|
Tros-saxofoons.
Een vroegere vriend van mij had het wel eens over Tros-saxofoons.
Het woord dekt de lading perfect. Het is voornamelijk de muziek die
door de hofleverancier van de Tros, James Last wordt gemaakt.
Vroeger leverden onze oosterburen nog wel eens Heavy Guys als Beethoven af (ik citeer hier de
jazzmuzikant Sean Bergin). Nu dus o.a.
James Last. Eigenlijk vind ik het fantastisch. Deze muziek
maakt me zo vrolijk, en dan weer op een geheel andere manier als Sonny
Rollins.
Maar wat maakt saxofoons nu tros-saxofoons? Of trompetten
tros-trompetten? Volgens mij moet je
niet alleen kijken naar hoe ze bespeeld worden, maar ook hoe de
muziek geproduceerd is, en gemixed.
Hier
heb ik, hoewel gelukkige bezitter van een Roland VS 880
harddiscrecorder (geen reclame, model is verouderd), bitter weinig
verstand van, maar ik zal een poging wagen.
Ik moest van mijn saxofoonjuf uit boeken van Lenny Niehaus oefenen
om de typische
jazz-speelwijze onder de knie te krijgen. Het waren veel
'Doodit-doodit'- achtige oefeningen (voor wie absoluut niet weet waar
ik het over heb: het zijn de duwtjes die je met je tong maakt bij
het spelen en die dat specifieke imperatief aan je sax laten ontsnappen.)
Op den duur vrij vervelend, als je
het een uur achter elkaar oefent.
De blazers in het orkest van James Last moeten veel doodit doen,
getuige hun vertolking van het tijdloze werk "Yes
Sir, I can boogie", een opname gemaakt in de Royal Albert Hall te
Londen. Een melodie die niet overeind blijft zonder die
duwtjes-voor-de-sjeu is op voorhand te wantrouwen. De kale
melodietjes zelf zijn namelijk net zo infantiel als liedjes voor achtjarige
bassisschoolkinderen, gemaakt door
muziekpedagogen die vinden dat je de kinderen een wereld moet
voorschotelen met alleen maar aardige en
vrolijke rolmodellen. De zwarte kant van de mensheid is het slechte
voorbeeld, dat dient weggestopt te worden.
Binnen gezinnen die James Lastplaten in huis
hebben zou wel eens de ergste incest voor kunnen
komen. Het is zwaar banaal en zwaar keurig tegelijk, zeer Duits dus.
|