Anarchisme en revolutionair anarchisme
De klassenstrijd, ontstaan door de slavernij van de werkers en hun verlangen
naar vrijheid, deed in kringen van de onderdrukten de idee van het anarchisme
opkomen: de idee van totale ontkenning van het maatschappelijk systeem van
klassen en de Staat, de idee dit systeem te vervangen door een vrije en
staatloze samenleving van vrije arbeiders die zichzelf besturen. Het
anarchisme ontstaat dus niet uit abstrakte beschouwingen van een geleerde of
filosoof maar uit de direkte strijd van de werkers tegen het kapitaal, uit
hun zorgen en verlangens, uit hun streven naar vrijheid en gelijkheid, -
verlangens die vooral diep gevoeld worden tijdens de beste heroïese
perioden van het leven en de strijd van de werkende massa.
De anarchistiese denkers bij uitstek - Bakoenin, Kropotkin en anderen -
hebben de idee van het anarchisme niet ,,bedacht" maar het bij de massa
ontdekt en eenvoudig door de kracht van hun denken en hun kennis bijgedragen het
nader te omschrijven en te verbreiden. Anarchisme is noch resultaat van
persoonlijke inspanningen noch voorwerp van individueel denken. Het is evenmin
enigerlei produkt van menslievende verlangens. Een enkelvoudig mensdom bestaat
niet. Elke poging om van het anarchisme een attribuut van het huidige mensdom te
maken, het een algemeen menselijk karakter toe te schrijven, zou een historiese
en sociale leugen zijn die onvermijdelijk zou uitlopen op een rechtvaardiging
van de status quo en van een nieuwe vorm van uitbuiting.
Het anarchisme is in algemeen menselijk opzicht in die zin uniek, dat de
idealen van de werkende massa het leven van alle mensen beogen te verbeteren en
dat het lot van de mensheid van morgen hecht verbonden zal zijn met dat van de
onderworpen arbeiders nu. Als de werkende massa overwint zal de gehele mensheid
herboren worden. Overwint ze niet, dan zullen als tevoren geweld, uitbuiting,
slavernij en onderdrukking de wereld beheersen. Ontstaan, ontplooiing en
realisering van de anarchistiese idealen zijn geworteld in leven en strijd van
de werkende massa, zijn onlosmakelijk met haar lot verbonden. Het anarchisme
beoogt de huidige kapitalistiese bourgeoismaatschappij te veranderen in een
samenleving die de arbeiders de produkten van hun werk, vrijheid,
onafhankelijkheid, sociale- en politieke gelijkheid waarborgt. Deze andere
maatschappij zal verankerd liggen in het revolutionaire anarchisme. Sociale
solidariteit en persoonlijke vrijheid komen in het revolutionaire anarchisme tot
volledige ontplooiing in harmoniese ontwikkeling.
Het revolutionaire anarchisme beschouwt arbeid, zowel lichamelijke als
geestelijke, als enige "schepper" van sociale waarden. Het hele
ekonomiese en sociale leven behoort dan ook uitsluitend door de arbeid beheerd
te worden. Daarom kan het bestaan van niet-werkende klassen noch gewettigd noch
geduld worden. Zolang zulke klassen tegelijkertijd met het revolutionaire
anarchisme bestaan zullen jegens deze klassen geen plichten worden erkend. Dit
zal pas mogelijk worden wanneer de niet-werkende klassen besluiten produktief te
worden en willen leven in de revolutionaire anarchistiese maatschappij op
dezelfde voorwaarden en dezelfde plaatsen als ieder ander, dus als vrij lid van
de maatschappij met dezelfde rechten en plichten als alle andere werkers. Het
revolutionaire anarchisme streeft naar afschaffing van alle uitbuiting en
afschaffing van alle geweld, zowel ten aanzien van het individu als van de
massa. Met dit streven legt het een ekonomiese en sociale basis voor de
vereniging van het gehele ekonomiese en sociale leven van het land, waarborgt
het een ieder een situatie als die van elkander, brengt het iedereen maximaal
welzijn. Deze basis omvat, in de vorm van socialisatie, de gemeenschappelijke
verwerving van alle produktiemiddelen en -instrumenten (industrie, transport,
grond, primaire grondstoffen, etc.) en de oprichting van ekonomiese organen naar
het beginsel van gelijkwaardigheid en zelfbestuur. Binnen het kader van deze
door de arbeiders zelf bestuurde maatschappij benadrukt het revolutionaire
anarchisme het beginsel van gelijke waarde en rechten van elk persoon (niet van
de persoonlijkheid "in het algemeen" en evenmin van de "mystieke
persoonlijkheid" of welke konceptie van de persoonlijkheid ook, maar van
elk konkree individu). Uit dit gelijkheidsprincipe en uit het feit dat
arbeidswaarde gemeten noch geschat kan worden, vloeit het fundamentele
ekonomiese, sociale en juridiese principe van het revolutionaire anarchisme
voort: "ieder naar zijn kunnen en behoeven".