De Chocolade als product.
De
belangrijkste landen waar plantages met cacaobomen staan
zijn: Brazilië, Ivoorkust, Ghana, Nigeria, Kameroen,
Ecuador, Maleisië en het Caraïbische gebied.
De rijpe vruchten worden geplukt en de zaden (de bonen) met
het vruchtvlees eruit gehaald. De bonen in het vruchtvlees worden
tussen bananenbladeren gelegd en door de broei valt het
vruchtvlees van de bonen af. 
De bonen worden in de zon te drogen gelegd, verzameld en
verpakt in zakken klaar voor verscheping naar de producerende
landen.
Het is geprobeerd om in de landen waar de bonen groeien ook de
chocoladeproductie op te zetten, maar dat is op een mislukking
uitgelopen.
Amsterdam is in Europa de belangrijkste aanvoerhaven van de
bonen. Cacaobonen is wereldwijd een marktgevoelig product, wat
wil zeggen, dat de markt de prijs bepaald. Dus net als bij koffie
en aardolie.
De bonen worden geleverd aan de chocoladefabrieken. De Nederlandse fabrieken waren uiterst belangrijk in de wereld van de chocolade, denk aan namen als Droste, Van Houten, Bensdorp, Grootes, Korff, Blooker, enz. Namen die praktisch allemaal verdwenen zijn, of alleen nog als handelsnaam bestaan. Een oorzaak daarvan is o.a. een mismanagement, waardoor men niet meegroeide met de technische ontwikkelingen en te lang met verouderde machines is blijven werken.
Veel
chocoladefabrieken kopen hun chocolade in vloeibare vorm,
getransporteerd door tankwagens, bij enkele groot-producenten in de
Benelux als Barry-Callebaut, Belcolade,
Nestlé
en nog enkele andere.
Maar dat even terzijde. Als de cacaobonen in de
chocoladefabrieken aankomen, moeten ze nog een reeks bewerkingen
ondergaan voordat het product chocolade is ontstaan.
Als
eerste worden de bonen verhit, waardoor de schil van de
boonkern verwijderd wordt. De verhitte bonen worden vervolgens
fijngemalen tot een cacaomassa, waar de cacaoboter uitgeperst
wordt. Cacaoboter is het dure bestanddeel, dat zeer gewild is
voor andere producten, als bijv. cosmetica. De resterende
cacaomassa is een bittere stinkende stof, die een verdere
behandeling ondergaat, waarbij zuren uit de massa gaan. De pasta
die tenslotte overblijft, de cacaomassa, wordt weer vermengd met
cacaoboter, suiker en voor melkchocolade met melkpoeder.
Witte chocolade is feitelijk geen chocolade, maar een mengsel
van cacaoboter, suiker en melkpoeder. Voor diegene, die allergisch
is voor chocolade, een goed bericht, want van "witte chocolade"
kan meestal zonder problemen genoten worden, omdat er geen cacaomassa
in is
verwerkt.
De chocoladefabrieken verkopen de chocolade aan de verwerkende
industrieën in vloeibare of vaste vorm. De vloeibare vorm
wordt in kwantiteiten vanaf 3 ton geleverd, dus dat is voor de
grotere industrieën. De kleinere, zoals bijvoorbeeld de
chocolatiers-patissiers kopen de chocolade in "broden van 5 kg.
Deze "broden" of blokken worden gesmolten en verwerkt (zie
daarvoor het
verwerken van chocolade )
Chocolade is een product dat goed bewaard kan worden, omdat er geen vocht in zit, hoewel een koele (16- 20° C is een prima temperatuur), vochtvrije plaats aan te raden is. Chocolade is ook zeer gevoelig voor geur, dus moet het zeker niet bij sterk geurende producten worden bewaard. Let wel op, bedoeld wordt ongevulde chocolade, want gevulde chocolade zoals bonbons bestaat vaak uit een zeer kwetsbare, bederfelijke vulling. Maar een echte liefhebber zal bonbons zeker niet oud laten worden.
Hoe
maken we iets van chocolade of hoe vormen we chocolade?
Als de chocolade getempereerd is (kristallisatie op gang gebracht, lees het verhaal over tempereren) dan kan deze eenvoudig gebruikt worden door er aardbeien of druiven in te dompelen. Je kunt hem ook uitstrijken op boterhammen papier en er figuren uit snijden of uit steken voor de chocolade helemaal opstijft, maar deze kan ook gebruikt worden om dessertcoupes mee te maken. Neem kleine plastic bekertjes en giet ze vol met chocolade. Giet de chocolade er weer uit en je zal zien dat er een laag chocolade in het bekertje achterblijft. Zet ze met de opening naar onder op boterhammen papier en plaats ze in de koelkast. Na een twintig tal minuten is de chocolade opgesteven maar ook een beetje gekrompen en kun je ze uit het plastic bekertje halen. Opvullen, met een tira misu, ijs of sorbet. Een toef slagroom geeft de perfecte afwerking en je hebt een heerlijk dessert.
Hoe kan het, dat chocoladefiguren hol zijn ?
Allereerst
heb je om een figuur, een St.Nicolaas,
een paashaas of een paasei, te maken een chocoladevorm nodig. Deze
werden
vroeger van metaal (blik) vervaardigd, maar tegenwoordig worden deze
van
hoogwaardige kunststoffen gemaakt.
Een vorm wordt geheel of gedeeltelijk met
vloeibare getempereerde chocolade gevuld. De vorm wordt rondgedraaid en
weer
leeggegoten. De chocolatier zorgt er echter voor, dat er voldoende aan
de wanden
van de vormen blijft hangen. De chocoladevorm wordt zolang bewogen, om
een goed
verdeelde chocolade te houden, tot deze niet meer vloeit. Kort daarvoor
is op
een vetvrij papier een laag chocolade gestreken, waar de vorm wordt
opgezet.
Vervolgens wordt de vorm in een koele ruimte gezet. Na ca. 30 minuten
is de
chocolade helemaal uitgehard, kan de overtollige chocolade (van het
vetvrije
papier voor de bodem) er afgebroken worden en kan de vorm open gemaakt
worden
(als het een dubbelvorm is) en de chocoladefiguur uit de vorm genomen
worden.
In een machinale productie wordt een
dubbelvorm met een precies bepaalde hoeveelheid vloeibare ( en
getempereerde)
chocolade gevuld. Na het sluiten van de vorm wordt deze op een
slingermachine
gezet, waar de vorm, al draaiende in alle richtingen, wordt gekoeld. De
chocolade verdeelt zich tijdens dit proces perfect over de binnenwand
van de
vorm. Na ca. 30 minuten kan de vorm geopend worden en de
chocoladefiguur gelost
worden.