.

 

 

DE OLIFANT

Voor zijn vroegste voorouder moeten we 50 miljoen jaar teruggaan en zijn neef: de mammoet stierf in prehistorische tijden uit. Van de 300 soorten zoogdieren met slurf en stoottanden die de wereld heeft gekend, is slechts de olifant overgebleven. En ook de laatste der reuzen dreigt, belaagd om zijn ivoor, te verdwijnen.
 

Gezinsleven  -   Eten en drinken -  Geboorte -   Savannen   Ondergang
Afrikaanse olifanten  Indische olifanten

 

De olifant, het grootste hedendaagse landzoogdier, leeft in kudden waarin de sociale banden bijzonder hecht zijn. Zijn reusachtig lichaam en voor velerlei doeleinden bruikbare slurf herinneren eraan dat hij de laatste overlevende is van een diergroep die tijdens het Tertiair tot bloei kwam: de Slurfdieren. Volgens een in Pakistan gevonden fossiel moet zijn voorouder van 50 miljoen jaar geleden op een flink zwijn hebben geleken.
 

In de loop van duizenden jaren werden de Slurfdieren groter en groter, en ontwikkelden ze een slurf en twee of vier stoottanden van soms bizarre vorm. In totaal verspreidden zich meer dan 300 soorten over de gehele aarde, Antarctica en Australië uitgezonderd. Gehele afstammingslijnen stierven weer uit, vooral door klimaatveranderingen. Die van de mastodonten hield tot aan het begin van het Quartair in Noord-Amerika stand. De Elephantidae is de laatste familie die nog over is. Deze is zo'n 5 miljoen jaar oud en omvatte de mammoeten en diverse soorten olifanten. Tegenwoordig zijn er nog maar twee soorten: de Afrikaanse en de Indische olifant. Ze hebben zich miljoenen jaren apart van elkaar ontwikkeld en vertonen enkele anatomische verschillen. De Afrikaanse olifant is het grootst en zwaarst.  Hij bewoonde ooit geheel Afrika, op de Sahara en de Namibië Woestijn na die te droog zijn. Uit Noord-Afrika is hij echter verdwenen. Als hij de savanne bewoont, kan hij een schofthoogte van 4 m bereiken. In het regen- woud blijft hij veel kleiner. De Indische olifant, ook een woudbewoner, komt nooit boven een schofthoogte van 3 m uit; zijn oren zijn minder groot en zijn stoottanden veel rechter en korter. De olifant is met uitsterving bedreigd. Nadat hij in Azië grotendeels is uitgeroeid, loopt hij de kans in Afrika te verdwijnen. In de jaren vijftig waren er in dit werelddeel nog 2,5 miljoen olifanten; in 1987 waren het er minder dan 700.000. In 1989 werden er bijna 90.000 afgeslacht om het ivoor van hun stoottanden. 0ok is de olifant slachtoffer van de achteruitgang van het tropische regenwoud, een van zijn natuurlijke milieus, dat dagelijks afneemt met een tempo van 40 ha per minuut.

    Moeder met jong

Mannetjes uitgesloten van het gezinsleven
 Heden ten dage zijn olifanten de grootste landdieren. Ze leven in sociaal streng gestructureerde groepen. Door
wetenschappelijk onderzoek wordt het geheim van deze maatschappelijke opbouw steeds meer ontsluierd. In de wouden, met hun overvloedige vegetatie, verplaatsen de kudden zich relatief weinig, maar in droge gebieden als de Sahel trekken ze ieder jaar volgens een vast patroon over grote afstanden. Zo heeft Cynthia Moss tijdens 15 jaar onderzoek in Kenya steeds dezelfde dieren op dezelfde plaatsen kunnen waarnemen. Binnen de 400 km2 van het Amboseli-reservaat telt men ongeveer 500 olifanten. Aan de ene kant zijn er 350 vrouwtjes, die met hun jongen zo'n vijftig verschillende families vormen. Aan de andere kant zwerven150 mannetjes van de ene kudde naar de andere. De grootte van de families verschilt. Een van de bestudeerde kudden telde een dertigtal dieren die alle werden geïdentificeerd op hun lichaamsbouw en bijzondere kenmerken. De volwassen olifanten, allemaal vrouwtjes en soms verwant, zijn zeer aan elkaar gehecht.

Gezinsleven -  Eten en drinken  -  Geboorte  - Savannen  -  Ondergang
Afrikaanse olifanten  Indische olifanten


Het geheugen van de kudde

 De rest van de kudde bestaat uit nakomelingen van deze vrouwtjes: jongen en halfwas dieren van beiderlei kunne. Dag in dag uit, seizoen na seizoen, verplaatst de kudde zich volgens vaste routes. De leiding berust bijna altijd bij het oudste en dus meest ervaren vrouwtje. Op een leeftijd van 40 tot 50 jaar heeft ze alle vormen van gevaar, waartoe ook droogte behoort, al eens meegemaakt. Haar moeder wees haar de plaatsen waar ze water kon vinden, soms op tientallen kilometers van het eigen territorium. Door deze mengeling van generaties zijn de jonge olifanten in staat een geheugen te ontwikkelen. De communicatie tussen individuen kan via het gehoor, het gezicht of  door aanraking plaatsvinden. Met de slurf worden de lichaamsgeuren onderzocht, maar wordt ook geliefkoosd. De kleine kudden kunnen zich, al naar gelang het seizoen, hergroeperen tot hele grote kudden. Deze verzamelingen zijn gunstig voor de sociale uitwisselingen.

 
Instandhouding soort

 In de directe omgeving van de kudden leven de volgroeide mannetjes - ook bullen of stieren genoemd - solitair of in weinig hechte  groepjes. Op hun tochten trekken ze over uitgestrekte gebieden en komen daarbij in contact met verschillende kudden. De bullen  hebben alle hun eigen bronsttijd, waarin ze op zoek gaan naar bronstige vrouwtjes. Ze trekken van de ene kudde naar de andere, waarbij ze onderling flink agressief kunnen worden. Het komt echter maar zelden voor dat twee stieren van vergelijkbare leeftijd en kracht tegelijkertijd bronstig zijn. Als ze van verschillende grootte zijn, zal de kleinste liever het veld ruimen dan de strijd aangaan met zijn rivaal. De vrouwtjes, die het gehele jaar vruchtbaar zijn, hebben cycli van ongeveer 2 maanden. Voor het werpen is er geen voorkeur voor een bepaald seizoen. De voortplanting is afhankelijk van de aanwezigheid van voedsel. Normaal gesproken is er elke 4 tot 5 jaar een worp, maar tijdens perioden van grote droogte kan het sterftecijfer onder de baby's bijna 100% zijn. Zo liep het aantal olifanten van Amboseli terug van 602 in 1972 tot 478 in 1978 (124 sterfgevallen). Dankzij 196 geboorten was het aantal in 1983 weer gestegen tot 674. Deze schommelingen, die het gevolg zijn van met het klimaat samenhangende natuurlijke verschijnselen,  onderstrepen nog eens de noodzaak van bestudering op lange termijn. De dynamiek van olifanten om hun aantal weer op sterkte te brengen, is werkelijk indrukwekkend.  
 

Begin van de pagina
 

Een sober dieet van gras, blad en kruiden
 Olifanten zijn strikte herbivoren: ze voeden zich uitsluitend met planten. Maar hun voedsel is volledig afhankelijk van de vegetatie in het gebied waar ze doorheen trekken (van tropische regenwouden tot half woestijnen) en van het jaargetijde (van droge perioden tot regentijden). Olifanten eten allerlei plantensoorten: met hun slurf plukken ze het gras in gelijkmatige bosjes. Ze weten de sappigste en meest malse gedeelten van de doornstruiken uit te kiezen en ze eten het blad van de bomen. Men heeft zelfs vastgesteld dat ze soms acacia's vellen om zich te goed te kunnen doen aan de hoogste bladeren, die sappiger schijnen te zijn dan die van de bereikbare takken.

   Moeder met jong

Systematisch onderzoek
 Er is nog niet veel studie gedaan naar de kwaliteit en de kwantiteit van het voedsel van de olifanten. Waarnemingen kunnen slechts plaatsvinden in gebieden waar de vegetatie voldoende open is om de dieren te kunnen observeren. Bovendien is men vrijwel uitsluitend aangewezen op de reservaten voor het ongestoord doen van waarnemingen over een langere periode. Men moet de dieren goed kunnen volgen en bespieden, zodat na hun vertrek kan worden vastgesteld hoeveel voedsel ze hebben verorberd. Er bestaat nog een andere methode om achter de aard van het genuttigde voedsel te komen: de analyse van de uitwerpselen. Daarvoor moet, zodra de kudden voorbij zijn getrokken, de mest worden verzameld. Vervolgens probeert men de onverteerde plantenresten te identificeren. Door het resultaat van verschillende onderzoeken te vergelijken, heeft men kunnen vaststellen dat de hoeveelheid opgenomen voedsel in de karige droge tijd gemiddeld tussen de 150 en 170 kg per dag ligt en in het rijkere regenseizoen tussen de 200 en 280 kg. Ook de samenstelling van het voedsel varieert. Volgens reeds oude onderzoekingen van Field in Oeganda, die sindsdien echter ruimschoots zijn bevestigd, bestaat het voedsel tijdens de regentijd voor 80% uit gras en voor 20% uit houtachtig, minder voedzaam materiaal, zoals twijgen en takken. Gedurende de droge tijd bestaat het voedsel daarentegen slechts voor 40% uit gras en stijgt het aandeel houtachtig voedsel tot 60%. Het is de natuurlijke reactie op het feit dat het gras in de droge tijd schaars is en daarbij nog erg slecht van kwaliteit. De bomen en struiken blijven echter dankzij hun wortels veel langer groen. Olifanten blijken zich uitstekend aan te passen en voeden zich met wat ze tegenkomen. Als ze de mogelijkheid hebben een keuze te maken, tonen ze een uitgesproken voorkeur voor gras. Ze doen zich trouwens ook regelmatig te goed aan aarde, die rijk is aan minerale zouten, zoals ijzer en bicarbonaten. Deze vormen een uitstekende aanvulling op het voedsel en voorkomen een te eenzijdige voeding. Maar de droogte (de gesel van Afrika) blijft een bedreiging voor olifant en mens: ze kan ondervoeding en vochtgebrek veroorzaken. Olifanten hebben ongeveer 80 liter water per etmaal nodig. Gewoontegetrouw drinken ze, zelfs wanneer er meer dan genoeg is, maar eenmaal per dag en schijnen ze niet zozeer op de kwaliteit ervan te letten. Niettemin kunnen ze enkele dagen zonder drinken, vooral als het vochtgehalte van hun voedsel hoog genoeg is. In bepaalde droge gebieden graven ze net zo lang in de droge bedding van de rivier, totdat ze het grondwater hebben bereikt. Na hun vertrek kunnen talrijke andere diersoorten hun dorst lessen in de putten die ze hebben achtergelaten.

Gezinsleven -  Eten en drinken  -  Geboorte  - Savannen  -  Ondergang
Afrikaanse olifanten  Indische olifanten

Bomenvernielers
 In de grote tropische regenwouden, waar het gras schaars is, hebben de bosbewonende olifanten zich aan dit gebrek aangepast door veel vruchten te eten. Met hun uitwerpselen worden de plantenzaden op grote afstand gedeponeerd van de plaats waar het fruit werd opgegeten. Voor de verspreiding van de verorberde soort is dit natuurlijk bijzonder gunstig. In het Taï-woud in Ivoorkust kan het voorkomen dat 35% van de droge olifantenmest uit zaden bestaat. Onderzoekingen bij bosolifanten zijn weinig talrijk, omdat ze moeilijk zijn te voeren. Elders, in bepaalde beboste savannen die zijn ingesloten door cultuurland, hebben de olifanten niet de mogelijkheid zich te verplaatsen en vellen dan een groot deel van de bomen en struiken. Daardoor kan het landschap in  zeer korte tijd totaal worden vernietigd. Wie is daarvoor verantwoordelijk? De mens die het dier aan banden legt of het dier dat tracht te overleven?

Het onbereikbare plukken                                  Er is geen grotere foto aanwezig

 Hun enorme formaat stelt olifanten in staat voedselbronnen te bereiken waar talloze andere diersoorten niet bij kunnen, waardoor ze ten opzichte van hen in het voordeel zijn. In de savanne geven de olifanten de voorkeur aan grasachtige planten. Bomen en struiken bieden uitkomst in het droge seizoen; wanneer de grassen weinig voedingswaarde hebben. In de regenwouden ligt het anders, omdat daar de bomen overheersen. De parasieten die op hun huid leven worden vermorzeld en vernietig door de dichte korst die de opdrogende modder vormt. Door te verdampen schenkt deze modder de olifanten, die geen zweetklieren bezitten, verkoeling en vervult zo enigszins dezelfde rol als zweet. Tenslotte onderhoudt en versoepelt de modder de huid ook nog en vervangt zo de talgklieren, die bij de olifant eveneens ontbreken.


De savanne zou zonder de olifant verdwijnen
 Tegenwoordig wordt de Afrikaanse soort steeds verder teruggedrongen. Slechts in zes landen schijnt de situatie thans te zijn gestabiliseerd: in Kameroen en Gabon aan de ene en in Namibië, Botswana, Zimbabwe en Zuid Afrika aan de andere kant. In het westen zijn de olifanten verdwenen uit Mauritanië, waar ze tot voor kort nog wel voorkwamen om er, komend vanuit het zuiden, een gedeelte van de regentijd door te brengen. In Senegal is hun aantal van 450 in 1979 gedaald tot 50 in 1989. Het is nog lang niet zeker dat het nationale park van Niokola Koba ze kan redden. Er zouden er nog 600 in Mali, 800 in Niger en 3 000 in Tsjaad zijn. De meer zuidelijke woudgebieden zouden dichter bevolkt zijn 3 300 in Ivoorkust bijna evenveel in Nigeria, 21 000 in Kameroen, 19 000 in de Centraal Afrikaanse Republiek (vergeleken met 63 000 in 1979), 76 000 in Gabon, 85 000 in Zaïre (tegen 377 000 in 1979). In 10 jaar is in Kenya het aantal naar schatting teruggelopen van 65 000 naar 19 000, in Tanzania van 316 000 naar 80 000 en in Zambia van 150 000 naar 41 000. Alleen in Zuidelijk Afrika stijgen de aantallen: tussen 1979 en 1989 groeide hun aantal in Botswana van 20 000 naar 51 000, in Namibië van 2 700 naar 5 000, in Zimbabwe van 30 000 naar 43 000 en in Zuid-Afrika van 7 800 naar 8 200. Als betrouwbare specialisten als de Kenyaan Iain Douglas Hamilton en de Fransman Pierre Pfeffer misschien andere cijfers noemen, komt dat omdat in dergelijke uitgestrekte gebieden schattingen moeilijk te maken zijn. Desalniettemin is iedereen het erover eens dat als een groep olifanten kleiner wordt dan 2 000 stuks, het gevaar van algehele verdwijning erg groot wordt. In Azië is de achteruitgang van het olifantenbestand al lang geleden begonnen. Door menselijk ingrijpen is het landschap dramatisch veranderd. Het huidige aantal wordt geschat op 30 000 tot 40 000 wilde exemplaren, verdeeld in kleine groepen over Nepal, Birma, het zuiden van China, Laos, Thailand, Maleisië, Sumatra, Noord-Borneo (waarvan en gelooft dat ze het oerwoud zijn ingevlucht nadat ze door de mens waren ingevoerd), Kerala (Zuidwest-India), Assam (Noord-oost-India) en Sri Lanka.

Begin van de pagina

De tweelingen                                             
 
In Amboseli deed Cynthia Moss een boeiende waarneming: het opgroeien van een olifantentweeling, een mannetje en een vrouwtje. Vanaf de eerste dagen wilde het mannelijk jong zijn superioriteit bewijzen door zijn zuster te verhinderen mee te delen in de melk en haar weg te jagen. De toekomst zag er slecht voor haar uit, maar ze verzon een list. Ze betrok haar broertje in onstuimige spelletjes totdat dit van vermoeidheid in het gras ging liggen. Gebruik makend van zijn slaap haastte ze zich naar haar moeder om te drinken. Na enkele weken werden de uiers gedeeld en de tweeling groeide in harmonie op, hoewel ze kleiner bleven dan eenlingen. Dat jaar was er genoeg voedsel en de moeder van de tweeling was zeer ervaren. De geboorte van een tweeling, die in ongeveer 1 % van de gevallen voorkomt, verloopt niet altijd zo goed: meestal sterft een van beide jongen. Volgens alle getuigenissen zijn jonge olifanten buitengewoon boeiende waarnemingsobjecten. Schelms en vol fantasie spelen ze met elkaar en provoceren ze de volwassen dieren, die soms geïrriteerd raken door hun kwajongensstreken. Net als alle jonge wezens hebben ze veel slaap nodig en ze maken dan ook dankbaar gebruik van de rustpauzes. Olifanten slapen 's tussen 3 en 7, waarbij luid wordt gesnurkt. Sommige gaan ervoor liggen, de grootste en zwaarste leunen tegen een boom of een rotsblok. De tweede rustpauze valt 's middags tussen 13 en 14 uur. Het is belangrijk te rusten wanneer de zon op zijn heetst is. Omgeven door hun oudere soortgenoten raken de jonge olifanten vertrouwd met het levensritme.
 
Het grootste gevaar dat hen bedreigt is het verdwijnen van het regenwoud, hun oorspronkelijk woongebied.
 A matriarchal group olifanten, dicht bij elkaar voor bescherming, tevreden grazend op de savanne van Serengeti.
                                                                         Grazend op de savanne van Serengeti

Verspreidingsgebieden van de olifanten in Afrika en Azië.

Hoewel het moeilijk is de olifantenpopulaties te tellen, heeft men kunnen schatten dat het totale Afrikaanse bestand tussen 1980 en 1987 is afgenomen van 1 200 000 exemplaren tot minder dan 700 000. In 1989 zouden hiervan 90 000 door stropers worden gedood.

Gezinsleven -  Eten en drinken  -  Geboorte  - Savannen  -  Ondergang
Afrikaanse olifanten  Indische olifanten
 

Begin van de pagina
                                                           DE OLIFANT VAN DE ONDERGANG REDDEN
Het is het noodlot van de olifant dat hij een product bij zich draagt dat altijd de begeerte van de mens heeft opgewekt: het ivoor van zijn stoottanden.
Ivoor was tot slechts enkele jaren geleden een zeer geliefd handelsobject.

Zou het verbod op die handel, die na de Indische ook de Afrikaanse olifant decimeerde, het dier nog kunnen redden?
 De handel in ivoor ontwikkelde zich allereerst in Azië, waar vroeger enorme kudden olifanten voorkwamen en waar ook de stoottanden werden gebruikt van de mammoeten die in de bevroren beddingen van de grote Siberische rivieren werden gevonden. In Afrika kwam de handel pas in de 19de eeuw echt op gang, maar deze breidde zich snel uit. Men schat de gemiddelde jaarlijkse uitvoer in het laatste decennium van de vorige eeuw op 900 ton, met uitschieters van 1100 ton. Na daling van de vraag en instorting van de prijzen in het begin van deze eeuw groeide de Afrikaanse export weer. Volgens de officiële cijfers voerde Afrika in 1976 nog 991 ton ivoor uit, 700 ton in 1987 en ongeveer 400 ton in 1989. De werkelijke cijfers zijn vermoedelijk hoger geweest, want de vraag was zeer groot, zoals blijkt uit een stijging van de prijs van 63 dollar per kg in 1963 tot 260 dollar in 1986.


Uitsterven voorkomen

 In Afrika lag het hoogtepunt van de ivoorhandel tussen 1850 en 1910. Een aantal jaren bedroeg de export niet minder dan 1100 ton. Aan het eind van de jaren tachtig van deze eeuw werden jaarlijks wegens hun ivoor ongeveer 90 000 dieren gedood (op een geschat totaal bestand van 600 000 in 1989). Intussen heeft de publieke opinie zich tegen deze afslachting gekeerd. In januari 1986 zijn er exportquota's vastgesteld en sindsdien moet ivoor dat legaal wordt verkocht worden geregistreerd. De belangrijkste handel vindt plaats tussen de Aziatische landen, waar het materiaal al eeuwenlang wordt bewerkt, en talrijke Afrikaanse landen. Voor Afrika betekent de legale en illegale handel een onmisbare bron van inkomsten en werk voor de bevolking.

   Acacia

Categorie 1 van CITES
 Omdat deze afspraken niet afdoende bleken om de uitroeiing van de kudden te voorkomen, zag de CITES (de Conventie van Washington) zich genoodzaakt nog ingrijpender maatregelen te nemen. De CITES is belast met het internationaal toezicht op de handel in bedreigde planten, dieren en dergelijke producten. Ze komt elke twee jaar bijeen en verenigt een honderdtal lidstaten. In oktober 1989 heeft ze de Afrikaanse olifant ondergebracht in categorie 1, wat een verbod inhoudt op het doden van de dieren en op de ivoorhandel. De Indische olifant bevindt zich al sinds de oprichting van de Conventie in die categorie.


Bescherming met afschot

 De beslissing van de Conventie stuit op weerstand van sommige Afrikaanse landen, met name van Namibië, Botswana, Zimbabwe en Zuid-Afrika, waar de kudden al jarenlang veel zorgvuldiger worden beschermd. Zimbabwe, bijvoorbeeld, erkent ze als een natuurlijke bron van inkomsten en beschouwt ze als kapitaal waar rente van moet worden getrokken. Dat gebeurt door de verhandeling van het ivoor van de afschotquota's die tot 1989 waren toegestaan. De opbrengst van de verkoop van ivoor, vlees en leer gaat voor een deel direct naar de bevolking die in en rond de parken en reservaten leeft, en verder naar het bestuurslichaam dat de nationale parken beheerd. Daardoor werd tegelijkertijd de stroperij tegengegaan. Zo groeide de olifantstandstand in Zimbabwe van 5000 in 1900, naar 30 000 in 1979 en 50 000 in 1989. Hoewel ze niet ontkennen dat een aantal olifantenpopulaties met uitsterven wordt bedreigd, vragen deze landen om handhaving van de afschotquota's, omdat ze niet willen opdraaien voor het slechte beheer in andere landen. Maar de afschotquota's dragen bij aan de achteruitgang van het totale olifantenbestand op onze aarde.


Fossiel ivoor van mammoeten

 Handhaving van het algehele verbod op de handel in ivoor zal dan ook niet gemakkelijk zijn, gezien de weerstand van de export landen en de vraag van de markt, ondanks de prijsdaling van ivoor aan het eind van 1989. Japan, dat in 1986 nog 106 ton invoerde, heeft in de zomer van 1989 de import verboden en trad in oktober van dat jaar toe tot de Conventie. Dat heeft het land er niet van weerhouden in datzelfde jaar nog pianotoetsen, biljartballen en twee miljoen ivoren stempels te produceren. De handel kan niet plotseling worden stopgezet en Japan is begin jaren negentig onderhandelingen begonnen met Rusland over de exploitatie van het fossiele ivoor van de mammoeten in de bevroren bodem van Siberië.


Plantaardig ivoor

 De EG-landen verhandelen nog slechts artikelen die zijn vervaardigd van plantaardig ivoor: het tagua. Deze houtsoort, een variëteit van de palmboom, de phytelephas, neemt door verharding de dichtheid en het uiterlijk aan van ivoor. Ook de vervanging door synthetische harsen wordt bestudeerd. Zullen deze producten het mogelijk maken de olifant te behoeden voor de ondergang, zodat hij in het jaar 2000 nog steeds in het wild kan worden waargenomen?


Arena's en dierentuinen

 De tempels in Egypte, Griekenland en Rome waren verfraaid met bas-reliëfs en beeldhouwwerk van ivoor. Men beperkte zich in die tijd echter niet alleen tot de jacht op olifanten, maar gebruikte de dieren soms ook als oorlogsmachine. Alexander de Grote zette olifanten in op de Indus vlakte en de Carthagers van Hannibal lieten hen de Alpen oversteken. De Romeinen gebruikten ze bij de gevechten en spelen in de arena. Vanaf het jaar 1000 waren er in Noord-Afrika geen olifanten meer. Eeuwenlang zag men ze niet in Europa. Pas in de 18de eeuw kwamen ze terug, in rondtrekkende circussen. In de 19de eeuw verschenen de grote menagerieën, rondreizend of met vaste standplaatsen. Het is eveneens de tijd waarin de grote dierentuinen worden opgericht: de eerste was die van Hamburg en een van de laatste die van Vincennes bij Parijs. In de 20ste eeuw, tenslotte, werden de grote Afrikaanse reservaten gesticht tot behoud van o.a. de olifant.


God van de Wijsheid

 De massamoord op de olifant is niet aan Azië voorbij gegaan, hoewel de dieren er vreemd genoeg ook worden vereerd. In het Hindoestaanse godendom heeft de god van de Wijsheid, Ganessa, zoon van Sjiva en Parvati, de kop van een olifant en men ziet hem als zodanig in de tempels geregeld afgebeeld. In Kandy, op Sri Lanka, vindt elk jaar de Esala Perahera plaats, de 'processie van de tand van Boeddha' waarin een honderdtal kostbaar versierde olifanten meeloopt.


Temmen een privilege

 De Indische olifant is ook huisdier. Men gebruikt hem vooral op de bospaden, met name in India. In dit land is het vangen en het temmen van wilde olifanten voorbehouden aan slechts enkele etnische groepen, die aan de voet van de Himalaya en in de wouden in het zuiden van het land leven. Zo wordt dit ambacht bij voorbeeld beoefend door de Kurumba's in het Tamil Nadu-reservaat in Mudumalaï, waar de olifanten worden ingezet om de bezoekers door het reservaat te voeren. Om ze te vangen, drijven de temmers een wilde kudde in een grote omheining, gevormd door sterke palissaden. Vervolgens wordt een gevangen olifant tussen twee reeds getemde dieren ingenomen. De tamme olifanten volgen trouw en nauwkeurig de bevelen van hun meester op. Als een olifant eenmaal gewend is aan zijn leider of kornak, zal hij hem altijd trouw dienen. Een volwassen olifant kan twee ton hout verslepen. Maar vergeleken met zijn eigen gewicht kan hij relatief niet zoveel dragen, namelijk 'slechts' 500 tot 600 kg. Hij heeft de neiging zich uit te putten, want om te worden beladen moet hij vaak gaan liggen en weer opstaan. Omdat ze in staat zijn allerlei moeilijke taken verrichten, worden de olifanten gebruikt om toeristen door wildreservaten te voeren. Per dag kunnen ze 6 tot 7 uur werken. In Afrika is het temmen van olifanten lang niet zover ontwikkeld als in Azië. De ervaring heeft echter geleerd dat beide soorten zich laten inzetten door de mens. Na Hannibal heeft tot in de 20ste eeuw geduurd voordat daartoe in Gangala-na-Bodio in het Garamba-park in Zaïre, het vroegere Belgisch Kongo, wederom een poging werd gedaan. In 1989 waren hier nog slechts 4 getemde olifanten.

 

Gezinsleven -  Eten en drinken  -  Geboorte  - Savannen  -  Ondergang
Afrikaanse olifanten  Indische olifanten

Begin van de pagina