|
Vissen van de onderste plank Over het houden en kweken van subtropische vissen
Levendbarenden Hooglandkarpers en levendbarende tandkarpers |
|
Characodon spec. “27 de Noviembre” Een wonderlijke naam voor een hooglandkarper waarvan het nog niet duidelijk is of het Characodon audax of C. lateralis is. Een variabele populatie zoals de foto van twee mannetjes laat zien. De naam verwijst naar de vindplaats, een dorpje in Durango, Mexico met die naam. |
|
Levendbarenden zijn mijn eerste liefde. Een belangrijke plaats nemen daarbij de Mexicaanse hooglandkarpers in.
Bij Levendbarenden denken de meeste mensen aan guppen, plaatjes en black mollies. Al gauw wordt gedacht: dat zijn beginnersvissen. Niet interessant voor gevorderde aquariumhouders. Dat is jammer omdat daardoor te weinig mensen zich serieus bezighouden met de kweek van deze mooie en interessante dieren.
Een aantal Levendbarenden is heel gemakkelijk te kweken. Er zijn echter ook uitgesproken moeilijke soorten bij. En het opkweken van echt goede dieren over meerdere generaties is niet eens zo gemakkelijk. |
|
Sommige soorten levendbarenden zijn heel geschikte bewoners van het gezelschapaquarium al zal er dan van een systematische kweek weinig terecht komen. Anderen komen beter tot hun recht in een speciaal- of soortaquarium. Voor een kweekgroep is een soortaquarium zeker aan te bevelen. Sommige soorten moeten (of kunnen) ’s winters koel gehouden worden. Ze kunnen vaak grote temperatuursverschillen verdragen en zelfs nodig hebben om mooi uit te groeien.
Het vóórkomen van levendbarenden.
Het meest belangrijke gebied van de levendbarenden is Midden Amerika en in het bijzonder Mexico. Mexico is een land dat zich snel ontwikkelt op het gebied van de landbouw en industrie. Ook groeit de bevolking sterk. Natuurbescherming is daar geen prioriteit. Een aantal levendbarenden biotopen staan daardoor onder sterke druk. Veel soorten zijn daardoor bedreigd. De hooglandkarpers, die in een heel beperkt gebied voorkomen in het hoogland van Mexico, zijn bijna allemaal ernstig bedreigd. Er zijn al soorten verdwenen. Een aantal van deze soorten wordt door liefhebbers nagekweekt met het doel om de soort te redden en herintroductieprogramma's mogelijk te maken. Hierbij wordt samengewerkt met de universiteit van Morelia in Mexico. |
|
Xenotaenia resolanae, een weinig gehouden hooglandkarper. Weinig kleur, maar een prachtig stoer voorkomen. Lastig met kweken omdat hij jongen fel najaagt. Hij komt uit stromend water en stelt dan ook hoge eisen aan de waterkwaliteit. |
|
Nog een forse hooglandkarper, Xenotoca variata. Een mannetje met een prachtige gouden weerschijn op het lichaam. Ook een soort die de jongen opeet. |
|
Het houden en kweken van levendbarenden.
In een gezelschapsbak heersen gemiddelde omstandigheden, waar de meeste tropische vissen het goed op doen. Voor levendbarenden betekent dit dat ze de door hen zo gewaardeerde verschillen tussen dag- en nacht temperatuur zullen moeten missen. Voor een aantal soorten is dat niet zo'n bezwaar. Van de levendbarende tandkarpers zijn vooral de mollies, plaatjes, zwaarddragers en guppen geschikt voor de gezelschapsbak. Het is echter wel van belang te beseffen dat nauw verwante soorten in de beperkte ruimte van een aquarium met elkaar zullen kruisen. Als je de soort zuiver wilt houden is het niet verstandig om verschillende soorten zwaarddragers en plaatjes in één bak te houden. Datzelfde geldt ook voor de verschillende mollies (mollies vallen binnen het geslacht Poecilia).
Een minder bekende levendbarende die heel geschikt is voor het gezelschapsaquarium is de Priapella intermedia. Deze soort doet het heel goed op gelijkmatige temperaturen. Het is een visje met een heel opvallend iriserend blauw oog. Hij moet beslist in een flinke school worden gehouden en een baklengte hebben van minstens een meter. Dan is het een echte blikvanger in het aquarium. Als u deze soort als hoofdsoort houdt en combineert met enkele mooie wildvorm zwaarddragers, misschien een stel vuurkeelcichliden of zebracichliden en misschien nog een molliesoort dan kunt u rond dit gezelschap een prachtig biotoopaquarium bouwen. Zo zijn er natuurlijk nog vele andere combinaties denkbaar.
|
|
De speciaalbak.
condities voor het houden van de betreffende soort het best benaderen: de juiste temperatuur en temperatuurswisseling, veel waterbeweging of juist weinig etcetera. Voor een kweekgroep is het noodzakelijk dat de dieren onder de best denkbare condities worden gehouden. Dat betekent dat deze dieren het best in een soortaquarium kunnen worden gehouden.
De meeste liefhebbers van levendbarenden houden hun dieren in een soortaquarium. Vaak ook wordt geëxperimenteerd met combinaties die elkaar goed verdragen, zodat het mogelijk is om twee of soms drie soorten in een bak te houden.
Nauw verwante soorten kunnen niet bij elkaar in één bak wegens het risico van kruisingen.
Belangrijk bij het combineren van soorten is ook dat de ene soort de andere niet gaat wegdrukken door veel dominanter te zijn of door veel productiever te zijn. |
|
Neoheterandria elegans, vrouwtje. Een piepklein visje voor een verwarmd speciaalbakje. Het is een tere soort die beter niet gecombineerd kan worden met andere soorten. Mijn ervaring is dat de kweek het beste lukt met een menu van vooral levend voer. Dat moet dan wel heel klein zijn: pantoffeldiertjes, artemia, azijnaaltjes, gezeefde watervlooien. |
|
Het kweken en opfokken van levendbarenden.
Hooglandkarpers zijn wel echt levendbarend. Zij krijgen heel grote jongen (1 - 2 cm!) die kort na de geboorte nog navelstrengetjes dragen. Die worden trophotanieën genoemd. Een vrouwtje moet na elke worp opnieuw bevrucht worden om te kunnen werpen.
· De jongen bij de ouders laten. Veel soorten jagen op hun jongen. Als er voldoende beplanting is zullen er genoeg jongen overblijven. De zwakke dieren zullen niet veel kans hebben, waardoor met deze methode al een zekere selectie is ingebouwd. · De jongen apart op laten groeien en vervolgens zelf selecteren. Beide methoden voldoen goed voor de meeste soorten.
Het probleem van het opeten van de jongen is voor een aantal soorten niet te vermijden. Drachtige dieren kun je het best apart zetten. Het bakje moet goed beplant zijn en niet te klein. Anders hebben de dieren teveel stress. Houd ze goed in de gaten zodat de jongen snel kunnen worden uitgevangen. De eerste uren na het werpen eten de vrouwtjes meestal niet en dus ook niet hun jongen.
Bij veel soorten werkt het heel goed als je dieren van verschillende leeftijden in een bak hebt. In een bak met alleen volwassen vissen is het moeilijk jongen over te houden. In een bak met visjes van verschillende grootte worden de pasgeboren jongen meestal met rust gelaten.
|
|
Buiten houden van levendbarenden.
Van eind mei tot half september kunnen een aantal soorten levendbarenden heel goed buiten worden gehouden. (Voor details over het buiten houden van subtropische vissen: zie de pagina verzorging en kweek van deze website.)
Soorten als de papegaaiplaty (Xiphophorus variatus) en de zwaarddrager (Xiphophorus helleri) groeien bijzonder mooi op als ze de zomermaanden buiten verblijven.
|
|
Endlers en wildvormguppen: hoe zit het nu?
Soms worden wildvormguppen Endlers genoemd. Dat is in ieder geval niet correct. Maar het onderscheid is toch voor velen niet duidelijk. Endlers zijn al zo’n dertig jaar bekend in de hobby. Sommigen zijn van mening dat het een lokale vorm van de gup is: Endlergup. Anderen denken dat het een andere soort is. Toch is in al die tijd geen ichtyoloog er in geslaagd de Endler als een aparte soort te omschrijven. In december 2005 is er eindelijk een wetenschappelijke beschrijving van de soort beschreven door Fred Poeser en Michael Kempkes. Zij beschrijven onder andere verschillen in het baltsgedrag. De soort wordt van nu af Poecilia wingei genoemd. De wildvormgup is de wilde voorouder van de vele kweekvormen van het guppy en heet Poecilia reticulata. Net als Poecilia wingei een heel variabele soort. In onze aquaria zien we Poecilia wingei meer als de wildvormen van de guppy. Hoewel, vele wingei zijn ongetwijfeld niet meer helemaal zuiver. Bijna alle dieren stammen af van de dieren die dertig jaar geleden in de hobby zijn gebracht. En ongetwijfeld zullen vele stammen guppen in de voorouders hebben. Gelukkig zijn er de laatste jaren meerdere stammen wingei in de hobby gebracht die niet vermengd zijn en waarvan veelal de oorspronkelijke vindplaats bekend is. En of ze buiten kunnen: deze soorten kunnen zich beide buitengewoon goed aanpassen. Ze zijn voltropisch. Desondanks verdragen ze het goed als ze ‘s zomers buiten worden gehouden. In een goede zomer ontwikkelen ze zich zelfs uitstekend buiten. Maar ze hebben het beslist niet nodig. In hun oorspronkelijke habitat is het jaarrond warm. |
|
Xiphophorus variatus, wildvorm van Rio Axtla, Mexico. Heel geschikt om ‘s zomers buiten te houden. Foto Sonja Borst |
|
Characodon spec. “27 de Noviembre Foto Sonja Borst |
|
Poecilia wingei, afkomstig van Petare, Venezuela Een heel variabele stam. Wat ze allemaal gemeenschappelijk hebben is een oranje onder—en bovenzwaard. Foto’s Sonja Borst |
|
Poecilia wingei, Top Sword Yellow 2004, Afkomstig van Laguna de Patos, Cumana, Venezuela |
|
Poecilia reticulata, een fraaie wildvormgup van onbekende herkomst. |