek. De bewegingen lijken dwangmatig gecontroleerd, als die van een oude man. De uitdossing wijkt wezenlijk af van de overige clientele: zilverkleurig jack met insigne, handschoenen met vingers bloot, glas gin in de ene hand, sigarettenpijpje in de andere en de befaamde namaak confederate-cavalry hoed op het hoofd, een model dat hij al sedert de lagere school draagt. Lezers van Garry Trudeaus strip Doonesbury zullen hem onmiddellijk herkennen. Doonesburv is gemodelleerd naar de Doc - korte broek, kniekousen, sigarettenpijpje - en tot grote ergernis van de Doc krijgt hij er geen cent voor, terwijl ondertussen hele generaties zijn opgegroeid met het idee dat Thompson een stripfiguur nadoet.
Dankbaar voor de Chivas schuift Thompson de fles naar de zijkant van de tafel en steekt een hand omhoog om een bestelling te plaatsen. 'Op Amsterdam,' toast hij alvast met het half gevulde glas gin. Hij is er nooit geweest. 'Amsterdam. Het lijkt me geweldig, maar dan moet ik alles hier achterlaten. Als ik er alleen al aan denk doet het me pijn. Misschien zou ik in Amsterdam wel in de goot belanden, weet je wel, ik heb van die gewoonten. Ik wilde ooit wel gaan, maar er waren redenen om het niet te doen. Er gebeurde hier iets raarst Maar er gebeurt in dit land altijd wel iets raars waardoor ik niet weg kan. Een vriend van mij, jurist, is er twee jaar geleden geweest voor een cannabisconferentie. Hij is er in totaal zeis drie keer geweest en hij vond het er geloof ik wel leuk. Maar echt zeker wist hij het niet, want hij is zijn hotelkamer nauwelijks uit geweest. Al zijn collega's wachtten tijdens die conferentie tevergeefs op hem. De laatste keer was hij zo stoned dat hij nauwelijks tijd had om zijn vliegtuig te halen. Paniek. Volkomen paranoïde was hij. Die gaat nooit meer terug.'
Thompson rommelt in zijn zakken op zoek naar een aansteker. 'Roken in het cafe mag niet,' meldt hij, maar voor hem maken ze een uitzondering. Hij heeft wat marihuana voor ons meegebracht en legt het op tafel. Volgens het schema waarmee E. Jean Carroll The Strange and Savage life of Hunter S. Thompson opent, is het tijd voor een joint. Om de spanning van de dag te breken. Om drie uur 's middags staat hij op, rookt een Dunhill, pakt de ochtendkranten en neemt een Chivas als ontbijt. Binnen een uur volgt de eerste snuif. Zo vordert de dag tot hij rond het middernachtelijk uur begint met schrijven. Als hij in halfbewuste toestand zijn bed opzoekt met voor de zekerheid een Halcion achter de kiezen, is het een uur of acht.
Geen alledaags, wel een strak schema. Als na zijn ontwaken de krant er niet ligt of zijn koffie niet klaarstaat, kan hij als een razende tekeergaan. Zijn grote liefde Sandy, al lange tijd zijn ex en moeder van zoon Juan Fitzgerald, heeft dat met harde hand ondervonden.'Deze knapen kunnen wel smerissen zijn,' schreeuwt Thompson de goegemeente toe. Hij lacht, maar produceert niet meer dan een hees geluid.
Wat doe je tegenwoordig?
'Polo. Ik ben een sportman, weet je wel. Ik ben bezig met een boek: "Polo is my
life".' De eerste melding van dit project dateert al van 1967 en voortdurend
duikt deze titel op in vraaggesprekken en overzichtsartikelen. Het is een van de vele
nooit afgeronde projecten. 'Het gaat over seks. Bedrog. Verraad. Het is honderd procent
fictie.'
En je andere boeken zijn vijfenzeventig procent Actie?
Gelach. Hij zegt iets onverstaanbaars. Geen van zijn romans (Prince Jellyfish; The Rum
Diary; The Silk Road) is ooit uitgegeven. Delen ervan zijn wel opgenomen in zijn
verzameld werk, de Gonzo Papers. Vanachter de bar komt een enorme redneck dreigend
op ons af gelopen en verzoekt Thompson dringend niet te roken. Die neemt ostentatief nog
een paar flinke halen en drukt de peuk uit. 'Eigenlijk wilde ik dit roken.' Hij frommelt
grijnzend een zwartgeblakerde hasjpijp uit zijn jaszak en een brokje hasj ter grootte van
een pingpongbal. Thompson praat niet, hij stoot bastonen uit. Staccato. Het klinkt als
verontwaardigd gemompel.
'Ik moet opschieten. Straks komt Bob binnen, de sheriff. Ik heb geen problemen met Bob en dat wil ik zo houden. Hebben jullie sheriff Bob Braudis al ontmoet? Hij heeft serial killer Ted Bundy ooit laten ontsnappen.'
Een paar dagen eerder. 'Hier, dit is Bundy in 1977.' Met roodomrande ogen van de Bourbon toont Braudis ons de foto in zijn kantoor. We liepen de sheriff de vorige avond tegen het lief bij een optreden in het R&B-cafe Howling Wolf in Aspen. De immense gezagsdrager had zich recht voor het podium geposteerd en zag glimlachend dat het goed was.
Zijn kantoor is gevestigd in de spelonken van het Pitkin County Court House in Aspen. Een met veel relikwieën behangen kamer, vlak bij een trap naar buiten: binnen mag niet gerookt worden en hij rookt als een ketter. Braudis heeft een licht bezweet gelaat waarop het leven in dit idyllische dorp diepe sporen heeft nagelaten.
'Bundy stond hier terecht voor moord, maar ontsnapte via een raam op de derde verdieping van het gerechtsgebouw. Het heeft ons een week gekost om hem weer op te pakken. Hij is toen naar de gevangenis in Glenwood Springs overgebracht, waarvandaan hij naar Florida ontkwam. Daar heeft hij nog een paar studentes vermoord voordat ze hem uiteindelijk in de kraag grepen.'
In de meeste verhalen en artikelen van Hunter Thompson roept hij ene Bubba aan, een persoon die staat voor alle Doc-heads, lezers en medestrijders voor de Gonzo-zaak. Bubba ziet net als Thompson met lede ogen toe hoe de Amerikaanse Droom langzaam maar zeker om zeep wordt geholpen. Noch Bubba, noch het verbale geweld van Thompsons reportages kan daar iets aan veranderen.
Bubba is Bob Braudis. Een man die een belangrijke rol speelt in het leven en werk van Thompson. Sinds 1984 is hij sheriff ven Pitkin County (Aspen en omgeving). Braudis is een liberal in de letterlijke betekenis van het woord. 'De oorlog tegen drugs hebben we verloren. Omdat het de mensen hun essentiële vrijheid afneemt, terwijl diezelfde oorlog hun maar tijdelijk veiligheid verschaft. Ik ben voor [egalisering. In Colorado staat op het roken van marihuana een boete van vijfentwintig dollar. Ik heb geen undercover-agenten die het opsporen.'
Hij komt uit Boston, Massachusetts. 'Toen ik zevenentwintig jaar geleden naar Aspen kwam, heette het de cocaine capital van het land te zijn. Ik heb het zelf gebruikt, al mijn vrienden snoven, maar op een gegeven moment vond ik er niets meer aan.'
Moeizaam staat hij op en loopt naar een dossierkast. Hij pakt een beeldje. 'Dit gaf Hunter mij toen ik in 1994 voor de derde keer tot sheriff werd gekozen.' Het beeld is van porselein en toont een gewonde Sint-Sebastiaan met grijze haren en een baard, een wit en goud gekleurde lendedoek om, een roze hoofdband, leunend op krukken en bijgestaan door twee zwart-wit gevlekte honden die zijn wonden schoon likken. Op zijn borst prijkt een levensgrote sheriffster. Happy Birthday Bubba staat er op de sokkel gegraveerd, re-elect Braudis, he suffers for our sins.
Braudis was er in 1970 bij toen Thompson als voorman van de Freak Power Party zelf sheriff wilde worden. Hij was in het jaar van zijn politiek ontwaken het Mekka van de hippies ontvlucht, de wijk Haight-Ashbury in San Francisco, waar hij door Rolling Stone naar toe was gestuurd. Hij zocht zijn toevlucht in Woody Creek.Thompson voerde zijn campagne vanuit de Jerome Bar, het oudste café in Aspen, waar boven de bar nog altijd de verkiezingsposter van de Freak Power Party hangt; een levensgrote sheriff-ster met daarin het logo van de partij: een vuist met aan weerszijden een duim. Het latere Gonzo-logo. Punt twee van zijn programma: het veranderen van de naam Aspen in Fat City. Hij wilde voorkomen dat de hele vallei in handen zou vallen van speculanten en greed-heads. Eenmaal gekozen, zo beloofde Thompson zijn kiezers, zou hij een aantal dagen per week reserveren voor 'psychedelische experimenten'. Zijn tegenstander, Carrol Whitmire, had als alle all-American boys gemillimeterd haar. Thompson besloot zich daarom geheel kaal te scheren, zodat hij tijdens de debatten kon verwijzen naar 'mijn langharige opponent'.
Thompson bleef behouden voor de journalistiek; hij kwam 468 stemmen te kort. Een nipte nederlaag. Maar ze zijn nooit meer van hem af gekomen: hij is nog steeds actief in de lokale politiek en is er bijna in zijn eentje voor verantwoordelijk dat de uitbreiding van het plaatselijke vliegveld nu al meer dan vijfentwintig jaar wordt getraineerd. Thompson zegt het Dostojevski na: 'Democratie is de kunst van het beheren van je directe leefomgeving.'
Thompson steekt de zoveelste Dunhill op. Dan gooit hij zijn Zippo in de lucht en vangt hem midair. 'Zie je wel,' zegt hij, 'ik ben absoluut niet dronken.' Een geijkt nummer, een soortgelijk incident beschrijft Paul Perry in Fear and Loathing. The Terrible Saga of Hunter S. Thompson. 'Zie je wel, ik ben niet dronken,' stunt Thompson ten overstaan van enkele Rolling Stone-collega's wanneer ze worden aangehouden door de politie. Naast Thompson ligt een fles Wild Turkey duidelijk in het zicht en hij had al wat bourbon en mescaline achter de kiezen. 'Denk je dat ik in staat ben te rijden als ik mijn zonnebril omhoog gooi en midair opvang?'De agent zwicht.
Rolling Stone vierde het succes van de redactionele veranderingen die het blad had doorgevoerd. Vooral Thompsons Gonzo-stukken bezorgden het blad faam en hoge verkoopcijfers. Zo was hij bijvoorbeeld voor het blad op bezoek geweest in Las Vegas. Het mondde uit in zijn beroemdste en meest verkochte boek, Fear and Loathing in Las Vegas (1971). Daarin wordt de Doc midden in de woestijn aangehouden met een blikje Budweiser in de hand. Het was toch al te warm aan het worden, voegt hij de agent toe. Duidelijk zichtbaar lagen er achterin de Great Red Shark, een Chevrolet met linnen kap, nog zeker tien blikjes in de zon. Ook deze agent neemt hij voor zich in.
Pitkin County-agent Dan Glidden was dinsdagmorgen november 1995 niet gevoelig voor het imponeergedrag dat Thompson van zijn pauwen lijkt te hebben afgekeken. Zes jaar werkte Glidden bij de politie in Aspen en hij woont er nu ruim een halve eeuw. Ter hoogte van de Cemetry Lane in het dorp maande hij Thompson die ochtend te stoppen. De Doc had een demonstratie bijgewoond tegen uitbreiding van het vliegveld en was wat blijven hangen in café de Double Diamond om vervolgens welgemoed naar huis te gaan. Glidden vermoedt dat hij met een ladderzatte automobilist van doen heeft. Volgens hem bewoog het voertuig zich slingerend voort, maar liefst vijftien centimeter over de middenstreep van de weg. Na een blaastest beschuldigde hij Thompson van het rijden onder invloed. Hij slingerde hem op de bon, Thompson zou nog van hem horen.
Onlangs waren op het Pitkin County Court House de publieke hoorzittingen rondom Gliddens rechtlijnige handelen. Zijn onkreukbare reputatie werd door een uiterst getergde Thompson en diens dream team van vijf advocaten onder leiding van 'Gonzo-advocaat' Gerald Goldstein, onbarmhartig onderuit gehaald. Hij zou een familievete met de Thompsons uitvechten die in 1970 door vader Fred Glidden was begonnen.
In dat jaar voerde vader Fred een publicitaire haatcampagne tegen de kandidaat-sheriff van de Freak Power Party. Toen al ontwikkelde Dan zijn haatgevoelens jegens Thompson, aldus de gehaaide verdedigers. Het zou een kwestie van tijd zijn (vijfentwintig jaar), voordat agent Glidden zou toeslaan. Er zou zelfs sprake zijn van een justitieel complot dat er op gericht is om de Doc dwars te zitten. Ter onderbouwing van deze theorie roept de Doc de hulp in van zijn maatje Paul Levine, eigenaar van de Howling Wolf, die getuigt dat er in zijn café door een agent is gezegd dat het hele korps Hunter tot op het bot haat. De finale van deze soep is in maart dit jaar. Glidden moet het ergste vrezen.
Pornoproducente en Playboy-centerfold Gail Palmer-Slater ondervond aan den lijve hoe hopeloos een juridische strijd met Thompson is. In februari 1990 zocht ze de Doc op om - zoals zovelen voor haar al probeerden de filmrechten van Fear and Loathing in Las Vegas te verwerven. Ze stuurde alvast een kinky fitness video, 'Shape Up for Sensational Sex', en een handgeschreven briefje: 'Seks is een smerige zaak, maar iemand moet het doen. We kunnen nog een hoop lol met elkaar beleven.'
Na een paar drankjes en wolken coke (volgens Palmer-Slater) weigerde ze met Thompson in de jacuzzi te stappen, waarop deze haar bij haar borsten zou hebben gegrepen. Palmer-Slater diende een aanklacht in en dat was koren op de molen van de officier van justitie, die zijn kans schoon zag om de outlaw-journalist in het gareel te krijgen.
Vijf dagen na het incident haalden zeven medewerkers van de officier Thompsons huis overhoop. Het resultaat was mager (nog geen gram coke, 39 LSD-vloeitjes, wat marihuana, dynamiet en veel slaghoedjes). Zes maanden eerder deed de politie al een vergeefse poging om Thompson van zijn volautomatisch machinegeweer te ontdoen, dat hij leegschoot op het terrein van een buurman. Thompson: 'Ik werd aangevallen door een gigantisch stekelvarken. Het kwam recht op me af. Ik moest hem wel wegblazen.'
Hunters gewoonte om op de golfbaan een balletje te slaan, een geweer uit zijn golftas te grijpen en het balletje aan flarden te knallen, draagt evenmin bij aan zijn populariteit bij de plaatselijke autoriteiten.
De zaak-Palmer stond volledig op zijn kop vanaf het moment dat Goldstein en diens medewerkers de ring betraden. Horden journalisten en Doc-heads bivakkeerden voor de deuren van het Pitkin County Court House. De Aspen Times stond bol van de verhalen. De reputatie van Palmer-Slater werd finaal aan flarden geschoten. Thompson en Goldstein bereikten hun doel: wegens gebrek aan bewijs werd de zaak geseponeerd. Toen Thompson het gerechtsgebouw verliet schouderholster om, armen in triomf omhoog gestoken, het V-teken makend - werd hij warm onthaald door een paar schaars geklede pornosterretjes, een cadeautje van Palmers concurrenten.
Vanaf de trappen van het Court House loste de schrijver een aantal schoten rakelings over de hoofden van de menigte.
In de Woody Creek Tavern wordt het steeds drukker. Jimmy Ibbotson en zijn hond komen een kijkje nemen. Thompson aait de hond gedachteloos over zijn litteken, grijnst naar Ibbotson en bestelt nog maar eens. 'Ik ben bezig met het samenstellen van een brievenbundel,' vertelt Thompson. 'Die moet dit jaar verschijnen. Ze zijn gericht aan mensen van vroeger, dat gaat terug tot 1955, toen ik nog een volkomen gestoord kind was. Om de een of andere reden heb ik alle brieven bewaard, maar het kon me verder niets schelen.'Jankend stond Little Gonzo in 1955 voor de rechter. Met twee rijke vriendjes was hij betrapt bij een beroving en hij werd veroordeeld tot zestig dagen in een jeugdgevangenis. Daarna diende hij zich te melden bij het leger of een speciale school. De uitspraak kwam elf dagen voor zijn eindexamen, waardoor Thompson het diploma nooit zou krijgen. Zijn rijkeluismaten gingen vrijuit.
De straf heeft een bepalende invloed op zijn leven gehad en heeft zijn woede en haat tegen het gezag gevoed voor de volgende veertig jaar. In de Jefferson County Jail volgde hij een correspondentiecursus en maakte een begin met zijn schrijverschap. Na dertig dagen kwam Thompson wegens goed gedrag vrij en meldde zich meteen bij de luchtmacht. Hij ritselde een baantje als sportverslaggever.
'Ik deed niets met die brieven, totdat mijn zoon en een paar vreemden ze hardop gingen lezen waar ik bij zat. Tot 1968 waren het vrij normale brieven, maar daarna wordt het politiek. Niemand is voorbereid op de brieven. Vuurwerk. Bij elkaar zijn het er ongeveer vijfduizend. Bij mijn uitgever ligt een manuscript van zevenduizend pagina's, bijna een meter hoog, je hebt nog nooit zoiets gezien. Misschien worden het wel drie of vier delen. En dat is nog maar de eerste selectie. Krankzinnig.'
De Duke wijdt zich weer even aan andere zaken. Hij wil de hasjpijp stoppen, maar ziet de sheriff aankomen: 'Daar heb je Bob, shit, ik krijg dat spul er niet goed in.' Het gedoe is onwaarschijnlijk onhandig, aandoenlijk. Terwijl Braudis de Tavern binnenkomt, zijn ronde doet en handen schudt, glipt Thompson langs hem heen naar buiten. Braudis ziet hem vanuit zijn ooghoeken, maar kijkt de andere kant uit. Als geen ander weet hij wat hij niet wil zien: gedoogbeleid in Woody Creek. Thompson gedraagt zich tot nu toe naar zijn reputatie: tekstvast en onnavolgbaar.
Hij zit ineengedoken in zijn jeep en rookt in alle rust de pijp. Met uitzicht op het everzwijn met gele bril. Braudis werpt een snelle blik op de jeep, ziet flarden rook uit de geopende ramen komen en zegt: 'Hunter is later nog wel eens opgepakt, maar heeft nooit meer een nacht in een cel doorgebracht. Dat zie ik niet meer gebeuren. Vergis je niet, hij drinkt alleen maar als hij wakker is; hij wordt nooit echt dronken. Ik ben er vaak bij. In drie uur tijd drink ik meer dan Hunter, maar gedurende vierentwintig uur verslaat hij mij met gemak. Hij is een professionele drinker en verliest nooit de controle. Altijd geconcentreerd op waar hij op dat moment mee bezig is. Hij is intelligent. Doet waar hij goed in is: schrijven en drinken.'
Thompson geniet zichtbaar van elke bocht die hem naar vertrouwd terrein brengt: Owl Farm, zijn huis in de heuvels. Plankgas, zo laat mogelijk remmen, de berm als verlengde van de weg gebruiken, kortom, de rijstijl die hij propageert in 'Angst en walging in Las Vegas.' Het snelle hiel- en teenwerk is aan hem wel besteed.Voor we het goed en wel in de gaten hebben, passeren we het hek van Owl Farm. Thompson maant ons de normen in acht te nemen en wijst op de geschutskoepel voor het huis. Rondom het aftandse ding liggen tientallen patroonhulzen. Op de uitgestrekte grasvlakte naast het huis ligt een van het dak gewaaide schotelantenne. Verder staan er enkele volkomen doorzeefde tonnen. Hier beoefent de sportman zijn befaamde shotgun-art. Het betreft een alleen door hem beoefende kunstdiscipline: het beschieten van posters en schilderijen, liefst met afbeeldingen van door hem gehate personen. Het is een soort brandmerken. Doc-heads leggen achteloos tienduizend dollar op tafel voor een shotgun-werkstuk. In de aanpalende schuur staat de Great Red Shark.
Met nauw verholen trots troont Thompson ons mee naar het pauwenverblijf: een met glas afgezette buitenkamer van zijn huis, de vloer met stro bedekt, daarop twee houten hokken. Enkele pauwen worden uit hun lethargie gewekt door de baas en eentje zet zelfs zijn veren uit. 'Ik ben weer thuis,' schreeuwt de Doc ze toe, Slaap maar rustig verder.' Samen met de onafscheidelijke Bubba stappen we het huis binnen. Braudis herinnert zich dat er op een goede dag aan de huisdeur een briefje hing. Goedemorgen, ik heb mezelf in mijn ballen geschoten en ben, om redenen die te vreemd zijn om uit te leggen behalve in rauwe medische terminologie, niet in staat de deur open te doen. Blijf daarom tot vanmiddag weg van deze deur. Ga ook niet staan kloppen op deze of andere deuren. Probeer je niet op een of andere manier toch toegang te verschaffen, tot het middaguur. Dank je. Maak me alsjeblieft om twee uur wakker. De beste wensen, Hunter S. Thompson. De sheriff bewaart de notitie op zijn kantoor. 'Welkom op Owl Farm,' zegt Thompson.
Het eerste dat opvalt in de schemerige woonkamer is een ingelijst paar goudbeschilderde bokshandschoenen. Volgens het bijschrift zijn het de handschoenen die gebruikt zijn in de partij tussen Mohammed Ali en Joe Frazier tijdens het wereldkampioenschap boksen voor zwaargewichten in Las Vegas op 8 maart 1971. Hij is een groot fan van Ali, al was het maar omdat de wieg van de voormalige Cassius Clay ook in Louisville stond. In 1974 reist Thompson hem achterna naar Kinshasa, Zaire, waar Ali het opnam tegen George Foreman. Met een voorschot van 25.000 dollar op zak zou Thompson voor Rolling Stone verslag doen van dit wereldtitelgevecht voor zwaargewichten. Het stuk is er nooit gekomen. Het geld was er binnen tien dagen doorheen, aldus Ralph Steadman, de Engelse kunstenaar die veel boeken van Thompson voorzag van zijn eigenzinnige illustraties. 'Ik heb het je toch gezegd'' blafte Thompson naar Steadman die in paniek vroeg waar de kaartjes voor het gevecht lagen. 'Ik heb ze weggegeven. Je denkt toch niet dat ik het hele end gekomen ben om een paar negers elkaar tot moes te zien slaan, hè?!' Hij lag naakt op een luchtbed in het zwembad van het hotel, stoned, en strooide marihuana uit over het water.
Het interieur ademt de sfeer van de jaren zeventig: donkerbruin, frutsels, hippie-chic. Braudis ploft neer op de bank, knipt een grootbeeld-tv aan en zapt in een keer naar een NBA-wedstrijd. Alsof hij hier woont. Bubba: 'Dat is ook zo, min of meer. Ik ben voor de tweede keer getrouwd en twee weken geleden heeft mijn vrouw me eruit gegooid.' Hij pauzeert even en vervolgt berustend: 'Misschien dat het huwelijk ooit weer op de rails komt. Misschien niet.' Waarna hij alleen nog oog heeft voor de wedstrijd.
In de haast om gelijke tred te houden met Hunter lopen we bijna het skelet van een bizon omver. Midden in het geraamte is een speer gestoken. Langs het raam - met uitzicht op de pauwen - staat een hele trits elpees. De Doc schreef Fear and Loathing in Las Vegas op dexedrine en het ritme van de songs van J.J. Cale en Beggars Banquet van de Rolling Stones.
De zijkamer is een puinzooi. Op een dartbord prijkt de tronie van Nixon, daarnaast staat een met kogelgaten doorboorde Mickey Mouse en verder is de ruimte opgevuld met opgezette fazanten, een vos, nog een skelet, een indianentooi, een FBI-pet, zijn polo-uitrusting, een bizonkop en daar tussenin trimspullen. 'Ik blijf een sportman, weet je wel.'
Dan komt nu het grote moment,' zo kondigt hij aan, 'we naderen de keuken. Het crisiscentrum.' Het blijkt een ware uitdragerij van politieke parafernalia - buttons, conventiestickers, de Stars & Stripes, stapels hoog opgetaste paperassen, dossiermappen en foto's van politici. De wanden zijn volledig beplakt met kranteknipsels, brieven, felicitaties voor Thompson Day (18 juli), een grote filmposter van een grijnzende Bill Murray met shotgun (Murray speelde Thompson in de film Where the Buffalo Roam uit 1980, muziek: Neil Young) en een serie foto's van een typemachine die een shotgun-behandeling ondergaat.Thompson schuift direct naar de plek waar hij, zwevend tussen wanhoop en euforie, decennia van zijn leven doorbracht. Hier, op een kruk in de hoek tussen het aanrecht en een houten verhoging die in andere huishoudens doorgaat voor bar of eethoek, schreef hij de meesterstukken die tot op de dag van vandaag het respect van Amerikanen voor nationale politici ondermijnt, zoals in 'Fear end Loathing: On the Campaign Trail 1972', over de verkiezingsstrijd tussen Nixon en George McGovern.
'Get me a drink!' Hij zit op de ideale plek om commando's te brullen. Zijn glas is leeg. Als uit het niets verschijnt Deborah Fuller, al vijftien jaar zijn secretaresse, manager, oppasser en klankbord. Zij leidt zijn correspondentie en poogt zijn deadlines in de gaten te houden. Ze haalt een paar Molsons, zijn favoriete bier, uit een van de twee ijskasten. De grootste van de twee is tot de nok toe gevuld met de blauwe halve liters.
Bij verschijning van het eerste deel van de Gonzo Papers, in 1979, was de Doc al een levende legende. Dan wordt het ogenschijnlijk stil op Owl Farm. De Doc haalt een paar deadlines niet en de mare gaat dat hij de Gonzo-zaak in de steek heeft gelaten. Dat hij het niet meer kon. Maar met 'Generation of Swine. Gonzo Papers vol. 2: Tales of Shame end Degradation in the '80's' (1988) en 'Songs of the Doomed. Gonzo Papers vol.3: More notes on the Death of the American Dream' (1990) geeft Thompson aan dat hij zijn eigen achtertuin en de rest van Amerika nog steeds scherp in de gaten houdt. En wat hij waarneemt bevalt hem allerminst. Zo ver het oog reikt: yuppen, hebzucht, leugen en bedrog. Het boezemt hem angst in, en walging.
De Gonzo-stijl is weer terug bij het begin. De tienduizenden woorden die hij ooit nodig had om de oorlog in zijn hoofd enigszins tot bedaren te brengen, zijn gedecimeerd tot kernachtige teksten en tekeningen op faxpapier. Precies zoals de aantekeningen die hij in 1970 naar Pageant stuurde. Gonzo in de meest pure vorm. De fax aan zijn zijde ratelt en spuugt doorlopend. Op de meest oneigenlijke uren verzendt Thompson zijn invallen en adviezen. Aan het Witte Huis, zijn buren of naar de broer van Ted Turner. Zijn contacten zijn nog steeds goed. Zijn statements haarscherp. Het laatst verschenen boek, Better than Sex. Confessions of a Political Junkie, Gonzo Papers 4 (1994) is een bundeling van die faxen.
Bill Clinton dankt zijn eerste presidentiële termijn mede aan de razernij van Thompson, of beter gezegd de haat die de Doc koesterde ten aanzien van Bush: 'George Bush zag er meer en meer uit als een aangevreten placenta die was blijven liggen na de geboorte van Ronald Reagan.'
Thompson ging op bezoek in Little Rock, Arkansas en was ingenomen met Clintons strategie om nog tijdens de campagne in te gaan op beschuldigingen van overspel: 'Ik mocht Clinton niet totdat het Gennifer Flowers-verhaal verscheen - zijn tegenspoed heeft mijn interesse gewekt.' Wat hem echt het Democratische kamp in trok, was dat Clinton had getracht om onder de dienstplicht uit te komen ten tijde van Vietnam. De teleurstelling begon met Clintons slappe verklaring over het niet inhaleren van een stickie. 'Toen had ik al moeten weten dat hij fake is.'
Bubba, vanaf de bank: 'Clinton gaf ons hoop in 1992. Wij haatten Bush zo intens dat Clinton werd gekozen. Maar hij heeft de Gonzo-zaak aan zijn laars gelapt. Hij heeft geen poot uitgestoken om dit land een beetje vreedzamer te maken, laat staan dat hij een einde heeft gemaakt aan de oorlog tegen drugs. Of mensen heeft geholpen die het echt nodig hebben.'
De Doc neemt een teug van zijn Chivas en erkent ruiterlijk: 'In 1992 ben ik in de fout gegaan. Ik wilde Bush zo graag verslaan dat ik ervan overtuigd was dat het van groot belang was om Clinton te steunen. Hij was toen de minste van twee kwaden, net als nu met Dole. Clintons probleem is ons probleem: hij heeft mijn generatie zwaar teleurgesteld en in de kou laten staan.'
Tegen zijn gewoonte in bemoeide Thompson zich vorig jaar nauwelijks met de campagnes. 'Zijn er verkiezingen geweest dan? Mijn vriend McGovern zou ook niet meedoen in deze tijd, dat is tekenend. Alle goede senatoren en congresleden zijn ermee genopt omdat ze ziek zijn van de politiek, de machtsspelleties. De vanzelfsprekende notie van democratie wankelt in de Verenigde Staten. Ik heb de idee al laten varen ooit nog een beschaafd mens als president te kunnen begroeten. Wij kiezen tegen een kandidaat in plaats van vóór. Dat kan niet gezond zijn voor een democratie. Het niveau van degenen die een publieke functie ambiëren in dit land zakt drastisch. Al sinds 1972, het hoogtepunt van de Amerikaanse levensstijl. Meerdere studies tonen aan dat voor het grootste deel van de bevolking van de Verenigde Staten, de kwaliteit van het leven dat jaar het hoogst was. Dat zegt wel iets.
Ik geloof dat ik op Colin Powell gestemd zou hebben. Als hij zich in de strijd had gemengd. Wat zeg ik: omarmd zou ik hem hebben. Niet dat ik het een aantrekkelijke gedachte vind dat een generaal optreedt als redder van het vaderland, verre van dat zelfs. Dan kun je net zo goed een smeris nemen. Maar hij zou absoluut een betere kandidaat zijn geweest dan Clinton en Dole tezamen.'
De basketbalwedstrijd is afgelopen. Braudis voegt zich bij ons aan de keukentafel. 'Wij waren de eersten die profiteerden van de jaren zestig en zeventig, de instant-genotzuchtigen en wat hebben we genoten. Die hele generatie is nu rond de vijftig. We hebben huizen gebouwd, zitten nu in verantwoordelijke posities en zijn zelf regenten geworden.' Thompson: 'De Clintons grossieren in taxatiefouten en foute beslissingen. Ze hebben het volledig verklooid. Ik moet hem de eerste goede beslissing nog zien nemen. Hij heeft de regeerstijl van een zwakzinnige die is vrijgelaten uit Arkansas. Alle tekenen wijzen erop dat zijn enige verstandige daad is geweest dat hij eerst Bush en nu Dole heeft verslagen.
Hoewel, het lijkt er maar op dat hij de verkiezingen heeft gewonnen. Trap er niet in. Jaren geleden al heeft hij ze verloren. Het gaat met Clinton net als met Nixons wederopstanding. Deel twee vangt aan, we zijn getuige van de come back kid, een nieuwe Clinton, achtste versie. Zoals in dat liedje van de Amazing Rhythm Aces, "Third Rate Romance", goed nummer is dat. Clinton is niets meer of minder dan een ordinaire rokkenjager. Daar is hij dan ook goed in. Paula Jones naar de zesde etage van het Excelsior Hotel in Little Rock roepen en dan je broek laten zakken.' Na Clintons verzoek aan Jones om zijn penis in de mond te nemen liep ze gillend weg, maar ze zegt dat ze de president feilloos kan beschrijven: 'Clintons genitale zone vertoonde bepaalde kenmerken die Jones niet konden ontgaan,' staat in de aanklacht. Fijntjes wijst Thompson op de mogelijke gevolgen: 'Het zou dus kunnen gebeuren dat de president van de Verenigde Staten gedwongen wordt zijn broek te laten zakken voor de ogen van een aantal rechters. Een van hen is Clarence Thomas, die zal dat wel leuk vinden. Hillary was een uitgesproken medestander van Anita Hill.'
Het zal ze leren, oordeelt de Doc. 'Clinton is blank uitschot, white trash, hij mag de schoenen van Jim Carter nog niet eens dragen.' Tevreden met zijn vondst buldert hij: 'Bubba! Hoor je dat? Vergeleken met Bill Clinton is Jimmy Carter Thomas Jefferson.'
Zuchtend: 'Maar Carter maakte de weg vrij voor twaalf jaar Republikeinse alleenheerschappij. Dat neem ik hem kwalijk, daar heb ik hem altijd om gehaat.'
Plotseling springt hij op uit zijn stoel. 'Ik moet even faxen, mensen uitnodigen. Beseffen jullie wel dat ik een jubileum te vieren heb? Het is een kwarteeuw geleden dat Fear and Loathing in Las Vegas is verschenen. Dat schreeuwt om een feestje. Alleen de gastenlijst wordt een probleem. Stanley moet komen, de man die me alle LSD op die trip naar Vegas heeft meegegeven, en de manager van het Mint Hotel. Waar zou iedereen toch uithangen?'
Hij loopt driftig op en neer, bevangen door de idee alle hoofd- en bijpersonen uit zijn oeuvre bij elkaar te krijgen voor de ultieme Gonzo-party in de Rockies. 'Jack Nicholson komt wel, die woont in de buurt; Keith Richards zeker, alle Rolling Stones moeten er bij zijn; Mohammed Ali en Kurt
Cobain. Maar ook mensen van wie geen hond ooit heeft gehoord. En Nixon niet te vergeten, naast Cobain, dat zou wel aardig zijn. Misschien is de dodenlijst langer dan de gastenlijst, dat wordt nog lastig. Jerry Garcia mag zeker niet ontbreken, evenmin als Jack Kerouac en zijn vriend Neal Cassedy. En Scott F. Fitzgerald natuurlijk. Misschien dat ik een hele rij lege stoelen opstel. Uit respect. Dan kan Laurence Sterne (schrijver van The Life and Opinions of Tristram Shandy, Gentleman uit 1759) ook meteen langskomen, Gonzo goes back a long way man.'
Enigszins gekalmeerd neemt hij weer plaats op zijn kruk, naast de fax. 'Gonzo staat in een traditie die al honderden jaren oud is en in Engeland is begonnen. Henry Fielding, Mark Twain, Joseph Conrad, Ernest Hemingway, William Faulkner, John Dos Passos en Henry Miller behoren tot die traditie. Of je het nu Plato noemt of Gonzo, het is vooral journalistiek: follow the story.'
'Hier, lees maar.' Hij legt ons een passage voor uit 'Better then Sex':_'Nixon was zo onvoorstelbaar slecht dat hij 's nachts bijna licht gaf. Hij kende geen genade en verwachtte die ook niet terug. He was fun. Met Nixon kon ik het beter vinden dan met Clinton.
Clinton is volkomen humorloos. Met zijn vrouw is het nog erger gesteld. Dat is pas erg.' Thompson lijkt zijn voornaamste belager te missen, alsof er met de dood van Richard Nixon ook een deel van hemzelf is gestorven. 'Nixon heeft mij inzicht bijgebracht in de mores van de Amerikaanse politiek. Hij heeft het beste uit mij gehaald en daarom mis ik hem. Hij is niet te vergelijken met Clinton. Nixon speelde in een andere divisie, een league waarin Clinton nooit meer zal zijn dan een ballenjongen. Met Nixons bewind begon de ontmanteling van de Arnerikaanse Droom. Recht voor onze neus en ik was erbij betrokken, ik zat er middenin, in the belly of the beast.'
Nixons paranoia werd die van Thompson. Nixon en de zijnen vielen de Gonzo-zaak aan, van alle kanten, Thompson moest wel terugslaan. Verschanst in Owl Farm zat hij ruim zesentwintig jaar aan het sterfbed van zijn gehate opponent - de Gonzo Papers laten zich lezen als een langgerekt in memoriam. Toen Nixons stervensuur daadwerkelijk was aangebroken, zag Thompson alle ratten weer uit hun holen kruipen. Hij rookte ze allemaal uit. Ook Bob Dole. Dole wurmde zich aan het graf van Tricky Dicky naar voren en ontstak, in het volle zicht van de camera's, in zo'n larmoyante speech dat bij hemzelf de tranen in de ogen sprongen. Thompson zag het en gorgelde met Doles diarree in zijn ultieme afscheidsgroet, een totale, diep doorvoelde uitbarsting van angst en walging.
'Breng me die tekst. Ik wil het horen.' Deborah schiet naar de zijkamer en komt binnen met een poster. Het is de tekst van Thompsons in memoriam voor Nixon, het meest geciteerde artikel uit de bijna dertigjarige geschiedenis van Rolling Stone. Thompson presenteert het als een schilderij dat alleen nog een shotgun-behandeling hoeft te ondergaan.
'Lezen!' brult hij. 'Hardop.' Ons valt de eer te beurt zijn werk te mogen voorlezen. Jimmy Ibbotson en Keith Richards gingen ons reeds voor. Alleen wanneer zijn tekst hardop wordt gelezen, kan de Doc oordelen of het goed is. Het gaat hem om het ritme van de zinnen, alsof het de lyriek van een popsong betreft.
Hij gaat er eens goed voor zitten, schenkt zich nog een Chivas in en zegt: 'Dit is alles dat jullie moeten weten over politieke journalistiek. Hier kan ik niets meer aan toevoegen. En langzaam lezen, ik wil dat idiote Hollandse accent horen, ik wil weten hoe dit klinkt in Amsterdam.
Sommige van mijn beste vrienden hebben Nixon hun hele leven lang gehaat. Mijn moeder haat Nixon, mijn zoon haat Nixon, ik haat Nixon en die haat heeft ons bij elkaar gebracht. Nixon lachte toen ik hem dit vertelde. "Maak je niet druk," zei hij, "ook ik hang aan mijn gezin, en wij denken net zo over jou."'Hij begint bij deze woorden te klappen, alsof de spanning van hem af valt en zoekt de blik van Bubba. 'Langzamer, langzamer, laat de woorden over je tong rollen, ik wil begrepen worden in Holland.' Hij zwaait met zijn armen, dirigeert.
'Je hoeft niet eens te weten wie Richard Nixon was om toch een slachtoffer te zijn van zijn gore nazi-mentaliteit. Hij heeft onze wateren voor eeuwig vergiftigd. Nixon zal in de herinnering voortleven als een klassiek geval van iemand die zijn eigen nest volschiet. Maar hij heeft onze nesten ook bescheten, en dat is de misdaad die de geschiedenis op zijn nagedachtenis werpt, als een brandplek. Door het te schande maken en ontheiligen van het presidentschap van de Verenigde Staten, door het Witte Huis schielijk te verlaten als een schurftige straathond, heeft Richard Nixon het hart van de Amerikaanse Droom gebroken.'
Hebben jullie genoeg voor een verhaal? Ik zal je nog eens wat laten zien. Ik sta op de zwarte lijst van de Nixon-bibliotheek. Kijk maar.' De Doc toont de correspondentie tussen Jann Wenner, uitgever en oprichter van Rolling Stone en John Taylor, directeur van de Richard Nixon Library & Birthplace, gevestigd in Yorba Linda, Californie. Wenner vraagt formeel toestemming voor een interview met Taylor, af te leggen door Hunter S. Thompson. Taylor herinnert zich Thompsons in memoriam voor Nixon met wie hij vijftien jaar nauw heeft samengewerkt. Hij weigert pertinent Thompson te ontmoeten. Een bezoek aan de bibliotheek kan wel, maar handen schudden gaat te ver. In zijn antwoordbrief noemt Taylor zich 'een sporadische RS-lezer'. 'In die jaren zat ik op de middelbare school en dacht ik dat het cool was dat Hunter Thompson vuile taal bezigde. Ik ben daar overheen gegroeid. Jullie klaarblijkelijk niet.'
Of ze daar nog steeds een zwarte lijst bijhouden, vroeg Wenner zich op zijn beurt af, waarop Taylor antwoordde: 'Hij - Thompson - heeft Nixon een politiek monster genoemd, een bastaard, een slechte bastaard, een zwijn van een man, een ratelende onnozele hals en tuig van de richel. Hij heeft hem met Hitler vergeleken. Hij schreef het op en Rolling Stone publiceerde dat. Nee, er is geen zwarte lijst.'
Voor Taylor was de zaak daarmee afgedaan. Voor Thompson niet. Hij zou graag de bibliotheek bezoeken en het daarnaast gelegen familiegraf van de Nixons. Het zou hem goed doen te weten dat zes voet onder de grond waarop hij loopt zijn aartsvijand ligt. In een leeg landschap, de aarde zo vergiftigd dat er niets meer wil groeien. Thompson: 'Tot op de dag van vandaag maakt die schoft van een Nixon het me over zijn graf nóg lastig.'
(Ongevraagd overgenomen uit Vrij Nederland, 1 februari 1997)