Verwerping van het gezag


De ideologieën van de bourgeoisie definiëren de staat als het orgaan dat de ingewikkelde politieke, burgerlijke en sociale betrekkingen tussen mensen in een moderne maatschappij regelt, de orde handhaaft en de wetten beschermt. Anarchisten kunnen het met deze definitie wel eens zijn, maar kompleteren hem door erop te wijzen dat aan die orde en aan die wetten de onderwerping ten grondslag ligt van een enorme meerderheid van het volk aan een onbeduidende minderheid en dat de staat juist daarvan instrument is. De staat is tegelijkertijd het georganiseerde geweld en het uitvoerend systeem van de bourgeoisie tegenover de arbeiders.

De linkse socialisten en vooral de bolsjewieken beschouwen het gezag en de burgerlijke staat eveneens als dienaren van het kapitaal. Maar zij zich van mening dat het gezag en de staat in handen van socialistiese partijen een machtig middel kunnen worden in de strijd om de emancipatie van het proletariaat. Om deze reden zijn deze partijen voor een socialisties gezag en een proletariese staat. Sommigen willen de macht veroveren langs vreedzame weg (de sociaal-demokraten), anderen via een revolutie (de bolsjewieken, de links-revolutionaire socialisten). Het anarchisme beschouwt deze beide tesen fundamenteel onjuist en funest voor het werk ter emancipatie van de arbeid. Gezag is altijd gekoppeld aan uitbuiting en onderwerping van het volk. Gezag ontstaat uit deze uitbuiting of wordt in het belang ervan gekreeerd. Gezag zonder geweld en zonder uitbuiting verliest zijn bestaansgrond.

Staat en gezag doden bij het volk het initiatief, de kreativiteit en de vrije aktiviteit en kweken daardoor een slaafse geest van onderworpenheid, afwachten, ambitie te stijgen op de maatschappelijke ladder, blind vertrouwen in de leiders, illusie te delen in het gezag. De emancipatie van de arbeiders is echter slechts mogelijk door direkte revolutionaire strijd van de werkende klasse en haar organisaties tegen het kapitalistiese systeem. De verovering van de macht door de socioal-demokratiese partijen, langs parlementaire weg, zal onder de huidige omstandigheden de emancipatie van de arbeiders geen stap dichter bij brengen, om de eenvoudige reden dat de feitelijke macht - en dientengevolge het feitelijk gezag - blijft berusten bij de bourgeoisie, die daarmee de gehele politiek en ekonomie van het land in handen houdt. De rol van het socialistjes gezag zal zich in dit geval bepalen tot verbeteringen in het voordeel van hetzelfde bourgeois-regime. Het naar de macht grijpen ten behoeve van een sociale omwenteling en de organisatie van een zogenoemde "proletariese staat" kan de goede zaak van de werkelijke bevrijding van de arbeiders niet dienen. Die staat, die er vooral zou zijn om zogezegd de revolutie te verdedigen, komt onvermijdelijk aan zijn eind door zijn inherente behoeften en eigenaardigheden zodanig op te blazen dat de staat doel op zichzelf wordt. Die staat brengt dan speciale bevoorrechte standen voort wier bestaan eenvoudig afhankelijk is van de mate waarin ze erin slagen de staat te behouden en uit te breiden. De massa wordt met geweld aan de staatsbehoeften en aan die van de bevoorrechte standen onderworpen: zo herstelt die staat dan ook het uitgangspunt van het gezag in de kapitalistiese staat, de gebruikelijke gewelddadige onderwerping en uitbuiting van de massa (kijk maar naar de "arbeiders- en boerenstaat" van de bolsjewieken).

Naar: De massa en de anarchisten in de sociale strijd en in de sociale revolutie