Regelzucht remt innovatie

 

Henk Klomp

 

Terwijl de politieke wil tot de kenniseconomie groeit, zijn ambtenaren van Economische Zaken alvast begonnen met het opdoeken van Nederlands’ beste aanjager van innovatie, het open technologieprogramma van Technologiestichting STW.

 

Eén telefoontje naar een universiteit zou genoeg zijn geweest. Je hoeft het immers een ingenieur of wetenschapper op een Nederlandse universiteit maar te vragen. Als hij aan succesvolle stimulatie van toepassingsgericht onderzoek met overheidsgeld denkt, dan denkt hij aan het open technologieprogramma van STW. ‘Ik zit al veertig jaar in het vak,’ zegt professor en Simon Stevinmeester Gerard Meijer van de Technische Universiteit Delft, ‘en ik heb me vaak afgevraagd waarom STW-projecten zoveel succesvoller zijn dan die van Senternovem of de EU. Twee dingen denk ik: veel meer betrokkenheid vanuit de subsidieverlener dan bijvoorbeeld bij de EU. Daar schrijf je één keer een omvangrijk rapport, waarna je er nooit meer iets van hoort. Bij STW heb je weinig papierwerk, maar veel voortgangsbesprekingen, met gebruikers uit het bedrijfsleven erbij. De goede stimulans om er een succes van te maken.’

STW verleent subsidie aan uitvinders op universiteiten, die hun uitvinding willen toepassen. Ideeën die tot nu toe nog niemand had, maar die tot baanbrekende technologie kunnen leiden. Dus niet een nieuw koffiezetautomaat of een mobieltje met een extra game erop, dat volgend jaar in de winkel moet liggen. Zulke producten die op korte termijn opbrengsten moeten genereren zijn de taak van Senter Novem, de 70 keer veelkoppiger afdeling van het ministerie van Economische Zaken dan STW.

Wel uit de koker van STW komen bijvoorbeeld een revolutionair materiaal voor lichtere vliegtuigen of een wegwerpchip die direct bepaalt of een koe of kip besmet is, zodat de dieren niet massaal hoeven te worden afgeslacht, uitvindingen die niemand aan had zien komen. Nu de stichting zijn 25-jarig jubileum viert, wordt zichtbaar wat zulke goedkope projecten op de langere termijn kunnen opleveren. Het vliegtuigmateriaal Glare (glass reïnforced aluminium) komt in de Airbus en is nu de spil van een economische bedrijvigheid in Nederland, met de omvang van eenderde van die van het vroegere Fokker. Ter vergelijking: de miljarden steun van EZ aan Fokker brachten dat nooit teweeg.

 

Nu de politieke wil tot een kenniseconomie groeit, zou STW’s succesvolle bijdrage aan de kenniseconomie kunnen groeien. Met een budget van 46 miljoen – pakweg eenvijfde van wat een drie keer zo klein land als Finland aan financiële stimulans voor toepassingsgericht onderzoek wegzet op universiteiten – is het bij de stichting knokken om het geld. Slechts 30 procent van de ingediende voorstellen kan worden beloond, terwijl zeker 70 procent hiervoor naar kwaliteit gemeten in aanmerking zou komen.

Het lijkt de ideale uitgangspositie voor een ambtenaar belast met innovatie: hij hoeft alleen de subsidiekraan maar verder open te zetten. Maar in Nederland ontwikkelden ambtenaren een unieke manier om zelfs in innovatiebeleid risicomijdend en behoudend te zijn. Ze stelden nieuwe richtlijnen op voor subsidies – de zogeheten herijkingregels –,bedoeld om innovatie verder aan te wakkeren, die in het echt elk nieuw, risicovol initiatief in de kiem smoren. De inbreng van de individuele onderzoeker, die in het laboratorium met veel inzet een verrassende doorbraak bereikt van groot maatschappelijk nut, lijkt nauwelijks meer nodig.

Want het nieuwe EZ-beleid van focus en massa in het Nederlandse technieklandschap bepaalt dat het geld verdeeld moet worden in gebieden waarin Nederland tot nu toe succesvol in was: bloemen, voeding, landbouw, waterbeheer, logistiek, financiële dienstverlening en high tech, niet bepaald gebieden waarop universiteiten veel doen. De lijst was opgesteld door het Innovatieplatform. Dit platform dat innovatie zou moeten opwekken wordt, door tussenkomst van EZ, juist Nederlands krachtigste rem op innovatie. Want het concentreren van het geld gold niet alleen voor het miljard dat Senternovem verdeelt, maar ook voor het geld van EZ aan STW, dat daarom zijn uitvindingfonds ziet halveren. Met zo’n klein fonds, haken uitvinders af: die hebben weinig zin voorstellen te schrijven als ze maar een minieme kans hebben om ze gehonoreerd te krijgen.

Het ministerie meent echter, als het om zo’n gewichtig bestuurlijk thema als innovatie gaat, het stuur uit handen van academici en hun stichtingen te moeten nemen. Na het Paasakkoord in 2005, waarin D’66 extra geld voor innovatie bedong, raakte de kenniseconomie in handen van ambtenaren al meteen uit koers. Er werden honderden miljoenen besteed aan 24 projecten, waarvan er uiteindelijk maar 4 levensvatbaar bleken.

 

 

 

 

‘Budget gaat op zoek naar aanwending, in plaats van dat kansrijke projecten concurreren om schaars budget,’ aldus het CPB in haar rapport.

Met EZ op drift, trokken de universiteiten aan de bel. Ter behoud van het uitvindingfonds verenigden zich de beste Nederlandse toepassingsgerichte wetenschappers waaronder de Simon Stevinmeesters Meijer, Paddy French, Joke Bouwstra, John Jansen, Simon Stevingezel Kofi Makinwa en de Spinozaprijswinnaars Detlef Lohse, Cees Dekker, Hans Oerlemans, Daan Frenkel, H.M. Pinedo, Hendrik Lenstra, Renee de Borst, Jan Hoeijmakers, Lex Schrijver, om er maar een paar te noemen – in het buitenland dè gezichten van innovatie in Nederland –. Toen ook het Nederlandse bedrijfsleven van het kortwieken van het fonds hoorde, was het niet meer te houden. ‘Toen de telefoon bij EZ maar bleef rinkelen, werden we dan eindelijk op het ministerie uitgenodigd,’ vertelt initiatiefnemer Meijer. ‘Maar ze bleken doof voor onze argumenten.’ Verantwoordelijke Hans de Groene, directeur innovatie bij EZ, weigert de pers te woord te staan.

Oprichter van de Technologiestichting Cees le Pair spreekt nog één keer zijn omvangrijke netwerk aan. ‘Ik ben al mijn oude contacten weer aan het opbellen,’ zegt hij, ‘Maar helaas zijn de meesten ook met pensioen.’ Le Pair besteedde als directeur bijna de helft van zijn tijd met zijn kenmerkende bravoure in Haagse kringen om de zaak van innovatie te bepleiten. De nieuwe directeur van STW, Anton Franken, zegt zich ook suf te hebben vergaderd. ‘Toch is de kloof gegroeid. Een aantal EZ-ambtenaren beschouwt geld aan ons als van hun afgenomen geld, omdat ze hun stempel er niet op kunnen drukken. Maar externe deskundigen prijzen het open technologieprogramma de hemel in. Dit wordt op 22 maart besproken in de Tweede Kamer.’

Nieuwe bewindslieden, nieuwe kansen. Het kabinet heeft in het regeerakkoord 300 miljoen extra aan innovatie toegezegd, waarmee het uitvindingfonds misschien nog valt te redden. Maar ook het Innovatieplatform blijft in stand. Zo zou het dus nog best eens kunnen dat onze toptechnologen hun interesse van nanotechnologie, micro-elektronica en e-health weer moeten verleggen naar bloemen, water en landbouw. Want daar was Nederland ooit zo goed in. ‘Ach’, zegt Meijer, ‘zover zal het wel niet komen. Het gros van het subsidiegeld voor innovatieve projecten in Delft komt nu al van bedrijven, die een uitstekend oog hebben voor wat zinnig is.’

 

Deze tekst werd gepubliceerd in Technisch Weekblad