Play Mobile, 2001

Een magische techneut

Over het werk van Frans Venhorst

De man

In 1994 ontmoette ik tijdens de manifestatie "Vertrekken uit Ruimzicht" te Doetinchem Frans Venhorst. Deze kunstenaar vertoonde een bijna maniakale werkdrift. Iedere morgen stond zijn bestelautootje voor het openingsuur geparkeerd bij het gebouw.

Bijdrage aan kunstmanifestatie Ruimzicht '98

Hij was dan al begonnen met het werk: in broodroosters roosterde hij sneedjes brood die vervolgens werden gesorteerd op bruinheid en in wetmatige patronen tegen de wand van de hem toegewezen ruimte werden geplakt. Mislukte exemplaren, gebroken of verkruimeld, werden in een trechter gegooid die via een slang uitmondde in wat hij een 'broodloper' noemde: de passant buiten kon door een ruitje het verstrijken van de tijdens tijdens het project waarnemen. Hij roosterde door tot 's avonds laat, stond welwillend de bezoekers te woord, en schakelde tussentijds moeiteloos om naar een tweede project dat hij tegelijkertijd in het gebouw onderhanden had.

Play Mobile, 2001 (foto Peter Voorhuis)

Herba pluvia Hollandia (Hollandse regenplantjes), 1994, blik ijzer, verf, kit

Venhorst heeft het spreekwoordelijke goud in de vingers. Boiler, colablik, handstoffer of strijkijzer, elk voorwerp dat in zijn buurt komt loopt het risico te worden gedemonteerd, getransformeerd of gecombineerd tot een nieuw object dat de indruk wekt uitermate doelgericht te zijn maar dat tot niets leidt en nimmer enig nut zal hebben. Het werk wordt in elkaar gelast, geschroefd, gesoldeerd, of geklemd. Koper, ijzer, perspex, papier, hout en wat niet al, materiaal van velerlei aard, het voegt zich ogenschijnlijk probleemloos in de vorm. De handvaardigheid is verbluffend.

Wie met Venhorst praat kan zich vergissen in de man. Vragen naar zijn werk worden heel gemakkelijk beantwoord of ontweken met grappen. Maar ik heb hem drie keer aan het werk gezien binnen het kader van een door anderen geformuleerd tentoonstellingsconcept, en zijn werk verblufte elke keer door de verrassende directheid en flitsende rationaliteit waarin hij dat idee van een ander op unieke wijze vertaalde in een voor het publiek aansprekende vorm. Ik kreeg elke keer het gevoel dat hij de enige was van de deelnemende kunstenaars die werkelijk had begrepen waar het om ging.

 

Room with a view, Manifestatie Ruimzicht '97, Doetinchem

De knutselaar

Venhorst is als kunstenaar geen nieuw fenomeen. Het 'knutselen' is een van de belangrijke drijfveren in de moderne kunst geweest. Kurt Schwitters, Tinguely, Panamarenko, van Brakel en anderen gingen hem voor.

Het knutselen van de kunstenaar verhoudt zich merkwaardig tot de techniek. Het is opzichtig duidelijk dat de kunstenaar een geheel ander doel heeft dan de technicus. De kunstenaar bouwt machines die het niet doen. Tingeluy bouwde eens een machine die zichzelf vernietigde na een korte tijd amechtig steunend de indruk te wekken te functioneren. Of, wanneer de machine het doet, is het doel futiel. In de serie "Moving Pictures" van Venhorst is het resultaat van activiteit van aandrijfriemen, tandraderen, hefbomen nimmer spectaculairder dan bijvoorbeeld het in trilling brengen van enkele honderden kleine tekeningetjes.Het doel van de kunstenaar is tegengesteld aan het doel van de technicus die een energiebron met een zo hoog mogelijk rendement zal willen aanwenden om maximaal effect te oogsten.

Venhorst ziet trouwens meestal af van het aanbrengen van motoren in zijn wonderlijke karretjes en toestellen. Men moet het karretje zelf drukken en dan brengt een eenvoudig overbrengsysteem de energie over naar klittenband dat van elkaar scheurt. Dat geluid wordt versterkt met een simpele toeter en dat is het dan.

De eigenheid

De knutselende kunstenaar levert  een ironisch commentaar op de rationele technische wereld waarin wij leven. Venhorst is zich daar ook van bewust, bij zijn afstudeerproject aan de AKI te Enschede was Panamarenko betrokken. Maar hij is geen epigoon. Twee aspecten aan zijn werk maken elk object onmiddellijk herkenbaar als een "Venhorst": de veelheid en de decoratieve kwaliteit.

De Veelheid

Kwantiteit zet zich in het werk van Venhorst om in kwaliteit. Eén karretje is niet genoeg, het moeten er vele zijn van hetzelfde model. Niet één versierend detail op een hoed, het moet er tientallen zijn. En omdat niets machinaal wordt geproduceerd leidt de herhaling niet tot precies identieke vormen. Daardoor wordt een herinnering opgeroepen, ooit was werktijd niet de doorslaggevende productiefactor, het ging om het werken en het product was van vanzelfsprekende kwaliteit omdat het werk alle aandacht had. Venhorst trapt niet in de moderne tijd die almaar versnelt tot hij over de kop slaat. Hij kan zichzelf een taak stellen die vele honderden werkuren kost, hij is onderweg met zijn werk en hij ziet wel wanneer hij aankomt.

 

Het decoratieve

Frans Venhorst draait tientallen kruiskopschroefjes in een object. Het schroefje steekt blinkend af tegen de omgeving. De schroefjes vormen een patroon. In zijn constructies zoekt hij dat op. Hij is een decoratief kunstenaar. 'Decoratief' is lang een vloek geweest in de kunst. En het is nog steeds een verdacht aspect voor diegenen die in kunst een filosofisch bedrijf zien waarin de idee voldoende is en het werk slechts een materiële vastlegging daarvan.

Venhorst trekt zich daar niets van aan. Hij barst van de ideeën, maar die ontstaan niet door woorden of door redeneringen in zijn kop. Hij is een beelddenker en hij ziet wat hij kan doen met een kraan of een strip koper. Maar zijn werk lijkt soms een filosofische uitspraak: het gereedschapskistje dat gewoonlijk kromme spijkers bevat wordt door hem gemaakt van kromme spijkers.

Joep de Graaff, oktober 2001