Oorsprong van de familienaam

knipsel2

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:
• "De Nederlandse woordenschat is altijd rijk geweest aan benamingen voor stilstaand water. Woorden met ruime verspreiding als soortnaam en/of in toponiemen zijn meer, ven, vijver, laak, poel, plas en put. De exacte betekenis van al deze woorden varieert in tijd en ruimte. Netzomin als in de huidige standaardtaal bijvoorbeeld meer, ven, poel en plas in alle omstandigheden door elkaar vervangbaar zijn, duidden deze woorden in de vroegere volkstaal exact hetzelfde aan. Waarin hun betekenissen zich van elkaar onderscheidden, m.a.w. welke eigenschap van het benoemde in elk van die woorden voorop stond, blijft veelal onduidelijk, en het zou een aparte historisch-semantische studie vergen om deze kwestie te klaren. In de toponymie blijkt hetzelfde bestanddeel soms binnen dezelfde regio betrekking te hebben op plassen van verschillende uitgestrektheid, diepte, hoedanigheid en bestemming. (...) Poel, met als zustervormen Engels pool en Duits Pfuhl, heeft dezelfde oorsprong als Latijn palus en Grieks pilos 'moeras'. Wegens de onverschoven p aan het woordbegin - klankwettig had die in de Germaanse talen tot b moeten evolueren - wordt poel beschouwd als een relict uit een voorgermaanse substraattaal, die Gysseling-1975 (p 2-3) 'Belgisch' noemt. Poel-toponiemen verwijzen dikwijls naar erg moerassige waterplassen, vaak midden in woest, zompig terrein ver van de bewoningskernen. Of nu alle mensen met de namen Poel(s), Van (de) Poel(e) (ook Van Poulle, Vanterpool, Van der Puijl), Poelman(s) (met onder meer de varianten Pul-, Pol- en Poolman(s)), Poelsma en Poelstra hun stamvader moeten gaan zoeken in zulke afgelegen wildernissen, is verre van zeker, want poel wordt in historische bronnen ook courant gebruikt voor stilstaand water in het algemeen. Een 16e-eeuws glossarium (het Glossarium Harlemense, aangehaald in het MNW, V, p 505) spreekt bijvoorbeeld van "eenen poel oft stilstaende water" [Devos-2001, p 37, 39].
• Vroonhoeve De Poel te Breukelen (ca. 1000): heren van de Poel, bijvoorbeeld Gijsbrecht van den Poel, ca. 1255 [A.A. Manten, 'Breukelen en omgeving van 1000 tot 2000', in: Tijdschrift Historische Kring Breukelen 14 (1999), nr 4, p 154; vgl. Henk J. van Es, 'De Poel en Het State Wapen te Breukelen', ibid. 16 (2001), nr 5, p 216-228].
• Lise van de Poel, d.w.z. de Poelhof te Eersel, cijnsboek 1340-51. Poel < lat. pullis = hoen: poelhof i.v.m. de hoendercijns die de hertog oplegde aan plaatsen die een marktfunctie hadden en onder zijn bewind de titel vrijheid hadden gekregen [D. Vangheluwe, 'De poelhoven in Eersel', in: De Rosdoek. Heemkundige studiekring De Acht Zaligheden (2000), nr 96, p 7-12].
• Clever van de Poel, in 1361 ambachtsheer van West-Barendrecht [J.W. Regt, Geschied- en aardrijkskundige beschrijving van den Zwijndrechtschen Waard, den Riederwaard en het Land van Putten over de Maas, Zwijndrecht 1848 (herdruk Wageningen 1966), p 175].
• Steven Peters van den Poel kind. Steven was een hoevenaar op de Craenmeer, een boerderij in de heerdgang Esbeek [L.F.W. Adriaenssen, 'Hilvarenbeekse uitvaarten in het kerstjaar 1562-1563', in: dBL 44 (1995), p 84].
• Komt voort uit drie zonen van Jan van der Poel, te Heesch, die zich ca. 1700 te Wilsveen vestigen [Th. van der Poel, Van der Poel, een oud Rijnlands geslacht, Hillegom 1973; vgl. Med. CBG 28 (1974), nr 1, p 4].
• Goed te Monster [C. Hoek, 'Nachtegael', in: OV (1981), p 350].
• [Th. van der Poel, Die Woeste Poel, genealogie Van der Poel en Swuesten, Hillegom 1979].
• [A. Marynissen, 'Plaats- en persoonsnaamgeving in Bilzen', in: Naamkunde 29 (1997), p 212].

kenmerken: adresnaam specifieke componenten: van de / der varianten en/of samenstellingen: Poel, De Poel, Te Poel, Van Poel, Te Poele, Vd Poele, Poeleman, Poelemans, Poelen, Poelert, Poeles, Poell, Poëll, Vd Poelle, Poelma, Poelman, Poelmann, Poelmans, Poels, Poelsma, Poelstra, (Pouls), Vd Puijl, Vd Puil, Vandepoel. Mogelijke pol-, pool-, pul-varianten bij Van de(n)/der Pol, Pool en Pulles. Poel als eerste lid in samengestelde namen: Poelakker, Poelarends, (Van) Poelgeest, Poelhekke(n), (Klein) Poelhuis, Poelmeijer, Poeltuijn, (Van) Poelvoorde, Poelwijk. Poel als tweede lid: Aalpo(e)l, Abspoel, Blokpoel, Brepoels, Endepoel, Kattenpoel Oude Heerink, Kleipoel, Kraaijpoel, Kranenpoel, Leempoel, Meerpoel, Plekkepo(e)l, Polspoel (!), Rikmanspoel, Vispoel, Vlaspoel, (Van) Vogelpoel, Vossepoel, Waelpoel, Weezepoel, Zwaenepoel, Zwijnepoel.

aantal naamdragers bij de volkstelling van 1947 volgens het Nederlands Repertorium van Familienamen:

Groningen 35
Friesland 13
Drenthe 2
Overijssel 70
Gelderland 178
Utrecht 256
Amsterdam 197
Noord-Holland 319
Noord-Holland totaal 516
Den Haag 165
Rotterdam 440
Zuid-Holland 800
Zuid-Holland totaal 1405
Zeeland 65
Noord-Brabant 428
Limburg 67
totaal 3035

Achtergrondinformatie © 2000-2006 Leendert Brouwer, Meertens Instituut