Plechtbrief van Gerrit Jansse van der Poel

plechtbrief

Tijdens een recent bezoek dit jaar aan het Utrechts archief kreeg ik een interessant document onder ogen. Het ging om een z.g. plechtbrief. Een plechtbrief is een gerechtelijke erkenning van een geldschuld, en in dit geval ging het om een hypothecaire lening op een huis en stukken grond gelegen te Odijk.
Schuldeiser in deze was Catharina van Heusden, weduwe van Jan Frederik de Mamuchet van Houdringe en sinds 1725 eigenaresse van ridderhofstad en heerlijkheid Sterkenburg. De akte luidt als volgt:

 

"Plegtbrief ten lasten van Gerrit Janse van de Poel tot Odijk groot in capitael / 300 gl op een huijsinge met twee morgen boomgaaert aldaer geleegen in dato den 16 juny 1736
De staten van den Lande van Utrecht, doen kond allen luijden, dat voor onsen lieven en de getrouwen jonckheer Jacob van Utenhove, Heer van Bottesteyn, compareerende wegens de Heeren Edelen en de Ridderschappet onser vergaderinge Stadhouder van de respective leenen en de leenmannen nabenoemt, gecomen en de gecompareert is Gerrit Jansen van de Poel, en de bekende hij wel en de deugdelijk schuldigt sijn aan vrouwe Catharina van Heusden, weduwe wijlen den Heer Frederik de Mamuchet, Heer van Houdringen, een capitale somme van driehondert Caroly guldens a 20 stuijvers het stuk, spruijtende uijt sake van aangetelde penningen, bij den comparant geheel en al ontfangen en de ’t sijnen oorbaar geëmployeert, renuncieerende derhalven van d ’exceptie, dat geen geld geteld soude sijn, en de van alle andere uijtvluchten. Belovende van de voorschreve hoofdsomme te sullen betaelen een jaarlijckse renten van vier guldens tien stuijvers vant hondert, zoo nogtans, dat indien de renten telkens worden betaeld binnen drie maenden na ider verschijndagh, dat hij alsdan zal mogen volstaen met drie gulden tien stuijvers per cento, welke renten ingang genoomen hebben den negentiende may voorleden, en de geduren zullen tot de dadaelijcke restitutie, die van jaer tot jaer zal konnen en moeten geschieden, zonder korting van eenigen 10e penningh, en de vrij van d ’onkosten der cassatie deser, mits malcanderen drie maanden voor den verschijndagh waerschouwende zullende den comparant ook geene boomen mogen uijtroijen dan niet consent van de gemelde creditrice, welke hij bij desen authoriseert, omme in cas van wanbetalinge, der voorschreve renten, de boomvruchten elk jaer te mogen laten verkopen verbindende den comparant tot nakomingh van ’t geene voorschreve is in ’t generael sijn persoon en goederen en stellende bovendien tot een speciaal hypotheecq en de onderpand twee morgen lands met het huijs, hofsteede en de boomgaart, met allen haren toebehore, gelegen in den carspele van Odijck, daar zuijdwaards naast geland is, die meente geheten de Riet, oostwaarts de nacomelingen van Willem Harmansen, westwaards van Aalbert van Rhijn en de noordwaards de gemeene Bongaartsweg, sulks den voornoemde Gerrit Jansen van de Poel bij ons daermede den 10e april 1728 beleend is geworden versoekende den comparant in den inhouden deser te worden gecondemneert, en dat het gemelde hypotheecq voor het voorsz: capitael van driehondert guldes, mitsgaders renten en kosten worden verklaart te worden verbonden pandbaer en de executabel, ’t welk bij desen geschiet is, voor behoudens nogtans ons, en de een igelijk sijn goet recht. Hier waeren over en de aan daar dit geschiede de Notaris Mattheus Luls, Pieter Monck en Thadeus Francois Quint, onse mannen van Leen en de meer goede luijden genoegh in oorkonde deser besegelt met het zegel onses Leenhofs van Utrecht gegeven binnen de stad Utrecht, op den 16e dagh juny, in ’t jaer onses lieven Heeren en de eenigen salichmakers Jesu Christy xvii ses en dertig (1736)
Aldus bij mij ondergesz: Schout en Secretaris van Odijk dese plegtbrieft in de protocollen van den Geregte van Odijk geregistreert op den 13en october 17 sesendertigh
J. van Meulen"


bijschrift achterzijde plechtbrief:

"Uit de naam en de van wegens de weled(ele) gestr(enge) Heeren Mr. J.A. van Westrenen Heere van Sterkenborgh geëligeerde Raad en Fr. J. van Westrenen Heere van Themaet cannonicq ... als executeuren der boedele van wijlen de heer en vrouwe van Lauweregt heb ik ondergesz. bode ’s Hoofs Provinciaal van Utrecht op den 7e juny 1773 aan de wed. van Claas van de Poel als wed. en boedelhoudster en pessesfeur van ’t hypotheecq in deser gemelt op gesegt door haare soon Gerret van der Poel capitaal van 300 guldens hier inne vervat omme ’t selve capitaal met de verscheene renten van dien op te brengen en te voldoen op den 19 may 1774.
Ret xo A. Koos"

Bron: Archief Familie De Beaufort
Akte van hypotheek groot 300 gulden ten behoeve van Catharina van Heusden, weduwe van Jan Frederik de Mamuchet van Houdringe, ten laste van Gerrit Jansen van de Poel op een huis, hofstede en boomgaard te Odijk, 1736 juni 16
Datering: 1736 juni 16
Archiefnummer: 53
Inventarisnummer: 1328