Dossier Antarctica " De Ontdekking van Antarctica"


Aristoteles bedacht de naam Antarctica, maar wie heeft het zevende continent ontdekt? Was het James Cook die tussen 1773 en 1775 rond Antarctica voer? Hij heeft het continent zelf nooit gezien, maar wel ijsbergen met rotspuin die alleen op land ontstaan konden zijn. Of was het de Nederlander Dirk Gerritsz die in 1599 door pech afdreef naar het Zuiden en daar 'een heel hoog bergachtig land zag, vol sneeuw, als het land van Noorwegen'?

Ongeveer 350 jaar voor Christus bedenkt de Griekse wijsgeer Aristoteles dat de wereld een bol is met een koude noordpool, de Arktos, genoemd naar het sterrenbeeld Grote Beer. De logica gebiedt dat er aan de zuidkant ook zo'n pool ligt, Antarktos, de tegenbeer. Aristoteles gaat er op dat moment al van uit dat de zuidpool op een continent ligt.

Pas tijdens de Renaissance duiken de Zuidlanden opnieuw op. Het middeleeuwse christendom wil immers niet van wereldbollen weten; de aarde is plat. In 1515 schetst Leonardo da Vinci een wereldbol met een zuidpoolcontinent.

Waarnemingen
De eerste 'echte' waarneming van het Zuidland komt van de Fransman Bouvet. Hij is in 1739 op zoek naar een land in het zuiden waarover in Frankrijk al 200 jaar verhalen de ronde doen. Ene door stormen afgedreven Gonneville zou begin 16de eeuw zijn aangespoeld in een paradijs met blije mensen die nog nooit van werken hadden gehoord (Brazilië?). Bouvet ziet in 1739 land, maar vindt niet wat hij zoekt.

Mythe ontkracht
Alle dromen over een mythisch Zuidland worden de bodem ingeslagen door de Brit James Cook. Hij heeft met succes de kusten van Australië en Nieuw-Zeeland verkend en wordt er in 1772 op uitgestuurd het Zuidland te zoeken. Op 17 januari 1773 passeert hij als eerste de zuidpoolcirkel. Gedurende drie opeenvolgende zomerseizoenen volgt hij - zeilend op de Westenwinddrift - het pakijs oostwaarts, tot hij helemaal rond is. Daarmee toont hij aan dat er helemaal geen warm Zuidland bestaat. Na Cook volgt er een halve eeuw expeditiestilte.

In 1819 overwintert de Rus Thaddeus von Bellinghausen als eerste in het zuidpoolgebied. Hij raakt onvrijwillig vastgevroren in het ijs. Volgens de Russen ziet hij in januari 1820 als eerste de met ijs bedekte bergen van het vasteland. Zelf maakt hij daar echter geen melding van. Wel ontdekt hij in 1821 stukken land, maar ook die blijken later eilanden te zijn. Het jaar daarvoor heeft de Engelsman Bransfield het Antarctisch Schiereiland gezien, dat hij Grahamland doopt. De Amerikanen echter beweren dat ook Bransfield eilanden gezien heeft en dat hun landgenoot Palmer in november 1820 als eerste het continent heeft gezien. Zij noemen het Antarctisch Schiereiland daarom hardnekkig Palmerland.


Heroïsche fase
Rond 1900 vinden de eerste landingen op het vasteland plaats en dan barst de wedloop los om als eerste voor Koning en Vaderland de vlag op de pool te planten. Deze periode wordt gekenmerkt door barre voettochten en bizarre overwinteringen en heet wel de heroïsche fase. Men overwintert niet meer per ongeluk, maar opzettelijk, om een vroege start in het volgende voorjaar mogelijk te maken.
In 1901 gaan drie expedities op pad om te overwinteren, in een gecoördineerde actie met de Zweed Otto Nordenskjöld op het Antarctisch Schiereiland, de Duitser Erich von Drygalski ten zuiden van de Indische Oceaan, en de Brit Robert Falcon Scott in de Rosszee. Van deze drie krijgt Scott de meeste aandacht vanwege zijn (mislukte) poging te voet de zuidpool te bereiken, en vanwege zijn Britse nationaliteit. Samen met onder andere Shackleton bereikt hij op 30 december 1902 82???? zuiderbreedte, maar moet terugkeren vanwege gebrek aan voorraden en scheurbuik

Dramatische strijd
Het heroïsche tijdperk wordt natuurlijk beheerst door de pogingen van Shackleton, Amundsen en Scott om de zuidpool te bereiken. De dramatisch verlopen strijd tussen Amundsen en Scott spreekt nog steeds tot de verbeelding. Amundsen is in 1909 een noordpoolexpeditie aan het voorbereiden, maar wanneer Cook claimt die al bereikt te hebben en Peary daar in april 1909 zeker in geslaagd blijkt, is de lol van de noordpoolonderneming af. Als hij hoort dat Scott nogmaals wil proberen de zuidpool te veroveren, kiest Amundsen voor de zuidpool. Hij houdt zijn gewijzigde plan echter angstvallig geheim voor Scott, zijn financiers én zijn bemanning. Hij vaart zuidwaarts, zogenaamd om Zuid-Amerika te ronden en dan door de Beringstraat de Noordelijke IJszee binnen te varen.

De afloop is bekend. Amundsen wint de race. Hij bereikt de pool op 14 december 1911 en keert veilig huiswaarts. Een maand later, op 17 januari 1912, vindt Scott de Noorse vlag. Gedesillusioneerd keert hij terug en komt met vier metgezellen in extreem slecht weer jammerlijk om, vlakbij een voedseldepot dat ze niet kunnen bereiken.
De legendarische tocht van Shackleton met de Endurance (1914-1917) is de laatste in de heldenreeks. Hij wil van de Weddellzee via de zuidpool naar de Rosszee lopen. De Endurance vriest vast, wordt gekraakt en zinkt. Shackleton slaagt er met zijn bemanning in Elephant Island te bereiken en gaat hulp halen door in een kleine sloep de barre zuidelijke oceaan over te steken naar Zuid-Georgië. Daar trekt hij in een onmenselijke bergtocht van drie dagen over het eiland om bij de bewoonde wereld te komen. Shackletons tocht en de redding van zijn bemanning van Elephant Island is misschien wel het meest heroïsche verhaal uit de zuidpoolgeschiedenis, maar het markeert tevens het einde van deze periode.

Wie o wie?
Wie heeft er nu Antarctica ontdekt? Er gelden strikte spelregels voor ontdekkingen. Astronomen hanteren ruimere regels dan geografen. Een geograaf moet iets echt gezien hebben om een ontdekking te claimen. Een astronoom mag een planeet ontdekken zonder hem ooit gezien te hebben; afwijkend gedrag van naburige hemellichamen geldt als voldoende bewijs. Hetzelfde geldt voor onzichtbare manen rond een bekende planeet, en - in extremo - voor het Zwarte Gat in het centrum van ons melkwegstelsel, dat ons uiteindelijk zal opslorpen als in een enorme, onzichtbare kolk.
Volgens de normen van de astronomen - toch solide wetenschappers - moeten we Aristoteles en Cook een belangrijke rol toekennen bij de ontdekking van Antarctica. Het gaat te ver om Aristoteles aan te merken als de ontdekker van Antarctica, want zijn redenering dat de zuidpool op een continent zou liggen was nergens op gebaseerd. Wel kunnen we hem de uitvinder van de geografische zuidpool noemen. Cook heeft geconstateerd dat daar land is, want hij zag rotspuin op ijsbergen liggen en wist dat grote ijsmassa's alleen op land konden ontstaan. Daarmee is Cook onontkoombaar de ontdekker van het werelddeel Antarctica.
Maar wie heeft dan het echte vasteland ontdekt volgens de normen van de geografen? Daarover strijden Amerikanen en Britten. De Amerikanen merken Palmer aan als ontdekker, de Britten Bransfield. Maar beiden vallen achteraf door de mand, omdat sonarwaarnemingen hebben aangetoond dat de voet van het Antarctisch Schiereiland onder de ijskap ver beneden de zeespiegel ligt. Graham/Palmerland is dus een eilandengroep en maakt géén deel uit van het continent. Volgens de normen van geografen is dan waarschijnlijk Biscoe de ontdekker van het continent (Enderby Land) in 1831. 'Waarschijnlijk', want tussen Palmer en Biscoe zit tien jaar. In die tijd kunnen heel goed slecht gedocumenteerde reizen hebben plaatsgevonden met waarnemingen van het vasteland die de pers nooit gehaald hebben omdat Bransfield en Palmer die waarneming al geclaimd hadden. Achteraf gezien ten onrechte.
Het is trouwens ook nog mogelijk dat een Nederlander als eerste Antarctica heeft gezien. Volgens Wim Ligtendag van de Rijksuniversiteit Groningen was dit Dirck Gerritsz aan boord van de Blijde Boodschap (alias Het Vliegend Hart) in 1599. Gerritsz' avonturen worden verteld door Jacob Lemaire:
'Door alle contrarie Winden is apparent dat Dirk Gerritsz, die ghebrek aan sijn Boeg-Spriet en Fockemast hadde, soo verre Suytwaerts is ghedreven, namelick op vier en tsechich graden besuyden de Straet, op die hoochte wesende, sach int Suyden leggen heel hooch Berchachtich Landt, vol Sneeuw, als het Landt van Noorweghen, heel wit bedeckt en strecktede hem al of het nae de Eylanden van Salomon wilde loopen.'