| It was a 23 day trip, starting in Baglung (more or less at the end of the road from Kathmandu to Pokhara. From Baglung the route lead further to the west Beni and Dhorpatan (mainly Hindu area), and then to the North, heading for Tarakot. From Tarakot we went through the Do Tarap valley to Dho-Tarap. Here most people are Budists, or Bon-Po (a religion more or less related to Budism, but older). From the Do Tarap area we went over two high passes, the Numla Bhanjyan and the Baga Bhajyan, around 5200mtrs) to Ringo at the Phoksundo Lake. From the lake we went south again, via Sepka, to Dunai (the local version of a big city ;-) and took a small airplane from Juphal airstrip back via Pokhara to Kathmandu... |
|
Reis Nepal/Dolpa 1999
Dit was het reisplan:
Reisplan
taxicentrale, incl. bagagevervoer 035-6919000
07:00 Hilversum
vertrek zondag 26 sep 10:30 KLM Amsterdam
22:15 New Delhi
overnachting op de luchthaven in Delhi
maandag 27 sep 11:15 IndianAir New Delhi
13:00 Kathmandu
Kathmandu, t/m 29 sept Tilicho Hotel
Keshar Mahal
Kathmandu
00-070-1-416828
Noodcontact via SNP Nederland 06-50284590, 024-3277000
In Nepal, de Sherpa's via Thamserku Trekking
PO Box 3124, Kantipath
Kathmandu 00-977-1-354491
terug maandag 25 okt 13:50 IndianAir Kathmandu
15:10 New Delhi
transit
dinsdag 26 okt 00:55 NorthWest New Delhi
06:35 Amsterdam
Zondag, 26 september, van Amsterdam naar New Delhi
Op Schiphol aangekomen bleek onze vlucht naar New Delhi overbooked te zijn. Er werden allerlei alternatieven aangeboden, maar gezien de overstap, en het bagagevervoer hebben we al maar volgehouden niet over bijv. Finland te willen vliegen. Uiteindelijk mochten we toch mee. Al met al een goed begin ;-). Daarna kwamen de disembarkation cards in India. Wij, Martin en ik, hadden geen visum voor India aangezien we van plan waren op de luchthaven te overnachten.
Maargoed, na een lange vlucht, lang wachten, veel gedoe, maar geholpen door zeer vriendelijke mensen op de luchthaven van New Delhi belanden Martin Zieltjens uiteindelijk met twee KLM vouchers in het restaurant van de transitruimte van het vliegveld.
Ik ben moe, heb een lange vervelende vlucht achter de rug. De hete kip dit we krijgen smaakt me niet.
Na deze "maaltijd" zoeken Martin en ik een plekje in de rommelige, rumoerige, transitruimte om de nacht door te brengen. Maar ja, in het dichtst bevolkte land van de wereld is het moeilijk om een rustig plekje te vinden. Uiteindelijk belanden we tussen een plantenbak en een (altijd in gebruik zijnde) telefooncel. Gelukkig trek mijn hoofdpijn, die ik aan de vlucht had overgehouden, weg, en kan ik zelfs wat slapen. Op gezette tijden worden we echter gewekt door paniekerige "Officials" van diverse pluimage. Of we naar Hong-Kong willen, of naar Japan, of, weet ik veel. We reageren telkens met "going Kathmandu" en de rust keert terug.
Maandag, 28 september, naar Kathmandu
’s Morgens, rond 08:00 uur gaan Martin en ik op pad om eens uit te zoeken hoe we eigenlijk boardingpassen voor de vlucht naar Kathmandu moeten krijgen. Er is weer een boel gedoe rond bagage. (Later zal blijken dat dit niet geheel onterecht is geweest). Ik blijk plotseling "Executive Class" te vliegen. Wel een keer mooi na alle chaos gister. We krijgen bij de boardingpassen, en een of ander gek security dingetje, zelfs vouchers voor een (wel heel erg) slap kopje koffie.
Daarna op naar de security check. Hier blijkt dat het mes van Martin te groot is, en hij wordt danig lastig gevallen door "soldaten". Hier treffen we ook Johan, die in een Hotel in New Delhi heeft overnacht en ook deel van onze groep is.
De vlucht naar Kathmandu is zeer aangenaam. Executive Class is toch wel erg luxe. Kennelijk heb ik gister toch wat slaap gemist, want vrijwel het hele stuk naar Kathmandu heb ik geslapen.
Op het vliegveld van Kathmandu is er weer gelazer met de bagage, en weer die van Martin. Het blijkt er niet te zijn, ene, ‘t blijkt dat het in New Delhi al kwijt was. Na vele pogingen iets van informatie los te krijgen besluiten we dan uiteindelijk toch maar door Customs te gaan.
Daar ontmoeten we Monique. Zij woont in Kathmandu, spreekt de taal, heeft goede contacten (oa. via SNV, stichting Nederlandse Vrijwilligers) en ze zal met ons meereizen en waar nodig als de gids/tolk optreden.
Vanaf het hotel reizen we met een busje. Door het overvolle, luid toeterende, en rommelige verkeer. Overal rijden auto’s, brommers, een soort driewielertjes. Links en rechts van de weg.
We gaan naar het Hotel, Tilichio. We vullen wat formulieren in, tbv. De trekking permits. Dit gaat verbazingwekkend soepel. Overigens blijkt de permit-regeling weer anders te zijn dan we hadden voorbereid. Je hebt nu voor de "gewone" gebieden geen permit meer nodig, en in plaats daarvan zijn de visa duurder geworden. Alleen voor ons gebied (Dolpa) hebben we wel weer een permit nodig. Op zich niet zo’n probleem dus, alleen vroeger kon je in Kathmandu de permits kopen, en nu moet je dat doen bij de lokale politiepost, ofwel, pas over een paar dagen als we in Tarakot zijn. De hele papierwinkel is dus gezellig met ons mee op reis.
Martin gaat daarna met Monique op jacht naar de bagage. De uitkomst van hun onderzoek is dat ze morgen weer mogen vragen.
Dan inchecken, sleutels en naar onze kamer. Ik heb samen met Johan een kamer betrokken op de bovenste verdieping (rustigste) van het Hotel. Eindelijk rust. Pfffft….
In de middag lopen Johan en ik even door de stad met de plattegrond die we op ‘t vliegveld hebben gekregen. Kathmandu is precies zoals je dat van verhalen en tv kent: bedelaars, stank, beesten op straat, toeterende auto’s en brommers. Overal handelaartjes die "rommel" willen verkomen.
Vanavond ontmoeten we onze andere reisgenoten in een restaurant om de hoek. We reizen namelijk allemaal min of meer op eigen gelegenheid naar Kathmandu.
Tot die tijd nog even gelegenheid om een flink stuk in Peter Matthiesen’s "de Sneeuwluipaard" te lezen.
Vanavond hebben we met de groep in een Tibetaans restaurant heerlijk gegeten. Bij deze gelegenheid trouwens ontdekt dat het tijdverschil met Nederland geen vier-en-half uur is, zoals in India, maar vier-uur-en-drie-kwartier. Johan en ik verschenen dus een kwartier te laat….
Morgen nog kopen: een goede sjaal, want die ben ik vergeten, en keelpastilles want iedereen die we spreken zegt dat je daar in de bergen toch erg veel plezier van hebt.
Dinsdag, 29 september, bezoek aan de Swayambhunath Stupa,
en de laatste voorbereidingen in Kathmandu
Goed geslapen. Bij het ontbijt maken we een plan voor de dag. Martin en Monique bellen eerst nog eens achter de bagage aan. De spullen zijn nog niet gevonden. Martin zal ‘t vandaag dus wel druk hebben met het bij elkaar zoeken van een nieuwe uitrusting voor de reis. We gaan er maar vanuit dat de spullen niet meer op tijd gevonden worden.
Ik trek, samen met Louise, Stephen, en Johan vandaag de stad in. Stank, toeterende auto’s en bedelaars. We gaan naar de Swayambhunath Stupa, de apentempel, in het westen van de stad.
Op de Stupa (tempel) zitten allemaal handelaartjes, bedelaars en natuurlijk de apen.
Daarna zijn we nog wat spulletjes gaan shoppen. Strepils, medicijnen tegen hoogteziekte, een mooie sjaal en kaarten voor ‘t thuisfront natuurlijk. Dit is waarschijnlijk de laatste keer voor weken dat dat mogelijk is. We hebben wat gegeten in een tuinrestaurantje. Lekker relaxed dus.
Daarna op jacht geweest voor een noodfluitje voor Johan, maar daarin niet geslaagd. Johan moet dus maar niet in nood raken deze reis ;-).
Aan het eind van de dag zien we Martin weer. Zijn bagage is gevonden, alleen, in Bombay India en zal te laat in Kathmandu zijn. Hij heeft dus ‘t een en ander gehuurd, geleend (van Monique) en nieuw gekocht. Dit is nu dus ook onder controle.
’s Avonds gaan we met de groep heerlijk Nepalees eten. Monique probeert me wat Nepalees te leren en verteld honderd uit over de cultuur en gewoontes van het land. Op weg terug naar het hotel zijn we nog getuige van een opvoering met Nepaleese draken.
Vandaag is de laatste dag voor de echte trek. Mijn bagage is klaar. Ik heb een keurig pakketje van 10kg voor de porters. De rest gaat op mijn eigen rug.
Morgen vroeg op, 05:30.
Woensdag, 29 september, met de bus naar Baglung
Vroeg op dus. Ontbijt in het hotel. Zoals afgesproken worden we door Thamserku met busjes opgehaald bij het hotel en naar hun kantoor gebracht. Hier ontmoeten we de rest van de Sherpa’s die met ons mee zullen reizen, de "Sidar" (hoofd sherpa), de "porter-king", de "kok" en een deel van de portergroep. Overladen met mensen en spullen vertrekken we met 2 bussen richting het westen. Kathmandu uit, de drukte van de stad achter ons laten. We gaat via Phokara naar Baglung.
Na een lange rit, die op de typisch Nepalese manier verloopt, bouwen we hier ons eerste kamp.
Met de keukenploeg wordt de eerste veld-maaltijd bereid. De sherpa’s zijn echt goede koks, en als dit zo blijft zullen we deze reis prima te eten hebben. Dankzij de kok-sherpa hebben we, in ieder geval de eerste dagen, nog tamelijk vers te eten ook. De porters sjouwen, naast ons licht-gewicht eten, allerlei vers spul met zich mee. Het gaat dus allemaal wat anders toe dan op alle andere reizen die we gemaakt hebben, maar ach, ’s Lands wijs, ’s Lands eer, en ’t bevalt verder prima allemaal.
’s Avonds begint het te stortregenen.
Donderdag, 30 september, op pad! Richting TatoPani
Het is 6 uur. We worden door de sherpa’s wakker gemaakt. Ze blijken al thee te hebben gemaakt. Mooie boel allemaal, maar wel lekker. We pakken alles snel in, hangen de rugzakken voor ’t eerst echt goed om, en vertrekken. Door Baglung, het laatste "stadje" dat we zullen zien voorlopig, via Deni, door het dal van de Myagdi Khola (Khola=rivier) richting Tatopani (Tato=water, Pani=heet, ofwel heet-water bron, maar de Sherpa’s noemen Thee ook TatoPani). Of we Tatopani vandaag halen is twijfelachtig. We neuzen eerst nog wat rond in Baglung, maar vooral de porters hebben onderweg nog zoveel afleiding in de vorm van Theehuisjes dat er niet veel schot in zit nog. Dit schijnt normaal te zijn tijdens de eerste dagen.
Hoe dan ook, een easy-going dagje banjeren langs de rivier dus. Op het eind van de dag blijken de porters erg ver achter te zijn. We besluiten met de sherpa’s om 1 uur voor Tatopani kamp te maken. Het regent als we op het speelveldje van de plaatselijke school afhangen en kamp maken. De spelende kinderen kijken verbaasd wat wij allemaal aan ‘t doen zijn. We zijn duidelijk een bezienswaardigheid.
Heel laat in de avond, nat en koud, komen de laatste porters binnen druppelen.
Ik heb de avond gebruikt om eens verder kennis te maken met onze Sidar (hoofd sherpa). Hij heet Dorjee Sherpa (ja een echte dus!) en is een leuke vent. Zijn Engels is goed genoeg om mee te kunnen kletsen, en zelfs grapjes mee te maken. Ik leer hem wat Nederlands, vertel over ons land, Hij noemt mij Mottiche Mansje (rond ventje) en maakt grappen, verteld over zijn familie en probeert mij wat Nepalees te leren.
Vrijdag, 1 oktober, overvallen door slecht weer, "de dag van Johan"
We ontbijten weer, luxe als altijd, en vertrekken richting Tatopani. Het is lekker weer vandaag, warm eigenlijk en ik loop wel lekker. Zoniet mijn tentmaatje Johan, die tegen de lunch al flink last begint te krijgen van de warmte. We eten op het plaatsje van een huisje dat we op de route tegen komen.
’s Middags, aan het eind van de dag, begint het eerste echte klimmen van deze reis. Van 1100 tot tegen de 1500 meter. Halverwege zakt Johan nog verder in elkaar. Vocht en zoutgebrek.
Alsof het nog niet lastig genoeg was breekt aan het einde van de dag niet alleen de duisternis aan, maar ook een zware regenbui los. Kennelijk is de moesson nog niet voorbij.
We koken in een leegstaand schooltje. Hier is het droog, en ondertussen regelt 1 van de Sherpa’s dat we zelfs ergens in een huisje kunnen slapen. Dat scheelt weer opbouwen van de tenten. Ondertussen verzamelen we wat zaklampen en gaat onze Sidar terug om de porters, en Johan, die met Monique En Stephen is achtergebleven op de berg, te gaan zoeken.
Zodra Johan binnenkomt schuiven we hem direct het huisje in. De medicijndoos wordt tevoorschijn getoverd en Monique en ik gaan uitzoeken wat voor lekkers er in zit om Johan weer een beetje op de been te krijgen. Hij is erg ziek, kotst alles wat we hem voeren direct weer uit. We voeren hem anti-braak middel en zouttabletten, maar toch hangt hij nog regelmatig uit het raam om de boel er weer uit te gooien.
De warme maaltijd smaakt ondanks alles goed (behalve bij Johan), en met wat schuiven vinden we allemaal een plekje voor onze slaapzakken.
Zaterdag, 2 oktober, via Takum naar Muna
De dag begint in ’t huisje waar we geslapen hebben met het weer bij elkaar zoeken van ieders spullen, en met het weer mobiel krijgen van onze grote Johan-vogel. We gaan in de weer met thee, ORS en andere zooi, waarvan het meeste er sneller uit komt dan het erin ging.
Het is weer stralend weer als we vertrekken. De spullen drogen allemaal lekker dus, en het loopt makkelijk. Met veel pauzes, met een laag tempo en veel drinkend trekken we voort, verder de berg op tot ongeveer 1700 meter. We lunchen bij een schooltje waar we zoals gebruikelijk, weer veel bekijks hebben van de kinderen. Johan is helemaal into de Fanta die we bij een klein winkeltje hebben kunnen kopen (waarschijnlijk de laatste keer dat dit kan overigens). Hij houdt ‘t er beter in dan ORS, er zit suiker en vocht in, dus vooruit maar.
We lopen verder redelijk soepel via Takum en komen rond halfvijf aan in Muna waar we onder grote belangstelling van de lokale bevolking kamperen op het veldje van de school. Hoogte inmiddels 2000 meter.
Zondag, 3 oktober, Johan is jarig, verder omhoog
Het regent als we vertrekken. We gaan vandaag serieus klimmen. Hoe dichter we bij de Jaljala komen, des te meer lopen we in de regen en de mist. Voorbij Lulang lunchen we in een huisje, en schuilen een beetje voor de regen. Daarna begint de klim pas echt. En de regen ook. Het is zwaar, maar gelukkig loop Johan weer goed. Om 5 uur komen we op de pass, op ongeveer 3430m. Het is frisjes, of zeg maar, koud. Opvallend zijn de vele bloedzuigers. De eerste bloederige toestanden zijn al gezien. Gelukkig komen de bloedzuigers bij mij niet verder dan mijn schoenen.
Op de top gekomen trekt de mist gelukkig weg, en hebben we mooi uitzicht op de Dhaulagiri en de Curren Himal.
Het is koud, het regent.
Monique vertelt tijdens het eten ongeveer alles wat ze weet over de Nepaleese geschiedenis. Een verhaal over Hindu’s Boedisten, BonPo. Over Sjamanen en Sjha’s, over koningen die elkaar bestrijden, en over de recente ontwikkelinen van een Pachanen systeem naar een echte democratie.
En Johan is jarig, dus er is taart. Onze sherpa kok heeft een heuse taart gebakken!
De nacht is koud, de slaapzak warm. Ik merk best dat we op 3400m zijn, het is toch even wennen dat er hier wat minder lucht in de lucht zit.
Maandag, 4 oktober, naar Dhorpatan
Regen, natte bende. Vandaag gaan we dalen. Het is een soepele dag, lekker naar beneden rollen. We lopen door een Rodondendron/sparrenbos. Soms stopt het de regenen even, en rond lunchtijd is het langere tijd droog. Verder gaat het vlak, richting Dhorpatan.
Onderweg doen we even een Boedistisch klooster aan. De Lama is d’r even vandoor met de sleutel, zodat we niet overal naar binnen kunnen. Wel mogen we even de Medische school zien. Hier probeert men traditionele geneeswijsheden te bewaren. In gebroken Engels, maar met een aanstekelijk enthousiasme vertelt de monnik over deze school.
Het laatste stuk naar Dhorpatan is een grote blubberbende.
Het valt op dat we in een Tibetaanse gemeenschap gekomen zijn. De klederdacht, het mongoloïde uiterlijk, en de huizen. Het is allemaal veel primitiever dan we aan de andere kant van de berg gezien hebben. Dit is echt een reis terug naar de middeleeuwen.
We slapen op 2700m, in Dhorpatan, morgen hebben we een zeer zware dag voor de boeg.
Dinsdag, 5 oktober, afscheid van Marja, naar Thankur, en de nacht van Martin
De dag begint met een tegenvaller. Marja neemt het moedige besluit dat ze, vanwege een ziekte, niet meer verder kan, en de bergen niet verder in gaat. Ze gaat, met 1 van de sherpa’s en een porter terug naar Kathmandu.
Met een lekker zonnetje in de rug verlaten we Dhorpatan, de berg op. Een klim tot 3985m. over de pass en daarna afdalen tot 3215. Halverwege begint het eerst zachtjes te regenen, en daarna hard. Wij komen rond vijf uur op Thankur (een bergweide met wat verlaten hutjes) aan. De dragers zijn veel langzamer, en tegen de tijd dat het al pikdonker is is het grootste deel van de groep nog steeds ergens op de berg, in de regen en zonder zaklampen (maar met een deel van het eten en kampeermateriaal).
We geven weer wat zaklampen mee aan Dorjee en hij gaat de achterblijvers zoeken. Vanaf het kamp zien we hoe een lampje terug de berg op gaat, tot bijna bovenaan, en daarna komen de lampjes allemaal weer naar beneden.
Later bleek dat in Dhorpatan een groot deel van de porters besloten had niet meer verder te willen, en liever thuis Desai (Hindu feest) te willen vieren. Onze porter-king sherpa moest dus nog nieuwe porters regelen, liefst Boedistisch (want die doen niet mee aan Desai). Dit heeft allemaal tot ongeveer 11 uur ’s ochtends geduurd, en wij hadden dus een voorsprong van bijna 5 uur op de laatste porters. Geen wonden dat ze in ’t donker vast op de berg kwamen te zitten.
Ondertussen krijgt Martin nogal last van hoogteziekte. We gaan even met reddingsdekens in de weer, verwisselen zijn natte kleren voor droge en rollen ‘m in wat slaapzakken. Dit alles in afwachting van de brandstof om warme soep te kunnen maken, en op meer tenten…
De porters blijken het zwaar te hebben. Vier hebben er last van koorts, een heeft een wond aan zijn voet en 1 heeft een ontsteking aan zijn enkel.
Martin ligt vanavond bij Johan in ‘t tentje om hem warm te houden, en een oogje in ‘t zeil te kunnen houden. (hij sliep normaal altijd alleen), en ik heb een solo-tentje vandaag.
Woensdag, 6 oktober, afdalen naar Pelma
Voor vandaag staat een afdaling van ongeveer 500m, een klim van 500, en daarna een nog een afdaling van ongeveer 800m naar Pelma op het programma. Deels in de regen, over modderig terrein gaat de tocht. Een tamelijk dicht bos, Rododendrons, Eiken, Sparren. Door de regen en de mist zien we weinig van het uitzicht en de omgeving.
Gelukkig is Martin weer goed hersteld. We trekken deze paar dagen met een groep Amerikanen mee. Die gaan ongeveer dezelfde kant op. De Sidar wil graag dat we met een grote groep trekken door dit gebied. Er zitten Maoistische bandieten die nogal eens een groep toeristen willen overvallen, en met een grotere groep maak je toch meer indruk.
We kamperen bij Pelma, een Magars dorpje op het veldje van een in aanbouw zijnde school. Onze sherpa kook koopt bij de plaatselijke bevolking 3 kippen zodat we vanavond weer eens echt vlees te eten hebben.
Donderdag, 7 oktober, van Pelma naar Dhule, en een kwitantie van een bandiet
De dag begint met een bezoekje van twee Maoistische bandieten. Ze komen, gewapend met twee oude- of zelfgemaakte geweren, en met een radiootje ons kamp bezoeken. Monique mag met haar beste Nepalees het verhaal aanhoren en betaalt 2000 Rp (ongeveer 60 gulden) om ons allemaal lid te maken van de Tibetaals Maoistische partij. We krijgen zelfs een kwitantie want, zo vertellen de overigens zeer vriendelijke bandieten, als we dan een collega van hun tegen komen, kunnen we aantonen dat we al betaald hebben. Verder kletsen we wat met ze, en daarna vertrekken de bandieten weer.
Vandaag gaan we eerst een paar honderd meter dalen, naar de rivier, waar een mooie brug is, en daarna gaat het weer omhoog tot ongeveer 3300 meter, naar Dhule. Het is ‘s morgens even stralend weer,m aar tegen lunchtijd breekt de vertrouwde regen weer los. Een deel van de tocht gaat verder dwars door een rivier tegen de berg op, met zeer veel modder. We zien er allemaal niet uit.
Dhule is een verlaten dorpje. In dit deel van ‘t jaar zijn de bewoners elders. Alles zit stevig op slot, op een paar hutjes na. Er is amper plek om de tenten op te zetten. We koken en eten binnen, in een van de verlaten hutjes. We hebben ‘s avonds wel mooi uitzicht op de bergen. De nacht is koud en nat. op 3300 meter, en ik slaap slecht.
Vrijdag, 8 oktober, een lange dag, de dag van John?
Vandaag een lange dag voor de boeg, van Dhule, over een pass op 4370m. Het eerste stuk gaat langs de Seng Khola en daarna dus de hoge pass. Het was zwaar, en ik kruip maar langzaam de berg op. Duidelijk te merken dat ik de afgelopen nacht niet zo goed geslapen heb. Ondanks dat we vanmorgen om 05:30 al vertrokken komen we laat, met donker, pas op de kampplek aan. Ik voel me vanavond absoluut niet lekker. In de koude nacht vriest het 8 graden binnen in de tent, en 15 graden onder nul buiten. We slapen op 3940 meter.
Zaterdag, 9 oktober, richting Tarakot
Het is mooi weer, maar nog erg koud. Mijn schoenen zijn stijf bevroren. De tocht begint met een klim naar een pass op 4523 meter. Zo slecht als ‘t gister ging, zo soepel loop ik vandaag de berg weer op. Na de pass komt er een afdaling naar Tarakot. De zon schijnt, en we lopen lekker. De regen hebben we nu achter ons gelaten, aan de andere kant van de berg. We lopen nu in de regenschaduw van de moesson, dus ‘t wordt droger. Tijdens de afdaling zien we tussen de bergen door in de verte in de bocht van de river Dunai liggen. Hier komen we over ongeveer 10 dagen aan.
In Tarakot hebben we een rust/wasdag gepland. Tarakot is de hoofdstad van een oud koninkrijkje. Een rijke stad geweest vroeger, en dat kun je goed zien. We kamperen bij een klooster. Onderweg zien we veel gieren.
Zondag, 10 oktober, een rustdag en langs de politiepost
Vandaag slapen we lekker uit. We zijn nu 10 dagen op pad, en ‘t is wel weer eens lekker om te wassen en de rommel wat op te ruimen. Met de sherpa’s nemen we de voedselvoorraden door.We hebben niet veel gedaan verder. In de middag lopen we naar beneden, naar de politiepost van Tarakot. Hier moeten we wat dingen met de permits regelen. Voor de porters is het payday vandaag, zodat ze in Tarakot ook zelf nieuw eten kunnen kopen.
Maandag, 11 oktober, naar de Tarap valei
We lopen vandaag door het plaatsje Tarakot. We gaan nu echt het Dolpa gebied binnen, door de Tarap vallei. Het is een makkelijk half dagje. We stoppen bij een een Gompa (tempel). Een van de bewoners zoekt de Lama voor ons op. Hij heeft de sleutel en we mogen binnen kijken. Deze Gompa is nog gewoon in gebruik, het is donker maar zeer indrukwekkend. De schilderingen, de beelden van puur goud. Het is haast niet voor te stellen dat hier geen toerisme en een kassa is, maar dat het nog gewoon in gebruik is en men niet is ingesteld op bezoekers.
Dinsdag, 12 oktober, langs de rivier omhoog
We staan om half zes op, en vertrekken. We lopen verder door de vallei lans de Tarap rivier. Het is een kloof waar nog maar sinds kort dat hier een pad loopt. Het is aangelegd met steun van de SNV organisatie en een goed begaanbaar pad. Een beetje klimmen en dalen, en het loopt soepel weg.
Onderweg blijkt dat Liesbeth een beetje ziek aan ’t worden is, en ze loopt ook nog met haar hoofd tegen een rots waardoor ze een beetje duizelig is. We herverdelen haar bagage.
We kamperen onder Lahini.
Woensdag, 13 oktober, naar Dho Tarap
Vandaag trekken we weer verder langs de rivier door de Tarap kloof. We lopen vandaag naar Dho, een plaats op de Dho Tarap hoogvlakte. De tocht loopt langzaam omhog, en het is goed te doen, lekker weer en een erg mooi gebied. Je kunt merken dat we boven de boomgrens zijn gekomen. De wind waait hard door de kloof. Elke stap doet stof opwaaien dat voor ons uit de vallei in waait. Gelukkig hebben we de wind in de rug zodat het stof en zand voor ons uit waait en niet in de ogen.
We komen onderweg diversie Mani-muren tegen, stapels stenen met gebeden en spreuken erop.
Dho is een typisch Tibetaanse samenleving. Je ziet het aan alles, de huizen de mensen, de kleding.
Rond Dho zien we veel gieren. Indrukwekkende beesten die hoog in de lucht rondjes cirkelen en af en toe erg laag komen om een kijkje te nemen.
Ook in Dho, nieuwsgierige kinderen als overal, met grote snottebriebels.
We slapen vandaag op 4040m. hoogte.
Donderdag, 14 oktober, De Lama van Tok Kyu en Yakboterthee
Vandaag is een geplande rustdag. We gebruiken de dag om wat op de Dho hoogvlakte rond te kijken. Eerst lopen we verder Noordoost, richting Tok Kyu. Dit is een BonPo gemeenschap. BonPo is een soort voorloper van het Boedisme. De mensen hier leven echt nog in de pre-historie. Alles is zo primitief. Erg mooi allemaal.
We mogen hier het huis van de Lama bezoeken. Op de onderste verdieping houdt hij zijn vee. Op de bovenste verdieping woont hij. Een kleine kookplaats, dan een kamertje en daarachter een ruimte waar hij zijn heilige documenten heeft. Een trommeltje, een stoel voor de Dalai Lama (die nooit komt, maar hij heeft wel een stoel voor ‘t geval dat).
Daarna bekijken we nog diverse Gompa’s en rond lunchtijd komen we bij de Crystal Mountain school. Deze school wordt door ongeveer 115 kinderen uit de omgeving bezocht. Er zijn 5 zeer enthousiaste leraren. De kinderen zitten het hele seizoen op school en wonen dan in bij families in Dho. Het valt op dat er duidelijk meer jongens dan meisjes op de school zitten, zeker in de hogere klassen. Het onderwijs is het Tibetaans, en daarom pas sinds kort een overheidsschool. De school krijgt nog veel steun uit het buitenland. Om dit project te steunen gaan wij ook met de pet rond en doneren 7600 Rp, en dat is ongeveer genoeg om de dragers voor het komende jaar te betalen die nodig zijn om het eten en de lesmiddelen uit Dunai naar de school te brengen.
Nadat we de school verlaten gaan we richting west. Onderweg worden we nog uitgenodigd bij de lokale medicijnman. Hij bereidt echte Tibetaanse Yakboter thee (gekarnde Yakboter met Chineese thee). Een hele ervaring, in zijn donkere huisje, rokerig omdat hij binnen zijn vuurtje stookt. De thee is niet bepaald mijn smaak, maar de traditie is om 3 maal bij te schenken. En ach, je morst eens wat over de schoenen, dan achter je rug ergens laat je ’t wegstromen, en ‘t laatste kopje dronk ik wel helemaal op, en met een mond voor ranzige thee klim ik langs de ladder zijn huisje weer uit en als er niemand kijkt spuug ik de smerige thee weer uit. Een hele ervaring, maar not my taste.
We hebben de Medicijnman en zijn familie op de foto gezet, en via Monique en de leraren van de Crystal mountain school zullen we een afdrukje sturen.
Na de theepauze nog twee uurtjes lopen en we kamperen aan de voet van de Numbla Bhajyan (met een pass op 5190m. waar we morgen overheen moeten. We gaan vroeg slapen (want ‘t is bar koud) en we moeten morgen vroeg op. We willen morgen om 5 uur vertrekken.
Vrijdag, 15 oktober, over de Numla Bhanjyan
Om 5 uur op. Voor vandaag de 5100m. hoge pass over de Numla Bhanjyan. In de kou, in het donker en bar vroeg begint de steile klim omhoog. Eerst over steen, en later door de sneeuw. We zijn vroeg, dus de sneeuw is nog hard en we zakken er nog niet in weg. Het is zwaar, maar ik kom toch redelijk boven.
Bovenop hangen we kleurige vlaggetjes.
Dan de afdaling. Dat gaat nog, tot we ergens bij een rivier in het zonnetje rusten. Moe val ik in slaap en word wakker met een stevige hoofdpijn. Hoogteziekte? Te droog? Slapen in de zon? Hoe dan ook, als ‘t laatste wagonnetje van de trein strompel ik naar het kamp. Voor de zekerheid maar met wat Diamox in de weer en gaan slapen. Ik ben moe.
We slapen op 4450 meter hoogte.
Zaterdag, 16 oktober, over de Baga-La, naar Roman, Stephen is jarig
Vandaag weer vroeg op. Ik voel me weer een stuk beter. De pass Baga-La staat vandaag op ’t programma. Weer een 5100+ pass. Het grootste deel van de tocht omhoog gaat door de sneeuw. We zijn weer vroeg, dus zakken niet direct tot ons middel in de sneeuw, alhoewel we af en toe toch lekker in de sneeuw zakken. Het is erg mooi! Ik loop vandaag lekker soepel omhoog (gelukkig).
Op de pass hangen we, zoals dat hoort, weer een mooie slinger met vlaggetjes.
Een groot deel van de afdaling gaat ook door de sneeuw, en daarna langs een riviertje. We kamperen bij Roman, een verlaten winterdorp. Het was een lekkere dag.
Een van de porters is al een tijdje ernstig ziek, en we denken dat hij longontsteking heeft. Hij loopt ook al een tijdje zonder bepakking. We gaan hem antibiotica geven. Dat helpt goed, nu alleen nog maar hopen dat hij verder gaat met de kuur als wij niet meer op hem passen.
Vandaag is ook Stephen nog jarig, en zoals we inmiddels gewend zijn, bakt de Sherpa kok weer een taart.
Zondag, 17 oktober, naar Ringmo Gumba
Vandaag staan we pas om 7 uur op. Een korte halve dag naar Ringmo Gumba staat op het programma. Het is mooi weer. Onderweg komen we een paar Nederlanders tegen met een brief voor Monique. Een van de SNP medewerkers blijkt een paar dagen geleden te zijn overleden. Hoogteziekte waarschijnlijk, terwijl ze met haar vriend in een tentje lag ergens. Ze was al jaren in dit gebied, en dan toch nog.
De bergen zijn mooi, maar ook hard.
We komen bij Ringmo, aan het Phoksundo Lake. We zullen hier twee nachten blijven.
’s Avonds bezoeken we een BonPo Monestry waar we aanwezig zijn bij een ceremonie. Later zullen we leren dat dit ter ere van de kleine diertjes is die de komende winter dood zullen gaan. We zitten in een donkere Gompa, met een aantal BonPo lama’s. Het hele circus is in vol bedrijf, mummele mummel mummele, en het gaat maar door, met af en toe wat getoeter en getrommel. Het komt allemaal erg chaotisch over, mensen lopen in- en uit, en een vrouw komt ons Cheng brengen (Tibetaans bier) brengen, dat we uit onze handen drinken. Het smaakt erg goed! Na een uur is het theepauze, en wij grijpen de kans de Gompa te verlaten.
Ondertussen hebben de Sherpa’s in het dorp een geit gekocht en tot een warme maaltijd verbouwd. Erg lekkere geitenbout dus vanavond!.
Maandag, 18 oktober, "rustdag" in Ringmo, en Pum is jarig
Vandaag dus de "rustdag" in Ringmo, aan het Phoksundo Meer. ’s Morgens hebben we niet veel gedaan. Johan,. Mijn tentmaatje, is tamelijk ziek. Alie en Berthram ook. Het lijkt erop alsof deze rustdag door een aantal mensen wordt aangegrepen om eens lekker ziek te zijn.
De middag hebben we gebruikt om met een aantal mensen rond het meer te lopen, en in Ringmo te kijken. Vanavond is er alweer taart, want Pum is jarig.
Dinsdag, 19 oktober, Tapriza school, langs de rivier en naar Sepka.
Vandaag een lange tocht van Ringmo naar Sepka. Voornamelijk omlaag, langs de rivier. Sepka ligt op 2700m, en Ringmo waar we nu zijn op 3600. Onderweg komen we langs het headquarters van Shey Phoksundo National Park. Hier ontmoeten we Chatherine Inman. Een Amerikaanse die werkt voor de non-profit organisatie "Friends of Dolpa".
Daarna trekken we verder. Onderweg komen we de Tapriza Culture School tegen, een BonPo school voor kinderen uit Phoksundo. De hoofdmeester, en Lama, laat trots de school zien. Er wordt, net als op de Crystal Mountain school van Dho, les gegeven in het Tibetaans, en een beetje in het Engels en Nepalees. Net als in Dho gaan we hier met de pet rond, en geven de Lama $50.
Ook helpen we de Lama nog om een condoleancebrief te schijven voor de ouders van Marjan, het SNP meisje dat overleden was.
Daarna nog een flinke wandeling, maar omlaag, dus makkelijk. Evengoed komen we pas ’s avonds laat, in het donker, bij Sepka aan. Het regent weer.
Woensdag, 20 oktober, laatste stukje, naar "The Blue Sheep" in Dunai
’s Morgens is het gelukkig weer droog. Vandaag lopen we een kort stukje naar Dunai, waar we kamperen bij "The Blue Sheep", een heuse camping waarover de wildste fantasieeen de ronde doen. Er zijn zelfs mensen die beweren dat er chocolade is, of zelfs Coca Cola.
Dunai is de provincie hoofdstad. Vandaag is ook het einde van de Desai, een Hindoe feestperiode. Alle mensen hebben zich voor de gelegenheid in nieuwe kleding gestoken. Het ziet er allemaal netjes uit. Op straat zijn veel mensen aan het gokken, dobbelen enz.
Uiteindelijk komen we bij "The Blue Sheep", ene het mag dan wel een camping zijn, maar daar heb je het ook wel mee gehad. Ene, natuurlijk is er geen Chocolade of Cola. Maar we kunnen overdekt koken en eten, en zo wennen we weer langzaam aan de luxe van een huisje om je heen.
Donderdag, 21 oktober, op naar het vliegveld, Jumbla
We breken kamp op in Dunai en lopen in de ochtend een kort stukje naar Jumbla. Een goed pad, lekker weer. Op een veldje onder het vliegveld maken we kamp. Nu is het wachten begonnen. Morgen komt het vliegtuigje ons hier ophalen, we zijn dus ruim op tijd.
We ontmoetten gister Ben en Zitta, twee Nederlanders. Ben is ziek, heeft ernstige longontsteking en allerlei andere enge dingen. Ze reizen via Himalaya Trekkings, maar zijn nu een beetje gestrand en op zoek naar een manier om naar een ziekenhuis in Kathmandu te komen. Ik leen ze $150 om een plek in het vliegtuigje te kopen dat zondag naar Nepalance zal vliegen. Vanaf dat punt kunnen ze waarschijnlijk wel naar Kathmandu komen, over de weg via India over via een lijnvlucht.
’s Avonds is het pay-day voor de Sherpa’s en porters, en een feest. Erg gezellig!
Vrijdag, 22 oktober, Vliegen via Phokara naar Kathmandu
Om 3 uur in de ochtend zijn de porters al vertrokken. Zij lopen in 5of 6 dagen naar de weg, en nemen vanaf daar de bus en dan terug. Wij draaien ons nog een keer om dan, en om 5 uur kruipen ook wij uit de tentjes en breken voor de laatste keer het kamp op en slepen alles naar het gebouwtje van het vliegveld. De spullen worden gewogen en er is veel gedoe rond overgewicht. Uiteindelijk kunnen alleen Dorjee en de kook-sherpa met het vliegtuig mee, en moeten Dawa en Doerbie lopen. Ook kunnen Ben en Zitta niet mee, dus die nemen inderdaad vlucht van zondag via Nepalance.
Het wegen van de spullen is een vreemde vertoning. Alle bagage wordt tot op de ons gewogen, en de personen worden daarna gewoon voor 75kg voor een man, en 60kgoor een vrouw erbij geteld.
De security-check is nog zo’n vertoning. We mogen geen messen, batterijen, enzovoorts in de cabine van het vliegtuig. Alle tassen moeten helemaal open, zo is het besluit van de over-ijverige politieman. Na 2 tassen met klamme kleding en riekende slaapzakken is hij de stank en rommel echter wel zat, en mag iedereen verder gewoon doorlopen.
Sidar Dorjee en onze kook-sherpa vliegen met ons mee. Dat wil zeggen, tot Phokara. Daar hebben we een tankstop, en verlaten de twee sherpa’s het vliegtuig. Ze reizen verder met de goedkopere bus, en maken plaats voor een aantal beter betalende passagiers.
De vlucht is verder erg soepel, het uitzicht geweldig.
In Kathmandu worden we weer netjes opgehaald door iemand van Thamserku trekkings die ons snel door de controles helpt en met een busje naar ons hotel Tilichio brengt.
Om twaalf uur checken we weer in bij ons hotel, Johan en ik hebben weer kamer 414 op de bovenste verdieping. We kunnen douchen, ene, ik geloof dat het ook wel weer eens nodig is.
De middag gebruiken we om wat rond te lopen in Kathmandu, een schoon shirtje te kopen en ons de Coca Cola en hamburgers met patat. We zijn weer terug in de beschaving….
’s Avonds gaan we met de groep uit eten in een lekker restaurant.
Zaterdag, 23 oktober, Kathmandu "down town"
Om 10 uur word ik door het kamermeisje de kamer uit gejaagd en ik gebruik de dag om wat rond te slenteren in Kathmandu, boekwinkels te bekijken, wat te shoppen enzovoorts. Zelfs in een soort internet-office een e-mailtje naar huis kunnen sturen.
’s Avonds zijn we met de hele groep, en met Dorjee, naar de film "Caravans of the Himalaya" van Eric Valli geweest. Dit speelt precies in het gebied waar wij geweest zijn. Een mooie film, ene, leuk om eens in een Nepaleese bioscoop te zitten. Ondertussen in Berthram nogal ziek aan het zijn.
Zondag 24 oktober, naar Patan en eten bij Monique
Vandaag gaan we naar Patan, een autoloze wijk, bezoeken het Patan Darbar museum.
Ondertussen is ook de bagage van Martin weer boven water gekomen.
’s Avonds gaan we met z’n alle eten bij Monique thuis.
Maandag 25 oktober, Vliegen naar New Delhi
Vandaag vliegen Johan, Alie, Stephen, Louise en ik terug. We nemen afscheid in het hotel. De rest blijft –al dan niet gedwongen omdat de vlucht vol zit- nog wat langer in Kathmandu. We gaan naar het vliegveld met een busje van Thamserku, en daar begint het wachten in de lange rijen, het gedoe met bonnetjes, en tickets. Nog nooit zo’n chaotische mierenhoop van mensen.
De vlucht naar New Delhi is een bijpassend avontuur. Daarna belanden we met z’n vijven weer in de transitruimte. Het inmiddels gebruikelijke gedoe met bagage en security checks.
Verder vooral wachten, maar gelukkig niet zo lang als op de heenreis.
Dinsdag 26 oktober, We zijn weer thuis.
’s Morgen om half zeven landt het vliegtuig op Schiphol. We zijn weer in Nederland. Met de trein ga ik naar Hilversum. Het is hier inmiddels flink herfst geworden. Toen ik vertrok was Nederland nog groen.
Het zal nog lang duren voordat ik weer helemaal gewend ben aan het gewone leventje……
Een mooie reis!
Een hele mooie reis.