De grond


De werkende boeren - die niet profiteren van andermans zwoegen - en het bezoldigde plattelandsproletariaat zien wij als belangrijkste revolutionaire en kreatieve krachten in de oplossing van de agrariese kwestie. Zij zullen een nieuwe bewerking van de grond tot stand moeten brengen teneinde deze in revolutionair anarchistiese zin aan te wenden en te exploiteren. Evenals de industrie is de grond het resultaat van de gezamenlijke inspanningen, bewerking en kultivering door opeenvolgende generaties van arbeiders. De grond behoort dan ook aan het gehele werkzame volk en aan niemand afzonderlijk. Als gemeenschappelijk en onvervreemdbaar bezit kan de grond dus niet worden gekocht, verkocht of verpacht: grond kan niet dienen om andermans werk uit te buiten. De grond is ook een soort gezamenlijke volkswerkplaats waar de arbeiders levensmiddelen produceren. Maar het is een type werkplaats waar elke arbeider (boer) er, door bepaalde historiese omstandigheden, aan gewend is geraakt zijn werk zelfstandig te doen, onafhankelijk van andere arbeiders. Terwijl voor de industrie de kollektieve arbeidsmetode wezenlijk noodzakelijk is en feitelijk de enig mogelijke metode, gaat dat niet op voor de landbouw in onze dagen. De meeste boeren bewerken het land met hun eigen middelen. Daarom zal, zodra de grond en de exploitatiemiddelen aan de boeren behoren, de kwestie van vruchtgebruik en exploitatiemogelijkheden (gezamenlijk of prive) niet dadelijk en niet definitief kunnen worden opgelost. Aanvankelijk zal men zowel tot de ene als de andere mogelijkheid zijn toevlucht nemen. De revolutionaire boeren zullen tenslotte zelf de definitieve vorm van exploitatie en vruchtgebruik van de grond vinden. In deze aangelegenheid isgeen enkele pressie van buitenaf mogelijk.

Aangezien we van mening zijn dat uitsluitend de anarchistiese samenleving - in naam waarvan immers de sociale revolutie plaatsvindt - de arbeiders uit hun slavernij kan bevrijden en hen de totale vrijheid & gelijkheid brengt; aangezien de boeren de overgrote meerderheid van de bevolking vormen (in Rusland ongeveer85%) en het door de boeren ingestelde landbouwbeheer dus de beslissende faktor in het verloop van de revolutie zal zijn; aangezien tenslotte prive-beheer in de landbouw, evenals prive-industrie onverbiddelijk leidt tot prive-eigendom en opbloei van het kapitaal, zal het niettemin onze plicht zijn vanaf dit moment al het mogelijke te doen om de landbouwkwestie zo goed mogelijk in kollektieve zin op te lossen. Met dit doel voor ogen moeten wij vanaf heden de kollektieve agrariese ekonomie krachtig propageren onder de boeren. De oprichting van een specifiek anarchistiese boerenbond zal deze taak wellicht vergemakkelijken. Ook de techniese vooruitgang zal van enorm belang blijken te zijn, waar immers de ontwikkeling van de landbouw hand in hand met die van de industrie de kollektivisering zal vergemakkelijken. Als de arbeiders in hun relatie met de boeren niet individueel of in aparte groepen, maar in een breed anarchisties kollektief optreden dat alle takken van industrie omvat, als zij daarnaast rekening houden met de levensbehoeften van het platteland en als zij elk dorp gelijktijdig de alledaagse gebruiksvoorwerpen, gereedschappen en machines leveren die nodig zijn voor een kollektieve exploitatie van de grond, dan zou dat de boeren zeker een goede impuls (geven) op weg naar het anarchisme in de landbouw.

Naar: De verdediging van de revolutie