| Dag 14 | Dag 16 |
Ook deze ochtend liep de wekker weer om half
8 af. Het ontbijt bestond uit een heerlijk geklutst ei met ham en
een verrukkelijke warme appel, kaneel en bessen pudding. Na het ontbijt bracht
Shirley ons naar de 2 dichtstbijzijnde bald
eagle nesten. Vervolgens reden we vlug terug naar huis om het restant
van onze spullen op te halen. Kwart over 9 vertrokken we en reden we naar het
parkje in het centrum. Hier konden we diverse tamme herten vinden. Uiteraard
bezochten we ook nog even het eagles-nest
midden in de woonwijk. De kleine zat net rechtop toen we aankwamen, prachtig
gezicht.Tien uur verlieten we
Comox en gingen we op weg naar Tofino.
Na ruim 2 uur rijden, maakten we onze eerste stop in het MacMillan Provincial Park. We parkeerden de auto langs de weg op de
parkeerplaats. We maakten eerst een wandeling aan de linkerkant van de weg door
het oerbos Cathedral Grove. Dit was
echt fantastisch! We liepen langs enorme woudreuzen, zo verschrikkelijk groot,
echt onvoorstelbaar. Enkele van de enorme Douglas
Fir bomen bleken maarliefst achthonderd jaar oud te zijn en waren af en toe
werkelijk net zo hoog als een kathedraal. De grootste spar in dit park had een
omtrek van wel negen(!) meter. In
1997 heeft er helaas
een zware storm over het eiland gewoed, waarbij veel oude bomen waren
omgewaaid
of afgebroken als lucifer houtjes. Gelukkig heeft de overheid de
boomstammen laten liggen, ondanks het enorme geld wat er aan zulke
grote boomstammen verdiend kan worden. Nu vormen ze een voedzame bodem
voor de volgende generatie woudreuzen. Het was erg indrukwekkend
om te zien hoe de wind zulke enorme Rond 4 uur arriveerden we
bij het Wickaninnish Interpretive Centre.
Nadat we de boel binnen hadden bekeken, gingen voor de kust op zoek naar
zeedieren. Het tij was eigenlijk niet geschikt, maar we waagden toch maar een
gokje. En niet voor niets, naarmate we langer naar de grond staarden zagen we
steeds meer zeesterren en ander zeedieren te voorschijn komen. We hadden ons zo
op de grond gefocust, dat we niet gaten hadden dat we door een Amerikaanse zeearend
werden gadegeslagen. Hij vond Jeroen zo interessant dat hij wat dichterbij kwam
kijken. Net op het moment dat hij boven Jeroen hing, keek ik op. Ik keek mijn
ogen uit en was zo verbouwereerd dat ik helemaal vergat om Jeroen te wijzen op
deze arend. Het was een machtig gezicht. Anderhalf uur laten vertrokken we maar niet
voordat we even met onze B&B hadden gebeld, want ook |