De Maya-Route
Mexico, Belize en Guatemala

In september 1998 maakten we een rondreis over het schiereiland
Yucatan in Midden-Amerika. We bezochten overblijfselen van Maya-steden in
Mexico, Belize en Guatemala. De hoogstaande beschaving van de Maya's verdween
zo'n 800 jaar geleden op raadselachtige wijze. Hun steden werden overwoekerd
door de jungle. Hun afstammelingen wonen nu in eenvoudige hutjes van hout en
palmbladeren. Niemand weet precies hoe het zover gekomen is. Volgens de ene
theorie had het gewone volk genoeg van de voortdurende oorlogen en de bloederige
offerrituelen van de heersende klasse van adel en priesters. Volgens een andere
theorie was er eenvoudig niet genoeg voedsel meer om de omvangrijke steden te
onderhouden. In ieder geval werden de steden binnen een korte tijd verlaten en
vielen ze daarna snel ten prooi aan de natuur.
De vlucht naar Cancun duurt ruim 11 uur. Bij aankomst valt, ondanks dat het al
laat is, de tropische warmte als een vochtige deken op ons neer. 's Nachts
koelt het niet verder af dan 25°C. De luchtvochtigheid is hoog. Met kleren die
berekend zijn op Schiphol sta je binnen een kwartier al behoorlijk te zweten.
Dit gevoel zal de komende weken niet meer anders worden.
Na een nacht in Cancun vertrekken we de volgende ochtend naar Tulum. Doordat de
ligging van Tulum zo dicht bij Cancun is, wordt deze Maya-stad veel bezocht door
dagjesmensen. De opgravingen en ruïnes zijn hier echter weinig spectaculair.
Tulum moet het vooral hebben van de idyllische ligging aan de Caribische kust.
De nacht brengen we door in Chetumal bij de grens met Belize. Het
cultuurhistorich museum hier is aan te raden vanwege de interessante collectie
en de aangename airconditioning.
Het oversteken van de grens met Belize duurt erg lang. Belize (voorheen Brits
Honduras) is een van de kleinste landen in Midden Amerika. Een groot deel van
de bevolking bestaat uit afstammelingen van de Afrikaanse slaven die de Britten
hiernaartoe gebracht hebben. Een opvallende bevolkingsgroep wordt verder gevormd
door de Mennoniten. Dit is een soort religieuze sekte die net als de Amish
blijven vasthouden aan de techniek en de gewoonten van de 18e en 19e eeuw. In
Belize bezoeken we XunanTunich, een minder bekende Maya-opgraving. Hier dus
verder geen andere toeristen, maar wel heel mooi, net zoals de lodge, die
bestaat uit hutjes in het oerwoud met een restaurantje erbij. Tijdens het eten
zagen we een toekan boven ons in een boom.
De reis gaat verder naar Guatemala. De wegen zijn onverhard en worden steeds
slechter. Het is al een tijdje donker als we Flores bereiken. Die hele nacht
horen we het lawaai van brulkikkers. Ons hotel ligt op een schiereiland in een
meer. We brengen de gehele volgende dag door in Tikal. Dit is een van de
bekendste en belangrijkste Mayasteden. In haar hoogtijdagen zouden er zo'n
100.000 mensen gewoond hebben. Nu zijn pas een deel van de gebouwen uitgegraven
en toch is al goed te zien hoe groots de stad eens was. Omgeven door een
'boerenkool-jungle' steken verschillende imposante piramides de lucht in. We
zien in het omringende bos o.a. brulapen, spinapen, toekans en zelfs een
koraalslang. Op de piramide waar een reclamefilmpje van een bekend sinas-merk
opgenomen werd kan Jos het niet nalaten te poseren met zo'n blikje.
Na Tikal reizen we weer richting Mexicaanse grens. Deze wordt gevormd door de
rivier Río Usumacinta. Hier ligt een kleurrijk grenskantoor. Onze bagage wordt
overgevaren naar Mexico terwijl we zelf in een soort gemotoriseerde boomstamkano
stappen en een uur stroomopwaarts varen naar Yaxchilan. Deze Mayastad ligt op de
oever van de rivier in een dichte jungle, waarin de brulapen zich weer van hun
beste kant laten horen. We zien hier waar de jaguarkoningen woonden en horen
over hun bloedoffers. Daarna lokt onze gids vakkundig een grote tarantula uit
zijn holletje.
Weer terug in Mexico komen we in de provincie Chiapas. Dit is de armste
provincie van Mexico en er woedt een burgeroorlog tussen de regering en een
groep die zich de Zapatisten noemt. Er zijn veel militaire controleposten en we
krijgen een escorte mee van de federale politie. Recentelijk zijn er bussen met
toeristen overvallen in dit gebied. Dat die overvallen gepleegd worden door
groepen ordinaire bandieten weerhoudt het leger er niet van de meer
vredelievende Zapatisten hard aan te pakken. Heelhuids arriveren we in Palenque,
stad van koning Pacal. 's Ochtends vroeg bezoeken we de overblijfselen van de
oude stad Palenque. Er hangt een vochtige warmte over de jungle en het is er nog
erg rustig, afgezien van de grote aantallen lokale kinderen die door hun ouders
van school gehouden worden om sieraden met Maya-sterrenbeelden te verkopen.
We mogen afdalen in de Piramide van de Inscripties en bezoeken de
graftombe van
Pacal
. Dit is niets voor mensen met claustrofobie. Bovendien zijn de trappen in
de piramide spekglad door de hoge vochtigheidsgraad. Desondanks is het een
magnifieke ervaring. Op het deksel van de graftombe die zich onder in de
piramide bevindt, staat Pacal afgebeeld in 'ruimtevaardershouding', hetgeen
Erich von Däniken inspireerde tot zijn boek 'Waren de goden kosmonauten?'
Helaas mogen hier geen foto's gemaakt worden. Gelukkig hebben we de videocamera
nog.
We bereiken de volgende dag Campeche, een koloniaal havenstadje aan de Golf van
Mexico, waar de Spanjaarden, zoals op zoveel plaatsen, de Maya-tempels afbraken
en er een kathedraal van bouwden. We betreden het stadje 's avonds te voet
(lekke band bus) en stuiten op een religieuze processie. Een heiligbeeld wordt
door de straten gedragen, wat gepaard gaat met vuurwerk en muziek. In de
muziektent voor de kerk speelt een orkest. Na Campeche reizen we naar Uxmal. De
gebeeldhouwde reliëfs zijn hier nog mooier dan we tot nu toe gezien hebben. De
Tempel van de Tovenaar, volgens de legende gebouwd in één nacht, mocht zoals de
meeste gebouwen in de opgravingsgebieden, beklommen worden. Deze tempel is de
steilste van allemaal. Tijdens het klimmen kun je je vasthouden aan een roestige
ketting die vanaf de top naar beneden hangt. Boven word je weer beloond met een
adembenemend uitzicht. Niet aan te raden als je hoogtevrees hebt.
De volgende halte is Mérida. Dit is een voor Mexicaanse begrippen middelgrote
stad met circa een miljoen inwoners. Toch maakt de stad een rustige provinciale
indruk. s'Avonds werd rond het centrale plein in de stad het verkeer stilgelegd
en ging men op straat volksdansen en muziek maken. Vanuit Mérida gaat het verder
naar Cichén Itzá, een stad uit de nadagen van de Mayabeschaving, waarin veel
invloeden van de Tolteken terug te vinden zijn. De Tolteken waren zo mogelijk
nog gewelddadiger in hun offers dan de Maya's. Hiervan zijn in Chichén Itzá veel
voorbeelden terug te vinden. Neem bijvoorbeeld het indrukwekkende
balspelstadion. Er zijn afbeeldingen te zien van de onthoofding van het
verliezende team (hoewel kenners menen dat het misschien wel het winnende team
was dat onthoofd werd omdat dat een nog veel krachtiger offer voor de goden
was).
Op
het altaar van Chacmool hebben duizenden harten gelegen die gesneden werden uit
nog levende krijgsgevangenen. Dit is een macabere plaats die toch veel bezoekers
trekt. Op de dag dat wij er zijn, zien we een aantal vage Amerikaanse sekten die
hier zijn vanwege de equinox, de zonnewende. Het is 21 september en op die dag
staat de zon in een zodanige hoek dat de god Quetzalqotl, de gevederde slang, op
zal lichten langs de trappen van de grote piramide El Castillo. Nu is het tegen
het einde van september ook bijna het einde van de regentijd, maar we hadden de
hele reis nog geen spatje regen gehad. De hele ochtend was het ook weer zonnig
geweest. Maar in de namiddag toen het wonder zou gaan plaatsvinden en een grote
menigte zich op de vlakte bij de piramide verzameld had, betrok de lucht. Even
later barstte een hevig onweer los. In plaats van de slangengod tekende zich
boven de tempel een regenboog af. Als dat geen teken van de goden was...
Hier eindigde onze rondreis. Het is echter een goed gebruik om er nog een weekje strand aan vast te knopen. Dit kan in Playa del Carmen dat een rustiger, Europeser (lees: Duits) karakter schijnt te hebben en Cancun, dat veel massaler en Amerikaanser zou zijn. We kozen voor Cancun, aangezien je als Nederlander nu eenmaal al genoeg badplaatsen met Duitse invloeden gezien hebt. Cancun is een soort Miami Beach. De hotelzone is een schiereiland van twintig kilometer lang met een vierbaansweg en een onafgebroken reeks hotels, restaurants, nachtclubs en winkelcentra. Dit afgezoomd met een hagelwit strand en een turquoise zee. We hebben ons hier niet verveeld. Taxi's zijn goedkoop. En het gezelligste was het toch altijd in het oude centrum in die tent waar de Mexicanen zelf ook gingen dansen.