| Safari Kenia | ||
| Tsavo West, Amboseli, Lake Nakuru en Masai Mara |
In juni 2000 gingen we naar Kenia voor een
safari. Dit was een lang gekoesterde droom die werkelijkheid werd. Die
werkelijkheid overtrof onze stoutste verwachtingen. De uitgestrekte wildernis
van de Afrikaanse savannen, de olifanten, de roofdieren, de ontmoetingen met de
Masai, dit alles zorgde voor onbeschrijfelijke ervaringen. In Kenia heeft men in
de
laatste 10 jaar de stroperij redelijk onder controle gekregen. Mede door de inkomsten uit
het toerisme heeft men vele grote natuurreservaten en nationale parken in
beheer, waar ook zeldzame dieren als neushoorns en luipaarden weer groeien in
populatie. Door de explosieve
bevolkingsgroei wordt de ruimte voor natuur echter steeds kleiner. Het is te
hopen dat hier in de komende jaren een balans in gevonden wordt.
De vlucht van Brussel naar Mombasa duurt, door een tussenlanding in Zürich,
ruim 10 uur. We bevinden ons op het zuidelijk halfrond en het hier dus winter.
Dit betekent dat het overdag op de savanne in plaats van zinderend heet
aangenaam warm is. 's Nachts koelt het aardig af. Na een korte nacht in Mombasa
vertrekken de volgende dag in alle vroegte. Onze chaufeur/gids noemt zich Harry.
Zijn eigenlijke naam is Ali. De moslims vormen de grootste bevolkingsgroep langs
de kust van Kenia. Harry is een prima gids. Hij vertelt veel, weet antwoord op
al onze vragen en vindt steeds de dieren waar hij naar zoekt. Net als alle
Kenianen gebruikt hij in bijna elke zin de uitdukking hakuna matata ('no
problem'). Onze eerste stop
is Tsavo West. Tsavo West vormt samen met Tsavo East het grootste nationale park
in Afrika. Door de uitgestrektheid en door de pas kort geleden hier gestopte
stroperij zijn de dieren hier moeilijker te vinden dan in andere
natuurreservaten. Toch zien we al meteen giraffen, zebra's, impala's en Thompson
gazelles. We verblijven in Ziwani Tented Camp waar we overnachten in een tent
die voorzien is van bedden en ander meubilair. Er is in de tent zelfs een
toilet en een douche. Geadviseerd wordt om de tent goed dicht te houden. De door
het kamp struinende apen, groene meerkatten en bavianen, zijn namelijk erg brutaal.
Een
wandeling buiten het kamp kan alleen gemaakt worden met een gewapende
ranger erbij. 's Avonds worden schijnwerpers op de wagens gemonteerd en
maken we een gamedrive in het donker. Vreemd genoeg trekken de dieren
zich niets aan van het licht en we zien er dan ook een heleboel. Buffels,
hartebeesten, een nijlpaard met jong, jakhalzen, een genetkat, bushbaby's. Het
is te donker voor foto's maar met de videocamera lukt het om mooie opnames te
maken. Het hoogtepunt is de ontmoeting met een eenzame
mannetjesolifant
die van
dicht bij een stuk groter dan onze wagen blijkt te zijn. We houden onze adem in.
Als hij zijn enorme oren uitzet en blazend met zijn kop in onze richting begint te
schudden, neemt Harry wijselijk wat meer afstand. Na terugkomst staat het
barbecuebuffet klaar en eten we in de open lucht aan het water. We zien af en
toe de schimmen van grote maraboe's. De krokodil die hier 's middags
lag zien we niet meer. Als we 's nachts in onze tent liggen en de olielampen
uitgemaakt hebben horen we in de verte hyena's.
De
volgende stop is Amboseli National Park. Dit ligt aan de voet van de hoogste
berg van Afrika, de Kilimanjaro die met zijn bijna 6000 meter ver boven
de omliggende vlakte uitsteekt. Jammer genoeg is de Kilimanjaro vaak in wolken
gehuld. We zien hem één keer even als we s' morgens vroeg bij zonsopgang een
gamedrive maken. In plaats van de Old Tukai Lodge worden we ondergebracht in de Amboseli
Lodge. Ook hier mooie houten huisjes, een zwembad en een groot restaurant,
half in de open lucht. Op het terrein van de lodge zwerven weer groene
meerkatten en bavianen rond. Er is een Masai in dienst die met een
stok en stenen de apen op afstand houdt.
Een van de meest indrukwekkende ervaringen die je in Afrika mee kunt maken is
als je midden in een kudde olifanten terechtkomt. Daar is in Amboseli een grote
kans op. Vooral in het moerasgebied tref je zeker een of meer kuddes aan.
Meestal vrouwtjes met jongen in alle leeftijden die de safariwagens niet eens
lijken te zien en er aan alle kanten vlak langs lopen.
We bezoeken in Amboseli ook een van de Masaidorpen.
We worden met een paar wagens naar het dorp gereden en betalen ieder een bedrag
in US dollars aan de hoofdman. De krijgers en de vrouwen voeren apart verschillende dansen en gezangen op. Daarna mogen we een tijdje door het dorp
lopen, waar de bewoners proberen allerlei knutselwerk te verkopen. Deze vorm van
toerisme heeft zweem van voyeurisme. Maar de kans is groot dat zonder deze
bezoekjes de cultuur van een van weinige overgebleven oorspronkelijke Afrikaanse
stammen nog sneller verloren zou gaan (we menen tussen de krijgers een paar
gezichten te herkennen van lodge-medewerkers).
Op de terugweg naar de lodge stuiten we op een tafereel dat ons nog eens ten
volle laat beseffen dat we hier niet in een dierentuin zijn. Een paar
leeuwen
hebben net een gnoe gevangen. De een, een jong mannetje, houdt de kop van de
gnoe in zijn bek. Een ander, een vrouwtje, heeft de buik van de gnoe open
gereten en likt af en toe aan het bloed. De gnoe
spartelt nog hevig maar heeft geen schijn van kans meer. Het is wachten tot hij
stikt of doodbloedt, maar het gaat naar onze mening allemaal erg langzaam en
wreed.
Vanuit Amboseli rijden we via Nairobi naar Lake Nakuru. In Nairobi lunchen we
nog in het Tunatree-restaurant. Aan een tafel naast ons zit de vice-president
van Kenia. Als we later die dag Lake Nakuru National Park binnenrijden zien we vanaf een
heuvel het meer in de verte liggen. Zelfs vanaf deze afstand kun je de roze
schijn van de grote aantallen flamingo's al zien. Van dicht bij kun je zien dat
er ook nog eens grote aantallen pelikanen tussen zitten. Het meer staat voor een
deel droog. Het is te merken dat het in dit gebied al lang niet meer geregend
heeft. Om de een of andere reden is dit het beste te zien aan de buffels. Die
zien er heel uitgemergeld uit. Op de vlakte in de buurt van het meer zien we
verschillende witte neushoorns. Schitterende kolossen die geen seconde
ophouden met grazen. Kleine vogeltjes -ossepikkers- pikken insecten en teken van
hun huid en uit hun oren. Als we even later ook nog twee luipaarden ontdekken in
een boom vlak boven ons, hebben we de Big Five compleet. De uitdaging van
een safari is om de grote vijf te zien: olifant, leeuw, buffel, neushoorn en
luipaard. De laatste twee zijn het zeldzaamste, maar hier bij Lake Nakuru hebben
we geluk. We overnachten in de Lake Nakuru Lodge. Deze ligt bovenop een heuvel
vanwaar je in de verte het meer kunt zien. De lodge bestaat uit huisjes gelegen
in een schitterende tuin met vele kleurige bougainvillae-struiken. We verbazen
ons ook over de gigantische cactusbomen. 's Ochtends staan we alweer voor
zonsopkomst op om een gamedrive te maken. We zien weer heel veel verschillende
dieren. In de verte zien we een cheetah in het gras liggen.
Het laatste reservaat van onze safari is de Masai Mara. Dit gebied staat in
verbinding met de Serengeti in Tanzania en jaarlijks trekken honderdduizenden
gnoe's en zebra's tussen de twee gebieden heen en weer. Het is tegen het einde
van de regentijd en veel beesten zijn alweer gearriveerd om te profiteren van
het groene gras. Tijdens onze eerste rit door de Mara begint het te
regenen. Dat heeft het tijdens onze reis nog niet eerder gedaan. Harry heeft
geen zin om vast te lopen in de modder en de nacht in de wagen te moeten
doorbrengen (dat gebeurt wel eens...). Hij is dan ook op zoek naar de weg terug
naar de lodge als we plotseling een cheetah
onder een struik zien schuilen voor de regen. Van dicht bij laat hij zich
bewonderen, staat soms op, rekt zich uit en schudt het regenwater uit zijn
vacht.
De Masai Mara is een uitgestrekt gebied met een glooiend landschap van geelgroen
gras met donkergroene stippen van de acacia's. We overnachten een paar nachten
in de Mara Sopa Lodge die op een hoogte van meer dan 2100m ligt, maar toch een
mooie tuin van (sub-)tropische planten heeft. We hebben een van de huisjes die
het verste van het centrale gebouw verwijderd ligt. De huisjes zijn
prachtig, met een open haard en een badkamer die helemaal van natuursteen
gemaakt is. 's Avonds na het eten in het restaurant kun je kijken naar
Masaidansen, natuurfilms op video of naar het voeren van de hyena's. Dat laatste
is een toeristische attractie die men mijns inziens beter achterwege kan laten.
Maar als je daar op dat balkon staat en een paar meter beneden je zie je de
eerste nieuwsgierige ogen door de weerkaatsing van de schijnwerpers oplichten,
raak je er wel door gefascineerd. Twee lodgemedewerkers, geflankeerd door een
derde met pijl en boog, kiepen de resten van de overvloedige keuken om, en
zijn nog niet weg als de hyena's zich als één troep op het eten werpen. Binnen
enkele seconden schrokken ze alles naar binnen en verdwijnen ze weer
in het donker. Als we later teruggaan naar ons huisje krijgen we ook escorte van
een bewaker met pijl en boog. Langs het pad zien we in het licht van zijn
lantaarn alleen een paar zebra's staan. We vragen ons af hoe hij de zaklamp kan
vasthouden en tegelijkertijd zijn boog kan spannen als we echt in gevaar
komen...
De volgende dag hoort Harry op zijn radiobakkie dat een zwarte neushoorn
gesignaleerd is en gaan we meteen poolshoogte nemen. De zwarte neushoorn is heel
zeldzaam en Harry heeft er zelf in de Mara nog nooit een gezien. De melding
wordt blijkbaar door veel safaribusjes opgepikt want binnen een kwartier heeft
de black rhino een
escorte van zo'n twintig wagens. Voordat dit uit de hand kan lopen -zwarte
neushoorns kunnen bijzonder agressief zijn- verschijnt een landrover met rangers
om de stoet te verspreiden.
Hier in de Masai Mara eindigt onze safari die ons alles toonde waar we op
gehoopt hadden en nog veel meer. Met pijn in het hart reizen we terug naar
Nairobi. Onderweg stoppen we nog een keer voor een fantastisch uitzicht over de
Great Rift Valley. In Nairobi gebruiken we een snelle lunch in het Carnivore
Restaurant. Dit is een vaste stop voor toeristen waar aan spitten boven een
groot vuur allerlei inheemse diersoorten geroosterd worden. We eten o.a.
eland-antilope, zebra, struisvogel en krokodil. Men loopt met de hompen vlees
langs de tafeltjes totdat je het vlaggetje neerlegt, ten teken dat je genoeg
gehad hebt. Gezien de tijdsdruk en de binnenlandse vlucht die 's middags op het
programma staat houden we het snel voor gezien. De binnenlandse vlucht met een
goed geconserveerde Boeing 737 van Kenya Airways valt erg mee.
Gedurende de 45
minuten durende vlucht naar Mombasa lukt het de crew om een volledige
broodmaaltijd op te dienen, af te ruimen en een inzameling voor de
aids-bestrijding te houden. Vanuit het raampje zien we de Kilimanjaro boven het
wolkendek uitsteken.
We brengen nog een week door aan het strand van Diani Beach, zo'n dertig
kilometer ten zuiden van Mombasa. Hotel
Neptune Paradise Village
is
het soort All Inclusive resort dat je intussen langs alle tropische stranden van
de wereld tegenkomt. Luieren onder de palmbomen en zoveel eten en drinken als je
opkunt. Op het strand kunnen koopjesjagers hun slag slaan, als ze toch nog die
houten olifant of die Masai-speer op de kop willen tikken. Het staat in groot
contrast met de uitgestrekte en wilde natuur tijdens de safari, maar het is een
aangename overgangsperiode voordat we weer terug naar Nederland reizen. We
bezoeken nog een armoedig islamitisch dorpje op Ziwani Island en worden zeeziek
als we kilometers ver de oceaan opvaren om te gaan snorkelen bij een
koraalreservaat. Een paar dagen later landen we in Brussel waar de zomer een
historisch dieptepunt bereikt heeft met regen en een middagtemperatuur van
10°C. Onze safari lijkt alweer zo lang geleden. Maar we hebben een groot aantal
herinneringen opgedaan die we ons leven lang niet meer zullen vergeten. Zelfs de
honderden foto's en uren video die we meebrachten kunnen daar maar een beperkt
beeld van geven.