Oefen iedere dag (en poets altijd je tanden).
- Oefen liever iedere dag een half uur, dan één
keer in de week een paar uur. Tegen die paar uur ga je aanhikken (hoewel
de hierboven beschreven oefening mij vaak de tijd doet vergeten!)
- Ook is het belangrijk hoe je dat halve uur inricht:
- Vijf minuten inblazen. De sax warm laten
worden. De bekende 'knelpunten' van jezelf en je sax opzoeken:
gebrekkige ademsteun bij het spelen in de lage registers van je bari,
neiging tot valsheid bij het bespelen van je sopraan, rottige
applicatuur van je oude Amerikaan, en ga zo maar door. Signaleer gesis
en slecht volume: dan lekt hij. Blijf hier niet eindeloos mee
dooremmeren, ga naar de reparateur. Een sax moet zo goed mogelijk
spelen. En vooral: speel zo af en toe zo hard mogelijk. Haal het
onderste uit je sax en uit je middenrif. Bovendien is dit dé manier om
van een verlegen speler een speler te worden die anderen graag
deelgenoot maakt van zijn/haar spel.Let wel op je toon, maak hem rond,
rijk en vol.
- Tien minuten toonladders spelen, bebopmotiefjes oefenen. Niet al
te veel van papier. Als je het van papier doet; heb dan het doel om
het uiteindelijk uit je hoofd te doen.
- Fun!!! Een kwartier lang, maar dit mag
natuurlijk altijd langer. Je speelt voor je lol, toch?
- Wissel fun af:
- speel een mooi stukje bladmuziek.
- doe de legoblokjes-oefening (zie soli spelen)
- speel mee met cd.
- speel met elkaar.
- Neem fun op, of luister gewoon kritisch naar je fun.
- Luister naar je klank en naar je clichés. Als je voornamelijk
gebonden speelt (onbewust), dwing jezelf staccato te spelen. Gaat dit
niet zo goed, stel jezelf het doel om onder 2 te oefenen.
|