De overgangsperiode


De socialistiese politieke partijen verstaan onder de term "overgangsperiode" een bepaalde fase in het bestaan van een volk die wordt gekenmerkt door het breken met de oude gang van zaken en het instellen van een nieuw ekonomies en politiek systeem, dat evenwel nog niet de totale emancipatie van de arbeiders behelst. In deze zin zijn ook alle programma's van de socialistiese politieke partijen, zoals het demokratiese programma van de opportunisten-socialisten of het programma betreffende de "diktatuur van het proletariaat" van de kommunisten, programma's van de overgangsperiode. Het essentiële kenmerk van deze minimumprogramma's is dat alle partijen van mening zijn dat de totale verwezenlijking van de arbeidersidealen - hun onafhankelijkheid, hun gelijkheid, hun vrijheid - vooralsnog onmogelijk is. Dientengevolge behouden al deze programma's een aantal instellingen van het kapitalistiese systeem: het beginsel van de staatsdwang, prive-eigendom van produktiemiddelen en -instrumenten, het loonstelsel en allerlei andere zaken, alnaar gelang het doel waarop dit of dat programma van de partijen betrekking heeft.

De anarchisten zijn altijd tegenstanders geweest van dergelijke programma's, omdat zij menen dat het instellen van overgangssystemen die vasthouden aan de uitbuiting en onderdrukking van de massa onvermijdelijk leidt tot een nieuwe vorm van slavernij. In plaats van het instellen van politieke minimumprogramma's, zijn de anarchisten altijd voorstanders geweest van de idee van de direkte sociale revolutie, die de kapitalistiese klasse haar ekonomiese en sociale voorrechten ontneemt en de produktiemiddelen en -instrumenten, evenals alle funksies van het ekonomiese en sociale leven weer in handen doet komen van de arbeiders. En tot op de huidige dag zijn de anarchisten deze mening toegedaan. De idee van een overgangsperiode, waardoor de sociale revolutie niet tot een werkelijk kommunistiese maatschappij leidt, maar tot een systeem-X dat sporen en overblijfselen van het oude kapitalistiese systeem bevat, is in wezen anti-sociaal. Het dreigt te leiden tot versterking en ontwikkeling van die overblijfselen tot hun vroegere afmetingen en draait aldus de geschiedenis terug. Een frappant voorbeeld hiervan is het regime van de "diktatuur van het proletariaat" zoals dat door de bolsjewieken in Rusland werd gevestigd. Volgens hen moest dit regime slechts een overgangsfase zijn op weg naar het totale kommunisme. In werkelijkheid heeft deze fase geleid tot herstel van de klassenmaatschappij, waarvan de onderste sporten net als voorheen worden ingenomen door de arme arbeiders en boeren.

De kern in de opbouw van de anarchistiese maatschappij is niet gelegen in de mogelijkheid ieder mens vanaf de eerste dag van de revolutie onbeperkte vrijheid te verzekeren in het bevredigen van zijn verlangens, maar in de verovering van de sociale basis van die maatschappij en het vestigen van gelijke onderlinge verhoudingen tussen mensen. Het voornaamste uitgangspunt bij de oprichting van de nieuwe maatschappij, waarop de samenleving in feite zal berusten, is dat van gelijkheid van onderlinge verhoudingen, vrijheid en onafhankelijkheid; een uitgangspunt waaraan in geen geval getornd mag worden. Welnu, dit punt bevat precies de eerste fundamentele eis van de massa, in naam waarvan zij zich opmaakt om de strijd te strijden. Twee mogelijkheden doen zich dan voor: of wel, de sociale revolutie loopt uit op een nederlaag voor de arbeiders - en in dat geval moeten zij opnieuw beginnen met zich voor te bereiden op de strijd, op een nieuwe aanval op het kapitalisties bastion - of wel, de revolutie brengt de arbeiders aan de overwinning en in dat geval hebben de arbeiders alle middelen tot hun beschikking - grond, produksiemiddelen en sociale funksies - die hen de kans bieden zichzelf te besturen en een begin te maken met de opbouw van de vrije maatschappij. In deze ontwikkelingen ligt het karakter van de ontkieming van een waarlijk anarchistiese maatschappij; wanneer de start er eenmaal is zal zij zich onafgebroken kunnen versterken en verbeteren. Aldus trekt de overname van de produktieve en sociale funksies door de arbeiders een exakte scheidingslijn tussen het staats-tijdperk en het staatloze tijdperk.

Wil het anarchisme de spreekbuis van de strijdende massa worden, de vlag van een geheel sociaal-revolutionair tijdperk, dan moet het zijn programma niet aanpassen aan overblijfselen van een verouderde wereld, aan opportunistiese tendenzen van overgangssystemen en -perioden - daarmee immers zijn fundamentele uitgangspunten verloochenend, maar integendeel werken aan die uitgangspunten en wel met alle kracht!

Naar: Anarchisme en syndikalisme