| Dag 3 | Dag 5 |
|
Om half 8 liep de wekker af. Voordat we gingen
ontbijten, reden we nog even bij de receptie langs in de hoop dat er eindelijk
nieuws was over de tocht naar Drangey. We bleken de dame in kwestie uit haar
bed te bellen, maar ze had helaas geen goed nieuws. Het weer rond het eiland
was slecht, zodat er weinig zicht was en er dus geen boot naartoe ging. We
moesten het ’s middags nog een keer Na het ontbijt liepen we
gelijk bij het informatiebureau langs dat naast het hotel lag, om te kijken
wat we nog meer in de buurt konden gaan doen. Helaas konden we niet echt iets
spectaculairs vinden, zodat we maar weer terug naar ons huisje reden. We
besloten om ons boekje te volgen en gingen op weg naar Hofsós en Þórðarhöfði.
Via de 76 reden we naar Hofsós, waar we onze eerste tankbeurt hadden. In het
plaatsje zelf was verder niet veel meer te zien of te beleven, zodat we direct
verder reden naar Þórðarhöfði. De weg voerde grotendeels langs de kust. We
hadden een prachtig uitzicht op de eilanden Malmey en Drangey. Þórðarhöfði kwam
al gauw in zicht, maar helaas konden we geen parkeerplek vinden. We wilden
graag een wandeling over deze 171m hoge berg maken, die volgens een oude legende
een groot aantal elfen herbergt. Ons volgende doel werd nu het ruim 6 km2
grote Miklavatn. Maar ook dit bleek bij aankomst niet veel bijzonders te zijn,
zodat we wéér verder reden. Dit keer was Dalvík ons doel voor een boottocht
naar Hrísey. De geasfalteerde 76 was inmiddels overgegaan op de gravelweg 82,
die ons naar Olafsfjöður bracht. Via een 3400m lange tunnel door de berg
Ólafsfjarðarmúli kwamen in Dalvík aan. De veerpont naar Hrísey bleek echter
vanuit Om half 2 vertrokken we
met het pontje richting het op een na grootste eiland (11.5km2) van
IJsland: Hrísey. De overtocht duurde slechts 15 minuten. Eenmaal aan de
overkant aangekomen stond er een prachtig overzichtelijk bord van het eiland
met de wandelroutes. We hoefden maar een klein stukje te lopen, voordat we het
dorpje verlieten en we ons in de natuur konden storten. We konden kiezen uit
verschillende wandelroutes. We besloten de route van 5 km te nemen, want die
liep grotendeels langs de kust van het eiland. Rond 4 uur waren we weer
terug in het dorpje, waar de mensen door een tractor werden vervoerd. Voordat
We reden verder over de inmiddels weer in
asfalt veranderde 82 naar Akureyri voor ons diner. Akureyri is de grootste
plaats van Noord-IJsland (ca. 17.000 inwoners). Het heeft dan ook de bijnaam
‘Hoofdstad van het noorden’. We besloten, na uiteraard even gezocht te hebben,
in het gezellig drukke 'Bautinn' restaurant te gaan eten. Het voorgerecht bestond
weer uit zo’n heerlijke saladbar, waar we zelf uit konden opscheppen. We kozen
voor een heerlijk soepje en wat verse groente voor naast ons hoofdgerecht, dat
bestond uit een heerlijke pasta bolognese. De rekening viel voor IJslandse
begrippen best mee: ISK 4960. |