Werkvormen

Onderbouw
 
(Vertel)Pantomime:
 
 
Teacher in role:
  
Associatiespel:
 
Klankspel:
Spelletjes waarbij kinderen bijvoorbeeld (dieren)geluiden moeten nabootsen, spelen met harde en zachte geluiden, praten in fantasietaal, rijmwoordenbedenken.
 
Zintuigspelletjes:
Allerlei concentratie- en reactiespelletjes om de visuele en auditieve waarneming te trainen.
 
Rollenspel:
Kinderen spelen op basis van een gegeven rolbeschrijving. Bijvoorbeeld een slimme zeerover of een gevaarlijke dief.
 
Spel met materialen:
Materialen als kleding, attributen en decor zijn uitgangspunt of belangrijk hulpmiddel bij spel. Met een kroon kan een kind zich echt koning voelen.
 
Middenbouw
 
(Vertel)Pantomime:
 
Tableau vivant:
V.l.n.r. Felicia, Dylan, Davy en David
 
Spiegelspel:
 
Dialoogspel:
 
Improvisatiespel:
   
Poppen- en Schimmenspel:
Het schimmenspel van Floortje, Ali C, Snor en de gemene pikkeboef Scipio.
 
Afspreekspel:
De kinderen maken van tevoren afspraken over rolverdeling en spelverloop, bijvoorbeeld aan de hand van uitgedeelde kaartjes.
 
Bovenbouw
 
Inspringspel:
 
Hoorspel:
   
Voordrachtspel:
 
Toneelspel:
Tussendooractiviteiten
 
Beeldhouwen:
 
Emotiekring:
Tellen met de ogen dicht:
 
Knoop:
 
Woesj!:
Cadeautjes geven:
 
The Machine:
 
Beweging nadoen:
 
Woordketting:
 
Woordketting 2 variatie:
 
Goed & Fout

Terug naar boven