|
Sonny Rollins.
Voor de biografieën over deze man wil ik graag verwijzen naar
bijvoorbeeld de site van de BBC. Ze hebben daar tevens een
klein stukje muziek van Rollins voor u in petto, maar voordat hij aan
een solo begint, breekt de BBC het fragmentje af!
Welaan, nog genoeg opnames om van te genieten. Bijvoorbeeld de
allereerste opname die uw gastheer ter ore kwam (het moet het voorjaar
van 1988 zijn geweest of daaromtrent): A night at the Vanguard. (1957)
Uw gastheer was lid geworden van de Gemeentelijke bibliotheek
Utrecht, alwaar ze een tot op heden zeer respectabele Jazzverzameling
hebben. (Heel wat beter dan de bibliotheek in de provinciestad
waar uw gastheer thans - overigens verder tot zeer groot genoegen
- woont) Ik wist niets van Jazz - ik speelde tenorsaxofoon, had een
altsaxofoon 'erbij' (in de tijd dat het Oostblok nog bestond en de
fabrieken aldaar de ene na de andere goedkope sax op de markt brachten
- zie ook de pagina 'oude saxen')
maar hield van Jimi Hendrix. Dus ik pakte uit die oneindige
schappen met langspeelplaten een plaat met op de hoes een
afbeelding een zwarte man met een zwarte baard met een tenorsax in zijn mond.
Ik dacht: 'dat instrument heb ik ook thuis', ik huurde de
plaat, en zette het eerste nummer op.
Je hoort het percussieve spel van drummer Elvin Jones, de
invallende Kaboenk-kaboenk-bas van Wilbur Ware, en dan de eerste noten
van Sonny Rollins. Wij jaren '80 jongeren waren grootgebracht met
jazz. We hoorden op zondagochtend bij het gebakken ei altijd
(op zondagochtend was er vaak gebakken
ei, het had iets feestelijks) Willem Duys. En als pa inspiratie
had, pakte hij zijn klarinet, en ging hij
na Willem Duys op zijn studeerkamertje toeteren (dit was zeldzaam!) Duys
verloor zijn feestelijke associatie toen hij tot diep
in de jaren '80, CD's bleef aanduiden met 'dat magische zilveren
schijfje', waarvan ik wenste dat ze die een keer diep bij hem zouden
kunnen inbrengen. De jazz werd geassocieerd met Duys, en ingeruild
voor het heftigere werk, zoals de boven beschreven heer Hendrix,
de heer Robert Smith (zie ook de pagina Navrante Noten), en andere rock-helden.
Maar wat gebeurde er dan met die één en
twintigjarige die de eerste noten van Rollins hoorde? Hij werd
vrolijk! Hij had geen meisje, weinig vrienden, voelde zich miskend,
wist zich geen houding te geven, voelde zich depressief, en hij werd
vrolijk!! En hij snapte er niets van, meestal draaide hij muziek
die even depressief was als hijzelf. En hij werd vrolijk. Hij werd
zo vrolijk, dat het wrong met zijn depressiviteit, dus hij begon te
huilen, en dat was ook al zo vreemd, huilen om vrolijke muziek. En hij voelde zich vrij.
De muziek maakt je vrij. Het is puur, drie mannen op
een podium, je hoort Elvin Jones roepen en kreunen tijdens het
kastijden van zijn drumstel. Het is haast punk. Terug tot de essentie.
Bekende anekdote: Toen Rollins eens van het podium sprong tijdens
een concert had hij de hoogte ervan niet goed ingeschat. Hij verzwikte zijn enkel, ging liggen
op de grond, en vervolgde zijn solo, de maat
tappend met zijn grote witte instapschoenen. Het publiek ging door het
lint, en juichte om meer.
That 's the spirit.
|