François Pierre Guillaume Guizot. - Dit edel, denkend, ernstig, ja streng gelaat stemt met hetgeen wij van den man hoorden en zagen wel overeen. Een man van karakter, van overtuiging en hooge bekwaamheid, van wien men echter, niet zonder smart, eerlang zal zeggen, dat met zijn val geene kracht, die nog kon werken, te niet ging. Hij had, toen hij als minister moest aftreden, uitgeleefd; hij had zijn genie van Staatsbeleid overleefd. De oneenpaarigheid, in zoo veele buitengewone menschen opgemerkt, tusschen wil en handeling of inzigt, bestond bij Guizot niet; maar zijn inzigt faalde.
Hij was nooit een populair minister in zijn land; men is niet ligt populair, indien men niet met zijn volk de fouten gemeen heeft. Evenwel ook zonder populariteit had hij Frankrijk in handen, zoo hij de magt waartegen hij het koningschap verdedigde, had weten te leiden. Maar orde was in zijn zin wederstand tegen, niet regeling van de vrijheid. Dat de fransche Volksvertegenwoordiging op breeder grondslag moest worden gevestigd, daarvoor is geen ander bewijs nodig, dan, hetgeen nu volkomen bleek, dat het Fransche Gouvernement, uit de verstandigste hoofden en meest geoefende talenten zamengesteld, van de nationale stemming geheel onkundig was.
Het lot van Guizot is een treffend voorbeeld, dat het gevaar, hetwelk men van verandering vreest, soms juist in het niet veranderen ligt. Hij heeft het tijdstip gemist, om de kern der natie, die tusschen hem en de Republiek stond, door uitbreiding van het staatsburgerschap naar voren te brengen. Slechts op het oogenblik bedacht, heeft hij generlei vastigheid voor de naaste toekomst, voor het aanstaande geval van overlijden des konings weten te scheppen. Altijd om orde te handhaven, heeft hij het zijne gedaan, om de echte grondbeginselen der regering met Volksvertegenwoordiging te verkrachten; het Bestuur afhankelijk van de Vertegenwoordiging, en wederom de Verteegenwoordiging tot een werktuig van het Bestuur te maken. En Vertegenwoordiging en Bestuur te zamen zijn, als waren zij door geen band aan de natie verknocht, door ééne enkele onrustige beweging afgeschud. In Frankrijk streeft nu de lang opgehoudene volksdrift den tijd althans zóó verre vooruit, als Guizot er bij ten achter was gebleven.
En elders, in alle landen, van alle troonen, regent het plotselijk hervormingen. Hetgeen voor eenige jaren wijsheid zou zijn geweest, is nu dwang. Dat de regeringen zich wat nader aan de burgerij sluiten, is geen ongeluk: maar of dwang de vruchten zal dragen, die wijsheid ons kon hebben geschonken, zullen wij zien.