|
Chemici synthetiseren nieuw leven Henk Klomp Het centrale dogma van
Crick en Watson staat ter discussie. Met synthetische chemie kan de
perfectionering van het leven beginnen. “En nu maar afwachten of
het beestje het beter doet,” aldus de jonge prof Lei Wang van het private
Salk Instituut voor Biologische Studies in San Diego. “Hij heeft eiwitten die
tot nu toe geen bacterie, dier of plant op aarde heeft gehad, buitenaardse
eiwitten zou je kunnen zeggen. Eigenlijk starten we dus een nieuwe evolutie
in het klein.” Het beestje waar Wang
het over heeft, is de colibacterie, een van de vele darmbacteriën van de
mens. Terwijl eiwitten van planten en dieren uit twintig verschillende
bouwstenen – de aminozuren – bestaan, heeft de nieuwe colibacterie er
eenentwintig. Wang schonk het diertje het extra aminozuur, p-aminofenyl
alanine, ook wel paf genoemd, plus de erfelijke machinerie het aan
te maken. “De interessante vraag is nu natuurlijk of dit diertje ergens beter
in is dan het andere leven op aarde,” vertelt Wang. Misschien is het
proefrevolutietje niet meer dan een niemendalletje in het lab, maar Wang
heeft met zijn pafbacterie toch een grens overschreden. De diertjes hebben
immers levensvreemde genen en eiwitten, genen en eiwitten die nooit zijn
voorgekomen op aarde. Het is een stukje kunstmatig gemaakt nieuw leven. RevolutieDe chemische revolutie,
in feite ingezet door synthetisch chemici maar getooid met de naam:
‘synthetische biologie’, begon een paar jaar geleden in de Verenigde Staten.
De onderzoeksgroep van Peter Schultz – ‘als ik gok, dan zet ik altijd hoog
in’ - , van het private Scripps Research Lab in Florida slaagde er toen in
nieuwe eiwitten te maken waarin een levensvreemd aminozuur voorkomt – O-methyl-tyrosine
-. “In levende wezens komen maar twintig aminozuren voor,” verduidelijkt
Wang, “Maar op aarde en in meteorieten zijn meer dan honderd aminozuren
gevonden. Op zich biedt de genetische code ook de ruimte om voor deze
aminozuren te coderen: de drietallen genetische letters kunnen namelijk 64
combinaties aan. Toch gebruiken de eerste cellen al sinds de oersoep maar 20
aminozuren. Ons diertje kan een antwoord geven waarom dat zo is.” Schulz’ doel was een
nieuwe kast in de organische chemie open te trekken, of beter: de genetische
diversiteit op een radicale manier te vergroten. Of liever: nog verder te
vergroten, want van de 20 natuurlijke aminozuren zijn in principe al meer
eiwitten te bouwen dan er deeltjes in het heelal zijn. Maar sommige levensvreemde
aminozuren hebben gewenste chemische eigenschappen: ze fluoresceren licht,
zijn fotoreactief of kunnen elektronen opnemen of afgeven. Sommige aminozuren
hebben chemisch interessante zijketens, zoals bijvoorbeeld ketonen. Het loont
dus de moeite deze als bestanddelen in eiwitten op te nemen. Het lek in de genetische codeSchultz gebruikte
daarvoor een lek in de genetische code. De genetische code kent drie codons
die niet leiden tot de aanbouw van aminozuren in een eiwit, de stopcodons.
Schultz en Wang maakten zogeheten transfer RNA dat zich hecht aan een
stopcodon, bijv. UAG, en zich door een enzym – aa-tRNA synthetase - laat
‘opladen’ met een levensvreemd aminozuur. Transfer RNA is een molecuul dat
een aminozuur aanlevert aan het ribosoom, het fabriekje in de cel dat
eiwitten synthetiseert. Met het nieuwe transfer RNA bouwde het ribosoom
voortaan op de plaats van het stopcodon een levensvreemd aminozuur in een
eiwit in. Centraal dogma op zijn gatMaar met Schultz’
onnatuurlijke eiwitten lag het ‘centrale dogma’ van de biochemie wel
plotseling op zijn gat. Dat dogma geeft de
regels waar een organisme aan zou moeten voldoen, om levend te mogen
heten. Namelijk: er zijn vier basen die in drietallen coderen voor twintig
aminozuren. |
Behalve dat het
pafbacterie voortleefde met meer dan 20 aminozuren, bleek ook de
drieletterigheid van de code geen heilig huisje. Ook vier- en vijflettercodes
bleken bruikbaar. De chemische revolutie
verbreedde en versnelde zich verder, net zoals de bestorming van de Bastille
uiteindelijk heel Europa meezoog in een oorlog. Farmacologen van Harvard
Medical School in Nashville kwamen tot de conclusie dat het zelfs mogelijk is
de erfelijke code compleet te herschrijven: ze leerden willekeurig te kiezen
welke codons tot de inbouw van welke (vreemde) aminozuren moesten leiden. Daarvoor namen ze het
ribosoom apart en lieten ze synthetische moleculen de aminozuren aandragen.
‘Het kernapparaat,’ stelde Tony Forster in Proceedings of the National
Academy of Science, ‘synthetiseert al wat hem wordt opgedragen. De
erfelijke code zit niet ingebakken in het ribosoom, maar wordt afgedwongen
door eiwitten in de cel.’ Met een geïsoleerd ribosoom kon Forster voortaan elk gewenst peptide maken van natuurlijke en onnatuurlijke aminozuren. Zijn peptidomimetische machines worden nu gebruikt om nieuwe medische peptiden te ontwerpen. In 2005 rapporteerden medici van Howard Hughes bijvoorbeeld de vondst van een kunstmatig peptide, SAHB, dat in kankercellen het programma van celdoding op gang kan brengen. Een nieuw alfabetMaar als er zo
makkelijk met de volgorde van de genetische letters kan worden gesjoemeld,
misschien zijn die letters dan ook wel niet essentieel, zo bedacht zich prof.
Steve Benner van de Universiteit van Florida. De vier basisletters van de
genetische code zijn: A, T (U), C en G. Ze staan voor de nucleotiden:
adenine, thymine (urasil), cytosine en guanine. En inderdaad leerde
Benner, dat met enige chemische aanpassingen, het DNA-molecuul wel twaalf
verschillende basen in zich kan dragen. Twaalf verschillende letters dus,
waarvan er acht nooit in het aardse DNA zijn voorgekomen. Op grond van zijn
meerletterig DNA verbeterde Benner medische DNA-testen voor hepatitis, SARS
en cystic fibrosis. Ook maakte hij genen in een zesletterig schrift. Dit jaar
slaagde Benner er zelfs in zijn kunstmatige genen zich te laten
vermenigvuldigen. Hij zocht tot hij een DNA-polymerase – een enzym dat van
één streng DNA twee strengen kan maken – had gevonden, dat ook de nieuwe
letters invoegde. Dat polymerase vond hij na experimenten met het reverse
transciptase enzym van HIV. De chemie van het leven blijkt noch aan een
vierletterig alfabet, noch aan drieletterige codes, noch aan twintig
aminozuren te zijn gebonden. Aardse woestenijDe reden dat al het
aardse leven toch een vierletterig genetisch alfabet heeft, ontdekte Benner
vorig jaar. Ribose, een suiker waarin vijf koolstofatomen vijf watermoleculen
bijeenhouden en dat een bouwelement is in zowel RNA als DNA, werd volgens hem
op de vroege aarde gevormd boven woestijnen, waar het mineraal boraat aan het
oppervlak lag, net zoals in Death Valley nu. Aan dat ribose nu,
konden zich in die woeste wereld alleen basen hechten met een zogeheten
pyrimidinering (dat zijn de letters G,C,U) via een binding tussen koolstof en
stikstof. Ook het vierde base adenine (de letter A) hecht zich via zo’n
binding. Maar andere basen moeten zich hechten via een binding tussen
koolstof en koolstof, en dat lukte chemisch eenvoudigweg niet. ‘Ons
vierletterige genetische alfabet is het gevolg van de beschikbare mineralen
in onze eerste woestijnen,’ schreef hij in Science van 22 oktober 2004. Op
andere planeten ziet de erfelijke code er dus waarschijnlijk heel anders uit. Met de revolutie in
zijn achterhoofd, denkt Benner, die als een van de belangrijkste experts
geldt in het herkennen van buitenaards leven en voor NASA de data uit de
methaanmeren op Titan analyseert, nu dat er voor leven niet eens perse meer
water nodig is. |
‘Essentieel is een
langgerekt macromolecuul met afwisselend wel en geen elektrische lading. In
RNA en DNA zorgt het geraamte van fosfaten daarvoor. Dat ladingspatroon zorgt
ervoor dat het molecuul zich niet chaotisch oprolt, en houdt tevens de
erfelijke letters, zoals de basen, op afstand van het geraamte. Zo’n molecuul
kan het begin zijn van abiotische en biologische evolutie,’ luidde zijn
mening samengevat in het tijdschrift Current Opinion in Chemical Biology. Het eerste leven op
aarde begon volgens Benner met kleine stukjes RNA die terecht kwamen in een
klein vetbelletje. Hij is er dan ook van overtuigd, dat er op aarde nog
onontdekt leven is, dat zo klein is dat het zich tot nu toe aan microscopen
heeft onttrokken. ‘Als er geen eiwit meer in een cel zit, kan die immers veel
en veel kleiner. Het RNA-leven zit misschien nog wel in zeolieten, die zulke
kleine gaatjes hebben dat bacteriën er tijdens de evolutie niet in kwamen,’
vertelde Benner het tijdschrift Explore van de Universiteit van
Florida. BellenzeeDe geneticus Jack
Szostak van Howard Hughes Medical Institute maakt in zijn lab kunstmatig
kleine vetbelletjes, die lijken op membraantjes. Hij toonde al aan, dat zich
op de vulkanische klei montmorilloniet, uit vetmoleculen zo snel belletjes
vormen dat kleine stukjes klei in het belletje terechtkomen. Diezelfde klei
katalyseert voor het ontstaan van grote strengen RNA. Ook ontdekte Szotak een
bijzonder selectiemechanisme, dat ervoor zorgt dat het best replicerende DNA
in de bellenzee de beste bubbels gaat bezetten. Naarmate RNA zich beter repliceert,
worden de belletjes namelijk groter en slokken ze hun kleinere buren op. Maar welke
RNA-moleculen, zeg maar oergenen, er in zo’n belletje terecht kwamen
en de fenomenale evolutie op gang brachten, dat is nog een raadsel. “Het
kunnen er maar een paar zijn geweest,” aldus prof. George Church van Harvard
University, die om het raadsel te kraken vorig jaar het bedrijf Codon Devices
opzette, dat de synthese op chip van steeds grotere stukken kunstmatig DNA
tegen lage prijzen mogelijk moet maken. “Mogelijk waren het voorlopers van
het ribosoom.” Church heeft op chip
ondertussen de 21 genen van het ‘intelligente’ deel van het ribosoom
kunstmatig nagebouwd. Samen met Forster heeft hij ook een code bedacht voor
een kunstmatige cel, die zich kan delen. Het is de kortste code tot nu toe.
‘We hebben een minimale lijst van genen opgesteld voor eiwitproductie. De
toevoeging van een paar extra genen moet voldoende zijn voor een minimale
cel,’ zegt Forster. Werkt de Church-cel inderdaad, dan gaan de genetici met zelfgekozen
genetische letters, codes en bouwstenen de cel proberen te perfectioneren. Een gevaarlijke industrieOndertussen heeft de
revolutie de eerste aanzet tot een tegenbeweging gegeven. Op weg naar de
oplossing van het levensraadsel blijken immers ook ’s levens voornaamste
vijanden, virussen, kunstmatig tot leven te kunnen worden gewekt, zoals het
virus voor de Spaanse griep en het poliovirus. Zo lijkt zich precies te
voltrekken wat cultuurpessimist Martin Rees enkele jaren geleden in Our final
century voorspelde: de geboorte van een nieuwe industrie, voortgestuwd door
commerciële belangen, met een in potentie desastreuze vernietigingskracht.
Een synthetisch virus in handen van een kwaadwillende terrorist kan namelijk
miljarden mensen het leven kosten. ‘Ik schat de kans dat de mensheid de
tweeëntwintigste eeuw haalt om deze reden op fifty-fifty,’ stelde hij in zijn
boek. Vorige maand
inventariseerden wetenschappers van de Nationale Academie in Washington de
potentiële risico’s. ‘Het gevaar is extreem breed geworden,’ stelde Drew Endy
van MIT, een van de oprichters van Codon Devices, in het blad Technology
Review. ‘We hebben echter wel concrete plannen klaar om risico’s te
kunnen beperken.’ Deze tekst werd
gepubliceerd in C2W. |