De verdediging van de revolutie
Het vraagstuk van de verdediging van de revolutie heeft ook betrekking op
het probleem van "de eerste dag". Het machtigste middel ter
verdediging van de revolutie is uiteraard de gelukkige oplossing van de
positieve aangelegenheden: produksie, konsumptie, grond. Wanneer deze kwesties
eenmaal doeltreffend zijn geregeld, zal geen enkele kontra-revolutionaire macht
de vrije arbeidersmaatschappij kunnen veranderen of doen wankelen. Niettemin
zullen de arbeiders ondanks alles een harde strijd moeten leveren tegen de
vijanden van de revolutie. De sociale revolutie, die de voorrechten en zelfs het
bestaan van de niet-werkende klassen in de huidige maatschappij bedreigt, lokt
onvermijdelijk bij deze klassen een wanhopig verzet uit, dat de vorm zal
aannemen van een hardnekkige burgeroorlog. De russiese ervaring heeft ons
geleerd dat zo'n burgeroorlog geen kwestie van maanden maar veeleer van jaren
zal zijn. Hoe geslaagd de eerste revolutionaire stappen van de arbeiders ook
zullen zijn, de overheersende klassen zullen niettemin nog heel lang verzet
plegen. Zij zullen jarenlang keer op keer de aanval inzetten tegen de revolutie
om te trachten macht en voorrechten van weleer te herroveren. Een omvangrijk
leger, techniek en strategie van de militairen, kapitaal, - alles zal tegen de
zegevierende arbeiders in stelling worden gebracht.
Om de overtuigingen niet alleen te kunnen behalen maar ook te behouden,
moeten de arbeiders revolutionaire verdedigingsorganen in het leven roepen die
tegenover de reaktionaire aanval een strijdbare en op deze taak berekende macht
zullen kunnen stellen. De eerste dagen van de revolutie zal deze strijdmacht
gevormd moeten worden door alle gewapende arbeiders en boeren. Maar deze
spontaan gevormde macht zal alleen de eerste dagen van waarde zijn. In dit
stadium heeft de burgeroorlog haar hoogtepunt nog niet bereikt en hebben de
strijdende partijen nog geen gedisciplineerde militaire organisaties op de been
kunnen brengen. In de sociale revolutie is het meest kritieke moment niet het
moment waarop het gezag onderdrukt zal zijn, maar het moment direkt daarop,
wanneer de strijdkrachten van het verslagen regime een algemene aanval zullen
inzetten tegen de arbeiders: dan komt het er op aan de behaalde overwinningen te
waarborgen. Het eigen karakter van dit offensief, techniek en ontwikkeling van
de burgeroorlog, verplichten de arbeiders bepaalde revolutionaire militaire
machten te organiseren. De aard en uitgangspunten van deze formaties moeten
tevoren worden bepaald.
Omdat wij de autoritaire metoden van de staat afwijzen, verwerpen wij
uiteraard eveneens de militaire organisatiewijze van de staat, dus het principe
van een op militaire dienstplicht gebaseerde strijdkracht. De vrijwillige
dienst is wel in overeenstemming met de anarchistiese opvattingen en deze
(moeten) het uitgangspunt zijn voor de militaire arbeidersformaties. De
detachementen opstandige partizanen - arbeiders en boeren - die de strijd
tijdens de russiese revolutie hebben aangevoerd, kunnen als voorbeeld worden
genoemd. De vrijwillige dienst kan evenwel niet opgevat worden als een
ongekoordineerde strijd van detachementen arbeiders en boeren tegen de
plaatselijke vijand, waarbij niet volgens een vast aksieplan zou worden
gehandeld en iedereen naar eigen goeddunken en met risiko's en gevaren voor
eigen leven zou optreden. De aksie en de taktiek van de partizanen moeten in de
loop van hun volledige ontplooiing worden bepaald door een gezamenlijke
revolutionaire strategie.Als elke oorlog kan de burgeroorlog alleen dan met
succes door de arbeiders worden gevoerd als wordt uitgegaan van de twee aan elke
militaire aksie ten grondslagliggende principes: eenheid in het krijgsplan en
eenheid in het gezamenlijk kommando. Het meest kritieke moment in de revolutie
zal het moment zijn waarop de bourgeoisie met een georganiseerde macht tegen de
revolutie zal oprukken. Dit moment dwingt de arbeiders hun toevlucht te nemen
tot de beginselen van de militaire strategie. Aldus moeten de gewapende
formaties van de revoluties, gezien de noodzaok van een militaire strategie en
gezien ook de strategie van de kontra-revolutie, zonder talmen opgaan in een
algemeen revolutionair leger, met een gezamenlijk kommando en een gezamenlijk
krijgsplan. Konkreet zullen de volgende uitgangspunten aan dit
revolutionaire leger ten grondslag liggen: 1. het klasse-karakter van het leger;
2. de vrijwillige dienst (elke vorm van dwang ten aanzien van het revolutionaire
verdedigingswerk zal absoluut uitgesloten zijn); 3. de vrije revolutionaire
(zelf-)discipline (de vrijwillige dienst en de revolutionaire zelfdiscipline
gaan voortreffelijk samen en versterken het revolutionaire leger in moreel
opzicht meer dan in welk staatsleger ook); 4. de volledige ondergeschiktheid van
het revolutionaire leger aan de arbeiders en boeren (in de vorm van de verenigde
organisaties van arbeiders en boeren, die door de massa op de essentiële
posten van het sociale en ekonomiese leven zijn gezet). De organisatie ter
verdediging van de revolutie die is belast met de taak de kontra-revolutie te
bestrijden - zowel op de open krijgsfronten als op de inwendige fronten van de
burgeroorlog (komplotten van de bourgeoisie, kontra-revolutionaire
samenzweringen, etc.) - zal volledig ten diepste zijn van de organisaties van
arbeiders en boeren en de aldaar uitgestippelde politieke lijn.
Dat het leger volgens anarchistiese beginselen op de been moet worden
gebracht, wil niet zeggen dat het leger op zich een principiële kwestie
vormt. Het leger is de konsekwentie van de militaire strategie tijdens de
revolutie, een strategiese maatregel die de arbeiders wel moeten nemen op grond
van het karakter van de burgeroorlog. Een maatregel dan ook, die vanaf nu onze
volle aandacht en terdege studie verdient om een onherstelbare achterstand in de
bescherming en verdediging van de revolutie te voorkomen, want vertragingen in
de eerste dagen van de burgeroorlog kunnen funest blijken te zijn voor het
verloop van de hele sociale revolutie.